Vragen over Noodhulp aan Atjeh en toegang tot Papoea

donderdag 06 januari 2005 13:51

Vragen van de leden Ferrier (CDA), Tjon-A-Ten (PvdA), Karimi (GroenLinks) en Huizinga-Heringa (ChristenUnie) aan de ministers van Buitenlandse Zaken en voor Ontwik-kelingssamenwerking over noodhulp aan Atjeh en toegang tot Papoea.

Met antwoord.

Vragen van de leden Ferrier (CDA), Tjon-A-Ten (PvdA), Karimi (GroenLinks) en Huizinga-Heringa (ChristenUnie) aan de ministers van Buitenlandse Zaken en voor Ontwik-kelingssamenwerking over noodhulp aan Atjeh en toegang tot Papoea.(Ingezonden 6 januari 2005)
  1. Hebt u kennisgenomen van het bericht, dat stelt dat het Indonesische leger de rampmisbruikt door operaties tegen opstandelingen in Atjeh te intensiveren en hulp aan mensen die gezien worden als sympathisanten van de onafhankelijkheidsbeweging Gerakan Aceh Merdeka (GAM) weigert?1
  2. Bent u ook opde hoogte van de uitspraken van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, de heer Lubbers, die stelt dat het moeilijk is om toestemming te krijgen van de Indonesische regering om hulp te bieden in Atjeh?2
  3. Bent u bereid om in contact met de Indonesische autoriteiten, wellicht tijdens de op 6 januari geplande topontmoeting in Jakarta waar plannen voor de noodhulpverlening worden bespro-ken, het belang van toegankelijkheid van het rampgebied voor internationale humanitaire hulporganisaties en het niet misbruiken van de ontstane chaos door het Indonesische leger in het conflict in Atjeh te benadrukken? Zo nee, waarom niet?
  4. Hebt u tevens kennisgenomen van het feit dat recentelijk de visa van vier Nederlandse Kamerleden en overige delegatieleden die wilden deelnemen aan een door verschillende protestante en katholieke ontwikkelingsorganisaties georganiseerde reis naar onder andere Sulawesi en Papoea,3 om onbekende redenen werden ingetrokken?
  5. Kunt u de Indonesische autoriteiten opheldering vragen over het feit dat, ondanks eerdere ver-strekking van sociaal-cultureel visa voor deze in januari 2005 te ondernemen reis, alsnog werd besloten visa voor vier Nederlandse parlementariërs en andere delegatieleden in te trek-ken?
  6. Acht u het onwenselijk dat Nederlandse parlementariërs de toegang wordt geweigerd tot gebieden als Sulawesi en Papoea om aldaar kennis te kunnen maken met initiatieven van religieuze leiders om tot vrede en ontwikkeling te komen in deze conflictgebieden? Zo ja, in hoeverre bent u bereid in de richting van Indonesische autoriteiten het belang van dergelijke initiatieven en de toegankelijkheid van in het bijzonder Papoea te benadrukken?
1 NOS-Teletekst, 3 januari jl.
2 De Telegraaf, 30 december 2004.
3 Persbericht ICCO/Kerkinactie/CORDAID/CMC
en J en P, 4 januari jl.
 
Antwoord
Antwoord van minister Bot (Buitenlandse Zaken) en van minister Van Ardenne-van der Hoeven (Ontwikkelingssamenwerking). (Ontvangen 27 januari 2005)
  1. Ja.
  2. Ja.
  3. Tijdens de ASEAN-conferentie op 6 januari jl. in Jakarta heeft de Indonesische regering de Verenigde Naties gevraagd de noodhulpfase in Atjeh en Noord-Sumatra te coördineren. De Indonesische regering verwelkomt de internationale steun en heeft internationale hulpverle-ners verzocht om hun inspanningen met de VN-organisatie OCHA te coördineren.
    De Indonesische regering heeft aangegeven dat het leger zoveel mogelijk wordt ingezet om de hulpoperatie op de grond te leiden en de inzet van buitenlandse militairen en buitenlands militair materieel te begeleiden. De Nederlandse regering meent dat deze rol ter ondersteuning van de logistiek bij de hulpverlening wordt verwelkomd in de noodhulpfase maar dat gelei-delijk civiele hulpverleners deze rol moeten overnemen. Vanuit het Indonesische parlement is een toezichthoudende commissie opgezet om mogelijke corruptie en misbruik van hulp te sig-naleren. Voorts pleit de Nederlandse regering ervoor dat de inspanningen voor de wederop-bouw aan de gehele lokale bevolking ten goede moeten komen. Naast de wederopbouw moet ingezet worden opeen vreedzame beëindiging van het gewapende conflict. Wat de toegan-kelijkheid van het rampgebied in Noord-Sumatra betreft, heeft de Indonesische overheid re-cent aangegeven zich zorgen te maken over de veiligheid van de duizenden hulpverleners die daar momenteel werkzaam zijn. Op grond hiervan heeft zij aangegeven dat alle bewegingen buiten Banda Atjeh moeten worden gemeld.
    Binnen 24 uur zal vervolgens worden besloten of veiligheidshalve begeleiding door militairen wenselijk is. Over de praktijk van deze maatregel is navraag gedaan bij betrokken hulpver-leners. Daarbij is gebleken dat inderdaad sprake is van een actievere begeleiding van de hulpoperatie door de Indonesische overheid. Van tegenwerking is echter geen sprake.
  4. Ja.
  5. en 6 De Nederlandse regering acht het van belang dat Nederlandse parlementariërs de situatie in Indonesië ter plekke kunnen aanschouwen. Waar mogelijk heeft de regering de organisatoren van de parlementaire reis naar Indonesië in hun voorbereidingen bijgestaan. Tijdens de voor-bereidingen van de reis is in het contact met de Indonesische autoriteiten het belang en wen-selijkheid van deze reis duidelijk verwoord. De regering zal navraag doen naar de Indonesische bezwaren tegen de reis van Nederlandse parlementariërs naar Indonesië.

« Terug

Reacties op 'Vragen over Noodhulp aan Atjeh en toegang tot Papoea'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2005

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari