Als goede bedoelingen averechts werken

vrijdag 04 november 2005 13:55

 

Rampen als de tsunami of de aardbeving in Pakistan, vluchtelingenstromen in Sudan en ontredderde samenlevingen als Congo en Ivoorkust doen een zwaar beroep op internationale hulpverleningsorganisaties. We denken dan aan het Rode Kruis, Artsen zonder Grenzen, ZOA Vluchtelingenzorg en vele tientallen andere zogeheten NGO's (non-gouvernementele organisaties). In de ogen van velen belichamen zij de moderne gestalte van de barmhartige Samaritaan.

Mocht men overigens van die Samaritaan een romantische zondagsschoolfiguur hebben gemaakt, dan zorgt kennisneming van het actuele reilen en zeilen van deze NGO's wel voor een ander beeld. En dat is bepaald niet romantisch. De laatste jaren worden deze organisaties geconfronteerd met nieuwe en lastige uitdagingen. Dat bleek enkele weken geleden op een goedbezocht symposium van ZOA Vluchtelingenzorg.

Hulpverleners verlenen noodhulp en wederopbouwhulp onder de vlag van neutraliteit. Deze notie is geijkt door het Internationale Rode Kruis, een organisatie die geen onderscheid maakt tussen goede en slechte oorlogen, motieven voor geweld of tussen agressors en onschuldigen. De hoofdregel is: hulp aan slachtoffers verlenen en strijdende partijen de regels van het oorlogsrecht voorhouden.

Echter, deze notie van neutraliteit staat steeds meer onder druk. Dat komt bijvoorbeeld door de veranderde aard van conflicten. Terroristen, etnische milities, kindsoldaten en ander loslopend en vooral goedbewapend volk hebben maling aan regels van militaire ethiek en moorden vaak naar willekeur. Zo zijn alleen al in 2003 in diverse conflictgebieden 87 hulpverleners vermoord. Anderen zijn gegijzeld en slechts met losgeld vrij te krijgen. Een oplossing zou dan zijn om hulpverlening in die gevallen alleen onder militaire bescherming te laten plaatsvinden, maar dat doet dan wel afbreuk aan de notie van neutraliteit. Een duivels dilemma derhalve, want het betekent het afscheid van de vooronderstelling dat alle slachtoffers gelijk zijn.

Goede bedoelingen

Nu zijn dit gelukkig nog vrij extreme en uitzonderlijke situaties. Tijdens het ZOA-symposium bleek ook dat in meer algemene zin verdere bezinning nodig is op het werk van de internationale hulpverlening. Een ervaringsdeskundige uit India wees erop dat de goede bedoelingen van hulpverleners vaak lokale initiatieven van eigen mensen frustreren. Hulpverleners worden ingevlogen met dure apparatuur zoals imponerende fourwheeldrives, bezetten de beste hotels en hebben weinig oog voor de capaciteiten van lokale mensen. Van enige coördinatie is vaak al evenmin sprake, zodat de hulpverlening soms onderdeel wordt van het probleem in plaats van een duurzame bijdrage aan de oplossing.

Dit probleem doet zich overigens in toenemende mate ook voor bij de uitzending van militairen in zogenaamde vredesmissies. Zo werd mij eens het verhaal verteld van Nederlandse militairen, die in het begin van de jaren '90 actief waren in Cambodja. Omdat er naast het militaire werk tijd overbleef, ging men met de beste bedoelingen bezield de bevolking helpen met het bouwen van schooltjes. Dat was, naar het oordeel van meer deskundige civiele hulpverleners, nu iets dat men juist niet had moeten doen. De door de moordpartijen van het communistische regiem zwaargetraumatiseerde bevolking moest leren primaire taken weer zelf ter hand te nemen, maar kreeg daartoe zo geen kans. Kortom, goede bedoelingen zijn niet voldoende en kunnen zelfs contraproductief zijn.

Leergeld

Inmiddels is met het inzetten van militairen de nodige ervaring opgedaan en is leergeld betaald. Binnen de krijgsmacht bijvoorbeeld is er een aparte dienst voor civiel-militaire (CIMIC) taken opgericht en werken departementsambtenaren van Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, die elkaar in het verleden niet eens zagen staan, steeds vaker samen.

De problemen van een organisatie als ZOA zijn weliswaar wat bescheidener, maar daarom niet minder reëel. Tot hoever kan en mag de solidariteit met vluchtelingen gaan? Soms kan het nodig zijn om bij de lokale autoriteiten te protesteren tegen factoren die de hulpverlening hinderen. Hoe voorkomt men dan het risico dat men als lastige partijganger en niet als onpartijdige hulpverlener wordt gezien?

Van meer fundamentele aard is de gegroeide overtuiging dat elke daad van hulpverlening vanaf het allereerste begin oog moet hebben voor de langere termijn en dus het perspectief van wederopbouw moet kiezen. Dat betekent dat vluchtelingen niet alleen een dak boven het hoofd moeten krijgen, maar ook voorzieningen voor onderwijs en werk. Een ander inzicht is dat vanaf het allereerste begin zoveel mogelijk de actieve deelneming van lokale autoriteiten en burgers wordt gezocht, die na verloop van tijd het 'vreemde' werk van de hulpverleners op eigen kracht kunnen overnemen.

Interessant is dat steeds vaker NGO's het bedrijfsleven proberen te betrekken bij hun werk. Daar beschikt men immers over kennis en vaardigheden die de weg naar een meer normale samenleving kunnen banen. Kortom, de internationale hulpverlening heeft haar morele en ideële motieven inmiddels aangevuld met harde, professionele vaardigheden. En dat is winst, ook voor de goede gever.

Typisch westers

Tijdens het ZOA-symposium werd er ook op gewezen dat in onze tijd veel conflicten een religieuze oorsprong kennen en dat een christelijke identiteit dan wel eens een belemmerende factor kan zijn. Moet men niet wat terughoudend zijn met die christelijke identiteit? Het komt mij voor dat dit allereerst een typisch westerse vraag is, ontsproten aan een cultuur die moderniteit en secularisatie als onlosmakelijk aan elkaar verbonden ziet. Dat is echter een vooringenomenheid waarvan een organisatie als ZOA beter niet te snel onder de indruk kan raken. De wereld is religieus en wel meer dan ooit. Buiten Europa begrijpt men weinig van 'onze' religieuze leegheid. Wel zal het nodig zijn, zeker waar het gaat om gebieden met religieus gekwalificeerde conflicten, helder te maken dat een christelijk ethos als motivatie voor hulpverlening geen dekmantel is voor proselitisme en geen hulpbehoevenden om redenen van dat ethos wil uitsluiten. De inspiratie mag dan exclusief zijn, de daad is inclusief. Het is daarom goed wanneer in de kerken in het gebed wordt stilgestaan bij de gevolgen van rampen en conflicten, niet alleen de slachtoffers en hun nabestaanden aan God worden opgedragen, maar ook de hulpverleners.

Eimert van Middelkoop is lid van de Eerste Kamer voor de ChristenUnie en schrijft op deze plaats maandelijks een column.

Bron: Nederlands Dagblad

door Eimert van Middelkoop

« Terug

Reacties op 'Als goede bedoelingen averechts werken'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2005

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari