Moderne moslims nodig

zaterdag 03 september 2005 09:31

 

Al weer geruime tijd leven wij in ons land met de pijnlijke conclusie dat ons fameuze integratiebeleid voor allochtonen grotendeels een mislukking is gebleken. Meer nog dan in andere landen blijkt de afstand tussen Nederlanders en medelanders groot te zijn gebleven en soms zelfs groter te worden. De gebeurtenissen rond en na de moord op Theo van Gogh hebben dat aan de oppervlakte gebracht. Te lang hebben wij binnenkomers afgescheept met een verwijzing naar onze staatkundige en maatschappelijke vrijheden in plaats van ze actief vertrouwd te maken met de Nederlandse rechtsorde en cultuur.

Voorkomen moet nu worden dat jonge moslims de weg van Mohammed B. gaan volgen, namelijk een verdere vervreemding van de Nederlandse samenleving en een radicalisering langs godsdienstige i.c. islamitische lijnen. Het zou dan goed zijn wanneer er moderne moslims gaan optreden in de publieke ruimte, die duidelijk maken dat de identiteit van een moslim goed kan samengaan met loyaliteit tegenover onze democratische rechtsorde. De Amsterdamse wethouder Aboutaleb is zo iemand, maar hij staat nog vaak alleen.

Leerzame ontmoeting

Onlangs organiseerde Forum, het Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling, samen met Clingendael, het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen, met het oog daarop een summerschool voor jonge, goedopgeleide moslims, die op dit moment balanceren tussen de Nederlandse rechtsorde en godsdienstig fundamentalisme. Een week lang kregen ze een hoogwaardig programma 'Moslims in leiderschap' voorgeschoteld met deskundigen uit binnen- en buitenland. Onderdeel daarvan was ook een discussiemiddag met Nederlandse parlementariërs over het thema 'Religie en politiek'. Samen met een tweetal collega's uit de Tweede Kamer resp. het Europees Parlement nam ik daaraan deel.

Het was voor beide partijen bepaald een leerzame ontmoeting. Wij werden geconfronteerd met een 25-tal zeer goedgebekte studenten, die niet alleen met ons, maar ook met elkaar fel in debat gingen. Op mijn vraag hoe zijzelf hun identiteit zagen, luidde meestal het antwoord: ik ben een Nederlander van Marokkaanse (Turkse, Iranese etc.) afkomst en ik ben moslim. Dat laatste hoorde er standaard bij, met uitzondering van enkele studenten van Iranese en Koerdische afkomst.

Een student van Marokkaanse huize gaf helder aan dat zijn islamitisch thuismilieu hem de stabiliteit gaf om te participeren in de Nederlandse samenleving en dat hij zijn identiteit daarom slechts ten dele als een Nederlandse zag. Zo voelde hij zich emotioneel verbonden met de Arabische taal en tekens, ontleend aan de Koran.

Islamitische partij

Veel opwinding ontstond toen de vraag naar de al dan niet oprichting van een islamitische politieke partij aan de orde kwam. Eerder die week had een hoogleraar staatsrecht dit kennelijk bepleit, maar dat was bepaald niet goed gevallen. Tegelijk echter werd door veel studenten aan ons gezegd dat ze zich in de Nederlandse politiek niet vertegenwoordigd voelden. 'Er wordt niet naar ons geluisterd', zo hoorden we. Sterker nog, de namen van de Tweede-Kamerleden Wilders en Hirsi Ali bracht menigeen in een staat van grote opwinding.

Ook werd vuur gespuwd over de wijze waarop in onze media het beeld van de islam en van moslims wordt neergezet. De ergernis over de karikaturen die vooral in het publieke debat na de moord op Van Gogh over het scherm vlogen was groot. Ze hadden er grote moeite mee dat ze als moslims voortdurend publiek ter verantwoording werden geroepen. 'Ik ben er soms bekaf van', zo zei een studente bitter. Vervolgens ontstond een zeer herkenbare discussie over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting.

Zelfdiscipline

Zo op het eerste gezicht was er weinig reden te twijfelen aan hun loyaliteit aan onze rechtsorde. Wel hadden ze duidelijk moeite met een vereiste van burgerschap, namelijk zelfdiscipline. Daar bedoel ik mee dat in een zeer pluralistische samenleving, met subculturen van de gereformeerde orthodoxie op de Veluwe tot de gayscene van de Amsterdamse grachtengordel, een burger soms veel moet slikken en daartoe ook bereid moet zijn. De roep om de vrijheid van meningsuiting in te perken moet dan ook niet te snel klinken.

Als orthodox christen kon ik ze erop wijzen dat ook ik veel moet slikken en met tal van moderne, libertijnse, cultuuruitingen grote moeite heb. Toch is het beter niet te snel in termen van verboden te denken, maar de weg naar de rechter te beproeven. Zo wisten ze niet dat Theo van Gogh al eens door gereformeerden voor de rechter was gesleept na grove krenking van christenen.

Gemakzucht

Ik heb nooit veel heil gezien in pleidooien voor een islamitische partij en daarin werd ik die middag krachtig bevestigd. Dergelijke pleidooien zijn vaak herkenbare uitingen van Hollandse gemakzucht van het type 'zoek het maar uit in eigen kring'. Men heeft dan nauwelijks oog voor de problemen die daarmee samenhangen. Immers, de moslimpopulatie in Nederland is zeker zo pluriform als de christelijke. Vergeet het maar dat je dat kan samenbrengen in één partij. 'De moslim' bestaat niet. Er zijn grote verschillen in godsdienstigheid, ethische opvattingen, nationale herkomst etc.

Daarnaast moet men zich realiseren dat een van buitenaf geforceerde ontwikkeling tot partijvorming op islamitische grondslag vraagt om radicalisering. Immers, zo'n partij zal eigenheid willen tonen, zich profileren tegenover andere (autochtone) politieke partijen en dat geeft de radicalen in de moslimgemeenschap de wind in de zeilen.

Lastiger is de beeldvorming rond de moslims in de media. Wij, de Nederlandse parlementariërs, konden deze studenten nog wel duidelijk maken dat Hirsi Ali vooralsnog als Kamerlid weinig bereikt en dat Wilders zich inmiddels parlementair heeft gemarginaliseerd. Dat neemt niet weg dat zij in de media aanstootgevende provocateurs zijn. Althans in de ogen van deze jonge moslims, en ik denk niet geheel ten onrechte.

Aan ons werd ook de vraag gesteld wat wij deden aan het geven van politiek tegengas. Mijn collega uit de Tweede Kamer kon daarvan wel degelijk goede voorbeelden noemen, maar niet viel te ontkennen dat daarvan in de media doorgaans weinig terug te vinden is. Later die week zouden ze de redactie van een grote krant bezoeken. Die zal het niet makkelijk hebben gehad, zo vrees ik, maar dat is deze zaak wel waard.

Eimert van Middelkoop is lid van de Eerste Kamer voor de ChristenUnie en schrijft op deze plaats maandelijks een column.

Bron: Nederlands Dagblad

« Terug

Reacties op 'Moderne moslims nodig'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2005

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari