Algemeen Overleg Wet bijzondere opneming Psychiatrische ziekenhuizen; evaluatie BOPZ

woensdag 23 maart 2005 10:22

De heer Rouvoet (ChristenUnie) ziet in het feit dat er sinds de wet BOPZ in 1994 in werking is getreden, voortdurend wordt gesproken over evaluatie en wijziging van de wet, een uitdrukking van de veranderingen in de samenleving die het nodig maken dat het instrumentarium steeds opnieuw wordt geijkt. Die lange voorgeschiedenis is echter ook een aansporing om voorzichtig te zijn met wijzigingen, want het karakter van de wet kan daardoor worden aangetast. Er kan reden zijn om een andere wet te formuleren, maar hij waarschuwt voor het risico dat het karakter van de huidige wet sluipenderwijs en onbewust verandert.
De Wet BOPZ is een opnamewet en dit zou ook de primaire invalshoek moeten blijven. Dit sluit echter niet uit dat de vraag kan worden gesteld wat er vervolgens binnen de kaders van de wet mogelijk is voor de behandeling.
 
De voorgeschiedenis van de wet is zo lang, omdat is gezocht naar een precaire balans tussen het recht op zelfbeschikking als betrokkene zorg wil hebben en behandelingen wil ondergaan, en het recht op zorg dat mensen hebben, ook als zij daar zelf geen goed oordeel over kunnen vellen. Juist met het oog op die precaire balans is er voorzichtigheid geboden als er voorstellen worden gedaan voor nieuwe mogelijkheden in de wet. Die brengen immers per definitie verandering in die balans.
 
In de afgelopen jaren is de wet verschillende keren gewijzigd. De meest opvallende wijzigingen zijn de voorwaardelijke machtiging in 2001, het schrappen van het woordje «ernstig» en de observatiemachtiging. Aan deze wijzigingen gingen diepgaande discussies vooraf. De heer Rouvoet herinnert eraan dat zijn fractie niet heeft ingestemd met de observatiemachtiging, omdat zij die als een ongewenste oprekking van het regiem van de BOPZ beschouwt. Al die wijzigingen maken de wet tot een lappendeken waardoor het er voor betrokkenen ook niet duidelijker op wordt. Daarom onderschrijft hij het voorgenomen traject van intensieve voorlichting en eenduidige uitleg van richtlijnen. Het is belangrijk dat iedereen weet waar hij aan toe is met de wet zoals die nu luidt.
 
Het accent van de wet verschuift steeds meer van bijzondere opnemingen in de richting van bijzondere behandeling in psychiatrische ziekenhuizen en eventueel ook daarbuiten. De reden hiervoor is begrijpelijk en invoelbaar, maar het is de vraag of in alle gevallen moet worden gekozen voor toepassing van het BOPZ-regiem. De heer Rouvoet stelt vast dat zijn fractie steeds terughoudend is geweest in het naar voren halen van het BOPZ-regiem. Daarom ook heeft zij zich tegen de observatiemachtiging verzet en heeft zij lang geaarzeld over de voorwaardelijke machtiging. Uiteindelijk is daarmee ingestemd, omdat het BOPZ-regiem in de praktijk al van toepassing werd verklaard via rechterlijke en paraplumachtigingen. Als de nood zo hoog is dat er een wettelijke omweg nodig is, is het beter in te stemmen met een rechtstreekse voorziening.
 
De Wet BOPZ vertoont veel raakvlakken met de reguliere bemoeizorg, maar niet iedereen waarover het Leger des Heils zich ontfermt, hoeft noodzakelijkerwijs in een BOPZ-instelling terecht te komen. Het is begrijpelijk dat daarop soms wordt aangestuurd om overlast en verloedering te voorkomen, maar dit mag nooit primair de reden zijn om naar het BOPZ-instrumentarium te grijpen. De heer Rouvoet uit in dit verband kritiek op de brief van de minister aan de Kamer. De BOPZ is niet een instrument om overlast te bestrijden.
 
Het uitgangspunt van de BOPZ was dat er alleen dwang wordt uitgeoefend als er geen alternatief is en dit moet ook zo blijven. Als er binnen de reguliere verslavingszorg meer mogelijkheden komen voor gedwongen afkicken, hoeft de BOPZ niet de eerste oplossing te bieden. De brief van de regering heeft vooral betrekking op uitbreiding van dwangbehandeling in de instellingen met name voor mensen bij wie het ziekte-inzicht ontbreekt. De heer Rouvoet is gevoelig voor de argumentatie van de Vereniging Ypsilon en anderen. De mogelijkheden moeten worden beproefd, maar eerst moeten er duidelijke criteria worden geformuleerd met duidelijke rechtswaarborgen voor betrokkenen.
 
De huidige mogelijkheden van de BOPZ moeten beter worden gebruikt en de effecten van de wijzigingen die nog maar kort van kracht zijn, moeten worden afgewacht. Hij onder-schrijft de wens om een commissie van deskundigen in te stellen, maar waarschuwt voor ver-warring door een opeenstapeling van evaluaties en tussentijdse onderzoeken door commissies van deskundigen. De mogelijkheden voor dwangbehandeling binnen instellingen moeten zorgvuldig worden verruimd.
Enkele weken geleden heeft de heer Ravelli een proefschrift uitgebracht over de opnamecapaciteit van de GGZ. Zijn belangrijkste conclusie is dat Nederland het gevaar loopt dat er te veel opnamecapaciteit van de hand wordt gedaan in de drang om patiënten uit de instituties over te brengen naar de maatschappij. Inmiddels lijkt er sprake te zijn van een ontwikkeling in de richting van reïnstitutionalisering. Dit zou tot capaciteitsproblemen kunnen leiden. Hoe denkt de minister hierover?

« Terug

Reacties op 'Algemeen Overleg Wet bijzondere opneming Psychiatrische ziekenhuizen; evaluatie BOPZ'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2005

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari