De Tweede Kamerfractie mengt zich nadrukkelijk in WMO discussie

woensdag 02 februari 2005 15:37

Bijdrage Tweede Kamerfractie ter voorbereiding op het debat over de Wet Maatschappelijk Ondersteuning

CHRISTENUNIE – fractie Tweede Kamer
Spreker: A. Rouvoet – Algemeen overleg
 
Onderwerp:    Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)
Nummer:        29 538
Datum:           9 december 2004
Inleiding
  • De discussie over de WMO heeft tot veel onrust in de samenleving geleid. (Opgeschort VNG-overleg, legio congressen en forums). Positief is de maatschappelijke betrokkenheid die hieruit blijkt. Een compliment voor de staatssecretaris valt hier echter niet te maken: de samenleving is lang in het ongewisse gelaten. Vele organisaties vreesden voor een verkapte bezuinigingsmaatregel. De ChristenUnie-fractie heeft begrip voor de kritische houding van gemeenten en maatschappelijke organisaties. Er ligt nog geen wetstekst!
  • Mijn fractie hecht er veel waarde aan dat de staatssecretaris in overleg blijft treden met maatschappelijke organisaties en gebruik maakt van hun kennis en ervaring. Het is belangrijk om maatschappelijk draagvlak te krijgen voor het nieuwe systeem. Wij zijn dan ook blij met het hervatte overleg met de VNG.
  • We vinden het begrijpelijk dat er wordt gezocht naar een mogelijkheid om de AWBZ tot de oorspronkelijke bedoeling (namelijk onverzekerbare risico’s) te beperken. Voor de ChristenUnie is het duidelijk dat het huidige systeem voor zorg en dienstverlening onhoudbaar is voor de toekomst. De AWBZ was bedoeld voor onverzekerbare risico’s en dat moet overeind blijven staan. Deze risico’s betreffen de gevolgen van chronische ziekten, lichamelijke en verstandelijke handicaps en de opname in verpleeghuizen[1]. Daarom steunt mijn fractie een heroriëntatie van het beleid, maar we willen wel een open discussie. Het is de vraag of het terecht is dat de staatssecretaris de motie Vietsch als “een steunbetuiging voor de WMO” mag ervaren.
  • Mijn fractie vindt het op zichzelf goed om discussie over zorg die ‘voor altijd en iedereen beschikbaar moet zijn’ te voeren. De overheidstaken zijn lang overschat, zeker als het gaat om de AWBZ. Dit is de mede het gevolg van de maatschappelijke trend van individualisering en afnemende sociale cohesie, waardoor mensen zich sneller en meer tot de overheid wenden. Wanneer de overheid een stap terug doet in het voorzien van zorgbehoeften, zijn mensen meer op elkaar aangewezen. Wel moet dan duidelijk zijn wie voor deze mensen met behoefte aan maatschappelijke ondersteuning zouden kunnen zorgen en wat er gebeurt als deze mensen geen medemensen hebben waar ze op kunnen terugvallen. Positief is de ChristenUnie over de nagestreefde vermaatschappelijking[2] van de zorg en de mogelijkheid om zorg en welzijn op lokaal niveau te integreren in een nieuwe vorm van dienstverlening. De mens is niet geschapen voor zichzelf, maar wordt geroepen tot dienstbaarheid en naastenliefde.

 
Mantelzorg
  • Met de komst van de WMO zal een groter beroep worden gedaan op mantelzorg[3]. Wij signaleren een probleem als het kabinet het voornemen heeft nog meer gebruik te maken van mantelzorg en vrijwilligerswerk. Tegenstrijdig is dat het kabinet streeft naar een grotere arbeidsparticipatie, langer doorwerken en een 40-urige werkweek. De ChristenUnie wil graag weten welke ruimte er op het gebied van mantelzorg en vrijwilligerwerk zit. Kan de samenleving de nieuwe taak aan? Mijn fractie vraagt zich af of de mantelzorgers om meer hulp gevraagd kan worden.
  • Mantelzorgers moeten zoveel mogelijk ondersteund worden, bijvoorbeeld in een periodieke overname van de zorg (aanbod van respijtzorg). Wanneer mantelzorgers te maken krijgen met onredelijke kosten om hun taken te vervullen, acht mijn fractie het denkbaar dat hiervoor een financiële onkostenvergoeding komt. We zijn blij dat de motie Van der Vlies met betrekking tot fiscale faciliëring wordt uitgevoerd en we staan zeer positief tegenover de initiatieven in de maatschappij om zorgvragers en vrijwilligers bij elkaar te brengen[4]. Dit kan de druk op mantelzorg verlichten.
  • Ten behoeve van de kwaliteit van beleid vindt de ChristenUnie het belangrijk om mantelzorgers een stem te geven in het kwaliteitsbeleid van zorginstellingen en zorgaanbieders. Ook in de indicatiestelling zien wij een rol voor de mantelzorger weggelegd.
 
Recht op zorg (zie ook manifest)
  • De voorwaarde voor de komst van de WMO is dat het récht op deze ondersteuning wettelijk verankerd wordt. De ChristenUnie pleit voor een basisniveau aan maatschappelijke ondersteuning waar Nederlandse burgers op kunnen rekenen, ongeacht de gemeente waarin ze wonen. De prestatievelden in de Contourennota zouden moeten worden uitgewerkt naar landelijke prestatie-eisen. Dit zou bovendien ten goede kunnen komen aan de door mijn fractie gewenste benchmarking. Er moeten transparante wettelijke criteria komen. Bovendien vindt mijn fractie het belangrijk dat er een vangnet komt voor mensen die geen sociaal netwerk hebben.
  • Mijn fractie vraagt zich in dit verband af hoe het recht op ondersteuning en voorzieningen zich verhoudt tot internationale verdragen.
  • De ChristenUnie vindt het belangrijk dat de eventuele komst van de WMO gepaard gaat met zoveel mogelijk integraliteit. Er moet voorkomen worden dat er nieuwe schotten ontstaan tussen de verschillende functies of voorzieningen.
  • Tenslotte vraagt de ChristenUnie zich af wat de WMO betekent voor burgers die minder mondig zijn. Er is namelijk ook ‘ongevraagde zorg’ in onze samenleving, waarbij we moeten denken aan sociale psychiatrie en de verstandelijke gehandicaptenzorg.
 
Pgb
  • Mijn fractie vindt dat de mogelijkheid om gebruik te maken van een pgb gewaarborgd moet blijven. De instandhouding van het pgb is gewenst vanuit het oogpunt van de zelfstandigheid en inkoopmacht van zorgvragers. Waarom verwacht de staatssecretaris dat er minder beroep op de pgb-regeling zal worden gedaan door de WMO?[5]
 
Gemeenten
  • De ChristenUnie vindt dat het gemeentelijke niveau het meest geschikt om maatschappelijke ondersteuning te organiseren. Gemeenten hebben kennis om beleidsterreinen aan elkaar te verbinden. Draagvlak voor deze verantwoordelijkheid, moet steeds gezocht worden. Daarom is overleg met de gemeentelijke overheden belangrijk. Opvallend is dat de gemeenten nu verwachten hoge uitvoeringskosten[6] te krijgen als de WMO wordt ingevoerd. Dit zegt toch wat over de verwachtingen van gemeenten. Hoe gaat de staatssecretaris hiermee om?
  • De ChristenUnie vindt het belangrijk dat de staatssecretaris aandacht heeft voor de implementatie van de WMO in kleinere gemeenten. Volgens de ChristenUnie kleven er grote nadelen aan het voorstel van staatssecretaris met betrekking tot lokale beleidsvrijheid. Het gevaar van rechtsongelijkheid. De ChristenUnie stelt voor om landelijke normen te formuleren, waarin duidelijk wordt wie in welke situatie in aanmerking komt voor welke vormen van hulp, begeleiding en voorzieningen.
  • In dit verband willen we ook vragen naar de visie van de staatssecretaris met betrekking tot het opstellen van een gezamenlijk protocol door gemeenten. Er bestaat verwarring, want de staatssecretaris vindt het enerzijds niet wenselijk om een protocol op te stellen vanwege de beleidsruimte voor gemeenten en anderzijds stimuleert zij het juist, waar het gaat om kleine gemeenten.
 
Financiën
  • Mijn fractie vraagt zich af of er voldoende middelen beschikbaar zijn ten behoeve van de voorbereiding van de WMO en bijbehorende overheadkosten. Wat vindt de staatssecretaris van het voorstel van de VNG, waarin gevraagd wordt om 20% uitvoeringsbudget en 10% invoeringsbudget? Ten aanzien van de beschikbaarheid van gelden moet ook gewezen worden op de genomen maatregelen in het kader van de OZB.
  • De ChristenUnie vindt dat het Rijk voorlopig verantwoordelijk zou moeten zijn voor de financiële risico’s van de WMO[7]. Maatschappelijke ondersteuning mag niet gaan concurreren met andere beleidsterreinen. Daarom pleiten wij voor geoormerkte gelden. Gelukkig sluit de staatssecretaris niet uit dat bij wijze van gewenning de WMO-gelden eerst via een specifieke uitkering worden uitgekeerd (zie vraag 325).
  • Veel waarde hecht mijn fractie aan een adequate verdeelsleutel. Zo moet rekening worden gehouden met de zorgbehoefte en de bevolkingsopbouw: het aantal ouderen en mensen met een handicap in een gemeente. Als de zorgvraag toeneemt, moet het beschikbare budget ook groeien.
  • De ChristenUnie acht het niet wenselijk dat de eigen bijdragen per gemeente sterk gaan verschillen. Vooralsnog wordt hier teveel ruimte gelaten aan gemeentebesturen. Op zijn minst denkt mijn fractie aan maximering van de eigen bijdragen van burgers. Let op: over eigen bijdrage, brief nr 7)
  • Mijn fractie vraagt verder aandacht voor de BTW. Op dit moment wordt bij een RIO-indicatie tevens een BTW-vrijstelling afgegeven voor de levering van de zorgdienst. Wanneer over de huishoudelijke verzorging weer BTW zou worden geheven, brengt dit een kostenstijging van 19% met zich mee[8]. Hoe gaat dit eruit zien onder de WMO?
 
Invoering
  • De ChristenUnie acht een invoeringstermijn van 1 januari 2006 niet verantwoord. Noch de gemeenten, noch de samenleving lijkt daarop voorbereid. De ChristenUnie is blij met de toezegging van de staatssecretaris om de WMO gefaseerd in te voeren. De ChristenUnie vraagt zich of de voorbereiding van de implementatie al kan beginnen zolang er nog geen wet is, zoals de staatssecretaris voorneemt (zie vraag 136 en 340). Ook veel gemeentelijke organisaties hebben bezwaren geuit over de invoeringstermijn van de WMO. Het standpunt van de ChristenUnie is dat gemeenten en samenleving er klaar voor moeten zijn.
 
Verantwoordelijkheid werkgevers
  • Bedrijven kunnen ten aanzien van de arbeidsparticipatie van mensen met een handicap een rol spelen. Dit kan ook in het kader van de WMO. Werkgevers zijn verantwoordelijk voor het langer in dienst houden van eventueel ouder personeel of mensen, die minder productief worden. Hoe ziet de staatssecretaris deze verantwoordelijkheid?
 
Indicatiestelling
  • Mijn fractie vraagt in hoeverre een scherpere indicatiestelling kan bijdragen aan de gewenste ontwikkeling van vermaatschappelijking van de zorg. We weten dat in het kader van de AWBZ er al over nagedacht wordt om ‘gebruikelijke zorg’ scherper te indiceren. Zou daarmee niet al een heel groot deel van de problemen kunnen worden opgelost?
  • De ChristenUnie zou willen zien dat de indicatiestelling integraal, objectief en onafhankelijk is. De indicatiestelling voor de WMO komt volgens de huidige plannen bij de gemeenten te liggen die tevens uitvoerders van de wet zijn (zie ook beantwoording van vraag 336). Het is dan ook de vraag of het wenselijk is dat gemeenten het personeel van de RIO’s aannemen met het oog op de onafhankelijkheid.
 
Zorgaanbieders
  • Het is mogelijk dat de WMO leidt tot een toenemende bureaucratie, omdat zorgaanbieders steeds met afzonderlijke gemeenten zaken moeten doen. De ChristenUnie vraagt hoe er wordt omgegaan met gemeenten die een zorginstelling binnen hun gemeentegrenzen hebben en die een bovenregionale functie vervult. Krijgen de betreffende gemeenten extra financiële middelen om de welzijnsfunctie te financieren die nu nog via de AWBZ loopt?
  • De ChristenUnie wil graag weten of de markttoegang van de reeds bestaande thuiszorgorganisaties wordt gegarandeerd. Daarmee zou de keuzevrijheid voor cliënten overeind blijven, en dat vinden wij belangrijk. Wij zien een taak voor de provinciale overheden zorgaanbieders te ondersteunen.

 
Evt: Vragen naar aanleiding van een gesprek Arjan de Heer (Curadomi):
  • De BTN (Brancheorganisatie Thuiszorg Nederland), Arcares en LVT (Landelijke Vereniging voor Thuiszorg) zijn bezig met een voorstel om de huishoudelijke hulp per 1 januari 2006 onder te brengen bij de zorgverzekering / de zorgverzekeraar. Het is niet bekend of dit voorstel al openbaar is. Deze drie partijen zijn bereid tot een meerjarendurende prijsafspraak van € 22 (huidige tarief voor de huishoudelijke verzorging is € 26). Dit zou een bezuiniging van 18% inhouden.
  • Het Ministerie van Financiën is bezig met het weer fiscaal mogelijk maken om alpha-hulpen aan te nemen. Dit zou een doelmatige regeling zijn, omdat er weinig overheadkosten zijn. De WMO dan overbodig?!
  • Fiscale regeling voor de ‘witte werkster’: Hier wordt overigens nauwelijks gebruik van gemaakt. Meer bekendheid aan geven?


[1] Pagina 4 van de Contourennota.
[2] Onder ‘vermaatschappelijking’ wordt verstaan: het streven om mensen met lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen, chronisch zieken en kwetsbare ouderen een zinvolle plek in de eigen ‘normale’ lokale samenleving te laten innemen en hen waar nodig te ondersteunen. Deze community care leidt tot de de-institutionalisering / extramuralisering van de zorg.
[3] Het is goed om een onderscheid te maken tussen mantelzorgers en vrijwilligers. Mantelzorgers zijn naaste familieleden, kennissen of buren die op de bres staan voor hun medemens die hulp nodig heeft. Met vrijwilligers doelen we doorgaans niet op de familieleden. De inzet van vrijwilligers kan met zich meebrengen dat de druk op ‘werk’ van mantelzorgers verlicht wordt.
[4] Op dit moment biedt Curadomi via haar internetsite een programma aan waarmee vrijwilligers en zorgvragers bij elkaar gebracht kunnen worden. Reliëf, een christelijke vereniging van zorgaanbieders, ziet voor zich zelf een taak weggelegd om vrijwilligers te ondersteunen.
[5] Brief van de staatssecretaris, “Het pgb gewogen”, 7-12-2004
[6] De VNG denkt 20% van het WMO-budget nodig te hebben voor uitvoering, en 10% voor de voorbereiding bij gemeenten.
[7] Naar het advies van de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv).
[8] Zoals gesignaleerd door Beeuwkes Thuiszorg.

« Terug

Reacties op 'De Tweede Kamerfractie mengt zich nadrukkelijk in WMO discussie'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2005

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari