Bijdrage debat over de aanpak van Antilliaans-Nederlandse risicogroepen

donderdag 27 maart 2008 11:54

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie): Voorzitter. Ik steun in ieder geval de inzet van de minister voor het aanpakken van problemen waarmee Nederlands-Antilliaanse jongeren geconfronteerd worden. Ik vind het wel van belang dat wij op een goede manier toezien op het toekennen van financiële middelen. Sinds de jaren tachtig wordt ontzettend veel geld rondgepompt om deze problemen op te lossen. Gemeenten hebben alle autonomie daarin. Dat vind ik prima, maar ik ben een beetje ongerust over de wijze waarop de bestuurlijke arrangementen zullen worden afgesloten en de gemeenten daarover verantwoording moeten afleggen. Als wij daarop niet goed toezien, zie ik het weer gebeuren dat met het nieuwe programma allerlei doelstellingen niet worden gerealiseerd. Daarover dien ik een motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat 50% van de Antillengemeenten de doelstellingen van de bestuurlijke arrangementen nog niet hebben gerealiseerd;

overwegende dat de minister voortvarend aan de slag wil met afspraken met de Antillengemeenten voor de periode vanaf 1 januari 2009;

verzoekt de regering, erop toe te zien dat zo veel mogelijk de doelstellingen van de periode 2004-2008 worden gerealiseerd, de resultaten van deze periode te evalueren en een deel van de toe te kennen financiële middelen aan de Antillengemeenten voor de periode vanaf 1 januari 2009 afhankelijk te maken van de resultaten uit de huidige periode,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ortega-Martijn. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 37 (26283).

De heer Dijsselbloem (PvdA):

Voorzitter. Ik heb twee vragen voor mevrouw Ortega. Wil zij echt deze hele periode afwachten en daarna pas evalueren, terwijl wij nu al op basis van een tussentijdse evaluatie weten dat de doelstellingen veelal niet worden gehaald? Zegt zij nu echt dat als bepaalde projecten niet de voorgenomen doelstellingen hebben opgeleverd, de betrokken gemeenten bij wijze van sanctie bij de toedeling van nieuwe middelen zullen worden getroffen en dus minder geld zullen krijgen? Dat lees ik toch nog steeds in haar motie.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Ik wil niet dat de minister wacht. Ik vind het wel goed dat de Kamer in ieder geval voor de zomer van volgend jaar volledig inzicht krijgt welke gemeenten wel of niet wat hebben gerealiseerd.

Ik wil inderdaad dat bij de nieuwe prestatieafspraken die de minister maakt met de gemeenten in ieder geval eisen van verscherpt toezicht of wat dan ook worden ingebouwd. Als bepaalde gemeenten heel veel steken hebben laten vallen, kan er op die manier voor gezorgd worden dat de prestatieafspraken voor de komende tijd wel volledig gerealiseerd worden.

De heer Dijsselbloem (PvdA):

Zou het dan niet voor de hand liggen om met die gemeenten in de nieuwe afspraken meer op de inhoud te sturen? Daarbij gaat het dan om de vraag wat bewezen effectieve methoden zijn. U zegt echter in het dictum van uw motie dat de gemeenten die slecht hebben gepresteerd -- dat betreffen overigens projecten die door de vorige minister allemaal zijn goedgekeurd -- dat voor de volgende periode maar in hun portemonnee moeten voelen. Dat lijkt mij, ook in de bestuurlijke verhoudingen, een vreemde werkwijze.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Wat betreft de bestuurlijke verhoudingen vind ik het ook vreemd dat wanneer er afspraken gemaakt worden en er belastinggeld wordt ingezet, de Kamer niet wil dat gemeenten verantwoording afleggen over wat zij met dat geld hebben gedaan. Wat mij betreft komt er dus volgend jaar een volledige evaluatie van wat er nu precies is gebeurd met die gelden en waarom gemeenten bepaalde doelstellingen niet hebben gerealiseerd. Op dit moment is voor de Kamer evenmin helder wat de oorzaken zijn van het niet-realiseren van de doelstellingen.

De heer Dijsselbloem (PvdA):

Uw antwoord slaat op mijn eerste vraag: u pleit voor een goede evaluatie; wij moeten lessen leren. U hebt mijn tweede vraag nog niet beantwoord. Waarom wilt u gemeenten die minder hebben gescoord op hun projecten, in de nieuwe periode minder budget geven? De problemen in de verschillende steden zijn er echt niet minder om. Het is toch veel belangrijker om te sturen op de inhoud en daarop meer te focussen dan om te zeggen dat gemeenten het in het verleden slecht hebben gedaan en dus minder geld krijgen? Problemen verdwijnen niet door die benadering.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Ik ben het helemaal met u eens wat betreft het sturen op de inhoud. In het vorige debat heb ik al aangegeven dat de minister zal komen met een heel monitoringsysteem om inderdaad goed op die inhoud te gaan sturen. Maar ik blijf vinden dat op het moment dat er afspraken zijn gemaakt met gemeenten en zij deze niet nakomen, dat betekent dat het geld op een verkeerde manier is ingezet. Het is dan een beetje vreemd om wanneer er voor het volgende jaar opnieuw afspraken worden gemaakt, dan te zeggen: oké, hier heb je weer €100.000; wij gaan inderdaad afspraken met elkaar maken en wij kijken niet meer terug wat er is gebeurd. Ik blijf erbij dat de minister in ieder geval rekening moet houden met de vorige afspraken, ook in financiële zin, als inderdaad gemeenten bepaalde doelstellingen niet hebben gehaald. Daar wil ik niet heel vervelend over doen; het gaat mij echt om gemeenten die in grote mate de doelstellingen niet hebben gerealiseerd.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Ik wil het graag even heel concreet hebben. Wij hebben straks een taskforce die inzichtelijk maakt wat de plannen, waar wij allemaal achter staan, uiteindelijk gaan kosten. Stelt u nu concreet voor om op het moment dat het geld wordt toebedeeld aan gemeenten, vervolgens te korten op dat wat mislukt is, zodat uiteindelijk de plannen die wij hier met elkaar willen realiseren niet worden uitgevoerd?

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Ik stel concreet voor dat de minister iets moet inbouwen, voor mijn part een stop op de achterdeur of wat dan ook, zodat de gemeenten die inderdaad steken hebben laten vallen, beter hun best gaan doen. De minister kan ook zeggen: u hebt inderdaad in de periode 2004-2008 bepaalde projecten niet gerealiseerd, dus ik wil mijn geld terug hebben. Dat is ook een mogelijkheid.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Maar wij weten toch dat die projecten hebben gefaald en dat sommige gemeenten hebben geprutst? Daarom is toch juist het nieuwe beleid ingezet, dat straks een financiële onderbouwing zal hebben? Dat beleid kan ervoor zorgen dat die kinderen en die jongeren straks wel kansen krijgen. Waarom zouden wij ze opnieuw kansloos maken omdat bestuurders zitten te prutsen?

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Om er zorg voor te dragen dat bestuurders niet meer zullen prutsen!

Bron: ongecorrigeerd verslag

« Terug

Reacties op 'Bijdrage debat over de aanpak van Antilliaans-Nederlandse risicogroepen'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2008

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari