Antwoord op schriftelijke vragen aansluiting van duurzameelektriciteitsproductiemiddelen

woensdag 05 maart 2008 17:05

 

Vragen van de leden Wiegman-van Meppelen Scheppink en Ortega-Martijn (beiden ChristenUnie) aan de minister van Economische Zaken over aansluiting van duurzame en decentrale elektriciteitsproductiemiddelen.

(Ingezonden 6 februari 2008)

1

Bent u op de hoogte van het bericht «terugleveren aan net blijft lastig»?1

2

Bent u op de hoogte van het daarin vermelde feit dat de regionale netbeheerder Essent Netwerk B.V. pas over 2 tot 3 jaar in staat zal zijn om alle duurzame en decentrale elektriciteitsproductiemiddelen aan te sluiten?

3

Hoe verhoudt zich de inhoud hiervan tot uw brief d.d. 13 december 2007 aan de provincies Groningen, Drenthe en Overijssel, waarin onder andere staat2: «Na het besluit het bestaande net te versterken (bedoeld wordt hier de 220 kV verbinding Zwolle-Vierverlaten, waarop dit schrijven betrekking heeft) zie ik geen beletsel meer voor TenneT of de

regionale netbeheerder Essent-Noord om de bekende projecten, zoals door TenneT geinventariseerd, aan te

sluiten» en tot uw brief d.d. 20 december 2007, waarin onder andere staat: «De netcapaciteit voor de duurzame en conventionele projecten in het noorden van het land is daarmee veilig gesteld.»3

4

Heeft u over het bovenstaande vooraf met Essent Netwerk B.V. als regionale netbeheerder overlegd?

5

Deelt u de visie1 dat het geschetste probleem (deels) is ontstaan doordat TenneT aanvankelijk aangaf dat het 8 tot 10 jaar zou duren voordat de capaciteit van het landelijk hoogspanningsnet zou zijn vergroot zodat Essent Netwerk niet overging tot het uitbreiden van haar middenspanningsnetten? Zo ja, hoe verhoudt zich dit feit dan tot de wettelijke taken van TenneT ex artikel 16, eerste lid, onderdeel c en artikel 16, tweede lid, onderdeel e van de Elektriciteitswet 1998?

6

Op welke wijze heeft Dienst uitvoering en toezicht Energie de afgelopen tijd toezicht gehouden op de uitoefening van de genoemde wettelijke taken van TenneT door laatstgenoemde?

7

Op welke wijze is het «first come, First served» principe, dat ertoe leidt dat duurzame en decentrale lektriciteitsproductiemiddelen geen transportcapaciteit ontvingen, wettelijk verankerd?

8

Op welke wijze weegt u een (eventuele) wettelijke verankering van het «first come, first served» principe af tegen de wettelijke taken van TenneT ex artikel 16, eerste lid, onderdeel c en artikel 16, tweede lid, onderdeel e van de Elektriciteitswet 1998? In geval het «first come, first served» principe niet wettelijk verankerd mocht zijn, dienen

genoemde wettelijke taken dan niet te prevaleren en dient dit niet wettelijk verankerde principe dan niet separaat

voor duurzame en decentrale en niet-duurzame opwekking te worden toegepast?

9

Deelt u de mening dat in het licht van artikel 16, eerste lid, onderdeel c en artikel 16, tweede lid, onderdeel e van de Elektriciteitswet 1998, «voorrang voor duurzaam» noodzaakt tot aanvullende wetgeving en dat de bestaande wetgeving hiervoor geen ruimte biedt? Zo ja, waarom?

 

1 Dagblad van het Noorden, 31 januari 2008.

2 http://www.ez.nl/dsc?c=getobject&s=obj&objectid=154625&!dsname=EZInternet&isapidir=/gvisapi/

3 http://www.ez.nl/dsc?c=getobject&s=obj&objectid=154623&!dsname=EZInternet&isapidir=/gvisapi/

 

Antwoord

Antwoord van minister Van der Hoeven (Economische Zaken). (Ontvangen 5 maart 2008)

1

Ja.

2

Ja.

3

In de door u aangehaalde brieven ga ik in op het wegnemen van de knelpunten in het landelijk hoogspanningsnet van TenneT, die hebben geleid tot een stagnatie van het proces van aansluiten op de landelijke en de regionale netten. Per

1 juli 2008 zullen door middel van congestiemanagement de producenten toegang kunnen krijgen tot de markt.

De netbeheerders hebben de verzoeken om een aansluiting weer in behandeling genomen en de verzoekers hebben informatie ontvangen over de planning van hun aanvraag voor een aansluiting. Inmiddels hebben TenneT en Essent

Netwerk de uitbreiding van de regionale netten voortvarend ter hand genomen. Netbeheerder Essent Netwerk kan daardoor nu ongeveer de helft van de aanvragen zonder vertraging honoreren. De toevloed van aanvragen is in

enkele gebieden de afgelopen twee jaren echter zo sterk geweest dat een wachtrij is ontstaan. Deels betreft het hier aanvragen die ook een voorbereidingstijd kennen van 1 à 2 jaren. Ten gevolge van de lange levertijden van met name

transformatoren en planologische aspecten is met het uitbreiden van de regionale netten echter onvermijdelijk de nodige doorlooptijd gemoeid. De laatste van de nu bekende projecten zullen dus over 2 à 3 jaar aangesloten kunnen worden.

4

Ik ben sinds augustus 2007 in overleg met de drie betrokken provincies en de landelijk netbeheerder TenneT om een oplossing te vinden voor de breed doorwerkende beperkingen die in het landelijke net optraden. De netbeheerders TenneT en Essent Netwerk werkten op dat moment samen aan versterking van de netten in de drie provincies, juist met

het oog op de groei van productievermogen in het net van Essent Netwerk. De instandhouding van de TenneT-hoogspanningsverbinding tussen Hoogeveen en Zwolle stond daarbij centraal. Essent Netwerk is daarom ook betrokken bij de informatiebijeenkomsten omtrent de deze leiding, die in januari zijn

gehouden.

5

De netbeheerders hebben de wettelijke taak waar nodig te investeren in de netten; TenneT in het hoogspanningsnet en de regionale netbeheerders in de middenspanningsnetten. Zoals ik in mijn brief van 20 december 2007 uiteen heb  ezet,

is de dynamiek van de markt de afgelopen twee jaar sterk toegenomen en dat maakt een veel eerdere structurele  verzwaring van het landelijk hoogspanningsnet in noord Nederland noodzakelijk, hetgeen 8 tot 10 jaar vergt. Omdat ik

het onwenselijk acht dat de producenten (zowel centraal als decentraal) daarop zouden moeten wachten, heb ik samen met de provincies en TenneT naar snellere oplossingen gezocht. Ik heb de NMa verzocht te onderzoeken in hoeverre de netbeheerders in deze kwestie hun wettelijke taken correct hebben uitgevoerd. Zodra de NMa mij op dit punt heeft geadviseerd, zal ik u hierover inlichten.

6

De Directie Toezicht Energie (DTe) van de NMa houdt toezicht op de naleving van de wettelijke taken van alle netbeheerders. Naast de reguliere toezichtstaken stelt de NMa prioriteiten in het toezicht vast op basis van eigen beleid en signalen uit de markt en uit de politiek-maatschappelijke context. De afgelopen periode heeft NMa voor alle netbeheerders, inclusief TenneT, prioriteit gegeven aan de kwaliteit van het netwerk. Daarnaast is er onderzoek gedaan naar groepsfinanciering, de doelmatigheid, de naleving van de in de Elektriciteitswet 1998 opgenomen bepalingen over onafhankelijk netbeheer en de naleving van de technische codes.

Daarnaast stond bij het toezicht op TenneT het afgelopen jaar het aansluitbeleid centraal. In het antwoord op vraag 7 ga ik daar verder op in.

7

Het principe «wie het eerst komt, wie het eerst maalt» is niet expliciet in de wetgeving verankerd, maar volgt logischerwijs uit de bepalingen die discriminatie bij de toegang tot het elektriciteitsnet verbieden (Elektriciteitswet 1998 art. 23, tweede lid en art.24, derde lid). In het kader van het toezicht op TenneT heeft de NMa het door TenneT gehanteerde principe «wie het eerst komt, wie het eerst maalt» getoetst. De conclusie van de NMa is dat TenneT met dit principe geheel naar letter en geest van de wet handelt (ref: www.dte.nl/images/102488_3-48%2EMF1_tcm7-09855.pdf). Voorts heeft de NMa een opdracht gegeven om alternatieve instrumenten in het aansluitbeleid te onderzoeken. Deze studie heeft TenneT uit laten voeren en een groot aantal aanbevelingen zijn reeds in uitvoering genomen (ref: http://www.tennet.org/tennet/publicaties/technische_publicaties/overige_publicaties/brattlerapportnaaraansluitbeleid

tennet.aspx).

8

Artikel 16, eerste lid onderdeel c bepaalt dat de netbeheerders de netten onder hun beheer dienen uit te breiden om de  groei in productievermogen op te vangen. Dit artikel richt zich niet exclusief tot TenneT, maar tot alle netbeheerders.

Artikel 16, tweede lid onderdeel e geeft aan TenneT de opdracht de milieukwaliteit van de elektriciteitsvoorziening te

bevorderen. Dit onderdeel is in 2003 aan de Elektriciteitswet 1998 toegevoegd en strekt er toe TenneT de MEP-subsidieregelingen te laten uitvoeren. Deze taak staat los van de elders in de wet vastgelegde taken met betrekking tot het aansluitingen. Met de maatregelen die ik in mijn brief van 20 december 2007  aankondig, wordt niet afgeweken het

«first come, first served» principe, maar wordt na het aansluiten een meer flexibele wijze gehanteerd voor het benutten van een beperkte netcapaciteit vooruit lopend op een netverzwaring.

De door mij aangekondigde wijziging van de Elektriciteitswet zal duurzame producenten in dit aspect een voorrangspositie verstrekken.

9

Ik acht het noodzakelijk voor de invoering van «voorrang voor duurzaam» de Elektriciteitswet 1998 te wijzigen, omdat deze wet nu elke vorm van discriminatie expliciet verbiedt (art. 23, tweede lid en art. 24, derde lid). Nu onverhoopt de situatie is ontstaan van wachtrijen voor het verkrijgen van een aansluiting en een transportrecht, acht ik het wenselijk

de mogelijkheden te benutten, die de richtlijn «2001/77/EG betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit

hernieuwbare energiebronnen op de interne elektriciteitsmarkt» biedt voor het verlenen van voorrang aan duurzame elektriciteit.

 

« Terug

Reacties op 'Antwoord op schriftelijke vragen aansluiting van duurzameelektriciteitsproductiemiddelen'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2008

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari