Vragen over Uitspraken van de minister-president inzake het gemeenschappelijke landbouwbeleid

vrijdag 03 juni 2005 15:14

Vragen van de leden Oplaat (VVD) en Slob (ChristenUnie) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en aan de minister-president, de minister van Algemene Zaken over de uitspraken van de minister-president inzake het gemeenschappelijke landbouwbeleid.

Met antwoord.

Vragen van de leden Oplaat (VVD) en Slob (ChristenUnie) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en aan de minister-president, de minister van Algemene Zaken over de uitspraken van de minister-president inzake het gemeenschappelijke landbouwbeleid. (Ingezonden 3 juni 2005)
  1. Kent u de uitspraken van de minister-president over het verder hervormen van het gemeenschappelijk landbouw beleid (GLB)? 1)
  2. Hoe verhoudt de uitspraak van de minister-president zich tot de uitspraak van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit tijdens het algemeen overleg Landbouw- en Visserijraad op donderdag 26 mei 2005 2), dat hij zal aftreden als tijdens zijn regeerperiode afgeweken wordt van de afspraken, die gemaakt zijn over het Europese landbouwbudget tot 2013?
  3. Is er nog sprake van eenheid van kabinetsbeleid betreffende het GLB?
1) Netwerk, 31 mei jl.
2) Kamerstuk (nr. volgt nog)
 
Antwoord van minister Veerman (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit), mede namens de minister-president, minister van Algemene Zaken. (Ontvangen 9 juni 2005)
  1. Ja.
  2. Tijdens de Europese Raad van 24 en 25 oktober 2002 bereikten de regeringsleiders van de 15 toenmalige EU-lidstaten een akkoord over de financiering van Gemeenschappelijk Land-bouwbeleid (GLB) in de periode 2007–2013. Het financiële landbouwplafond voor 2006 be-draagt als gevolg daarvan EUR 45.306 mln. Op voorstel van Nederland werd overeengeko-men slechts een beperkte inflatiecorrectie van 1% op dit bedrag toe te passen in de periode 2007–2013. Hierdoor dalen de landbouwuitgaven in die periode in reële termen. Daar komt bij dat infasering van de directe inkomenssteun voor de nieuwe lidstaten ook uit genoemd budget moet worden betaald. Zoals ik tijdens het algemeen overleg van 26 mei jl. aangaf, is de Nederlandse regering van mening dat voor de overeengekomen periode onverkort vastge-houden dient te worden aan dit in oktober 2002 door de regeringsleiders overeengekomen uitgavenplafond. Daarbij werd aangetekend dat Nederland van mening is dat de extra land-bouwuitgaven die voortvloeien uit de voorziene EU-toetreding van Roemenië en Bulgarije binnen dit uitgavenplafond dienen te worden opgevangen. Ook de voor 2005 en 2006 voor-ziene hervormingen van de geldende marktordeningen voor suiker, wijn en groenten en fruit dienen binnen dit uitgavenplafond te worden gefinancierd. Ten aanzien van het plattelands-beleid is Nederland eveneens van mening dat de uitgaven beperkter kunnen zijn dan de Euro-pese Commissie voorstelt. Op deze twee zaken en de mogelijke veranderingen op meer lange termijn doelde de minister-president toen hij aangaf dat hij voorstander is van het vrijmaken van geld voor andere belangrijke zaken als kennis en innovatie.
  3. Ja.

« Terug

Reacties op 'Vragen over Uitspraken van de minister-president inzake het gemeenschappelijke landbouwbeleid'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2005

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari