Bijdrage debat begroting Wonen, Wijken en Integratie

dinsdag 27 november 2007 14:37

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):
Voorzitter. Vandaag bespreken wij de eerste begroting voor Wonen, Wijken en Integratie. Het debat gaat de laatste tijd vooral over de veertig krachtwijken, waar sprake is van een opeenstapeling van problemen, zoals criminaliteit, slechte kwaliteit van gebouwen en eenzijdige samenstelling van de bevolking. Dergelijke vraagstukken spelen ook elders in de samenleving, al is het vaak op een andere schaal. Er is sprake van een toenemende anonimiteit en dat baart ons zorgen. Steden bieden ook kansen. Het zijn plaatsen waar burgers kunnen opklimmen, zoals in de begroting staat. Dit geldt ook voor dorpen, ook al vind je daar meestal geen grote scholen en bedrijfslocaties.

Mijn fractie is blij met de aandacht van de minister voor de veertig krachtwijken. Hoe denkt zij het waterbedeffect in omliggende wijken te voorkomen? Ik ondersteun het pleidooi van het CDA voor een aanpak voor regio's die te maken hebben met een afnemende bevolking, zeg maar krachtregio's. Wat is nodig om krachtwijken te behouden en te voorkomen dat er nieuwe aandachtswijken ontstaan? Volgens de ChristenUnie moet er ook aandacht komen voor preventieve maatregelen. Graag hoor ik hierop een reactie van de minister.

Hoe is concreet invulling gegeven aan de motie-Adelmund c.s., waarin wordt gevraagd om te komen met arrangementen voor gemeenten die net buiten de criteria voor het grotestedenbeleid vallen, zoals Almere? Ik vraag dit specifiek omdat Almere ook buiten de knelpuntenpot valt. Ik overweeg hierover met een motie te komen.

De gemeenten hebben behoefte aan meer flexibiliteit bij de besteding van gelden voor stedelijke vernieuwing en de wijkaanpak, bijvoorbeeld door het inzetten van middelen voor een fonds dat zichzelf in stand houdt, met laagrentende leningen. Bij de ISV is er een uitweg via de zogenaamde brede verantwoording, maar hoe gaat dit bij de wijkaanpak? Er mag geen discussie ontstaan over de wijze van verantwoording.

Vervolgens kom ik op het wonen. De ambitie in de nieuwbouwbrief is 80.000 tot 83.000 nieuwe woningen per jaar. Deze komt overeen met de prognose, maar is lager dan het aantal woningen dat nodig is om in 2010 een woningtekort van 1,5% te halen, te weten 88.000. Waarom kiest de minister niet voor een ambitie van 88.000? Dat is een schone taak voor de regionale woningbouwregisseurs die de minister wil inzetten.

Ziet de minister naast de extra rijksbijdrage voor eigen bouw andere mogelijkheden om regio's die goed presteren, tegemoet te komen of te belonen? Het gaat niet alleen om aantallen, maar ook om kwaliteit en typen woningen. Er zijn geen rijksdoelen voor typen woningen geformuleerd, maar door de verdichtingsdoelstellingen heeft de minister indirect wel invloed op de samenstelling van de woningvoorraad. Er is een overproductie van appartementen. Is de minister bereid hierover in gesprek te gaan met de gemeenten? In de binnensteden is veel winst te boeken, met behoud van groen. Ik ben dan ook blij met de door de minister aangekondigde actie.

Hoe staat het met de afspraken die in 2005 zijn gemaakt over studentenhuisvesting? Veel studenten kunnen moeilijk een kamer vinden of betalen, omdat er sprake is van veel te hoge huren. Hierover is heel weinig terug te vinden in de begroting.

De vergrijzing maakt de bouw van meer betaalbare senioren- en zorgwoningen noodzakelijk. In de begroting is sprake van stimuleren, faciliteren en monitoren. Er staan wel ambities in, maar zij worden niet gerelateerd aan de realisatie in de afgelopen jaren. Met de vergrijzingsgolf die op komst is, is het van belang dat de ambities worden gehaald. Er dreigen nu al tekorten.

Gaat de minister de doelen halen? Zouden hier niet middelen en/of aanvullende instrumenten tegenover moeten staan, bijvoorbeeld afspraken met de regio's? Ik ontvang signalen dat gemeenten die aan de slag gaan met de Wmo, onvoldoende aangepaste woningen kunnen vinden. Ik zou daarbij onder het motto "Samen leven, samen wonen" willen pleiten voor meer aandacht voor betaalbare, kleinschalige, collectieve huisvesting voor ouderen binnen de dorpen en steden.

Tot slot wil ik een enkele opmerking over integratie plaatsen. Ik hoop dat wij in januari verder kunnen praten over de Integratienota. Over het Deltaplan Inburgering hebben wij al een stevig debat gevoerd. Het is van belang dat iedere nieuwe Nederlander zo snel mogelijk inburgert. Dit is zowel voor de persoon zelf als voor de samenleving van groot belang. Daarom ben ik zeer benieuwd naar de ideeën van de minister over een gemeenschappelijke beleidsagenda met de gemeenten voor integratie. Het gaat om omgaan met elkaar, om sociale cohesie. Dit geldt voor alle burgers. Dat is wat ons betreft het vertrekpunt. Knelpunten voor verschillende doelgroepen moeten worden weggenomen. Ik denk daarbij ook aan ouderen en gehandicapten. Hoe voorkomen wij dat zij in een isolement raken?


Tweede termijn, woensdag 28 november
Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):
Ik wil de minister bedanken voor de heldere beantwoording van de vragen. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Grotestedenbeleid ook na 2009 zal worden voortgezet;

constaterende dat de Kamer in 2004 in een breed gedragen motie (motie-Adelmund c.s., 21062, nr. 131) de regering heeft verzocht, te bewerkstelligen dat bepaalde arrangementen en regelingen worden opengesteld voor gemeenten die nagenoeg voldoen aan de geldende GSB-criteria of die op onderdelen voor dezelfde problemen en uitdagingen staan als de toenmalige G30 (nu G31), waarbij specifiek Almere en Apeldoorn zijn genoemd;

verzoekt de regering, in de geest van de motie-Adelmund, het huidige overleg met de G31, het IPO en de VNG over de evaluatie van het Grotestedenbeleid en over de contouren van het stedelijk beleid na 2009 te verbreden met de vijf 100.000-plusgemeenten die nu (nog) geen deel uitmaken van het Grotestedenbeleid (Haarlemmermeer, Almere, Apeldoorn, Ede en Zoetermeer),

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ortega-Martijn, Van Heugten en Depla. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 30 (31200-XVIII).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in diverse bekostigingsstelsels voor gemeenten, bijvoorbeeld in het kader van de Wet werk en bijstand, de maatschappelijke opvang en de bestrijding van jeugdcriminaliteit zijn gebaseerd op historische grondslagen;

overwegende dat tijdige aanwezigheid van voorzieningen kan bijdragen aan het voorkomen dat nieuwbouwwijken aandachtswijken worden;

verzoekt de regering, te onderzoeken hoe bekostigingsstelsels voor voorzieningen voor gemeenten die te maken hebben met grootschalige nieuwbouw, zodanig kunnen worden aangepast dat voorzieningen tijdig beschikbaar zijn, en de Kamer hierover binnen zes maanden te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ortega-Martijn en Depla. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 31 (31200-XVIII).



Bron: ongecorrigeerd verslag

« Terug

Reacties op 'Bijdrage debat begroting Wonen, Wijken en Integratie'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2007

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari