Verslag Wet gerechtstolken en beëdigde vertalers

donderdag 03 maart 2005 11:38

Door: André Rouvoet
   
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van dit wetsvoorstel. Dit wetsvoorstel voorziet in een wettelijke registratie inzake beëdiging, kwaliteit en integriteit van beëdigde vertalers en gerechtstolken en een afnameplicht om in het kader van het strafrecht en het vreemdelingenrecht, enkel gebruik te maken van beëdigde vertalers en gerechtstolken die in het register staan ingeschreven.
 
De leden van de ChristenUnie-fractie zien het belang van een wettelijke registratie en de daarbij behorende afnameplicht voor beëdigde vertalers en gerechtstolken, maar plaatsen hierbij een aantal kanttekeningen. In de memorie van toelichting wordt gesproken van een uitzonderingsclausule die dit wetsvoorstel bevat. In dit geval kan een tolk of vertaler worden ingezet die niet is ingeschreven in het register. Zouden er in dit uitzonderlijke geval waarin de regering van een dilemma spreekt, toch niet minimale waarborgen (bijv. geen strafblad) moeten zijn, zeker in het belang van de belanghebbende, om de kwaliteit van niet inge-schreven tolken of vertalers in het register enigszins een ‘kwaliteitsgarantie’ mee te geven?
 
Een ander punt betreft de integriteitsverklaring die bij inschrijving in het register moet wor-den overlegd. Dat er sprake kan zijn van valse integriteitsverklaringen is nooit uit te sluiten. De Minister van Justitie kan bij twijfel terzake van een dergelijke verklaring de inschrijving in het register weigeren. De leden van de fractie vragen hoe ‘fraudegevoelig’ een integriteits-verklaring is in het land van herkomst, omdat men niet in Nederland woonachtig hoeft te zijn om in aanmerking te komen voor inschrijving in het register. Kan de regering duidelijk maken in welke omstandigheden sprake zou kunnen zijn van mogelijke verdenking van fraude om-trent de integriteitsverklaring en welke procedures en criteria’s er gevolgd moeten worden om te bepalen dat er sprake is van daadwerkelijke fraude, zeker wanneer de integriteitsverkla-ringen van de verschillende landen uiteenlopen?
 
De memorie van toelichting spreekt ook over een klachtenregeling. Het indienen van een klacht leidt niet zomaar tot het doorhalen van de inschrijving van gerechttolken en beëdigde vertalers. Dit is immers een bevoegdheid die gegrond is op artikel 9 en vindt plaats indien de tolk of vertaler niet integer is. De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen of er een meer directe relatie zou dienen zijn tussen het een en het ander. Zou er bijvoorbeeld een soort van ‘puntensysteem’ gekoppeld kunnen worden aan de klachtenregeling wanneer de gelever-de diensten van de gerechttolken en beëdigde vertalers onder de maat presteren, om de kwali-teitsnormen zo goed mogelijk te blijven waarborgen? Zo kan op basis van een puntensysteem de doorhaling van de inschrijving alsnog plaatsvinden. Kennelijk, zo kun je veronderstellen, fungeert een bepaalde tolk of vertaler onvoldoende als er meerdere malen sprake is van gegronde klachten. De leden van de fractie van de ChristenUnie stellen deze vraag temeer omdat zij begrijpen dat doorhaling van de inschrijving vooralsnog slechts geschiedt wanneer er sprake is van ernstige feiten en omstandigheden die te maken hebben met de integriteit, waarbij je derhalve al snel aan strafbare feiten denkt.
Zij vragen de minister naar aanleiding van de voorgestelde klachtenprocedure of er geen reden is om een drempel op te werpen tegen een te lichtvaardig indienen van een klacht, kennelijk uitsluitend bedoeld om bijvoorbeeld te vertragen.
 
De leden van de fractie van de ChristenUnie stellen vast dat het wetsvoorstel een aparte paragraaf over de klachtenregeling bevat, die de volledige klachtenprocedure beoogt te beschrijven. Naar aanleiding daarvan vragen zij de minister of er geen aanleiding is, voor wat betreft het grootste deel van deze paragraaf, hoofdstuk 9 van de algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing te verklaren.
 
De leden van de ChristenUnie-fractie vragen om een toelichting van de regering hoe tijdens verrichte tolkwerkzaamheden de onpartijdigheid en het vertrouwen gewaarborgd kan worden? Is er reden om onder bepaalde omstandigheden deze op videoband of op andere wijze vast te leggen zodat de vertaling controleerbaar is?
 
Het wetsvoorstel voorziet in een wettelijk recht op inzage in het register ter controle of een tolk of vertaler staat ingeschreven en wiens naam niet is doorgehaald. Maar hoe is het geregeld wanneer een tolk of vertaler tijdens het strafproces anoniem wenst te blijven, terwijl de verdachte of tegenpartij geen beroep kan doen op de wettelijke regeling om te zien welke tolk of vertaler de vertalingen heeft verricht?
 
De leden van de fractie van de ChristenUnie begrijpen dat het wetsvoorstel zich (nog) niet tot het gebruik van tolken in alle juridische procedures inclusief bijvoorbeeld het notariaat of kinderbeschermingsmaatregelen uitstrekt. Zij vragen de minister deze keuze nog eens nader toe te lichten. Waarom is er in die gevallen kennelijk geen behoefte aan beëdigde tolken en vertalers? Of is de minister voornemens deze instellingen op basis van het tweede lid van artikel 28 aan te wijzen?

« Terug

Reacties op 'Verslag Wet gerechtstolken en beëdigde vertalers'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2005

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari