Bijdrage Voordewind overleg Verlenging missie Uruzgan

maandag 17 december 2007 14:42

Verlengen oke, maar meer wederopbouw en harde einddatum

Ik wil allereerst beginnen met het uitspreken van de grote verantwoordelijkheid die onze fractie voelt bij het bepalen van ons standpunt om al dan niet tot verlenging van de missie in Uruzgan over te gaan. Het gaat hier om de afweging van de inzet van onze militairen, zonen, echtgenoten, vaders, en in sommige gevallen ook moeders en dochters, in een zoals de artikel 100 brief ook zegt, een risicovolle missie. En we treuren mee met de families en gezinnen die hun vader of echtgenoten hebben verloren in de strijd in Afghanistan.

Aan de andere kant hebben we te maken met een land dat dertig jaar oorlog kent, het vierde armste land van de wereld, dat gebukt ging onder een regime dat niets moest hebben van democratie, mensenrechten en bescherming van minderheden. Waar meisjes en vrouwen geen onderwijs kregen en geen of zeer beperkte toegang hadden tot gezondheidszorg. Een land waar 20 procent van de kinderen voor het vijfde jaar overlijdt en met een gemiddelde levensverwachting van 43 jaar. Een uitzichtloze situatie voor de 31 miljoen inwoners.

Ook de dreiging van nieuwe terroristische aanslagen is reden voor de ChristenUnie om betrokken te zijn bij de opbouw van vrede en stabiliteit in Afghanistan. Dit gezien het feit dat eerdere aanslagen zoals bij de VS en het Verenigd Koninkrijk in belangrijke mate vormgegeven zijn door het gedachtegoed en de propaganda van Osama bin Laden en zijn Al Qaeda-netwerk, samen met de aanwezigheid van vele terroristische opleidingskampen in Afghanistan. Het stabiliseren van Afghanistan dient zodoende ook direct het Nederlands veiligheidsbelang.

De ChristenUnie dankt het kabinet voor de uitgebreide art. 100 brief. Dank ook voor de uitgebreide schriftelijke beantwoording. In dit debat gaat het om een politieke afweging.

Balans van de huidige missie:
De ChristenUnie deelt de analyse van het kabinet van tegen- en meevallers bij de huidige missie. De opbouw van het provinciaal en lokaal bestuur is nog onvoldoende met inmiddels de derde gouverneur en een staf die veelal ongeletterd is. Met betrekking tot de veiligheid is er een relatieve stabiele veiligheidssituatie binnen de inktvlek, maar stuit de TFU aan de randen van de inktvlek regelmatig op verzet. Dit verzet neemt de laatste tijd wel toe rond Deh Rawod.
Met betrekking tot de wederopbouwactiviteiten is de ChristenUnie onder de indruk van de projecten die in korte tijd zijn opgestart en uitgevoerd. We zijn blij om te horen dat minimaal 50% van de bevolking wordt bereikt met de Nederlandse wederopbouwactiviteiten. Van de 350.000 mensen zijn er alleen al door de QVP 160.000 bereikt.

Doel van de nieuwe missie aangepast:
De artikel 100 brief geeft aan dat bij de verlenging het accent zal verlegd worden naar meer wederopbouw en meer training en begeleiding van de Afghaanse veiligheidsinstanties. De ChristenUnie kan hier volledig mee instemmen. Mijn fractie is ervan overtuigd dat door de Afghanen in staat te stellen hun eigen ontwikkeling en veiligheid ter hand nemen, uiteindelijk de weerbaarheid tegen de Taliban zal toenemen. Tegelijkertijd kan dit nog niet plaatsvinden zonder hulp van buitenaf.

Cruciale vragen
Er is dan ook volgens de ChristenUnie ruimte voor een verlenging. Maar daarvoor moet er wel meer duidelijkheid komen over een aantal belangrijke vragen die mijn partij heeft bij de verlenging:

1. Wederopbouw
Mbt de wederopbouw zegt het kabinet tegelijkertijd dat de absorptiecapaciteit een beperkende factor is. Er wordt echter niet aangegeven hoe men denkt dit probleem aan te pakken. De Engelsen in Helmand zitten met het zelfde probleem. Toch trekken zij ook meer geld uit voor de wederopbouw 625 miljoen euro de komende jaren. Ook de Australiërs richten zich op meer wederopbouw. Nederland heeft in 2007 circa 25 miljoen euro (2006 maar 3,8 mln) besteed aan de wederopbouwactiviteiten in Uruzgan. Dat bedrag moet toch kunnen worden verhoogd. Darvoor stelt de ChristenUnie het volgende voor:

1. Stuur meer OS-deskundigen naar Urzugan. Wat ik in de beantwoording lees is dat er op termijn 2 OS-diplomaten worden toegevoegd aan de ambassade in Kabul en dat het PRT bestaat uit bijna alleen maar militairen en slechts enkele cimic’s en burgers. (in TFU in totaal 15 cimic’s). Als er absorptieproblemen zijn, stuur dan, naast militaire trainers, ook OS-trainers of OS-OMLT’s naar de provincie. Als er dan te weinig hulpverleners van buiten willen komen, dan moet Nederland ze maar opleiden tot hulpverlener zodat de gezondheidszorg en het onderwijs en de landbouw goed van de grond komen. Waarom is er eigenlijk gekozen voor het Duitse GTZ, wat toch vooral een technische assistentie specialisme heeft. Waarom niet Nederlandse consultants bij bijvoorbeeld onze MFO’s ingehuurd? Gaat GTZ onder het Nederlandse PRT werken. Hoe verloopt de afstemming met het Australische PRT of RTF?

Kortom is het kabinet bereid om meer OS-consultants in te huren dan de genoemde 2?
Tegelijkertijd de oproep aan het kabinet om zich te blijven inzetten om een permanent VN-kantoor geopend te krijgen in Uruzgan. Dit zal een duidelijk politiek signaal zijn naar NGO’s die nu nog twijfelen om zich te vestigen in Tarin Kowt.

2. Zorg dat onze PRT meer civiel gaan werken. Het kabinet stelt dat de PRT op termijn meer civiel zullen worden en onder civiele leiding komen. Kan het kabinet aangeven wat de inzet wordt? Gaan we naar een 50-50% verhouding van civiel en militair en wanneer? De ChristenUnie vindt dat alleen duurzame projecten van de grond zullen komen als OS-deskundigen in voldoende mate betrokken worden bij het PRT. Het PRT van de Australiërs (400 man, wij 60) bestaat wel hoofdzakelijk uit opbouwwerkers. Ook andere landen hebben al civiele PRT’s (zie vr. 457). Ik zeg niet dat de Nederlanders al het werk moeten doen in plaats van de Afghanen, maar nu staat de verhouding niet gelijk met de gepresenteerde accentverschuiving. En natuurlijk moeten de Afghanen op den duur het werk zelf gaan doen en moeten we een koloniale structuur vermijden, maar dan moeten we ze wel in staat stellen en opleiden om het zelf te gaan doen.

3. Laat onze militairen zich meer concentreren op de Quick Visibility Projecten. Van de 1000 militairen die de Australiërs in Uruzgan hebben, werken er 400 aan wederopbouw. De meerwaarde van Defensie bij hulpverlening zit hem volgens mijn fractie in herstelprojecten van de infrastructuur zoals wegen en irrigatiekanalen. Dus zet meer militairen in voor de uitvoering van deze infrastructurele werken. En laat Defensie zich inzetten om de transporten van de NGO’s te beveiligen.

4. Goed dat Radio Nawa wordt gesteund. In hoeverre kan dit medium nog meer benut worden om de burgers te informeren over de vorderingen van het PRT in Uruzgan? En overweegt de TFU nog andere communicatiemiddelen te gebruiken om de burgers te informeren om zodoende ook de resultaten goed bekend te maken om daarmee het draagvlak onder de bevolking te vergroten?
Vr. zonder deze genoemde concrete en substantiële aanvullende maatregelen, wordt de gepresenteerde accentverschuiving door het kabinet onvoldoende onderbouwd. Graag dus toezeggingen op dit punten.

2. Bijdragen van derde landen
Waardering voor de inzet van de SG van de NAVO om samen met Nederland op zoek te gaan naar derde landen. We zijn dankbaar voor de toezeggingen van de betrokken landen.

1. Wel wil mijn fractie duidelijkheid over de precieze omvang en bijdragen van derde landen en uit welke eenheden gaan die bestaan en met welke precieze taken?

2. Kan het kabinet de verzekering geven dat de Australiërs blijven tot en met in ieder geval 2010?

3. Wat zijn de kansen dat zich nog meer landen zich zullen aanmelden voort een bijdrage aan Uruzgan of dat de nu aangemelde landen in staat zullen zijn meer te doen dan nu bekend?

4. En hoe kan dit onze bijdrage doen verlagen en wat heeft dit eventueel voor financiële gevolgen (meevallers)?

5. Wat kan er nu al gezegd worden over de Fransen en een eventuele overname van ons als lead nation in Uruzgan?

6. De Georgiërs zijn nog onzeker. Als zij wegvallen, welk effect zal dat hebben op de verminderen van onze troepen in Uruzgan, want het gaat wel om circa 200 militairen heb ik begrepen.

Graag dus meer duidelijkheid over de concrete bijdragen van derde landen.

3. Harde einddatum missie
Dank voor het sturen van een brief aan de NAVO waarin nog eens uiteen gezet wordt dat Nederland stopt na 2010. We zijn als Kamercommissie al enigszins gerust gesteld door de secretaris generaal. De ChristenUnie vindt dat na 2010 de NAVO weer verantwoordelijk wordt voor de ISAF-missie in Uruzgan. Nederland kan en zal niet in staat zijn langer dan 2010 in Uruzgan te blijven, zowel qua personele uitzenddruk als materiele belasting. ) Daarom de vraag naar een schriftelijke bevestiging van de NAVO hierover. Graag een reactie.

4. Financiën
Dank voor het overzicht van alle kosten die met deze missie gemoeid zijn. Het is me nog niet helemaal duidelijk. De ChristenUnie vindt het van cruciaal belang dat de missie in Afghanistan niet ten koste gaat van de instandhouding van de krijgsmacht. Daarom hebben we samen met de coalitiepartijen een motie ingediend. Extra kosten gekoppeld aan de missies, moeten betaald worden buiten de begroting van Defensie om. Maar is dat nu echt zekergesteld? Is er rekening meegehouden dat gereedstelling voor de missie extra kosten met zich meebrengt? Dat moet financieel wel worden afgedekt. Kunt u die garantie geven? En er staat in de beantwoording dat gereedstelling wel onder de defensiebegroting valt, redeployment niet. Waarom is dat? De ChristenUnie kan er mee leven als daarmee gewacht wordt tot de voorjaarsnota gebeurd. Ook omdat dan er meer duidelijkheid verwacht kan worden over de deelname van derde landen (mogelijke besparing van circa 20 miljoen).

Overige vragen:

6. NAVO-strategie Pakistan
Zonder het grensconflict tussen Pakistan en Afghanistan aan te pakken, zal naar de mening van de ChristenUnie een effectieve grensbewaking niet mogelijk zijn en kan niet voorkomen worden dat extremisten ongestoord de grens zullen blijven oversteken (aanvoer lijn Karachi). Vandaar drie vragen:
1. Wat zijn de concrete resultaten tot nu toe van het tripartiete overleg tussen de NAVO, Pakistan en Afghanistan als het gaat om de grensbewaking van 2500 km lange grens?
2. Wat wordt de Nederlands inzet bij de NAVO-top in Boekarest mbt het opstellen van een politiek-militair plan ten aanzien van Pakistan en de grens met Afghanistan? En concreter: wat gaat de NAVO nu doen om het grensdispuut tussen Afghanistan en Pakistan te helpen oplossen.
3. Is Nederland bereid om mee te betalen, mogelijk met andere NAVO-lidstaten, om nachtzichtapparatuur aan te schaffen?

7. Zorg voor terugkomers
De ChristenUnie vindt het van cruciaal belang om goed te zorgen voor onze mensen in het veld. Zij hebben recht op alle noodzakelijke bescherming die nodig is voor hun veiligheid. Maar ook als onze militairen terugkeren`, moet er goed voor gezorgd worden. Defensie heeft een uitgebreid pakket aan nazorg blijkt uit ook nog eens uit de brief van 30 maart 2006. Daarin zijn verschillende contactmoment vastgelegd en debriefings.
Waar de ChristenUnie zich echter zorgen om maakt, is de nazorg na 6 maanden. Sommige symptomen of ziekten zoals PTSS openbaren zich pas na langere tijd. Er wordt na 6 maanden een vragenlijst toegestuurd. Die wordt maar door 1/3 van de teruggekeerde militairen ingevuld. Hierdoor is er geen goed zicht op de fysieke en geestelijke gesteldheid van deze groep.
Er wordt inmiddels (brief 2 nov 2007 over de dienstweigeraar) nieuw beleid voorgesteld. Daarbij wordt het vragenformulier vereenvoudigd en de actieve militair wordt actief benaderd bij het niet invullen, maar dat geldt niet voor de postactieve militair.

Concreet de vraag kan er niet één standaard terugkomgesprek worden ingepland na 6 tot 12 maanden, zodat we wel goed zicht krijgen hoe het met de militair in kwestie gaat. Dan kan tijdens dat gesprek gezamenlijk de vragenlijst worden ingevuld. Graag een reactie op dit voorstel.

Concluderend voorzitter,
De ChristenUnie wil graag 1. een uitgebreidere concretisering van het accent wederopbouw met meer civiele OS deskundigen; 2. meer duidelijkheid over de toezeggingen van derde landen en 3. de verzekering van de NAVO dat de einddatum glashelder is. Met name deze drie punten zijn voor mijn fractie van groot belang voor het maken van een goede eindafweging.

« Terug

Nieuwsarchief > 2007

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari