Vragen over Schol

vrijdag 18 februari 2005 13:54

Vragen van het lid Slob (ChristenUnie) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over schol.

Met antwoord.

Vragen van het lid Slob (ChristenUnie) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over schol. (Ingezonden 18 februari 2005)
  1. Bent u op de hoogte van het feit dat dit jaar vele contingenthouders in de knel dreigen te raken, omdat veel bokkers hun scholcontingent nu reeds voor een meer dan evenredig deel hebben opgevist, zoals blijkt uit «Schol weer overboord»?1
  2. Hoe beoordeelt u het feit dat vissers als gevolg van de grote hoeveelheid schol die gevangen wordt – de schol blijkt goed vangbaar – en rekening houdend met hun beperkte contingent, op vrij grote schaal goedkope kuitzieke schol overboord moeten zetten?
  3. Deelt u de mening dat als er, zoals nu het geval is, zelfs in de kuitzieke periode meer schol wordt gevangen dan de vissers wensen en de vangsten beter zijn dan vier jaar geleden, het huidige scholquotum te laag is in relatie tot de hoeveelheid schol die voorhanden is?
  4. Bent u bereid om stappen te ondernemen teneinde de toegestane vangsthoeveelheid voor schol tussentijds te verhogen?
  5. Welke lering trekt u uit de huidige situatie voor de toekomst? Onderstreept deze situatie niet nog eens het belang om de adviezen van de vissers – die hun verantwoordelijkheid hebben getoond door op eigen initiatief een scholherstelplan te starten – ter harte te nemen? Vormt deze situatie niet een reden te meer om tot meerjarige en beter passende quotumafspraken te komen?
1 Visserijnieuws, 11 februari jl.
 
Antwoord
Antwoord van minister Veerman (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit). (Ontvangen 3 maart 2005)
  1. Ja, ik ben hiervan op de hoogte.
  2. Teruggooien van vis, zodat alleen de duurdere kwaliteit vis wordt aangeland is niet duurzaam. In de zogenaamde kuitzieke periode in het eerste kwartaal wordt altijd meer vis gevangen omdat de «kuitschietende» vis zich verzamelt en daardoor makkelijker te vinden is. In het kader van het co-managementsysteem is afgesproken dat de Biesheuvelgroepen visplannen maken die zijn gericht op een spreiding van de visserij-inspanning.
    Hiermee kunnen grote vangsten en teruggooi van kwalitatief minder goede vis in het eerste kwartaal worden voorkomen. In dit kader ben ik blij met het initiatief van de visserijsector, om een reductie van de visserijdruk in het eerste kwartaal in acht te nemen. Reductie van de visserij-inspanning draagt bij aan het beheer van schol en leidt tot een betere prijs voor de aangelande vis in de rest van het jaar.
  3. Zie antwoorden op vraag 2: in de kuitzieke periode wordt van oudsher meer schol gevangen en op basis daarvan lijken de quota in het eerste kwartaal altijd ontoereikend. Over de afgelopen vijf jaar werd in de eerste zeven weken ruim 20% van het quotum aangeland. Dit jaar vormt daarop geen uitzondering.
  4. Ik acht een tussentijdse aanpassing van de TAC voor schol in Brussel een onbegaanbare weg. Wel wil ik samen met de sector werken aan meerjarige managementplannen voor platvis-visserij. Nederland is de belangrijkste speler in de Europese platvisvisserij dus zal LNV de visserijsector steunen in de initiatieven in die richting.
  5. De afgelopen jaren heb ik in Brussel gepleit voor stabiele meerjarige vangsthoeveelheden. Dit is in de afgelopen Decemberraad ook vastgelegd in een Raadsverklaring. Dit betekent stabiliteit, maar niet per definitie hoge vangsthoeveelheden. Meerjarige vangstregels worden ontwikkeld waarbij de platvisvisserij als pilot voorop loopt. Bij het opstellen van deze regels zal «bottom up» worden gewerkt, vanuit overleg met de directe belanghebbenden verzameld in het Regionale Advies Comité voor de Noordzee.

« Terug

Reacties op 'Vragen over Schol'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2005

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari