Verslag Ruimte samenwerking onderwijsinstelllingen

donderdag 19 mei 2005 22:42

Door Arie Slob
 
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van onder-havig wetsvoorstel, hetgeen beoogt meer ruimte te scheppen voor samenwerking tussen het VO, de BVE en het VAVO. Daarmee kan voor leerlingen meer maatwerk worden geleverd, waarbij vooral de verwachting is dat er minder leerlingen zonder een diploma de arbeidsmarkt op gaan. Dit wetsvoorstel biedt tevens een oplossing voor de op dit moment geconstateerde rekenschapproblemen bij het leveren van maatwerk voor leerlingen.
 
De leden van de ChristenUnie-fractie onderschrijven het kaderstellende karakter van de voorgestelde regelgeving. Daarmee wordt ruimte geboden aan de scholen zelf om zoveel mogelijk onderling af te spreken.
Op dit moment hebben deze leden de behoefte tot het stellen van een aantal vragen.
 
P.5.
Het wetsvoorstel is bedoeld om VO-scholen in staat te stellen hun doelen te realiseren en leerlingen naar een diploma te brengen door uitbesteding van een gedeelte van het programma waar dat efficiënter of beter voor de leerling is. Deze formulering doet bij de leden van de ChristenUnie-fractie de vraag rijzen wie en wat in dit wetsvoorstel feitelijk centraal staat, het maatwerk voor de leerling, of een efficiënte bedrijfsvoering en bekostiging voor de VO-scholen? Deze leden vragen de regering uit te spreken dat efficiëntie voor de VO-scholen ondergeschikt is aan het persoonlijke belang van de leerling. Zij vragen hierom, omdat voor sommige leerlingen uitbesteding wel efficiënt voor de school kan zijn, maar niet in het verband daarmee daarvan vragen de leden of de regering heeft overwogen om voor overdracht en uitbesteding expliciet het subsidiariteitsbeginsel op te nemen?
 
p.6. De verantwoordelijkheid bij de uitbesteding van leerlingen blijft bij de school voor voortgezet onderwijs liggen. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of dit ook geldt voor de persoonlijke begeleiding van de leerling? Kan de regering aangeven op welke wijze de deze vorm van begeleiding concreet vorm krijgt (dit speelt vooral als de periode van uitbesteding lang is)?
 
p.7. Het wetsvoorstel heeft niet de bedoeling scholen en instellingen te verplichten tot samenwerking. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of er kans bestaat dat er een verplichtende praktijk ontstaat, waarin scholen of instellingen in hun concurrentie benadeeld worden wanneer zij niet meedoen met een samenwerkingsvorm binnen een bepaalde regio en alle andere scholen of instellingen binnen die regio wel.
 
p.8.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de situaties worden benoemd waarin uitbesteding mogelijk is, en kunnen de omvang en de tijdsduur van de uitbesteding worden begrensd. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of dergelijk algemene maatregel van bestuur niet tevens noodzakelijk is voor overdracht van leerlingen? Zo neen, waarom niet?
 
p.9.
Uitgangspunt voor het VAVO-traject is dat deze alleen bestemd zijn voor wat nu de ‘tweede weg-deelnemers’ wordt genoemd, inclusief de 16 –en 17 jarigen in het VAVO, om daarmee een aanzuigende werking te voorkomen. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen een toelichting waarom een aanzuigende werking wordt voorkomen als leerlingen alleen via de school voor een VAVO-traject in aanmerking kunnen komen?
 
p.10/11. De inspectie van het onderwijs stelt dat bij de extra ruimte voor scholen, passende verantwoordingsvormen horen. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering of en in welke mate er sprake zal zijn van een toename van de administratieve lasten voor scholen, nu scholen zich specifiek zullen moeten verantwoorden voor leerlingen die dit soort trajecten?
 
p.11.
Het agentschap Centrale financiële instellingen verbindt aan het oordeel over de uitvoerbaar-heid van het wetsvoorstel de voorwaarde dat de door scholen gebruikte softwarepakketten voor de leerlingenadministratie en de bekostigingssystemen van Cfi tijdig kunnen worden aangepast. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering of zij van mening is dat dit inderdaad tijdig zal kunnen gebeuren? En zo ja, op welke gronden zij tot deze conclusie komt?
 
Ten slotte vragen de leden van de ChristenUnie-fractie naar het door de regering verwachte effect van de verruiming van de mogelijkheden van samenwerking tussen de scholen en instellingen, met betrekking tot het aantal voortijdig schoolverlaters?

« Terug

Reacties op 'Verslag Ruimte samenwerking onderwijsinstelllingen'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2005

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari