Pre-implantatie Genetische Diagnostiek

donderdag 05 juni 2008 00:00

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Mevrouw de voorzitter. Ziekten belasten een mens. Een erfelijke ziekte waarvan je weet dat er een kans is of zelfs zeker weet dat je die krijgt, belast een mens eens te meer. Wij mogen daarover niet licht spreken. Als er een kans is om het lijden aan deze ziekte te bewerken of te voorkomen, dan kun je daaraan ook niet voorbijgaan. Dit geldt ook indien je spreekt over een methode die op zich omgeven is met buitengewoon moeilijke ethische dilemma's zoals embryoselectie.

De fractie van de ChristenUnie betreurt de dynamiek die is ontstaan in de discussie over het onderwerp embryoselectie.

Een onderwerp als embryoselectie roept altijd veel emotie op en, zoals ik al zei, zeker wanneer dit in verband staat met het voorkomen van ernstige aandoeningen. Alleen daarom is het al van belang om zorgvuldigheid in acht te nemen bij het bespreken ervan. Daarbij luistert het nog eens extra nauw als standpunten over wat op dit terrein al dan niet aanvaardbaar is uiteenlopen. Mede daarom waardeert onze fractie het kabinetsbesluit van afgelopen vrijdag om de reeds naar de Kamer gestuurde brief te hernemen, zodat in breder kabinetsverband over een aantal aspecten die extra aandacht behoeven kan worden gesproken. Deze zorgvuldigheid herkennen wij in de wijze waarop in het bijzonder de staatssecretaris in de achter ons liggende maanden van deze kabinetsperiode met medisch-ethische vragen omging. Onze fractie wacht nu echter af wat er definitief over het onderwerp embryoselectie uit het kabinet komt. Daarna is het Kamerdebat aan de orde. Dit debat is er niet naar om de inhoudelijke discussie te voeren. Wij hebben de afgelopen dagen in de publieke discussie in de samenleving gezien dat er veel vragen openstaan en dat de ethische dilemma's als het ware voor het opscheppen liggen. Daarbij is in onze ogen wat toepassing van deze techniek voor de samenleving als geheel kan betekenen niet het minste dilemma. In welke richting moet onze gezondheidszorg zich verder bewegen: in de richting van genetische screening en selectie of in de richting van behandeling en genezing, waarbij genetisch onderzoek dienstbaar kan zijn? Daar moet zorgvuldig over gesproken worden.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

En de plaats daarvoor is de Tweede Kamer. Ik moet zeggen dat ik er altijd moeite mee heb als iemand die wel een interview in de media heeft gegeven, zegt: dit is niet het debat daarvoor. Dan zou ik zeggen dat dit ook het moment daarvoor is.

Mevrouw Wiegman is blij dat de brief hernomen is. Ik voeg daaraan toe: onder nogal wat publicitaire druk van de ChristenUnie. Is het voor haar aanvaardbaar als de brief na overleg weer met exact het zelfde voorstel bij de Kamer komt?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Voorzitter. Vorige week zijn in de pers onder andere door mij reacties op de brief, die er toen lag, gegeven. Die brief is er nu niet meer. De bal ligt bij het kabinet. Sindsdien hebt u van mij geen oordeel over het kabinetsstandpunt gehoord, want dat is er niet. Vragen wat er aanvaardbaar is, wat wenselijk is en wat er gebeurt als dit of dat wordt besloten, zijn vandaag volgens mij niet aan de orde. Dergelijke vragen kunnen worden gesteld zodra het kabinetsstandpunt de Kamer heeft bereikt. Dan kunnen wij onze overwegingen meedelen. Onze uitgangspunten zijn u bekend.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Zou de ChristenUnie kunnen accepteren dat er embryoselectie plaatsvindt bij ziekten zoals borstkanker en eierstokkanker?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Voorzitter. Op deze manier moet ik mijzelf herhalen. Zoals ik zei, passen afwegingen van wat er al dan niet acceptabel is niet in het debat van vandaag. Een dergelijk debat moet worden gevoerd naar aanleiding van brieven die er liggen, waarin dergelijke afwegingen op een rijtje staan. Dan kunnen die worden gedeeld en kunnen er argumenten worden uitgewisseld. Vandaag is er geen brief aan de orde en daarom ga ik het nu niet hebben over wat er al dan niet acceptabel is. Onze uitgangspunten zijn helder. De bal ligt bij het kabinet. Als er opnieuw een brief komt, voeren wij het inhoudelijke debat. Dan wordt bekend wat ik acceptabel vind en welke kant het volgens mij op moet.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Waarschijnlijk hebt u met de Partij van de Arbeid de afspraak gemaakt om in vaagheid te gaan grossieren. Dat is de enige conclusie die ik tot dusver kan trekken. Ik moet zeggen dat dit mij zeker van u buitengewoon tegenvalt, want u bent in de media ongelooflijk duidelijk over het standpunt van de ChristenUnie. Daarin zegt u dat het niet aanvaardbaar is en dat de ChristenUnie daar geen voorstandster van kan zijn. Er doen zelfs geruchten de ronde over kabinetscrises, off the record of on the record her en der door leden van uw fractie geventileerd. Daarom heb ik er buitengewoon veel bezwaar tegen dat u zich achter procedureel gedoe verschuilt, zodra u in het parlement uw principes en uw standpunt kunt verkondigen. Ik had echt meer van u verwacht.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Ik verschuil mij niet achter de procedures. Eerder deze week hebben wij gezegd dat er vandaag een debat zou plaatsvinden en dat dit haast niet meer dan een procedureel debat kon worden, omdat er geen met elkaar te bespreken inhoud voorlag.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Hebt u geen inhoud meer? U hebt toch een standpunt?

De voorzitter:

Mevrouw Halsema, even wachten.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Ik ga heel graag inhoudelijke debatten aan. Dat heb ik in de afgelopen jaren verschillende keren met u gedaan.

Dat doe ik van harte, maar dat is vandaag niet aan de orde. Vorige week heb ik inhoudelijk gereageerd op de brief die toen voorlag. Mijn standpunt daarover is bekend. Hetzelfde geldt voor de uitgangspunten die ik toen heb geventileerd. Er ligt nu geen brief, dus het is nu afwachten. Straks ga ik graag het inhoudelijke debat weer aan. Dat garandeer ik u.

De heer Rutte (VVD):

Voorzitter. Ik heb de uitspraken van mevrouw Wiegman in de media gezien, maar ik werd zojuist getroffen door wat zij in het begin van haar bijdrage zei. Zij schetste terecht het spanningsveld tussen de zorg over ziekte en de medisch-ethische vragen. Voor de goede verstaander leek er voor de ChristenUnie ruimte te zijn, anders dan wat ik mevrouw Wiegman in de media heb horen zeggen, om nog eens heel goed naar dit lastige vraagstuk te kijken en wellicht tot een verruiming in de discussie te komen. Heb ik dat goed beluisterd?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Voorzitter. De woorden die ik nu spreek, samen met de emotie en de lading die daarbij horen, heb ik vorige week ook gesproken. Ook toen heb ik aangegeven hoe moeilijk die afwegingen zijn. Dat is vandaag niet anders.

De heer Rutte (VVD):

Ik voelde die emotie, zowel in uw bijdrage van vorige week als in die van vandaag. Het is ook een ingewikkeld onderwerp waar zeer principiële vragen achter liggen. In de media heeft u de indruk gewekt, dat geldt voor iedereen die het heeft gezien, dat de ChristenUnie de deur naar enige uitbreiding van embryoselectie, meer dan nu al gebeurt, heeft dicht gegooid. Ik kreeg zojuist echter de indruk, door de woorden die u koos, dat u bereid bent om daar nog eens heel goed naar te kijken. Ik vraag of dat klopt en of ik die conclusie mag trekken uit uw woorden.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Voorzitter. Vorige week heb ik in de media gesproken over onze uitgangspunten. Daar kan ik altijd op worden bevraagd. Ik heb die vorige week verwoord. Het gaat er vervolgens om welke conclusies je daaruit trekt. Wij brengen onze uitgangspunten nu in, maar de bal ligt bij het kabinet. Als er weer een kabinetsbrief ligt, gaan wij bezien wat dat betekent. Daarbij spelen al die verschillende afwegingen, de bestaande wetgeving en de wetgeving, zoals je die graag ziet op dit punt. Op die manier voer je het inhoudelijke debat.

De heer Rutte (VVD):

Ik vraag u niet vooruit te lopen op een ingetrokken brief en wat er verder mee gaat gebeuren. Ik vraag u uit te leggen wat u bedoelde met de woorden die u zojuist uitsprak. Ik hoor een verschil tussen uw zeer stellige uitspraak vorige week, namelijk dat het ondenkbaar is dat de ChristenUnie ooit akkoord gaat met uitbreiding, en de zeer afgewogen start van uw bijdrage zojuist, waarin u dat spanningsveld schetste. Ik vraag u, los van waar het kabinet mee komt, als Kamerlid voor de ChristenUnie, als degene die eerder zeer geprofileerd over deze kwestie heeft gesproken in de media, of mijn conclusie klopt, afgaand op uw woorden, en niet op de brief van het kabinet, dat het voor de ChristenUnie denkbaar is dat er enige ruimte in de discussie ontstaat.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Voorzitter. Mijn woorden en mijn bewogenheid verschillen vandaag niet met die van vorige week.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Tot twee keer toe zegt mevrouw Wiegman, die hier niet op de inhoud wil ingaan, dat de procedure zorgvuldig moet verlopen. Zij zegt ook dat wij haar mogen aanspreken op haar eigen bijdragen. Hoe oordeelt zij achteraf over haar opmerking dat gezondheid niet overgewaardeerd moet worden in deze discussie?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Voorzitter. Het ging erom hoe je gezondheid waardeert. Wij waarderen die ontzettend hoog. Gezondheid is ontzettend belangrijk, maar daarnaast gaat het ook om de kwaliteit van leven en hoe je die meet. Ik merk dat kwaliteit van leven niet enkel iets is van hoe gezond je al of niet bent. In dat licht moeten mijn opmerkingen worden gezien. In het maatschappelijke debat, zoals dat nu ook in de media wordt gevoerd, praat je ook over hoe je in de samenleving omgaat met risico's en met lijden. In dat licht heb ik die opmerkingen gemaakt.

De heer Pechtold (D66):

Ik heb daar heel veel moeite mee. Ik heb er heel veel moeite mee dat de ChristenUnie, als verantwoordelijke regeringspartij, niet over de inhoud wil praten, maar zich wel algemene oordelen over gezondheid aanmeet en daarover ook nog specifieker wordt. Mevrouw Wiegman zei namelijk ook dat wij beter kunnen investeren in het genezen en het behandelen van borstkanker dan in het vernietigen van embryo's. Dat is een meer dan inhoudelijke stellingname van een regeringspartij die op dat moment vrouwen in hun lijden direct aanspreekt en een kennelijke keuze geeft.

Ik vind dat zo'n partij het vandaag aan haar stand verplicht is duidelijkheid te geven. Mevrouw Wiegman kan zich niet verschuilen achter procedures, als zij zelf zegt dat het zorgvuldig moet gebeuren. Erkent zij dat binnen het regeerakkoord de brief van de staatssecretaris past en dat daarvoor alle ruimte gegeven moet worden op de snelst mogelijke termijn?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

De inhoudelijke overwegingen die ik vorige week in de media geuit, zijn niet nieuw. Dat zijn precies de overwegingen die ik heb gemaakt toen de medisch-ethische brief werd behandeld. Precies dezelfde overwegingen heb ik ook gemaakt toen de evaluatie van de abortuswetgeving en de euthanasiewetgeving aan de orde was. Dat kan niet nieuw voor u zijn. Ik zeg alleen dat ik graag praat over de inhoud. Die is vandaag echter niet aan de orde, omdat daarover vandaag geen brief voorligt. Er ligt geen kabinetsstandpunt voor.

De heer Pechtold (D66):

Dit kan niet. Dit kan echt niet. Je kunt de radio of de tv niet aanzetten, of je hoort mensen, artsen, ervaringsdeskundigen. U wilt uitstel van inhoudelijke discussie, terwijl u zelf zegt dat je gezondheid niet moet overwaarderen en dat wij beter kunnen investeren in het behandelen van borstkanker dan in het vernietigen van embryo's. U eigent zich de hele discussie toe op het moment dat het u uitkomt. Dat past u niet.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

In deze woorden kan ik mij absoluut niet vinden. Ik ben mijn bijdrage begonnen door te zeggen dat ik de ontstane situatie betreur. Inderdaad is er onzekerheid in de samenleving en spelen er vragen. Dat betreur ik.

De heer Pechtold (D66):

Het was beter geweest als u uw woorden betreurde.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Het was beter geweest als deze brief vorige week niet naar buiten was gekomen, zonder dat er eerst kabinetsbreed naar gekeken was. Daarom ben ik blij dat deze brief nu hernomen is en dat er nu een weloverwogen standpunt komt.

Mevrouw Agema (PVV):

Mevrouw Wiegman spreekt met compassie over dit onderwerp. Dat spreekt mij aan. Tegelijkertijd spreekt zij ook over "als" en over "dan". Hoelang gaat deze kwestie volgens de ChristenUnie nog duren? Hoelang wordt het land in een houdgreep gehouden? Hoelang blijft het zwaard van Damocles boven deze gezinnen hangen? Wanneer moet het kabinet volgens mevrouw Wiegman eruit zijn? Wordt het een slepende kwestie of zegt zij namens de ChristenUnie: dan en dan, binnen twee dagen, vandaag of morgen moet u eruit zijn?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Ik denk dat het belangrijk is dat er op heel korte termijn duidelijkheid komt. Voor mij staat zorgvuldigheid daarbij voorop en niet de termijn, of het nou een dag, twee dagen, een week of twee weken zal zijn. De zorgvuldigheid staat voor mij voorop.

Mevrouw Agema(PVV):

Zorgvuldigheid gaat toch ook over duidelijkheid geven en hiervan geen slepende kwestie maken waarover wij over een maand, twee maanden of drie maanden nog praten? Dit heeft toch alles te maken met fatsoen? Dat moet u toch uw achterban, maar ook alle mensen die hiermee te maken hebben, bieden?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Daar ben ik het mee eens, maar dat heb ik zojuist ook al gezegd.

Mevrouw Agema(PVV):

Ik verwacht van u een iets duidelijker antwoord. Ik verwacht dat u in plaats van "te zijner tijd" een termijn noemt en zegt dat het kabinet er binnen 24 uur of binnen 48 uur, wat het ook moge zijn, uit moet zijn.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Dat zeg ik dus niet. Niet het aantal uren staat voor mij voorop, maar de zorgvuldigheid waarmee dit standpunt wordt ingenomen en aan de Kamer wordt voorgelegd.

Mevrouw Kant (SP):

De opvattingen van de ChristenUnie zijn volstrekt helder. Dit zijn niet de mijne, maar u mag ze hebben. Natuurlijk, iedereen mag zijn opvattingen hebben. Mijn fractie maakt deze morele afwegingen niet. Dat is helder.

De vraag is echter niet wat uw opvatting is, maar wat de politieke opstelling zal zijn van de ChristenUnie, een kleine fractie die nu onderdeel is van het kabinet. Vindt u, als er straks een kabinetsstandpunt komt, dat bij dit soort medisch-ethische kwesties de Kamer in volle vrijheid een afweging moet kunnen maken of zegt u dat dit een coalitieafspraak is en eist u van de coalitiefracties dat zij daar achter staan? Mogen coalitiefracties, net als alle andere fracties in de Kamer in vrijheid hun mening geven over deze medisch-ethische kwesties, of gaat de ChristenUnie, als kleine fractie in het kabinet, proberen haar morele uitgangspunten aan de meerderheid van de Kamer op te leggen?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Mevrouw Kant spreekt over het opleggen van morele uitgangspunten aan de Kamer. Ik ben dat argument vaker tegengekomen de afgelopen dagen, ook in de media. Wij maken als fractieleden van de ChristenUnie, net als u namens de SP, onze uitgangspunten duidelijk. Deze breng je in een debat in en dan kom je tot een besluit. Dat is ook de wijze waarop dit onderwerp straks besproken moet worden, aan de hand van een brief van het kabinet.

Mevrouw Kant (SP):

Daar vroeg ik niet naar. Natuurlijk gaat het zo. Dit gebeurt met wederzijds respect, altijd. De ChristenUnie brengt nu echter haar opvattingen, haar opstelling en haar mening in het kabinet in. Daar komt vervolgens iets uit.

De vraag is echter of de uitkomst daarvan hier vrij bediscussieerd mag worden. Mag de Kamer in de ogen van uw fractie daarover in vrijheid een opvatting hebben of moeten ook dan de coalitiebelangen boven een vrije afweging over deze medisch-ethische kwestie gaan?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Hier, in deze Kamer, moet in vrijheid gediscussieerd worden.

De afspraken van kabinet en coalitie zijn echter vastgelegd in het coalitieakkoord. Er ligt een medisch-ethische brief van het kabinet voor. De discussie moet gevoerd worden binnen die heel belangrijke kaders.

De voorzitter:

Ten slotte, mevrouw Kant.

Mevrouw Kant (SP):

Hier schrik ik een beetje van.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Oh?

Mevrouw Kant (SP):

Dat akkoord vormt de uitkomst en de kaders waarbinnen de discussie moet worden gevoerd. U gaat met andere woorden de PvdA-fractie straks opleggen dat de uitkomst van het overleg binnen het kabinet -- wat dat ook wordt op het punt van embryoselecties -- de einduitkomst is. Er mag dus niet in vrijheid over medisch-ethische kwesties gediscussieerd worden. Nou ja, er mag misschien wel gediscussieerd worden, maar de uitkomst moet hier hetzelfde zijn als die in het kabinet. De coalitiebelangen en de kleine fractie van de ChristenUnie in de coalitie gaan bepalen wat wel of niet op dit medisch-ethisch vlak in Nederland mag. Dat maak ik uit uw woorden op.

De voorzitter:

Mevrouw Kant, u hebt uw punt gemaakt.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Mevrouw Kant maakt dat uit mijn woorden op, maar dat heb ik niet gezegd en het is niet mijn conclusie.

De voorzitter:

Mevrouw Halsema, u staat op, maar volgens mij had u bij deze ronde al geïnterrumpeerd.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Het is een andere kwestie.

De voorzitter:

Het is echter wel hetzelfde punt in het debat.

Ik vraag mevrouw Wiegman haar betoog te vervolgen.

Mevrouw Kant (SP):

Voorzitter. Het spijt mij, maar het is mij toch niet duidelijk.

De voorzitter:

Mevrouw Kant, u had het woord niet.

Mevrouw Kant (SP):

Dat weet ik wel, maar als er nu toch onduidelijkheid ontstaat, dan….

De voorzitter:

Mevrouw Kant, u moet het doen met het antwoord dat u krijgt. Zo werkt het. Het punt komt straks in de tweede termijn nog terug.

Mevrouw Wiegman vervolgt haar betoog.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Dit debat is er niet naar om de inhoudelijke discussie nu te voeren. Wij hebben de afgelopen dagen in de publieke discussie gezien dat er vele vragen liggen en de ethische dilemma's als het ware voor het oprapen liggen. De vraag wat de toepassing van deze techniek voor de samenleving als geheel kan betekenen is een heel belangrijke.

Voorzitter. Ik geloof dat deze woorden al had uitgesproken. Dan herhaal ik ze nog maar.

De medisch-ethische brief van vorig jaar laat zien dat dit kabinet in staat is medisch-ethische vraagstukken evenwichtig te benaderen en gezamenlijke doelstellingen te formuleren. Mijn fractie heeft er vertrouwen in dat wij elkaar ook op dit punt ook kunnen vinden.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Het onderwerp van vandaag betreft embryoselectie bij vrouwen met onder andere borstkanker en eierstokkanker. Staat dat in het regeerakkoord?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Dit onderwerp staat daar op die manier niet expliciet in.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Waarom hebt u het niet in het regeerakkoord laten opnemen?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Ik geloof dat het de bedoeling is dat in een coalitieakkoord niet alles helemaal wordt uitgewerkt. Er wordt een aantal onderwerpen genoemd; zaken zijn verder uitgewerkt in de medisch-ethische brief van het kabinet. Dat is dus de wijze waarop de zaken moeten verlopen.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Even voor de duidelijkheid: de medisch-ethische brief is geen regeerakkoord. U hebt het onderwerp niet belangrijk genoeg gevonden om het op te nemen in het regeerakkoord. Daarmee is het toch een vrije kwestie?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Dit is een vreemde conclusie. Er wordt in deze Kamer over meer zaken gesproken dan over alleen hetgeen in een regeerakkoord staat; die vinden wij ook belangrijk. Ik zie dus die tegenstelling niet zo.

De voorzitter:

Mevrouw Halsema, tot slot.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Met de "vrije kwestie" bedoel ik dat de coalitiefracties er niet aan gebonden zijn, omdat het geen onderdeel is van een regeerakkoord. Voor alles dat in het regeerakkoord is opgenomen, geldt een zekere mate van gebondenheid van de regeringsfracties. U hebt het onderhavige onderwerp niet laten opnemen in het regeerakkoord. Dat klopt toch? Dit is een vrije kwestie!

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Ik kan herhalen wat ik zojuist zei. Het staat niet in het coalitieakkoord, maar daarin staan wel heel belangrijke uitspraken op medisch-ethisch gebied in zijn algemeenheid. In de medisch-ethische brief zijn zaken uitgewerkt. Over die belangrijke zaken moeten wij met elkaar afspraken maken en dus gezamenlijk de doelstellingen formuleren.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Dat betekent dan ook dat het een vrije kwestie is. U hebt het niet nodig gevonden om dit punt op te nemen in het regeerakkoord. Dat betekent dat de PvdA-fractie vrij is om de Kamer aan een meerderheid te helpen in een richting die u niet wenst.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Ik blijf mijzelf herhalen. Voor vandaag valt er echter niet meer te zeggen en te concluderen.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Kant.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Ik heb geen antwoord gekregen!

De voorzitter:

Nee, nee. Mevrouw Wiegman kan, anders dan de regering, gewoon antwoorden.

Het woord is aan mevrouw Kant.

Mevrouw Kant (SP):

Ik heb nog een inhoudelijke vraag die mij al geruime tijd bezighoudt. Wij weten dat de fractie van de ChristenUnie geen voorstander is van embryoselectie via deze nieuwe techniek. Wij weten ook dat deze fractie grote problemen heeft met abortus. Het afwijzen van deze nieuwe techniek, waarbij embryoselectie plaatsvindt vóór de implantatie, leidt toch tot meer abortussen als er sprake is van een risico van 80% op kanker? Zelfs in de visie van de fractie van de ChristenUnie begrijp ik niet waarom zij geen voorstander van de nieuwe techniek is.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Dit zijn van die typische medisch-ethische overwegingen die moeten worden meegenomen. Mevrouw Kant kent onze visie op onderwerpen als abortus en euthanasie. Wij hanteren daarbij zeer principiële uitgangspunten, die wij bij het debat betrekken. In een democratie moet je vervolgens met elkaar tot een besluit komen. Wij moeten ons realiseren, en dat doe ik heel goed, dat er in onze samenleving sprake is van wetgeving waar mijn fractie tegen is. Dat is de realiteit waarin wij ons werk doen. Wij geven onze overwegingen mee en komen tot een keuze.

Mevrouw Kant (SP):

De ChristenUnie is toch een inhoudelijke partij? Ik heb u vandaag nog niet eenmaal een inhoudelijk antwoord horen geven. Dat stelt mij een beetje teleur. Laat ik de vraag anders stellen. Als de situatie zo blijft en de embryoselectie niet gaat plaatsvinden, waarom vindt de fractie van de ChristenUnie dan dat een prenatale diagnostiek en een abortus bij erfelijke borstkanker wel mogelijk moeten blijven? Zij moet daar toch een gedachte over hebben? Het is toch een forse ongerijmdheid dat een vrouw wel mag kiezen voor een abortus bij het vaststellen van een erfelijke ernstige afwijking -- en in mijn ogen is dat terecht - maar dat er niet mag worden gekozen voor selectie van embryo's vóór een zwangerschap? Kan mevrouw Wiegman mij dit uitleggen?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Dit is nu typisch het inhoudelijke debat dat ik graag met de Kamer voer, maar niet vandaag. Zo'n debat wordt gevoerd aan de hand van een kabinetsbrief en een kabinetsbesluit. Daarna maken wij met elkaar een afweging.

Mevrouw Kant (SP):

De fractie van de ChristenUnie voert de discussie dus alleen maar binnen het kabinet en niet met de Tweede Kamer. Dat is buitengewoon teleurstellend.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Dat is het niet. Ik ben van mening dat het kabinetsbesluit dat nu gaat komen, zeker wordt besproken in de Kamer.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Voorzitter. Aan het eind van dit debat wil ik graag een streep zetten onder de discussie die is ontstaan over het versturen van de brief. Ik dank het kabinet voor de uitleg over het versturen van deze brief.

Het kabinet bevestigt dat het om een vraagstuk gaat dat een zorgvuldige behandeling vergt. Wij wachten de uitkomst af en gaan graag het inhoudelijke debat aan. De standpunten van de fractie van de ChristenUnie en de uitgangspunten die zij hanteert, zijn en blijven helder. Ook vandaag is daarover geen onduidelijkheid ontstaan. Vanuit die uitgangspunten zullen wij straks het debat voeren.

Mevrouw Agema (PVV):

Ik heb toch nog een vraag. Het is een principiële kwestie voor de fractie van de ChristenUnie. Zij is tegen embryoselectie en wil het het liefst helemaal terugdraaien. In de huidige situatie gaan ouderparen naar Maastricht om zich daar aan te melden. Wat mij betreft, is dat een mooie zaak, maar wat de fractie van de ChristenUnie betreft niet. Wat gaat zij tegen de huidige situatie ondernemen?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Ik heb gezegd dat ik op dit moment niets onderneem. De bal ligt bij het kabinet. Mevrouw Agema doet alsof de bal bij de fractie van de ChristenUnie ligt, maar de bal ligt bij het kabinet. Ik ben mij bewust van de wettelijke mogelijkheden die er nu zijn, maar het inhoudelijke debat over de verdere gang van zaken zal straks worden gevoerd naar aanleiding van de kabinetsbrief.

Mevrouw Agema (PVV):

Voorzitter, daar kunt u toch nooit mee akkoord gaan? Nooit! Het is de principiële kwestie van de fractie van de ChristenUnie. Door haar standpunt is het debat zo opgezweept. Laat u dat zo doorgaan?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Volgens mij is het debat niet opgezweept door mij. Het debat is ontstaan na verzending van de brief, die nu is hernomen. Dat is het punt waarover wij het vandaag hebben.

« Terug

Reacties op 'Pre-implantatie Genetische Diagnostiek'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2008

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari