Over het belang van verootmoediging en gebed

vrijdag 01 juli 2005 14:17

Onderstaand artikel is verschenen in het Nederlands Dagblad

door arie slob

Ziet u het al voor zich. Op de Dam in Amsterdam komt een deel van de Nederlandse bevolking bij elkaar. Huilend liggen de mensen op de grond. Mannen, vrouwen en kinderen. Ze bidden tot God en betuigen hun berouw voor zaken die verkeerd zijn gegaan. Zaken die concreet worden benoemd. De afspraak wordt gemaakt om drie dagen later weer terug te komen, maar dan met nog veel meer mensen. En zo gebeurt het. Tijdens die bijeenkomst wordt publiek gebroken met verkeerd gemaakte keuzen en afgesproken het voortaan anders te doen. En 'anders' betekent in overeenstemming met de wil van de God, die hemel en aarde gemaakt heeft.

Het beeld dringt zich bij mij op als ik Ezra 9 en 10 lees. Ezra, een geleerde man, deskundig in de wet die de Heer, de God van Israël, door Mozes had uitgevaardigd (Ezra 7:6) behoorde tot de groep ballingen die van de Perzische koning toestemming hadden gekregen om van Babel terug te keren naar Jeruzalem. Daar aangekomen kwam Ezra erachter dat veel van zijn volks- en geloofsgenoten getrouwd waren met niet-joodse vrouwen. Iets dat door God duidelijk verboden was. Ezra scheurt dan zijn kleren en mantel en rukt zijn hoofd- en baardharen uit. Hij gaat in gebed en verootmoedigt zich voor deze situatie bij God (Ezra 9). Ezra's verootmoediging en gebed vinden navolging. In Ezra 10 lezen we dat Ezra en een grote menigte van mannen, vrouwen en kinderen zich huilend voor de tempel bevinden. Het komt tot een publieke belijdenis van onttrouw en drie dagen later tot een breken met deze zonde van alle mannen die met niet-joodse vrouwen getrouwd waren. Hun namen worden stuk voor stuk genoemd.

De geschiedenis in Ezra 9 en 10 is één van de voorbeelden in de Bijbel waar sprake is van verootmoediging en gebed. Een ander gedeelte vinden we terug in Daniël 9. Daniël verootmoedigt zich op een indrukwekkende manier voor God en vraagt hem in gebed om Jeruzalem en de tempel te herstellen. Het is opvallend hoe vaak en indringend er in de Bijbel, in het bijzonder in het Oude Testament, over verootmoediging en gebed geschreven wordt. Even opvallend is het dat verootmoediging in onze tijd zo'n beperkte plaats in het leven van christenen lijkt in te nemen. Natuurlijk besef ik goed dat de (theocratische) tijd van Ezra en Daniël niet zomaar naar onze tijd doorgetrokken kan worden, maar toch.

RVU

In de afgelopen jaren ben ik steeds meer gaan inzien dat verootmoediging en gebed tot de kern behoren van het leven van een gelovige. Niet alleen als het zaken binnen de kerk betreft. Ik ben ervan overtuigd dat we ons daarin meer zullen moeten oefenen. Individueel maar ook gezamenlijk. De tijd waarin wij leven vraagt erom. De God die wij willen dienen, vraagt erom.

Kort geleden realiseerde ik me dat weer sterk bij de discussies rond het RVU-programma God bestaat niet. Enkele jaren geleden had ik eenzelfde ervaring (ik was toen nog geen lid van de Tweede Kamer) bij de discussies die toen in het parlement plaatsvonden over euthanasie en het homohuwelijk. Bij zowel het RVU-programma God bestaat niet als de toenmalige wetgevingsdiscussies over euthanasie en het homohuwelijk werd mij duidelijk hoe groot de kloof tussen gelovigen en niet-gelovigen kan zijn. Het is een kloof die door menselijke woorden niet altijd overbrugd kan worden.

Neem de recente discussie over God bestaat niet. Zowel de programmamakers als de RVU geven aan de kritiek van christenen op het programma niet te begrijpen. Ik begrijp dat op mijn beurt niet. Jezus Christus wordt door christenen als de Zoon van God en de verlosser van de wereld gezien. Zowel de programmamakers van God bestaat niet als de RVU, die de verantwoordelijkheid voor de uitzending van dit programma op zich heeft genomen, kunnen en moeten dat weten. Als dat zo is, dan weet je toch ook dat het christenen pijn zal doen als Jezus Christus in een zogenaamd absurdistisch filmpje in het RVU-programma als een hond aan de lijn wordt afgebeeld? Het is één voorbeeld uit dit zesdelige programma waar er helaas meer te geven zijn.

Als het om de RVU gaat vind ik dat christenen in beweging moeten komen. Ik heb dat zelf vanuit mijn politieke verantwoordelijkheid voor het publieke omroepbestel gedaan. Eerst via de zogenaamde binnenlijn, later publiek via Kamervragen met mijn collega Bas van der Vlies (SGP). Ik weet dat er veel christenen zijn geweest die individueel of met hun kerkgenootschap zich tot de RVU hebben gericht. De Bond tegen het Vloeken heeft zelfs aangifte gedaan tegen de RVU.

Ook hier valt weer het onbegrip bij de RVU op. De bedoeling die we hebben met het programma, staat ver af van godslastering, merkt RVU-directeur Groenendijk in een reactie op de aangifte op. Om op de site direct nog een foto uit de serie af te beelden. Dit maal een blote negerin aan het kruis. Hoezo, geen godslastering?

Hoewel het niet in alles te vergelijken valt met de huidige discussies over het RVU-programma God bestaat niet, zie ik overeenkomsten met de discussies over euthanasie en het homohuwelijk van enkele jaren geleden. Ook hier bleken de bijbelse argumenten van christenen, zowel in de politiek als daarbuiten, om niet verder te gaan op het wetgevingspad te weinig zeggingskracht te hebben en werden ze uiteindelijk genegeerd. Dat was zelfs nog niet genoeg. Na de aanname van de euthanasiewet was het toenmalig minister Borst (D66) die nota bene op Stille Zaterdag in het NRC-Handelsblad de woorden 'het is volbracht' liet optekenen. Kon het nog pijnlijker?

Eer van God

In het Nederlands Dagblad van 16 juni jl. heb ik in een interview over het RVU-programma God bestaat niet aangegeven, dat het goed is om na de zomer nog eens terug te kijken op het verloop van de discussies daarover. Deze opmerking was mede ingegeven door het feit dat de gegeven kritiek op het programma voor veel media aanleiding is geweest om uitgebreid aandacht te besteden aan het RVU-programma. Hierdoor werd er aanleiding gegeven tot een nog grotere lastering van de naam van God, dan in het programma al het geval was.

Laat over één ding geen misverstand zijn: christenen moeten opkomen voor de eer van God. Ik zie dat ook als de kern van christelijke politiek. Als zijn naam wordt gelasterd, mag er niet gezwegen worden. Wel is het goed na te denken over de vraag wat dan de beste aanpak is. Dat brengt mij opnieuw bij het principe van verootmoediging.

Ezra verootmoedigde zich naar God toe voor de misstanden die in zijn tijd plaatsvonden. Tot huilen toe was hij bewogen. Ook Daniël verootmoedigde zich voor God in zijn tijd. Waar zijn wij in onze tijd? Hoeveel pijn doet het ons nog als God in woorden en daden wordt genegeerd? Beseffen wij als christenen dat ook wij temidden van het Nederlandse volk schuldig staan omdat we slap zijn geworden in de navolging van Christus, in het naleven van Gods geboden? En ook: Wat doet het ons als onze woorden en daarbij behorende acties tekortschieten?

Recente acties tegen de RVU, eerdere (handtekeningen)acties tegen het homohuwelijk en euthanasie, ze tonen aan dat er grenzen zijn aan het bereiken van de (ongelovige) medeburgers. Dergelijke acties moeten daarom (allereerst) gedragen worden door verootmoediging en gebed.

Tijdens een bijeenkomst van het Gereformeerd Appèl in 1998 was het ds. J.T. Oldenhuis, die aangaf dat verootmoediging jegens God niet zo makkelijk is voor een mens die geschapen is als rechtopgaand wezen en die juist zijn hoge positie heeft aangegrepen om niet te willen buigen. Maar, zo gaf Oldenhuis aan, verootmoediging gaat niet zonder te buigen, letterlijk naar beneden te gaan, een stapje lager, vele stappen lager, zich over te geven, lege handen, gesloten ogen, gebogen hoofd. Zo moeten we, zo gaf hij tevens aan, elke keer weer beginnen. Dat is de eerste liefde.

Eerste liefde

Als we die eerste liefde verleerd zijn, moeten we die weer aanleren. Dat kan door oefening. Individueel, in gezinsverband, in de kerkelijke gemeente waarbij we zijn aangesloten en in andere (grotere) verbanden in de plaats en/of het land waarin we wonen. Ezra en Daniël gingen ons erin voor.

Ik zie ook voorbeelden in deze tijd. Bijvoorbeeld van gebedsgroepen binnen kerkelijke gemeenten waarin verootmoediging een plaats heeft. Ik denk ook aan de oproep van de synode van Zuidhorn van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) van enkele jaren geleden. Die spoorde aan tot verootmoediging en gebed met betrekking tot onder meer de problematiek van echtscheiding. Maar ook buiten de kerk constateer ik beweging. Ik denk aan gebedsgroepen van christenen in steden en dorpen voor de plaatselijke situatie, maar ook aan de jaarlijkse Kroonbede voor Prinsjesdag. Uitgelezen momenten om de nood van deze tijd aan God voor te leggen, ons te verootmoedigen voor het kwaad in de samenleving dat wij niet in staat zijn tegen te gaan en ook om te bidden voor herstel. Juist omdat we leven in een tijd waarin het ongeloof groot en de ontvankelijkheid voor de bijbelse boodschap klein is, is er veel wijsheid nodig om als christenen onze houding te bepalen in de publieke samenleving. Er is wijsheid nodig, maar boven alles een grote gerichtheid op God. Er is namelijk geen betere plaats waar we terecht kunnen. Het moge duidelijk zijn dat verootmoediging en gebed daarbij voor mij een essentiële plaats behoren in te nemen.

Drs. Arie Slob is lid van de Tweede Kamer voor de ChristenUnie. In 1999 was hij betrokken bij de organisatie van bijeenkomsten van verootmoediging en gebed in geheel Nederland, onder meer met het oog op de euthanasiepraktijk en -wetgeving.

« Terug

Reacties op 'Over het belang van verootmoediging en gebed'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2005

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari