Theologie tussen de schuifdeuren

zaterdag 08 januari 2005 09:21

 

Het waarnemingsvermogen van een historicus kan tot inzichten leiden die zowel relativerend als onbarmhartig zijn. Dat is geen verwijt, maar slechts een constatering. De historicus George Harinck kan mijn bijval krijgen als hij (Nederlands Dagblad 24 december) aandacht vraagt voor het functieverlies van de theologie als wetenschap.

Inderdaad, theologen worden nauwelijks nog te hulp geroepen om bijlicht te geven in maatschappelijke of politieke vraagstukken. Daarvoor worden tegenwoordig andere wetenschappelijke disciplines ingeschakeld, in het bijzonder de sociale wetenschappen.

Daarnaast lijkt de filosofie in een aantal gevallen de seculiere opvolger van de theologie te zijn geworden. Zo trok een jaartje geleden het bericht de aandacht dat VVD-aanvoerder Van Aartsen een jonge filosoof aan zijn persoonlijke staf had toegevoegd. Altijd nog beter dan een waarzegger, zo moet men maar denken.

Inmiddels hebben enkele theologen van professie reeds kritisch gereageerd op de hun toebedeelde marginaliteit. Daar kan ik buiten blijven. Als gelovige ben ik blij dat ik nog theologen kan lezen om mijn geloofskennis te verdiepen.

Hoe reageer ik echter als politicus - of als maatschappelijk actievoerder, journalist, onderwijskundige of arts - op deze marginalisering? Moet ik blij zijn met mijn emancipatie van de heerschappij van de theologen? Of is er sprake van verlies?

Schuld

Laten we eerst met onszelf beginnen. Harinck heeft namelijk gelijk wanneer hij stelt dat ook de taal en het denkraam van de kerkleden zijn ont-theologiseerd. Hij had het nog breder kunnen formuleren: onze taal en ons denkraam hebben aan confessioneel gehalte verloren, zijn in hoge mate geseculariseerd.

Of dat geheel of deels aan theologen mag worden verweten, is minder interessant. Veel belangrijker is het verlies aan inhoudelijk gezag van het christelijke argument. Dat ondermijnt de kerk en het christelijke leven en stelt ons schuldig aan onze cultuur.

Waar het om gaat, is dat de christelijke politiek - en daartoe beperk ik mij nu - wil zij het risico vermijden te verworden tot politieke belangenbehartiging van christenen, moet nadenken over een bredere levens- en wereldbeschouwing als uitvalsbasis voor belijnd politiek denken en handelen. En daarbij maak ik graag gebruik van de kennistoelevering van (ook) theologen.

Dan moet dat er wel zijn. Laat ik een en ander illustreren. Anders dan vroeger in het gereformeerde leven, hoor en lees ik tegenwoordig weinig meer over het theologisch gekwalificeerde begrip cultuurmandaat. Intussen gaat onze dynamische en veelszins stuurloze cultuur, het bouwen en bewaren in de meest brede zin van het woord, natuurlijk wel gewoon verder.

Natuurlijk, we kunnen voor een koersbepaling te rade gaan bij de economen en sociologen van onze nationale planbureaus, maar die werken met een gereduceerd wereldbeeld. Ik kom in hun rapporten nooit een poging tegen de realiteit van het Koninkrijk Gods of een christelijk mensbeeld of de werkelijkheid als geschapen werkelijkheid te betrekken bij hun adviezen. Het resultaat is verschraling.

En zo valt meer te noemen. Wil ik mijn houding bepalen in vraagstukken van oorlog en vrede, dan moet ik een notie hebben van wat ter rechtvaardiging van een oorlog mag gelden. In het verleden hebben theologen vanaf Augustinus daaraan een gezaghebbende bijdrage geleverd. Het gezag van de doctrine van de rechtvaardige oorlog werd niet ontleend aan het enkele feit dat het vooral theologen waren die aan de formulering ervan meewerkten, maar aan hun verdiept bijbels inzicht in de benoeming van het kwaad in mens en maatschappelijke structuur, de aard van het overheidsgezag en de grenzen van politieke moraliteit. Een vergelijkbare redenering is van toepassing als het gaat om het rentmeesterschap als ecologische notie.

Kerkhistorici met een theologische scholing kunnen actueel licht laten schijnen op politieke vraagstukken als de toetreding van Turkije tot de Europese Unie, de vraag of het raadzaam is in de preambule van een Europese Grondwet een verwijzing naar God of de christelijke leer of traditie op te nemen, de receptie van de islam in onze cultuur, het debat over waarden en normen. En bijbels-theologische expertise heb ik nodig bij het doordenken van vraagstukken van medisch-ethische aard. En zo valt er nog wel meer te noemen.

Schuifdeuren

Zeker, anders dan in het verleden hoeven theologen niet meer het laatste woord te hebben. Maar met Harinck zou ik het wel op prijs stellen wanneer ze wat minder tussen de schuifdeuren zouden verblijven. Of daar pas van wegkomen als maatschappelijke vraagstukken hen daartoe pressen.

Van dit laatste is de actuele theologische (en kerkelijke) reflectie op het karakter en de reikwijdte van het gebod voor de zondagsrust een duidelijk voorbeeld. De prikkel daartoe kwam allereerst van de politieke en maatschappelijke dynamiek van de 24-uurseconomie en de gewijzigde wetgeving op de terreinen van arbeidstijden en winkelsluiting. Toen moesten de theologen wel.

Theologen leven, als het goed is, niet met de rug naar onze cultuur toe. Dat lijkt me ook nauwelijks mogelijk. Wel denk ik dat ze zich te veel hebben aangepast aan onze hyperindividualistische en subjectieve mentaliteit. Zo wordt er het nodige geschreven over geloofservaring, levensheiliging en mystiek. Als het daar echter bij blijft, dan is dat een reductie van de theologische reflectie, die weliswaar uitstekend past bij onze postmoderne maatschappij, maar ook een verwaarlozing van de kritische boodschap die theologen ook kunnen brengen wanneer zij de volle betekenis van de Schrift in stelling brengen.

De verzuiling gaf, bedoeld of onbedoeld, status aan de theologische dienstverlening. De bescherming van die verzuiling is inmiddels grotendeels verdwenen. En daarmee staan we allemaal in de grote publieke ruimte en op de markt van argument en tegenargument. Christelijke politici, maar ook journalisten, hulpverleners en medici zijn inmiddels enigszins gewend aan die open ruimte. Het vergt een nieuwe apologetische scholing en een bijpassende vrijmoedigheid. Het is goed om ook theologen daartoe te prikkelen.

 

Eimert van Middelkoop is lid van de Eerste Kamer voor de ChristenUnie en schrijft op deze plaats maandelijks een column.

Bron: Nederlands Dagblad

« Terug

Reacties op 'Theologie tussen de schuifdeuren'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2005

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari