Christelijk realisme behoedt voor maakbaarheidsgeloof

rouvoetnieuwsdinsdag 08 april 2008 11:10

Hartelijk dank voor uw uitnodiging. Meer dan een jaar geleden moest ik verstek laten gaan, toen nog als lijsttrekker. Met mijn aanwezigheid vanavond los ik een oude belofte in. Dat doe ik met plezier.
U heeft mij gevraagd iets te zeggen over maakbaarheid. Dat heeft, zo bleek mij, te maken met een aantal beelden die leven over het beleid en de aanpak van dit kabinet. Dit kabinet zou uitgaan van de maakbaarheid van de samenleving, en dat zou onder meer zichtbaar worden in het jeugd- en gezinsbeleid. Ik ga daar graag op in, uiteraard om het tegendeel aan te tonen. Ik zal dat doen in drie punten:

"Nederlanders moeten het zesde couplet van het Wilhelmus vaker zingen"

1 - wat is maakbaarheidsgeloof?
2 - wat is de aanpak van het kabinet ten aanzien van de maatschappelijke problemen?
3 - hoe verhoudt zich deze aanpak tot mijn eigen christelijk-sociale visie op de samenleving?
Tot slot wil ik ook nog iets zeggen over de spiegelzijde van maakbaarheidsgeloof, namelijk overspannen verwachtingen bij burgers ten aanzien van wat de overheid vermag, en de invloed daarvan op het vertrouwen in de politiek.

1. Maakbaarheidsgeloof
Wat is maakbaarheid? Iemand die het leven ‘maakbaar' acht, gaat ervan uit dat zijn of haar leven geheel afhangt van beheersbare beslissingen en daden. Een overheid die de samenleving ‘maakbaar' acht, meent de ontwikkeling ervan geheel te kunnen beheersen door eigen beleid. Doorgaans bestaat het beeld dat ‘maakbaarheidsgeloof' dominant was in de politiek van de jaren ‘70, waarin de verzorgingsstaat werd uitgebouwd. Maar ook vandaag wordt gezegd dat de overheid bouwt aan een ‘preventiestaat' (zie o.a. Van Gunsteren onlangs in het NRC), waarbij onrealistische verwachting zou worden gewekt dat het kwaad kan worden uitgebannen.
Maakbaarheidsgeloof wortelt in utopisch denken: de hemel op aarde willen realiseren. Onder het maakbaarheidsgeloof schuilt een onderschatting van de invloed van andere krachten dan die van de overheid, of, de keerzijde, een overschatting van de macht van de mens. Deze overschatting van menselijke macht hangt samen met het streven vanuit de Verlichting, namelijk dat de mens autonoom, onafhankelijk wil zijn van de natuur, onvoorziene omstandigheden, van goddelijk ingrijpen.

2. Aanpak kabinet
Aan het eind van mijn betoog kom ik op de vraag of het kabinet zich schuldig maakt aan dit maakbaarheidsgeloof. Nu eerst iets over de aanpak die het kabinet voorstaat. Het is belangrijk in de politiek open oog te hebben voor de werkelijkheid van vandaag en daarop te reageren. Het kabinet maakt in het Coalitieakkoord duidelijk hoe het aankijkt tegen ontwikkelingen in de samenleving, en hoe het hierop wil inspelen. Ik schets een aantal trends.
• De afgelopen decennia hebben we een sterke mate van individualisering gezien. Individualisering is in zichzelf geen kwaad, maar kan doorslaan als het individu los wordt gezien van zijn sociale verbanden. Helaas is individualisering deels wel gepaard gegaan met een verzwakking van die verbanden, van duurzame relaties. Bindingen zijn meer voorwaardelijk en minder duurzaam geworden. We zien dat bijv bij gezin en huwelijk en de enorme toename van het aantal echtscheidingen.
• De groei van de verzorgingsstaat (tot de jaren 80) versterkte dit, doordat veel sociale verantwoordelijkheden door de staat werden opgeëist en het eigen initiatief van burgers op de achtergrond raakte. Onder druk van de financiële onhoudbaarheid trok de overheid zich terug onder de kabinetten Lubbers en later Kok en liet meer aan de markt over. Ook de kabinetten Balkenende I t/m III zetten in op verdere hervorming van de verzorgingsstaat. Er werd toen al veel gesproken over de ‘eigen verantwoordelijkheid' van de burger, al kreeg dat vaak invulling dat burgers vooral voor zichzelf verantwoordelijk werden geacht.
• Een andere markante ontwikkeling ligt op sociaal-cultureel vlak. Onze samenleving is in een zekere identiteitscrisis beland door de integratieproblematiek. Nadat lange tijd in NL het multiculturalisme het publieke debat domineerde, zien we sinds de Fortuyn-revolte de gedachte in steeds bredere lagen van de samenleving doordringen dat niet alles wat exotisch is ook een verrijking betekent voor onze beschaving. Denk aan de gedwongen huwelijken, meisjesbesnijdenis of eerwraak. Denk ook aan spanning tussen grondrechten bij teksten uit islamitische kringen die voor Nederlandse oren toch wel erg ver van onze waarden afstaan. De vraag die zich aandiende, was: we willen dat immigranten zich aanpassen: maar waaraan eigenlijk? Wat zijn onze waarden en normen eigenlijk? Actueel gezegd: waar zijn we trots op?
• Dat brengt mij bij de laatste trend, namelijk de verwaarlozing vh publieke domein, ook in moreel opzicht. Te grote vrijblijvendheid ten aanzien van asociaal gedrag, heeft geleid tot verloedering en toenemende overlast, en tot onzekerheid over normen en waarden. Ook de recente debatten over bijv de seksualisering van samenleving (en rol media) raken hieraan. Er klinkt nu een roep om houvast en identiteit temidden van dynamiek, onzekerheid en onveiligheid. Mensen voelen zich ontheemd, hebben afnemend vertrouwen in politieke instituties zoals ook zichtbaar wordt in de dynamiek rondom nieuwe politieke bewegingen.

3. Aanpak kabinet
Dat brengt mij bij mijn derde punt, namelijk hoe het kabinet hierop reageert. Het kabinet zet vanuit een gemeenschappelijke analyse van deze problematiek in op versterking van de samenleving, onder het motto ‘Samen werken, samen leven'. Sociale samenhang staat centraal: "De kracht en kwaliteit van de samenleving worden bepaald door onderlinge betrokkenheid". We zetten in op "het vergroten van de mogelijkheden en de kwaliteit van leven van mensen. De overheid zal mensen mobiliseren, verbinden, ondersteunen en toerusten om hun verantwoordelijkheid voor hun eigen leven en de samenleving in al zijn verscheidenheid vorm te geven." (Coalitieakkoord)
Nadruk dus op het belang van een revitalisering van sociale verbanden en nadruk op het belang van duurzame relaties als huwelijk en gezin. Nadruk ook op gemeenschappelijke normen en waarden.
Dit brengt ook met zich mee dat dit kabinet weer grenzen durft stellen. Dat geldt ten aanzien van asociaal gedrag met een stevige aanpak van overlast en verloedering, dat geldt ten aanzien van ongezond en schadelijk risicogedrag zoals drugs, tabak en alcohol. Het geldt inzake fundamentele beginselen van de rechtsstaat en de uitwassen van islamitisch activisme. Ik verwijs naar wat het kabinet heeft gesteld in de reactie op het WRR-rapport over islamitisch activisme, namelijk dat de democratische rechtsstaat uitgangspunt is, en dat tegen concrete bedreigingen daarvan hard wordt opgetreden. Dat is geen slap of laf verhaal zoals sommige politici willen doen geloven. Het is een verhaal van principieel staan voor de vrijheden in dit land, en deze gunnen aan iedereen die deze niet bedreigd.
Op mijn eigen portefeuille gaat het om grenzen stellen aan verwaarlozing in de opvoeding, aan gemakzuchtige beëindiging van ouderlijke verplichtingen na echtscheiding. Via de Centra voor Jeugd en Gezin wordt het gewoner om over opvoedingsvragen te praten.
Deze nadruk op het stellen van grenzen roept veelvuldig het verwijt op van betutteling en moraalridderij. Critici vinden eigenlijk vinden dat de overheid terughoudender zou moeten zijn, en een enkeling verwijt het kabinet maakbaarheidsgeloof. Ik heb niets met deze kritiek, omdat zij is gebaseerd op onjuiste beelden van wat dit kabinet beweegt.

3. Taak overheid en christelijk-sociale traditie
Dat brengt mij bij de vraag hoe het kabinet aankijkt tegen de taak van de overheid, en hoe dat zich verhoudt tot mijn eigen christelijk-sociale traditie.
Het Coalitieakkoord spreekt van een overheid als bondgenoot voor de burgers. Ik citeer: "Deze tijd vraagt om een overheid die zich opstelt als bondgenoot van de samenleving, die betrouwbaar wil zijn en die samen met burgers aan oplossingen werkt. Professionals in de publieke sector zijn degenen die daaraan concreet handen en voeten geven. Niet stelsels en systemen, maar mensen en hun mogelijkheden dienen centraal te staan in het denken van de overheid. De overheid moet vertrouwen geven, ruimte laten, en mensen toerusten om volwaardig te participeren en verantwoordelijkheden te dragen."
Centraal staat hier: de overheid geeft ruimte aan mensen die hun verantwoordelijkheid nemen, en rust mensen toe tot verantwoordelijkheid wanneer hen dat niet op eigen kracht lukt.
Dit sluit naadloos aan bij een christelijk-sociale visie op de rol van de overheid, geïnspireerd door het beginsel van soevereiniteit in eigen kring. Zelfstandigheid van maatschappelijke verbanden staat daarin centraal, maar ook onderlinge betrokkenheid en aanspreekbaarheid op de gemeenschappelijke norm van de gerechtigheid.
De overheid heeft tot taak om voorwaarden te scheppen voor eigen initiatief van de andere kringen. In mijn gezinsbeleid vertaal ik dat door inkomensondersteuning te bieden, door voorwaarden voor het combineren van arbeid en zorg te bezien, door het beschikbaar stellen van opvoedadvies op vrijwillige basis. Het kan soms ook betekenen dat zorginstanties met overheidsgeld een gezin faciliteren om, als het daar zelf niet in slaagt, het eigen sociale netwerk te mobiliseren. (Eigen kracht benadering).
Een stap verder gaat het om daadwerkelijk in te grijpen in een andere kring, zoals een gezin. In het denken over soevereiniteit in eigen kring kan dat, echter onder strikte voorwaarden. Het ingrijpen moet incidenteel en tijdelijk zijn, en alleen wanneer blijkt dat een verband zijn eigen verantwoordelijkheid niet waarmaakt. We spreken dan van een ‘kring in nood'. Bijvoorbeeld wanneer de ontwikkeling van kinderen bedreigd wordt, wil ik de rechter de mogelijkheid geven om via een OTS-maatregel kortdurend in het ouderlijk gezag in te grijpen. Dit is vergaand, en moet daarom gepaard gaan met interventies gericht op versterking of herstel van de ouderlijke vaardigheid. De interventie moet fungeren als trampoline, niet slechts als vangnet of, erger, als dwangbuis.
In uw verenigingsorgaan komt de kritiek op het Elektronisch Kinddossier en de Verwijsindex aan bod, als zouden deze er blijk van geven dat ik de soevereiniteit in eigen kring verwaarloos en mij heb overgegeven aan een maakbaarheidsillusie. Veel van die kritiek heeft ook te maken met misverstanden: bijvoorbeeld dat ik wil dat de overheid de ontwikkeling van kinderen op de voet gaat volgen, en een nieuw soort risicoanalyse wil introduceren. Dat doet de jeugdgezondheidszorg echter al jaren, alleen tot op heden met papieren dossiers! Nu we die gaan digitaliseren zou dit plotseling een inbreuk op het gezinsleven betekenen door de overheid? Jeugdgezondheidszorginstellingen zijn bovendien geen overheidsambtenaren: het zijn professionals, die met overheidsgeld een gemeentelijke taak uitoefenen.
Het EKD is niet meer dan een hulpmiddel. Dat geldt ook voor de Verwijsindex, welke ervoor zorgen dat hulpverleners makkelijker van elkaar te weten komen dat ze met een risico-jongeren bezig zijn.
Dat de overheid zich meer met opvoeding bezighoudt, komt omdat we de cultuur van vermijden en vrijblijvendheid van de afgelopen decennia voorbij zijn. Ouders en opvoeders vragen ook zelf om steun vanuit de samenleving, omdat ze in hun eentje niet zijn opgewassen tegen de overvloed aan invloeden die hun eigen opvoedingsideeën ondermijnen en hun kinderen onder druk zetten. Als de samenleving die steun niet biedt, is het ook de overheid die zijn roeping moet verstaan. Met als doel: het herstel, het doen hernemen van de eigen verantwoordelijkheid van de samenleving, van ouders en opvoeders. Niet het overnemen ervan! In die zin is het overheidsingrijpen curatief. Dit is dus iets anders dan een maakbare samenleving. Maar er zou sprake zijn van een laakbare overheid als hij dit niet zou doen!

Conclusie
Ik rond af. Ik heb gezegd dat het kabinet inzet op investeren in de kracht van de samenleving. Dat past bij een christelijk-sociale visie. Burgers, gezinnen, ouders en opvoeders, werknemers en werkgevers, scholen, verenigingen en kerken dragen primair een eigen en onderscheiden verantwoordelijkheid, niet alleen voor hun eigen lot, maar ook voor dat van de ander. Bloei van de samenleving is in beginsel een zaak van de samenleving.
Nu het zelfoplossend vermogen van de samenleving de afgelopen decennia onder druk is komen te staan, heeft de overheid een preventieve en curatieve taak, gericht op het herstel, het hernemen van eigen verantwoordelijkheid van burgers. Dat leidt tot een overheid die zichzelf begrenst, maar wel betrokken is.
Is dit een vorm van maakbaarheidsgeloof? Christelijke politiek is naar mijn overtuiging wars van maakbaarheid. Ik beschouw politiek als antwoord geven op een roeping, uitgaand van wederzijdse afhankelijkheid en verbondenheid tussen overheid en andere spelers cq verbanden in de maatschappij. Overheid en burger zijn elkaars bondgenoten!
Ik zeg er iets bij. Ik denk dat burgers de laatste tijd misschien wel eens te hoge verwachtingen hebben gekregen van wat de politiek kan klaarspelen. Die verwachting zijn wellicht ook door politici zelf gewekt. De snelheid waarmee politici klaarstaan met nieuwe voorstellen op basis van kranteberichten, spoeddebatten over incidenten, drijven deze verwachtingen steeds verder op. Als zaken vervolgens toch niet snel worden opgelost, leidt dat tot gevoelens van ongeduld en frustratie. Deze hijgerigheid die het politieke klimaat de laatste jaren kenmerkt draagt bij aan het wantrouwen in de politiek, en aan de kloof tussen politiek en burger.
Pleit ik er dan voor om zaken maar op hun beloop te laten? Wie mij kent weet beter. Ik zeg wel: populisme is hierop in elk geval niet het antwoord, omdat daarbij de verleiding nog veel groter is om dingen te roepen die burgers graag horen, wat nog hogere verwachtingen wekt, en op den duur tot nog grotere teleurstellingen leidt.
Ik stel hiertegenover nuchterheid en realisme. Dat wortelt voor mij in de diep-christelijke notie, dat noch de overheid, noch andere aardse machten in staat zijn een hemel op aarde te creëren. Wanneer dit wordt vergeten, leidt dat onherroepelijk tot teleurstelling en frustratie. Want mensenhanden kunnen onvolmaaktheid en mislukking niet uitbannen, al onze technische kennis en vermogens ten spijt.
Dat is christelijk realisme. Dit realisme behoedt ons voor naïef vertrouwen in de vermogens van de mens en zijn systemen, voor maakbaarheidsgeloof dus. Dit inzicht is overigens niet exclusief christelijk, gelet op het bekende citaat van Karl Popper: "der Versuch, den Himmel auf Erden einzurichten, produziert stets die Hölle".
Een betrouwbare, vertrouwenwekkende overheid doet datgene wat nodig is, en wat binnen haar vermogen ligt, maar belooft geen gouden bergen. Zo'n overheid is het vertrouwen van haar burgers waard. Ik ben er vast van overtuigd dat juist deze coalitie, waarin partijen elkaar vanuit een gedeelde analyse hebben gevonden in de missie zoals beschreven in het Coalitieakkoord, in staat is om de vraagstukken van vandaag aan te pakken, en dat dit kabinet het vertrouwen van de burgers zal terugwinnen.
Persoonlijk ken ik naast christelijk realisme gelukkig ook de christelijke hoop. Hoop op het uiteindelijk herstel van deze wereld, op de overwinning van het goede op het kwade. Dat uitzicht op herstel biedt hoop. Hoop die inspireert om mij nu te blijven inzetten voor recht en gerechtigheid, welke ik aan iedereen gun.
Een kleine anecdote. Toen ik hoorde dat vorige week bij de start van Trots op Nederland, de beweging van mw Verdonk, het Wilhelmus ten gehore werd gebracht, moest ik denken aan het zesde couplet van het Wilhelmus, waarin staat: "Mijn schild ende betrouwen, zijt Gij o God mijn Heer. Op U zo wil ik bouwen, verlaat mij nimmer meer". Dat Godsvertrouwen heeft mensen eeuwenlang aangespoord om gehoor te geven aan de roeping om het recht te handhaven, en gerechtigheid na te streven, in het volle besef van de beperktheid van dat streven.
Ik denk dat we als Nederlanders dat zesde couplet maar eens wat vaker moeten zingen.
Dank u wel.

Referaat Mr. A. Rouvoet, vice-premier en Minister voor Jeugd en Gezin 7 april 2008
debatavond CSFR/Studentenvereniging Internationale Betrekkingen
Academiegebouw Rijksuniversiteit Groningen

« Terug

Reacties op 'Christelijk realisme behoedt voor maakbaarheidsgeloof'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2008

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari