Verslag Wijziging Gemeentewet i.v.m. introductie rechtstreeks gekozen burgemeester

donderdag 03 februari 2005 14:53

Door: Arie Slob
 
Schriftelijke bijdrage van de leden van de fractie van de ChristenUnie
 
Inleiding
Deze inbreng sturen de leden van de fractie van de ChristenUnie met gepaste tegenzin, aangezien het wetsvoorstel voor de deconstitutionalisering van de benoeming van de burgemeester nog steeds in behandeling is bij de Eerste Kamer. Zolang dat wetsvoorstel nog niet door de Eerste Kamer aangenomen is, is voorliggend wetsvoorstel in strijd met de Grondwet en zou het eigenlijk nog niet in behandeling moeten worden genomen.
 
Deze leden hebben met weinig enthousiasme kennis genomen van de Wijzigingswet Introductie gekozen burgemeester. Deze leden vinden het nog steeds onverantwoord om de genoemde voorstellen door te voeren en hebben derhalve een groot aantal vragen bij de voor-stellen van de regering. Met deze vragen beogen deze leden de regering nogmaals te waar-schuwen voor de consequenties van voorliggend wetsvoorstel en willen zij de regering vragen om de gekozen burgemeester nogmaals in overweging te nemen. De leden van de fractie van de ChristenUnie weten dat de regering zich in het Hoofdlijnenakkoord heeft gecommitteerd aan de invoering van de gekozen burgemeester. Toch vragen deze leden – mede gelet op de breed gedragen zorg over de consequenties van de invoering – de regering op zijn minst de randvoorwaarden voor het rechtstreeks kiezen van de burgemeester zo vorm te geven dat de invoering ervan zo min mogelijk problemen geeft. De leden van de fractie van de ChristenUnie hopen dat partijen die gebonden zijn aan het Hoofdlijnenakkoord in overweging willen nemen om de Wet gekozen burgemeester uit te stellen, omdat anders overhaast tot invoering moet worden overgegaan alleen om vast te houden aan het Hoodlijnenakkoord. Deze leden vragen de regering in overweging te nemen –mocht het wetsvoorstel worden doorgezet – om de Wet introductie gekozen burgemeester niet al in 2006 in te voeren, maar daarmee te wachten tot de doelstellingen van de dualisering gerealiseerd zijn, om zodoende geen onverantwoorde situaties te creëren. Zij vragen een reactie op dit punt, zeker gelet op de bevindingen van de commissie Leemhuis ten aanzien van deze doelstellingen en hun aan-be-veling dat bij een besluit tot invoering van de gekozen burgemeester expliciet moet worden afgewogen of het lokale bestuur klaar is voor een volgende verandering.
 
Motieven en overwegingen voor de introductie van een gekozen burgemeester
In de Memorie van toelichting (29 864, nr 3, p.3) geeft de regering aan dat versterking van de positie van de burgemeester gewenst is, omdat deze in de loop der jaren is verzwakt. Ook wordt gesteld dat er in toenemende mate sprake is van een gebrek aan formele bevoegdheden. De conclusie die de regering hieraan verbindt is dat de burgemeester een bestuurlijk en poli-tiek meer geprofileerde rol moet krijgen en dat deze rol gelegitimeerd moet worden door de aanstellingswijze (MvT, p.4). De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen de rege-ring uit te leggen waarom deze twee zaken (een meer geprofileerde rol van de burgemeester en zijn aanstellingswijze) onlosmakelijk aan elkaar gekoppeld zijn. Deze leden vragen of de regering ook nog andere mogelijkheden ziet om de burgemeesterspositie te versterken.
 
Uitleg ontvangen de leden van de fractie van de ChristenUnie graag van de regering over de stelling dat een verkiezing van de burgemeester door de raad te veel leidt tot een afhankelijke positie van de burgemeester (MvT, p.11). Verder vragen deze leden, als er toch iets veranderen moet, of het door de raad kiezen van de burgemeester niet het overwegen waard is, gezien het feit dat de huidige praktijk vaak uitwijst dat de raad de burgemeester voordraagt aan de Commissaris van de koningin (aanbevelingsrecht). Deze leden vragen of de regering ook vindt dat dit een vorm van indirecte verkiezing is. Zij wijzen erop dat voor een dergelijke manier van verkiezen in (bestuurlijk) Nederland veel meer steun bestaat. Genoemde leden vragen de regering wat zij ervan vindt om meer aan te sluiten bij de praktijk en de door de raad gekozen burgemeester formeel te maken.
De leden van de fractie van de ChristenUnie betwijfelen in grote mate of de door de regering genoemde voordelen van de gekozen burgemeester (MvT, p.3-7) opwegen tegen de nadelen.
 
De positie van de nieuwe burgemeester
In het wetsvoorstel (29 864 nr. 2, art. 35) word vastgelegd dat de burgemeester de kandidaten voor het wethouderschap voorgedraagt. De raad kan dus niet los van de voordracht van de burgemeester een eigen kandidaat benoemen (29864, nr.3, p. 25). De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen de regering of het voordrachtsrecht van de burgemeester niet leidt tot een druk op het collegiaal bestuur, waar wij in Nederland zo aan hechten. Deze leden vragen of de regering nog steeds hecht aan het collegiaal bestuur, zoals zij aangeeft op de website over de vernieuwingsimpuls, waar staat: ‘met de commissie ziet het kabinet in het collegiale bestuur een belangrijke institutionele garantie voor een voldoende mate van integrale beleidsontwikkeling’ (http://www.vernieuwingsimpuls.nl/wetgeving/ dualisering_gembestuur/kabinetsstandpunt/24.htm).
 
De benoeming en het ontslag van de gemeentesecretaris liggen in handen van de burgemeester. De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen de regering of hiermee het collegiaal bestuur niet onder druk komt te staan, doordat wethouders afhankelijk zijn van de burgemeester bij disfunctioneren van de gemeentesecretaris. Ook vragen deze leden of hiermee de functie van gemeentesecretaris niet gepolitiseerd wordt.
 
In het nieuwe stelsel zal de burgemeester ook de bevoegdheid krijgen om ambtenaren te benoemen, te schorsen en ontslaan. De leden van de fractie van de ChristenUnie delen de zorg van de Raad van State dat daarmee een soort presidentieel stelsel kan ontstaan (29 864 nr. 5, p.19-20). Hoewel de regering aangeeft (29 864 nr. 5, p.20) deze zorg niet te delen vragen de leden van de fractie toch hoe de regering denkt te voorkomen dat het ambtelijk apparaat zo zal worden ingericht dat het alleen bestaat uit door de burgemeester gewenste personen (van de door de burgemeester gewenste politieke kleur). Deze leden achten ook het gevaar aanwezig dat de loyaliteit van het ambtelijk apparaat onder druk komt te staan.
 
Ook zouden de leden van de fractie van de ChristenUnie graag van de regering vernemen wat zij vinden van het voorstel van de Raad van State om de ambtenaren te laten benoemen door het college op voordracht van de burgemeester (29 864 nr.5, p.20). Op deze manier zou naar de mening van deze leden gekeken kunnen worden of deze zorg van de Raad van State terecht is. Genoemde leden vragen of dit onderdeel nadrukkelijk meegenomen kan worden in de evaluatie van de Wet, die wordt aangekondigd in het wetsvoorstel.
 
De regering is akkoord met de deconstitutionalisering van het raadvoorzitterschap door de burgemeester (29 223, nr. 10, p.3). Dit voorstel zou in het najaar van 2004 al in procedure gaan. Tot op heden is ons niet bekend dat dit voorstel in behandeling is. De leden van de frac-tie van de ChristenUnie vragen de regering wanneer het voorstel te verwachten is en of dit niet eerst afgehandeld moet zijn, voordat voorliggend wetsvoorstel in werking zou kunnen treden.
 
De gekozen burgemeester als functionaris/ vereisten voor het burgemeesterschap
De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen de regering of onderzocht is wat de invoering van de gekozen burgemeester voor gevolgen heeft voor de kwaliteit van de kandidaten die zich beschikbaar stellen voor het burgemeesterschap. Deze leden denken dan onder andere aan het in hun ogen niet ondenkbare ‘gevaar’ dat burgemeesters niet alleen op grond van (bestuurlijke) kwaliteiten gekozen worden, met alle gevaren van dien. Deze leden vragen of de Wet gekozen burgemeester geen indirect gevaar voor de openbare orde en veiligheid met zich meebrengt doordat goede kandidaten afhaken vanwege de Wet gekozen burgemeester. Bovendien vragen deze leden de regering of de kandidaten die zich beschikbaar stellen over de juiste kwaliteiten beschikken om hun taken, waaronder het verantwoordelijk zijn voor de openbare orde en veiligheid, goed te kunnen vervullen. Iedereen kan zich straks kandidaat stellen en zo ook gekozen worden. Zoals ook de VNG opmerkt in haar brief van 27 januari 2005 moet de professionaliteit van de burgemeester bevorderd worden. De leden van de fractie ChristenUnie vraagt de regering welke verantwoordelijkheden zij hierin neemt.
 
Ontslag huidige burgemeesters en financiële gevolgen van de Wet
Alle zittende burgemeesters zullen in een keer eervol ontslagen worden bij de invoering van de Wet invoering gekozen burgemeester (29 864, nr. 3, p.51-52). De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen de regering of deze vindt dat een dergelijk massaal ontslag recht doet aan de inspanningen van de burgemeesters voor Nederland. Ook vragen zij de regering of dit het draagvlak onder burgemeesters voor het nieuwe systeem niet zal verkleinen. Zij vragen wat de regering onderneemt om dit draagvlak te vergroten.
 
In de Memorie van toelichting (29 864, nr. 3, p.52) wordt gesteld dat een groot deel van de huidige burgemeesters zich verkiesbaar zal stellen. De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen waarop de verwachting van de regering gebaseerd is dat een groot deel van de huidige burgemeesters zich verkiesbaar zal stellen en of deze verwachting inderdaad nog steeds reëel is. Als dit immers niet het geval is zal dit hoge kosten met zich mee brengen. In de Memorie van toelichting (29 864, nr. 3, p.52) wordt gesteld dat naar verwachting voor de helft van 391 burgemeesters een situatie zal ontstaan die om nadere actie vraagt. Deze leden vragen de regering uit te leggen wat zij met ‘nadere actie’ bedoelt. Genoemde leden vragen wat de kosten zouden zijn als inderdaad voor de helft van de burgemeesters een situatie ontstaat die om dergelijke nadere actie vraagt. In haar brief aan de Kamer (29 864, nr. 6, p.3) spreekt de regering over een onderzoek om te bepalen welke faciliteiten en instrumenten passend en noodzakelijk zijn voor oriëntatie en begeleiding naar toekomstige keuze c.q. loopbaan. De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen wanneer de Kamer de resultaten van dit onderzoek kan verwachten.
 
In de Memorie van Toelichting (29 864, nr. 3, p. 54) wordt gezegd dat de regering vóór invoering van de gekozen burgemeester duidelijkheid zal verschaffen over de kosten die samen-hangen met de invoering van de gekozen burgemeester en dat de Tweede Kamer over de financiële gevolgen voorafgaand aan de plenaire behandeling van de wetsvoorstellen nader geïnformeerd zal worden. Eerder heeft de Minister ontkent dat het om een bedrag van 1,2 miljard ging. De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen wat de financiële gevolgen dan wel zijn en waarom de Kamer de financiële gevolgen van de invoering van de gekozen burgemeester niet nu al kan krijgen. Graag zouden de genoemde leden zien dat daarbij ook de kosten worden meegenomen voor de zogenaamde wachtgelden.
 
Invoeringstermijn
De leden van de fractie van de ChristenUnie brengen in herinnering dat de Wet dualisering gemeentebestuur op 7 maart 2002 van kracht werd. Deze wet is onder andere geëvalueerd door de Stuurgroep evaluatie dualisering gemeentebestuur (‘Aangelegd om in vrijheid samen te werken’, 15 december 2004). Deze leden vragen of de regering haar mening herziet dat het dualiseringsproces bijna afgerond is (29 864, nr.3, p.3), na aanleiding van de conclusies van de Stuurgroep dat deze doelstellingen nog niet zijn bereikt (‘Aangelegd om in vrijheid samen te werken’, 15 december 2004, p.27)? Deze leden zouden graag een omvattende reactie willen op de aanbeveling in het rapport van de Stuurgroep (p.32) dat bij een besluit tot invoering van de gekozen burgemeester expliciet moet worden afgewogen of het lokale bestuur klaar is voor een volgende verandering. Daarom zouden de leden van de fractie van de ChristenUnie graag van de regering expliciet willen weten of gemeenten wel klaar zijn voor een nieuwe ingrijpende verandering nu de dualisering van het gemeentebestuur nog (lang) niet voltooid lijkt te zijn. En als dat volgens de regering wel het geval is, vragen de leden waarop de regering deze conclusie baseert.
 
Ook zouden de leden van de fractie van de ChristenUnie graag een reactie van de regering willen op de gezamenlijke verklaring van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Neder-lands Genootschap van Burgemeesters, Wethoudersvereniging, Vereniging van Gemeentese-cretarissen en Vereniging van Griffiers (brief van 13 december 2004 aan commissie BZK, on-derwerp: ‘Gekozen burgemeester’) waarin zij stellen dat doorvoering in 2006 eerder proble-men zal veroorzaken (dan oplossen). Ook vragen zij reactie op de stelling van Ed Nijpels na-mens de Commissarissen van de Koningin over de invoeringstermijn waarover hij stelt dat ‘het de vraag is of dat wel past bij een zorgvuldige werkwijze’ (Financieel Dagblad, 18-01-2005).
 
Tot slot
De Minister van Bestuurlijke Vernieuwing rijdt tegenwoordig in een touringcar het land door, om zijn plannen te promoten. De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen of de eigen dienstauto niet meer voldoet? Ook heeft de Minister van Bestuurlijke Vernieuwing op 20 januari 2005 de brochure ‘De nieuwe burgemeester’ doen uitgaan. De leden van de fractie van de Christenunie vragen de regering waarom gekozen is voor deze titel, die volgens deze leden de suggestie kan wekken dat de gekozen burgemeester al een feit is, terwijl de behandeling door het parlement nog moet geschieden. Denkt de regering niet dat deze brochure verwarring kan zaaien bij gemeenten en andere betrokkenen? Zij vragen of de regering het nog mogelijk acht dat de parlementaire behandeling kan leiden tot veranderingen van het voorliggende wetsvoorstel. Deze leden vragen de regering of er nog ruimte is om verder te denken over een gefaseerde invoering.
 
De leden van de ChristenUnie willen daarbij aan de regering vragen te reageren op toespraak van de heer mr. J.J.H. Pop (Jaarvergadering Nederlands Genootschap van Burgemeesters, 6 oktober 2004) waarin hij zegt: ‘(…)er doet zich bovendien een apart probleem voor en dat is het feit dat minister De Graaf de discussie uit de weg gaat en niet ingaat op naar voren gebrachte alternatieven’. Deze leden vragen de regering of zij het eens is met deze beschrijving van het gedrag van de minister.

« Terug

Reacties op 'Verslag Wijziging Gemeentewet i.v.m. introductie rechtstreeks gekozen burgemeester'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2005

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari