Algemeen Overleg Gelijke behandeling voor mensen met een handicap of een chronische ziekte

woensdag 16 maart 2005 09:02

De heer Rouvoet (ChristenUnie) brengt de motie-Rouvoet c.s. (28 000-XVI, nr . 63) van 6 december 2001 in herinnering waarin wordt gepleit voor het opnemen van «handicap of chronische ziekte» als non-discriminatiegrond in artikel 1 van de Grondwet. De regering heeft serieus naar de zaak gekeken en heeft vijf mogelijkheden benoemd. Zij heeft uiteindelijk gekozen voor het niet uitvoeren van de motie,het ongewijzigd laten van artikel 1 en het niet opnemen van «handicap of chronische ziekte» als non-discriminatiegrond. De overwegingen van de regering zijn niet onzinnig,maar haar redenering is niet zo sluitend dat de getrokken conclusie onontkoombaar is.
 
Het materiële belang van artikel 1 is dat burgers worden beschermd tegen willekeur van de overheid; daarnaast heeft het ook een horizontale werking voor de relaties tussen bur-gers onderling. Expliciete vermelding van een grond in artikel 1 levert geen direct afdwing-bare rechten op. Om de positie van chronisch zieken en gehandicapten te verbeteren zijn daarom aanvankelijk twee andere sporen gekozen,enerzijds participatiewetgeving en civiele wetgeving in de vorm van de Wet gelijke behandeling chronisch zieken en gehandicapten en anderzijds het aanscherpen van het Wetboek van Strafrecht. Het opnemen in de Grondwet is een derde spoor.
 
Bij de grondwetswijziging van 1983 zijn vijf non-discriminatiegronden opgenomen in artikel 1. Met het amendement van CPN-Kamerlid Marcus Bakker zijn de woorden «of op welke grond dan ook» toegevoegd. De oude formulering van 1815, «Allen die zich op het grondgebied van het Rijk bevinden, hebben gelijke aanspraak op bescherming van persoon en goederen», noemde juist geen specifieke gronden. Het opnemen van gronden is tijdgebonden. De omstandigheden bepalen of men vindt dat een bepaalde groep expliciet bescherming verdient. In de Europese grondwet staat een lange opsomming van gronden. De minister heeft betoogd dat er voor grondwetswijziging een dringende noodzaak moet zijn, en die is er volgens hem in dit geval niet. Het spreekt ondertussen voor zich dat chronisch zieken en gehandicapten bescherming behoeven. Opneming in de Grondwet zou in de ogen van de minister materieel niets toevoegen. Terecht heeft hij ook gesteld dat het schrappen van de bestaande gronden onverstandig is omdat daarmee de indruk wordt gewekt dat de huidige bescherming niet meer van belang is.
 
De centrale vraag is of een expliciete vermelding van een non-discriminatiegrond in artikel 1 leidt tot extra materiële bescherming. De Commissie Gelijke Behandeling heeft gesteld dat dit inderdaad het geval is, terwijl de minister het ontkent. In dat licht is het verstandig om over dit onderwerp een nader advies te vragen, bijvoorbeeld aan de Raad van State of de Hoge Raad.
 
De heer Rouvoet spreekt zich uit voor het opnemen van de non-discriminatiegrond handicap of chronische ziekte,hoewel hij zich realiseert dat daarmee een discussie wordt geopend over het opnemen van meer gronden. Los van de vraag of het opnemen in artikel 1 materieel iets toevoegt, zou vermelding in de Grondwet een goede afronding zijn van het proces om te komen tot een betere bescherming van chronisch zieken en gehandicapten. Dit heeft bovendien een belangrijke symbolische betekenis,die niet mag worden onderschat.

« Terug

Reacties op 'Algemeen Overleg Gelijke behandeling voor mensen met een handicap of een chronische ziekte'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2005

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari