Algemeen Overleg Ramp Zuid-Azië en Oost-Afrika

woensdag 26 januari 2005 11:49

De heer Rouvoet (ChristenUnie) deelde met velen het gevoel van verbijstering toen de beelden van de enorme gevolgen van de zeebeving in Azië op de televisie verschenen. Ook is hij zeer getroffen door de persoonlijke verhalen die bij de indrukwekkende herdenking in de Ridderzaal te horen waren en hij heeft er waardering voor dat de regering deze bijeenkomst mogelijk heeft gemaakt. Hij sluit zich ook aan bij de woorden van waardering voor de hulpverleners van het RIT. Verder vindt hij het hoopvol dat er zoveel geld is toegezegd voor de hulpverlening na de ramp. Hij geeft de regering een compliment voor het snel toegezegde bedrag voor noodhulp, voor het bedrag dat zij beschikbaar heeft gesteld voor wederopbouw en voor haar inzet in de vergadering van de Club van Parijs. De hulp is snel op gang gekomen, maar een probleem is wel dat de lokale capaciteit in veel gevallen beperkt is, zodat niet alle hulpgoederen meteen een goede bestemming krijgen. Maatwerk is geboden, al is dit erg moeilijk. Het komt er ook op aan, nu te zorgen voor voldoende geld en andere middelen om de getroffenen te kunnen blijven steunen bij de wederopbouw.
 
De heer Rouvoet sluit zich ook aan bij de vragen en opmerkingen over het belang van een goede verdeling en besteding van het geld en van aandacht voor zwakke regio’s die misschien wat minder publiciteit krijgen. Hetzelfde geldt voor de vraag waar het geld vandaan komt dat eventueel nodig zal zijn voor uitstel van betaling voor Indonesië en Sri Lanka.
 
De heer Rouvoet is ook blij met het pleidooi van de regering bij de buitengewone RAZEB voor het beschikbaar stellen van meer geld voor ontwikkelingssamenwerking om het doel van 0,7% van het BNP versneld te halen. Hij zou het triest vinden als de wederopbouw van de door de tsunami getroffen gebieden ten koste ging van het budget voor leniging van de nood bij de al genoemde grote humanitaire rampen elders.
 
Verder is de heer Rouvoet het ermee eens dat reconstructie en vredesopbouw in Sri Lanka en Atjeh hand in hand dienen te gaan. De tsunami heeft dood en verderf en een hoop ellende gebracht, hij zou het een zegen vinden als deze ramp daarnaast een aanleiding kon zijn om een einde te maken aan de gewapende strijd. Ziet de regering wellicht mogelijkheden om een bijdrage hiertoe te leveren?
 
Hij noemt het een luxeprobleem dat sommige organisaties die in de SHO deelnemen, nu meer geld te verwerken krijgen dan hun normale jaarbudget. Heeft de regering oog voor de eventuele capaciteits-en organisatieproblemen in verband hiermee en kan zij hier iets aan doen? Net als de heer Van der Staaij vraagt hij zich af of het niet goed zou zijn, de nieuwe organisatie Partos hierbij een rol te laten spelen. Zijn er overigens mogelijkheden om de afgesproken bestedingstermijn van twee jaar voor de gelden van giro 555 te verlengen, dit om prijsopdrijving te voorkomen? Voor wederopbouw zou immers wel eens een periode van drie tot vijf jaar nodig kunnen zijn. In dit verband vraagt hij ook nog of het klopt dat bepaalde organisaties alleen op grond van hun identiteit worden uitgesloten van deelneming in de SHO, terwijl bijvoorbeeld de organisaties, verenigd in Prisma, geweldig goed werk in de getroffen gebieden zouden kunnen doen.
 
Ten slotte vindt de heer Rouvoet de toezegging van minister Verdonk dat uitgeproce-deerde asielzoekers tot 1 maart aanstaande niet zullen worden teruggestuurd naar de getroffen gebieden, sympathiek, maar toch ook wel mager, gelet op de tijd die er voor wederopbouw nodig zal zijn. Hij zou graag meer ruimhartigheid op dit punt zien.

« Terug

Reacties op 'Algemeen Overleg Ramp Zuid-Azië en Oost-Afrika'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2005

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari