Bijdrage Remmelt de Boer Algemene Financiële Beschouwingen 2008

donderdag 29 november 2007 10:24

Mevrouw de voorzitter,
Deze bijdrage is mede namens de fractie van de S.G.P.
Allereerst willen we kort aangeven wat het kader is waarbinnen we onze bijdrage willen plaatsen.
Tijdens de Algemene Beschouwingen heeft de heer Schuurman reeds aangegeven, dat onze fracties een voorstander zijn van wat hij noemde de Jozef-economie: in tijden van voorspoed die voorzieningen treffen die nodig zijn om in tijden dat het minder goed gaat die maatregelen te blijven nemen die voor ons land en volk nodig zijn.
Daar willen we drie pijlers aan toevoegen. We beperken ons tot drie, ook gezien de inbreng die we zoals ik al zei, reeds hadden bij de Algemene Beschouwingen.
We willen ook in het financiële beleid voor de komende jaren een sterke nadruk leggen op het behoud van de schepping en het terugdringen van wat in de loop van de laatste decennia scheef is gegroeid in het kader van o. a. het milieu. Goed rentmeesterschap vraagt naar onze mening om een zorgvuldig omgaan met onze aarde, niet alleen voor ons maar zeker ook voor onze kinderen en kleinkinderen.
Als volgende pijler willen we noemen de zorg die de overheid mag en moet hebben voor de mensen in onze samenleving die nauwelijks rond kunnen komen. Voor ons is een belangrijk Bijbels uitgangspunt: opkomen voor armen en zwakken in onze samenleving. We willen hier straks enkele concrete zaken bij noemen.
Als laatste uitgangspunt willen we noemen, dat in een maatschappij de groei van economie en welvaart, vertaald in financiën, niet het ultieme doel mag zijn. Sterker nog, ongeremde groei kan zelfs belemmerend werken op het welzijn van de burger. Of, zoals prof. Goudzwaard het eens verwoordde: “leven binnen grenzen is niet benauwend. Integendeel. Het sonnet levert de mooiste poëzie op”.
We zouden het op prijs stellen, als de minister op deze uitgangspunten van ons zou willen reageren.

Onze fracties steunen het financiële beleid van dit kabinet. Dat beleid leidt ertoe dat gedurende deze kabinetsperiode middelen worden aangewend voor het tijdig oplossen van grote problemen die op ons afkomen. Daarbij denken we zonder volledig te zijn aan de inspanningen die nodig zijn om de gevolgen van de klimaatsverandering het hoofd te bieden – te denken is aan verhoging van dijken, verbreding van rivierbeddingen en versterking van duinen. Ook het serieus nemen van de komende vergrijzing kan op steun van onze fracties rekenen. Bovendien is begroot dat voor de periode van 2008 – 2011 de begroting een overschot vertoont, terwijl de staatsschuld lager wordt dan enkele tientallen jaren lang het geval was. Al met al en solide beleid, dat de steun van onze fracties verdient. Bovendien is als gevolg van de algemene beschouwingen in de Tweede Kamer op een aantal punten een correctie op de begroting aangebracht waar wij content mee zijn. Echter, de voorgestelde maatregelen moeten wel toetsbaar zijn, anders kunnen we op termijn bij een jaarverslag moeilijk nagaan of doelen zijn bereikt. Vindt de minister, dat in de begroting de te bereiken doelen voldoende scherp zijn geformuleerd?

Ook zouden we van de minister willen horen of de verwachte economische ontwikkelingen waar deze begroting rekening mee houdt, volgens hem nog steeds actueel zijn. Daarbij denken we in ieder geval aan ontwikkelingen als de onverwacht grote groei van de economie in het derde kartaal van dit jaar, maar zeker ook aan de voortdurende problemen in de Verenigde Staten inzake de kredietcrisis en aan de afkalvende aandelenkoersen. We zijn immers inmiddels al weer heel wat maanden verder dan de dag waarop de begroting gereed kwam. Graag een antwoord op dit punt. Misschien dat de minister daarbij ook de meest concrete cijfers kan geven wat betreft de verwachte financiële ontwikkelingen in verband met de begroting 2007. Het jaar 2007 is immers al weer voor 90% voorbij zodat het toch mogelijk moet zijn een redelijk inzicht te geven in hoe de jaarrekening eruit zal gaan zien. Komt er wellicht een stevig overschot aan? Of een fors tekort?

Regeren is vooruitzien. Nu hebben we begrepen dat de verschillende bewindslieden gebonden zijn aan de budgetten die in de begroting zijn weergegeven. Dat is natuurlijk een goed uitgangspunt. Echter, wat doen we als zich situaties voordoen die niet of niet in voldoende mate, zijn onderkend. Dan kan het toch niet zo zijn, dat afspraken voor pakweg 4 jaar vastliggen. Om dit te concretiseren: er dreigt een groot tekort aan docenten. Dit beroep moet aantrekkelijker worden gemaakt door middel van een aantal maatregelen. O.a door aanpassing naar boven van de salarissen voor in ieder geval een aantal groepen leerkrachten. Het kabinet heeft daar vorige week besluiten over genomen. Echter, het goed functioneren van het onderwijs is toch van een groter belang dan alleen een onderwijsbelang. Dan kun je toch niet zeggen, onderwijs, los het probleem maar binnen je eigen begroting op zodat als je het ene probleem oplost andere knelpunten weer groter worden? We hebben toch te maken met een probleem dat het hele kabinet en ook de hele volksvertegenwoordiging aangaat? Dan is het toch een draagt elkaars lasten? Oftewel, een beroep op de algemene middelen is dan toch legitiem?

Mevrouw de voorzitter, een ander onderwerp.
Gezien onze geformuleerde uitgangspunten zijn wij blij met de grote financiële aandacht die er is voor ontwikkelingsamenwerking. Ik heb het dus niet over de uitvoering ervan, dat dient hier thans niet, maar over het feit dat er middelen beschikbaar zijn. Onze fracties juichen dat toe. Iets van onze overvloed beschikbaar stellen voor mensen die in zeer hulpbehoevende situaties verkeren is bittere noodzaak. Schrijnend kwam het probleem van de arme landen recent weer in het nieuws door prins Willem Alexander, die de verschrikkelijke hygiënische toestanden in veel landen aan de orde en aan de kaak stelde. Als je bedenkt dat er, zoals werd meegedeeld, dagelijks duizenden kinderen sterven omdat er geen drinkwater en toiletten zijn, dan bekruipt je een gevoel van machteloosheid en besef je dat ontwikkelingshulp meer dan ooit nodig is.

Wat betreft de koopkrachtontwikkeling in ons eigen land hebben we toch zorgen. En wel met name over het feit, dat volgens de tabellen gezinnen waar één modaal inkomen binnenkomt, erop achteruit gaan. Deze groep gaat er bovendien vanaf 2009 nog eens 0,5 % op achteruit i.v.m. het afbouwen van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting. En is al bekend wat de gevolgen zijn van de verhoging van de energieprijzen, om ons daar toe te beperken, voor de koopkrachtontwikkeling van deze groep? Wat die overdraagbaarheid betreft kan gezegd worden: dat is een gelopen koers, houd daar over op. Toch nog het volgende: in het economenblad ESB van 16 november schrijft mevr. Pott-Buter , dat afschaffing van deze overdraagbaarheid voor 150.000 gezinnen met kinderen ouder dan 6 jaar uiteindelijk zal leiden tot een inkomensachteruitgang van 14%. Ze stelt: “In gezinnen met meerdere kinderen en een laag inkomen kan het inkomen dan dalen beneden het sociaal minimum”. Zonder een inkomenscompensatie schrijft ze verder “zal het beroep op de bijstand toenemen”. En dat, terwijl de minister in een brief aan de Tweede Kamer over preventie van armoede schrijft: “Het beleid van het kabinet is in de eerste plaats gericht op het voorkomen van problematische schulden, vanuit de gedachte dat voorkomen beter is dan genezen”. Vindt de minister nu ook niet met mij, dat dit beleidsuitgangspunt op gespannen voet staat met de ontwikkeling die ik zojuist schetste en wil hij daar wat aan doen?
Wat betreft de topinkomens zijn onze fracties van mening dat er inderdaad naar gestreefd moet worden die te beperken. Wel willen we wijzen op de eenzijdigheid van de discussie. Als gesproken wordt over topinkomens wordt steevast gekeken naar het bedrijfsleven.Dat zou zelfs de primaire doelgroep zijn. Maar wat moeten we dan aan met bijvoorbeeld gokken. Wervende teksten van de STAATSLOTERIJ, dat er bij de Oudejaarsloterij 2007 een prijs van € 20.000.000 is te winnen. Een topinkomen? En om nog een voorbeeld te noemen: willen we ook de topinkomens van voetballers aanpakken? M.a.w., we moeten de discussie niet eenzijdig, maar evenwichtig voeren.

Dit laat overigens onverlet, dat er wat aan de topinkomens, zeker in de semi-publieke sector, moet worden gedaan. We gaan ervan uit, dat over enkele weken tijdens de behandeling van het belastingplan, dit onderwerp wel nader aan de orde zal komen.
Dat geldt ongetwijfeld ook inzake de discussie over de hypotheekaftrek. Het kabinet wil daar niet aan. Maar regeren is toch vooruit zien? Er is toch niets op tegen, om nader na te gaan wat de gevolgen daarvan zijn? Het kabinet kan toch niet zomaar het pleidooi van de VROM-raad, die stelt dat er een maatschappelijk drama dreigt als er niet gebeurt op de woningmarkt, naast zich neerleggen? Graag een reactie van de minister.

Mevrouw de voorzitter, Nederland als financieel centrum is de laatste tijd nadrukkelijk in discussie, zeker ten tijde van de overname van de ABN/Amro bank. Nar onze mening heeft de minister er terecht opgewezen, dat we te maken hebben met vrije bedrijven die vrij kunnen opereren in de markt, uiteraard binnen afgesproken spelregels. Voor banken is daartoe het toezicht van de DNB. Terecht heeft de minister gewezen op de noodzaak van een goed vestigingsklimaat, ook voor de financiële sector. Ligt in dat verband het opgestelde Action plan voor de komende twee jaar op schema?
Overigens, Nederlandse bedrijven zijn lang niet zo Nederlands als we vaak willen geloven. Bovendien; de markt gaat door. Heineken wil overnemen, Grolsch wordt overgenomen. En de burger denkt: als de beugel maar blijft.
Mevrouw de voorzitter, onze fracties zien met belangstelling de beantwoording namens het kabinet tegemoet.

Remmelt de Boer, ChristenUnie, mede namens de S.G.P. Eerste Kamer, 26 november 2007.

« Terug

Nieuwsarchief > 2007

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari