Overleg over de nota 'Schoon en zuinig'

maandag 29 oktober 2007 10:22

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Voorzitter. De discussie over energievoorziening loopt het gevaar, al te feitelijk gevoerd te worden. Er is haast niet te ontkomen aan discussies over efficiency, robuuste technieken en inverdientijden. Het is uiteraard prettig als bekende mensen als Al Gore en tegenwoordig ook Leonardo DiCaprio aandacht vragen voor klimaat en milieu en de problemen op die manier ook meer beeldend maken, want hierdoor staat klimaatverandering meer dan ooit op de politieke agenda. Mijn motivatie voor een schoon en zuinig beleid is echter niet de techniek of de media-aandacht, maar een goed rentmeesterschap. Vanuit onze verantwoordelijkheid voor het zorgen voor de Schepping moeten wij streven naar een samenleving die zo duurzaam mogelijk is. het voorzorgbeginsel is daarbij van belang. In dit kader prikkelde de vraag van Greenpeace mij, namelijk in hoeverre de beleidskeuzes op basis van doelen voor 2020 voorsorteren op verdere verduurzaming na 2020. Wij kijken bij de ruimtelijke ordening inmiddels al vooruit naar 2040. Het is dan logisch dat wij dat bij het klimaatbeleid ook doen. Graag een reactie van de minister hierop.

Niet eerder is een kabinet zo ambitieus en vooruitstrevend geweest in duurzaam klimaat- en energiebeleid. Er is echt sprake van een trendbreuk. De voorgestelde golven van maatregelen, het meters maken, meters voorbereiden en verdergaande innovaties spreken mij bijzonder aan. Ik lees veel over convenanten, inspanningsverplichtingen en onderzoek naar instrumenten. Het werken met convenanten past binnen de kabinetsvisie van samenleven en samenwerken. De kracht van gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid en bedrijfsleven kan echter ook een risico zijn. Ik vind het bijvoorbeeld wat zorgelijk dat de uitvoering van het convenant benchmarking energie-efficiency achterblijft. Er heeft zelfs een "ontsparing" plaatsgevonden. Graag een reactie hierop.

De rol van de overheid ligt naar mijn idee in het creëren van randvoorwaarden en het stellen van normen. Volgens het International Panel Climat Change is voor grote emissiereducties meer nodig dan vrijwillige convenanten. Koplopers zouden meer moeten worden beloond. Graag een reactie op dit punt. Zouden wij voor de zekerheid niet een aantal stokken achter de deur zo ver moeten gaan voorbereiden dat in 2010 tot invoering kan worden besloten?

Een andere rol van de overheid is het geven van het goede voorbeeld. Ik heb vernomen dat er plannen zijn bij de gemeente Den Haag over de uitbreiding van de aanlichting van de gebouwen van de Tweede Kamer. Er worden nu nog felle schijnwerpers met een hoog vermogen gebruikt, maar ik wil ervoor pleiten dat de Tweede Kamer in overleg gaat met de gemeente Den Haag om te zorgen dat de aanlichting per saldo energiezuiniger wordt. Anders hoeft die extra aanlichting voor de ChristenUnie niet. Ik overweeg op dit punt een motie in te dienen.

Ik wil even stilstaan bij de positie van de industrie. Waarom is het overkoepelende duurzaamheidsakkoord met de industrie nog niet getekend? Het lijkt mij van belang dat dit zo snel mogelijk gebeurt en wij kunnen starten met het maken van meters. Ik vraag mij af waar de obstakels liggen om te komen tot overeenstemming.

Wordt bij de Europese discussie over het veilen van emissierechten ook gekeken naar de mogelijkheden om innovatie te stimuleren?
De ChristenUnie wil graag naar een ETS dat prikkelend is en ook echt prikkelend werkt. Graag een reactie van de minister op het pleidooi van de industrie voor een prestatienormsysteem.

De ChristenUnie constateert dat er ontzettend veel innovaties op de plank liggen. Wij merken dat er bedrijven zijn die graag willen investeren, maar uit gesprekken met die bedrijven blijkt ook dat er behoefte bestaat aan een overheid die garant wil staan voor risico's. De ChristenUnie pleit daarom voor de instelling van een garantiefonds voor risicodragende innovaties op het gebied van energie. Is de minister bereid te onderzoeken of een dergelijk fonds past binnen het Europese milieusteunkader en om een dergelijk fonds op te zetten.
Ik denk aan een soort revolving fund, zoals dat ook wordt voorgesteld in het programma Schoon en Zuinig voor de bouw. Het is belangrijk dat wet- en regelgeving toegespitst is op de implementatie van innovaties. Een voorbeeld is de led-verlichting in Eindhoven. Die is niet mogelijk, omdat bestaande regelgeving gebaseerd is op traditionele verlichting. Mevrouw Spies heeft dat punt ook al aan de orde gesteld. Een ander voorbeeld is de ROVA in Zwolle dat voor zijn voertuigen graag van maïsolie biobrandstof zou willen maken. Een dergelijk plan stuit op tegenwerkende regelgeving. De ChristenUnie vindt dat er in wetgeving ruimte moet zijn voor dit soort experimenten. Wat is de reactie van de minister op dat punt?

Scherpe streefwaarden zullen innovatie stimuleren, maar die zijn geen doel op zichzelf. Wij gaan voor het doel van echte duurzaamheid. Het gebruik van de eerste generatie biomassa leidt wereldwijd tot ontbossing en concurrentie met voedselproductie. Dat is natuurlijk niet werkelijk duurzaam. Interessant daarbij is de discussie over het vastleggen van het aandeel duurzame energie. Ik doel op de motie-Halsema. Het kabinet wil dit op Europees niveau regelen, maar het onderzoekt of samenwerking met een kleiner aantal landen mogelijk is. De ChristenUnie-fractie vermoedt dat een dergelijke norm goed kan werken, al zal zorgvuldigheid op zijn plaats zijn. Zij wacht het resultaat van het onderzoek af.

Het doel is duurzaamheid en dat moet voorop staan. Dit kabinet heeft drie ambities: 2% energiebesparing per jaar, 20% hernieuwbare energie en 30% reductie broeikasgas. Wij horen echter geluiden dat die doelstellingen niet kunnen worden behaald. Wij komen volgens ECN in de buurt van 2% energiebesparing, maar alleen in het EU-hoogscenario. Het behalen van de doelstelling van 20% hernieuwbare energie lijkt volgens ECN niet te lukken. Wij komen in 2020 hoogstens tot 17%. In het verkeer zou de doelstelling van 20% biobrandstoffen moeten worden behaald. Of dat mogelijk is, is volgens ECN zeer twijfelachtig in verband met duurzaamheidscriteria. Wat is de reactie van de minister op dat punt? Ook wil ik een reactie op de stelling van de Stichting Natuur en Milieu dat het behalen van een verdubbeling van hernieuwbare energie in 2011 onwaarschijnlijk is, gezien het korte tijdvak en mogelijke institutionele barrières. Kan de minister op dat doel worden afgerekend? Hebben wij wellicht een reservepakket achter de hand?
ECN stelt dat grootschalige productie van groen gas voor bijmenging in het aardgasnet als optie onderbelicht is. Wat is de reactie van de minister daarop?

Ik kom op de broeikasgasreductie, in het bijzonder CO2. Als ik het goed begrijp, wordt dat doel zelfs bij het EU-hoogscenario niet behaald. De vraag is of Europa ook een reductiedoelstelling zal kiezen van 30%. In het EU-laagscenario blijven wij nog verder van het doel af. Als wij de aankoop van ETS-rechten niet meenemen, zal in dit scenario de uitstoot per saldo zelfs gelijk zijn aan die in 1990 in plaats van 30% lager. Het zijn kritische vragen. Het is niet de bedoeling om ontevreden over te komen, maar wij willen er alles aan doen om de doelstellingen te behalen. Ik ben dan ook blij met de toezegging dat de doelstelling van 30% voor het kabinet hard is. Het lijkt mij goed om dat te markeren. Ik ben echter wel benieuwd hoe zich dat verhoudt tot de afspraken met de industrie dat er geen beleid komt bovenop het Europese beleid in verband met het level playingfield.

Er wordt sterk op het EU-beleid gesteund.

De heer Duyvendak (GroenLinks): Ik begrijp dat de doelstelling van 30% voor de ChristenUnie hard moet zijn. Dat bracht mij de interruptie van de heer Slob bij de algemene politieke beschouwingen in herinnering. Hij heeft gepleit voor harde tussendoelen. Is dat nog steeds een eis van de ChristenUnie-fractie?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Daarop komt ik zo meteen terug.

Er wordt sterk op het EU-beleid geleund. Het wordt zelfs een hoeksteen genoemd. Ik roep de minister op om in EU-verband stevig in te zetten om ook daar 30% als doel te stellen. Ik hoop dat de maatregelen die in onderzoek zijn, voldoende extra effect hebben.

Ik heb begrepen dat het kabinet wil worden afgerekend op de aangekondigde activiteiten. In 2010 kan er pas goed worden getoetst als er ook een tussendoel is. Wat is de reactie van de minister op dat punt?

Wij hebben begrepen dat Engeland op het punt staat om een klimaatwet in te voeren met duidelijke doelen voor CO2-reductie. Hoe staat de minister daar tegenover?
Zouden wij niet enkele opties achter de hand moeten hebben als de effecten van EU-beleid tegenvallen?

Dan wil ik nog enkele opmerkingen maken over de verschillende sectoren, te beginnen met energie. Eerder dit jaar heb ik via schriftelijke vragen voorgesteld om de CO2-uitstoot van het energieverbruik op elke elektriciteitsrekening te vermelden. Dit initiatief van NUON verdient volgens de minister navolging. Heeft zij hierover gesproken met de andere leveranciers en zijn er inmiddels toezeggingen gedaan? Ik sluit mij ook aan bij de vragen van de heer Samsom over het vermelden van de energieprijs per jaar op de energielabels van huishoudelijke apparatuur.

Het energienet moet de komende jaren worden aangepast aan nieuwe vormen van duurzame energie. Wij moeten de capaciteit niet laat opslokken door nieuwe kolencentrales. Is de minister bereid duurzaamheid een grote rol te laten spelen bij de verdeling van de capaciteit? De minister stelt dat de kolencentrales tot de schoonste op de wereld gaan behoren. Dat zou natuurlijk prachtig zijn, maar andere vormen van energiewinning zijn natuurlijk veel schoner. Een moderne kolencentrale stoot veel meer CO2 uit dan het gemiddelde energiepark. Per saldo krijgen wij hierdoor veel meer CO2 en het is niet haalbaar om dit allemaal op te slaan. Wij moeten voor de lange termijn naar echt duurzame energie. Waarom komt er geen CCS-pilot voor poederkolentechnologie? Vier van de vijf geplande centrales gebruiken immers deze technologie. Is de CCS-techniek in 2015 wel ver genoeg ontwikkeld?

Mevrouw Neppérus (VVD): U hebt dus uw twijfels over het bouwen van nieuwe kolencentrales? Dan bent u het kennelijk niet eens met wat daarover staat in de nota Schoon en zuinig, want daarin wordt dit heel stellig genoemd.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Wij hebben een algemeen overleg gevoerd over de kolencentrales. Ik hoop dat u zich herinnert dat ik mij daarin heel kritisch heb uitgelaten. Het emissieplafond is cruciaal in de Europese afspraken. Ik hoop echt dat dit de initiatiefnemers tot de kolencentrales beweegt tot heel goede keuzes. Tijdens het algemeen overleg heeft de minister aangegeven, de onderhandelingen met de initiatiefnemers te zullen aangaan en tot afspraken te zullen komen. Ik ben heel benieuwd hoe het daarmee staat.

Mevrouw Neppérus (VVD): U hebt het over een algemeen overleg in juli, maar daarna heb ik een plan gekregen in september, Schoon en zuinig, en daarin staat een heel stellige passage over de kolencentrales. Ik neem dus aan dat de fractie van de ChristenUnie een en ander kritisch blijft volgen?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Absoluut!
Voorzitter. Ik constateer dat heel veel landen hebben gekozen voor een specifieke focus. Duitsland kiest bijvoorbeeld voor warmte-koude-opslag en zonne-energie. Nederland zou moeten kiezen voor de focus op energie uit water. Rond het IJsselmeer zijn er mogelijkheden voor zoet-zoutovergangen en het combineren van energie uit wind en water. Waterbekkens zijn een ideaal middel om fluctuaties in de energievraag op te vangen. Mijn vraag is dan ook of een dergelijk project op het IJsselmeer wordt onderzocht in het kader van de studie naar grootschalige opslagconcepten.

Een alternatief plan is de zogenaamde ondergrondse pompaccumulatiecentrale, de OPAC, waarvoor de provincie Limburg plannen heeft. De minister kondigt onderzoek aan, maar er is meer nodig. Bedrijven willen 1 mld. investeren en Limburg vraagt om een garantstelling voor het tekort ten bedrage van de minimale waarde van de emissierechten die het systeem oplevert. Hierdoor hoeven er uiteindelijk minder CO2 -rechten in het buitenland te worden gekocht. Het zou gaan om 2 miljoen ton per jaar. Dit levert bovendien werkgelegenheid op in Limburg. Is de minister bereid, deze garantstelling te verlenen? Zouden de ondersteuningsregelingen voor windenergie voor de OPAC kunnen worden gebruikt, of de subsidies die bedrijven krijgen voor afvlakking van de energievraag tijdens de pieken?

Deze twee voorbeelden, energie uit water en de OPAC-centrales, zouden prima binnen het eerder door mij genoemde garantiefonds, het "revolving fund" kunnen vallen. Ik zou ook de fabriek voor 2e generatie bio-ethanol uit Zeeland kunnen noemen.

De fractie van de ChristenUnie is blij met de nieuwe SDE-regeling. Wanneer komt deze echter beschikbaar? Ik lees dat dit zo vroeg mogelijk in 2008 gebeurt. Wij ontvangen echter signalen dat de subsidieregelingen voor zonneboilers en warmtepompen zal worden uitgesteld tot 2009. Dit lijkt mij niet goed voor de sector en ook niet goed voor het behalen van de energiedoelstellingen. Kan de minister hierop reageren? In Duitsland is een vergelijkbare regeling ingesteld. Deze is echter 20 jaar geldig en buiten de rijksbegroting gehouden. Dit biedt langdurige zekerheid. Ook hierop vraag ik een reactie van de minister.

Welke rol krijgt normering binnen de nieuwe SDE? Deze regeling is een noodzakelijke tijdelijke oplossing voor compensatie van de onrendabele top. Welke mogelijkheden ziet de minister voor een structurele oplossing, waarbij de elektriciteitsprijzen tot stand komen volgens het principe "de vervuiler betaalt"? Hiervoor moeten maatschappelijke kosten worden geïnternaliseerd. Wordt de SDE voldoende waterdicht ten aanzien van de duurzaamheidscriteria?

Ik kom op het thema verkeer…

De voorzitter: Ik wijs u erop dat u al 13 minuten van uw spreektijd hebt gebruikt. U hebt er nog maar 3 over, inclusief de minuten voor de tweede termijn.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Dat wordt lastig. Ik moet mijn bijdrage inkorten. Laat ik zeggen dat wij bij verkeer stevig moeten inzetten op het openbaar vervoer. Ik lees hierover in Schoon en zuinig nog te weinig. Ik herhaal het pleidooi van mijn collega van de ChristenUnie, de heer Cramer. Hij zei dat onze fractie vol spanning wacht op het Actieplan Spoor, dat voor 19 november is aangekondigd.
Hoe zit het met de plicht van een energielabel op woningen? Hoe staat het met de energieprestatie op locatie en de rol hierbij van de ruimtelijke ordening? Door woonwijken op een andere manier in te richten, kan bijvoorbeeld het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer sterk worden gestimuleerd.

Schoon en zuinig heeft hoge ambities. Het is zaak om heel snel meters te maken en verdergaande innovaties voor te bereiden. De fractie van de ChristenUnie roept het kabinet op om van Nederland echt een koploper te maken op het punt van energie uit water. Innovaties moeten krachtig worden gestimuleerd.

Bron: ongecorrigeerd verlag

« Terug

Reacties op 'Overleg over de nota 'Schoon en zuinig''

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2007

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari