Bijdrage Esmé Wiegman Algemeen Overleg realisatie nationaal ruimtelijk beleid

dinsdag 09 september 2008 15:13

 

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Voorzitter. De brief die wij vandaag bespreken, gaat over het omzetten van bestaand ruimtelijk beleid naar het regime van de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening. De vraag is wat er moet worden geregeld in de AMvB Ruimte. De minister maakt keuzes voor het gebruik van instrumenten.

            Niet voor alle nationale belangen hoeven regels te worden vastgelegd in de AMvB. Er zijn immers tal van andere instrumenten zoals diverse beleidsagenda's en wetten en, niet te vergeten, rijksfinanciering. Hierbij zullen instrumenten wel in samenhang moeten worden ingezet, zeker als er sprake is van meerdere belangen die kunnen botsen. Is beleidsneutraal omzetten wel in alle gevallen mogelijk? Het is niet alleen de vraag welke instrumenten er ter beschikking staan, maar ook of deze voldoende werken en of wij daarmee onze doelen kunnen bereiken. Met andere woorden: liggen wij op schema of zijn er andere, scherpere en betere instrumenten nodig?

            Het antwoord op deze vragen mis ik in de brief. Ik verwacht bij de verdere uitwerking in de AMvB Ruimte meer duidelijkheid over onderscheiden verantwoordelijkheden, te gebruiken instrumenten en te behalen doelstellingen. Hoewel er is gekozen voor een beleidsneutrale omzetting, lijkt het mij ook interessant dat wij ons met het overzicht van de minister in de hand op weg naar de AMvB Ruimte, afvragen of alle nastrevenswaardige nationale doelen in de Nota Ruimte staan. Ik neem aan dat het denken van de minister op dit punt niet stilstaat.

            Na deze algemene opmerkingen wil ik nog wat specifieker op een aantal punten ingaan. Provincies hebben ruimte voor maatwerk voor bufferzones en de ecologische hoofdstructuur. Prima, maar werkt het? In diverse provincies worden discussies gevoerd over de grenzen die meer zijn ingegeven door de wens om te bouwen dan door bescherming van natuur en landschap. De ehs-doelen moeten wel worden gehaald met een eerlijke prijs voor de boeren. Het gaat dan niet alleen om aantallen hectares, maar ook om kwaliteit. Hoe wil de minister dit samen met haar collega van LNV toetsen? Zijn er voldoende instrumenten om in te grijpen als het doelbereik in gevaar komt?

            Wanneer zijn wij tevreden met de nationale landschappen? Gebieden en ontwikkelingen zitten nu vaak op slot door de voortdurende twijfel of iets past en mag of niet. Welke afspraken worden er concreet gemaakt en welke consequenties worden hieraan verbonden? Worden de nationale belangen direct of indirect geborgd? Ik zou graag willen weten hoe de bescherming van de snelwegpanorama's zich verhoudt tot de overige nationale landschappen. Ik voel wel iets voor het betoog van de heer Van Heugten waarin hij de vraag stelt of wij niet te veel dingen op elkaar stapelen en door elkaar doen.

            Hoe is de relatie tussen de ministeries van VROM en van LNV als het om de nationale landschappen gaat? Minister Verburg heeft een eigen agenda om Nederland mooier te maken. Dat is heel goed, maar ik pleit wel voor een gezamenlijke aanpak. Er mag geen concurrentie ontstaan.

            Een ander punt van zorg is de realisatie van windenergiecapaciteit. Hierover zijn afspraken gemaakt, maar de realisatie loopt achter. Is de minister bereid om eventueel regels op te nemen in de AMvB bijvoorbeeld voor de uiteindelijke aanwijzing of afwijzing van de locaties voor windmolens? Ook hier merk je dat de discussies op lokaal en regionaal niveau nogal eens vastlopen.

            De Monitor Nota Ruimte geeft aan dat het met de bundeling van verstedelijking nog niet goed gaat. Dit pleit ervoor om de SER-ladder in de AMvB niet alleen voor bedrijventerreinen te verankeren, maar eventueel ook voor andere stedelijke functies als woningen, winkels, kantoren en voorzieningen. Ik krijg graag een reactie op deze suggestie.

 

Mevrouw Vermeij (PvdA): Algemeen geldt dat er sprake is van overplanning van bedrijventerreinen. Wij zouden graag zien dat dit wat minder wordt. Daarvoor is de SER-ladder bedoeld. Die staat voor het nee-tenzij-principe. Zegt mevrouw Wiegman nu dat hetzelfde zou moeten gelden voor woningen en voorzieningen?

 

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Ik stel vast dat het niet goed gaat met de bundeling van de verstedelijking. De vraag is wat je daarmee wilt op basis van de Nota Ruimte. Die manier van denken die goed is voor bedrijventerreinen, moet misschien breder worden toegepast, omdat je anders in een situatie kunt belanden waarin de aanleg van bedrijventerreinen goed wordt gepland en afgewogen, terwijl woningen, winkels, kantoren en voorzieningen wel gemakkelijk kunnen worden uitgebreid zonder dat daarop een vergelijkbaar denkpatroon wordt losgelaten. Ik wil ervoor waken dat de SER-ladder alleen een soort procedureel instrument wordt waardoor betrokkenen denken: wij hebben alle treetjes gehad en gaan nu ons ding doen. Het moet echt een inhoudelijke afweging worden waaraan consequenties zijn verbonden.

 

Mevrouw Neppérus (VVD): Ik begrijp mevrouw Wiegman niet helemaal. Misschien kan zij het me nog eens uitleggen. Ik kan me voorstellen dat je kritisch bent bij bedrijventerreinen en daarvoor de SER-ladder gebruikt, maar zij herhaalt dat die ook zou moeten gelden voor woningen. Is zij dan ook zo kritisch over de vraag of er wel een miljoen nieuwe woningen moeten komen en waar? Hoe zit zij daarin?

 

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Ik herhaal dat wij de verstedelijking willen bundelen. Als je dat wilt, is het de vraag of wij voldoende instrumenten hebben om ervoor te zorgen dat het gebeurt. Ik constateer dat het niet loopt en dat er in een regio, los van elkaar, plannen worden gemaakt voor de bouw en dat een onderlinge afstemming over de vraag wat verstandige plaatsen zijn, ontbreekt. Op dit punt kan er zeker nog iets verbeteren. Dit betekent niet dat alle wethouders van hun stoel worden gehaald en dat wij daarop gaan zitten, maar wel dat het Rijk moet nagaan hoe hierin wat gerichter kan worden gestuurd, vooral met het oog op de doelstelling om de verstedelijking te bundelen. Het gaat mij dus om de inhoudelijke doelstellingen.

            Ik constateer dat arbeidslocaties vaak vooral terecht komen op snelweglocaties. Dit lijkt mij in strijd met het locatiebeleid. In de AMvB Ruimte worden een motiveringsplicht en enkele procesvereisten opgenomen. Ik vraag me af of deze getrapte borging voldoende is. Biedt die volgens de minister voldoende garanties?

 

De heer Van Heugten (CDA): Snelwegen bieden een goede ontsluiting van arbeidslocaties. Veel bedrijventerreinen vragen juist om een extra ontsluiting door snelwegen of een kortere weg daarnaartoe. Ik proef nu in de inbreng van mevrouw Wiegman dat zij dit niet goedkeurt. Hoe moet ik dat zien?

 

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Ik zeg niet dat het niet goed is. Ik ben benieuwd naar de inhoud van de motiveringsplicht. Is dit gewoon een procedureel kunstje dat je in ieder geval moet hebben gedaan om verder te kunnen gaan of is er een inhoudelijke motivering nodig waaruit blijkt dat het op die plaats moet omdat het nergens anders kan?

            Een ander belangrijk punt is de betekenis van het werk van de Deltacommissie voor het realiseren van ons nationaal ruimtelijk beleid. Een spoedige uitwerking is nodig. De consequenties voor het IJsselmeer komen echter pas in de tweede tranche van de AMvB Ruimte aan de orde. De eerste tranche is naar verwachting in de zomer van 2009 gereed, terwijl het Waterplan van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat al in december verschijnt. Daarom mijn vraag: kan dit niet beter in de eerste tranche.

            Voor andere wateronderwerpen wordt het vigerend beleid overgenomen in de eerste tranche. De vraag is dan of wij aan een AMvB werken die spoedig weer moet worden aangepast op basis van het Waterplan. Natuurlijk hoeven niet alle adviezen onmiddellijk te leiden tot een vertaling in de AMvB, maar een afweging in het kader van het Waterplan van de zaken die nu reeds meegenomen kunnen worden, lijkt mij wel nuttig.

            Mijn fractie is van mening dat de watertoets goed verankerd moet worden. Dit geldt met name voor de keuze van locaties voor stedelijke functies. Is de minister bereid een verplichte watertoets voor structuurvisies op te nemen in het Besluit ruimtelijke ordening?

            Kunnen met name de kleine gemeenten de lokale uitvoering van de Wro wel aan? Ik krijg signalen dat zij aankloppen bij de provincies. Dat hoeft natuurlijk niet erg te zijn, maar ik vraag de minister om bij de monitoring op korte termijn te kijken naar de voortgang van het actualiseren van bestemmingsplannen in een kleine selectiegemeente en de Kamer hierover te informeren. Ik krijg graag een toezegging op dit punt.

 

« Terug

Reacties op 'Bijdrage Esmé Wiegman Algemeen Overleg realisatie nationaal ruimtelijk beleid'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2008

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari