Vaststelling van een nieuwe Mediawet

woensdag 25 juni 2008 00:00

De heer Slob (ChristenUnie):

Voorzitter. Wij zijn blij dat wij nu eindelijk over de nieuwe Mediawet kunnen spreken. Het voorstel is de eerste in een reeks nieuwe wetsvoorstellen. Het is goed dat het mediabedje nu ook binnen de wetgeving wordt opgeschud. De ontwikkelingen van multimedia en digitalisering gaan snel en de wet moet worden aangepast. Het was wellicht beter geweest als wij alles in één keer hadden kunnen doen, maar dat is helaas niet gelukt. Het is goed dat wij hierover nu kunnen spreken. Ik vraag de minister overigens hoe het tijdspad eruit ziet voor de andere voorstellen: de erkenning, de financiering en de implementatie van de nieuwe Europese richtlijn voor audiovisuele mediadiensten.

Wij kunnen ons vinden in de verschillende doelstellingen van dit wetsvoorstel. Het is goed om op die manier de Nederlandse publieke- en commerciële omroepen in het digitale medialandschap in een juiste positie te brengen en te houden. Mijn fractie is uiteraard blij dat in dit wetsvoorstel ook een aantal zaken aan banden wordt gelegd, waarover in het coalitieakkoord afspraken zijn gemaakt, zoals de alcoholreclame. Het gaat hier om de uitzendtijd van de alcoholreclame, die uiteraard onderdeel is van een veel groter pakket. Het is natuurlijk een illusie te denken dat wij alleen op deze manier iets kunnen doen aan het gebruik en misbruik van alcohol. Het hoort er echter wel nadrukkelijk bij.

Ik vraag de aandacht voor een aantal punten. Allereerst heeft de minister in een reactie op vragen gezegd dat het wetsvoorstel in overeenstemming is met de Europese regels en ook voldoende tegemoetkomt aan de strenge eisen die de commissie heeft gesteld naar aanleiding van klachten over staatssteun aan de Nederlandse publieke omroep. Wij hebben daarover nog niet zo heel lang geleden indringend met het vorige kabinet gesproken. Ik heb uit de nota naar aanleiding van het verslag begrepen dat er nog bilateraal overleg wordt gevoerd met de commissie. Wij hebben op dit punt geen nota van wijziging gekregen. Ik ga er dan ook vanuit dat een en ander nu echt akkoord is en dat er vanuit Europa niets meer gebeurt.

Een tweede punt is dat door dit wetsvoorstel alle media-aanbod valt onder de normale coördinatie van de raad van bestuur. De huidige Mediawet regelt al de bevoegdheid van de raad van bestuur om programma's van omroepen te plaatsen op radio en televisie. Nu zal ook voor nieuwe diensten toestemming moeten worden gevraagd en de raad van bestuur toetst dan aan het algemeen belang. Mijn vraag is of er sprake is van een nieuwe toetsingsgrond of dat het bij bestaande gronden voor verspreidingsweigering blijft. Ik verneem graag de reactie van de minster.

Mijn derde punt is zojuist al door de heer Van Dijk genoemd. De toenemende digitalisering van de kabelnetwerken zorgt voor complicaties bij de doorgifte van de lokale publieke omroep. Het wetsvoorstel handhaaft de verplichting van kabelexploitanten om de drie algemene televisie- en vijf algemene radiokanalen van de landelijke publieke omroep aan het regionale- en lokale publiek door te geven. In het wetsvoorstel wordt onderscheid gemaakt tussen analoge en digitale doorgifte. De doorgifteverplichting is gekoppeld aan het significant aantal analoge- dan wel digitale eindgebruikers. Daarmee regelt het wetsvoorstel tijdens de overgangssituatie van analoog naar digitaal de digitale doorgifte.

In het verslag is ook al gesproken over wat wij moeten verstaan onder "significant". Het lijkt mij dat gegarandeerd moet worden dat die doorgifte er gewoon gaat komen. Ik ga er van uit dat mensen daarvan op aan kunnen, ook als er wordt overgegaan van analoog naar digitaal.

Over de programmaraden hebben wij bij het begrotingsoverleg ook met elkaar gesproken. In dit wetsvoorstel wijzigt er niets. De minister is nog wel bezig met een onderzoek welke alternatieven mogelijk zijn om consumenteninvloed en de pluriformiteit van het analoge en digitale kabelpakket te verzekeren. Samen met collega Atsma heb ik in dat overleg een motie ingediend, die ook is aangenomen, waarin wordt gepleit voor een versteviging van de positie van de programmaraden. Dit ook met betrekking tot het digitale kabel- en etheraanbod. Wij zijn benieuwd wanneer wij het resultaat van het denkproces, waarin de minister nu al enige tijd zit, kunnen verwachten.

Met betrekking tot de programmaraden vraag ik nog de aandacht voor een onderzoek dat deze week naar buiten is gekomen en waaruit blijkt dat nogal wat programmaraden niet echt heel transparant bezig zijn. Sommige werken zelfs niet eens met een reglement. Het is vrij onduidelijk hoe precies keuzes worden gemaakt. Ik denk dat dat ook een onderdeel is dat tegen het licht moet worden gehouden. Ik ga ervan uit dat de minister dat ook verder op zal pakken en dat wij daar op een later moment over door zullen spreken.

Ik wil nog even ingaan op een punt dat wij niet in het verslag hebben aangeroerd. Het is een punt dat mij niet was opgevallen, maar waar wij schriftelijk op zijn gewezen. In de huidige Mediawet staat artikel 161 en dat geeft een bijzondere status aan onder andere Radio Bloemendaal en aan een zendgemachtigde in Apeldoorn. Dat heeft met kerkelijke uitzendingen te maken. Radio Bloemendaal heeft die bijzondere status als sinds 1924. In de nieuwe wet is de bijzondere status verdwenen. De vraag is wat dat betekent voor deze twee zendgemachtigden. Zijn ze die bijzondere status nu kwijt of wordt het op een andere manier geregeld?

Ten slot heb ik nog een puntje van orde. Wegens dringende verplichtingen elders moet ik deze zaal straks verlaten. Er zal echter worden meegeluisterd naar de beantwoording, zodat wij een goede afweging kunnen maken als het gaat om de toch wel grote hoeveelheid amendementen die inmiddels zijn ingediend.

 

« Terug

Reacties op 'Vaststelling van een nieuwe Mediawet'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2008

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari