Vragen over Opschorting besluitvorming mvv’s uit bepaalde landen

dinsdag 15 februari 2005 13:59

Vragen van het lid Huizinga-Heringa (ChristenUnie) aan de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie over opschorting van de besluitvorming inzake mvv’s uit bepaalde landen.

Met antwoord.

Vragen van het lid Huizinga-Heringa (ChristenUnie) aan de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie over opschorting van de besluitvorming inzake mvv’s uit bepaalde landen. (Ingezonden 15 februari 2005)
  1. Is het waar dat naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van 8 september 2004 inzake het verificatiebeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken mvv-aanvragen van vreemdelingen uit onder andere de Dominicaanse Republiek worden (zijn) aangehouden?
  2. Is het waar dat betrokkenen wordt gemeld dat hun verzoek pas weer ter hand wordt genomen totdat er, na overleg tussen de minister van Justitie en de minister van Buitenlandse Zaken, meer duidelijkheid bestaat over de legalisatie en verificatie van de betreffende documenten?
  3. Is het waar dat de IND in dergelijke gevallen een beslissing neemt, noch termijnen aangeeft waarbinnen een beslissing wordt genomen?
  4. Is het waar dat verificatie van persoonsdocumenten op zichzelf wel mogelijk is, zij het tegen mogelijke meerkosten?
  5. Indien het antwoord op bovenvermelde vragen bevestigend is, acht u deze situatie aanvaardbaar voor betrokkenen die nu kennelijk lang moeten wachten op een besluit en niet weten hoe lang een besluit nog op zich laat wachten?
  6. Bent u van plan de besluitvorming omtrent de verstrekking van mvv’s uit landen als de Dominicaanse Republiek wederom ter hand te nemen, dan wel in ieder geval betrokkenen de mogelijkheid te bieden alsnog hun gegevens te laten verifiëren? Zo ja, wanneer?
Antwoord
Antwoord van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie), mede namens de minister van Buitenlandse Zaken. (Ontvangen 31 maart 2005)
 
1 t/m 6
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 8 september 2004 uitspraak gedaan in twee zaken betreffende het legaliseren van brondocumenten, met als belangrijkste conclusie dat de Minister van Buitenlandse Zaken legalisatie en verificatie van een buiten-lands brondocument niet langer aan elkaar mag koppelen en een positieve uitkomst van een verificatie dus geen voorwaarde meer mag laten zijn voor het legaliseren van een document. Een document dat naar vorm en handtekening correct is, dient gelegaliseerd te worden. Daar-naast kan, in geval van twijfel omtrent de juistheid van de inhoud ervan, om verificatie wor-den verzocht. Voorts heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak overwogen dat bezwaar niet lan-ger mogelijk is omdat legalisatie noch verificatie een besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb. Men kan uitsluitend nog in bezwaar tegen de beslissing die op basis van het niet legaliseren van een document is genomen op de aanvraag. Daarop heeft de Minister van Buitenlandse Zaken met onmiddellijke ingang het beleid ten aanzien van het niet legaliseren dan na een po-sitief verlopen verificatie van documenten uit zogenoemde probleemlanden, waaronder de Dominicaanse Republiek, stopgezet. Verificatie vindt uitsluitend nog plaats op verzoek van de beschikkende uitvoerende instantie, waaronder de IND. Aan verificatie zijn meerkosten verbonden.
De hoofdregel dat buitenlandse brondocumenten alleen tot de Nederlandse rechtsorde kunnen worden toegelaten als deze gelegaliseerd zijn, blijft bestaan. Deze regel blijft gelden voor alle brondocumenten uit landen die niet zijn aangesloten bij een legalisatieverdrag en dat zijn er aanmerkelijk meer dan de zogenoemde voormalige probleemlanden. De uitspraak heeft wel tot gevolg dat de instantie die de aanvraag behandelt nu zelf een oordeel moet vellen over de vraag of een onvolledigheid of fout in een akte of het ontbreken van een akte verschoonbaar kan worden geacht.               
Gelet op de uitspraak en de onduidelijkheid die meteen na de uitspraak bestond over de status van het probleemlandenbeleid heeft de IND besloten om in afwachting van een nieuw beleidskader de aanvragen machtiging tot voorlopig verblijf uit voormalige probleemlanden met als enige afwijzingsgrond het niet hebben van een gelegaliseerde akte, tijdelijk aan te houden om de vreemdeling niet te benadelen.
Alleen de aanvragen uit voormalig probleemlanden waarin de enige afwijzingsgrond het niet hebben van een gelegaliseerde en geverifieerde akte was, zijn aangehouden. In het geval er een andere afwijzingsgrond aanwezig was, is de aanvraag niet aangehouden maar afgewezen op die andere grond om betrokkene niet te lang in onzekerheid te laten. Omdat in eerste in-stantie niet duidelijk was hoe met aktes uit voormalig probleemlanden om te gaan, kon niet aangegeven worden hoe lang de zaken aangehouden zouden worden. Inmiddels is besloten de aangehouden zaken weer in behandeling te nemen en te beslissen op een uitsluitend gelegali-seerde akte. In geval van twijfel over de inhoudelijke juistheid van de akte, kan de akte wor-den geverifieerd. Er is thans een wijziging van de Vreemdelingencirculaire in voorbereiding.

« Terug

Reacties op 'Vragen over Opschorting besluitvorming mvv’s uit bepaalde landen'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2005

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari