Bijdrage debat Coëxistentie ggo-landbouw en ggo-vrije landbouw

woensdag 22 juni 2005 14:52

Bron: ongecorrigeerd stenogram
 
De heer Rouvoet (ChristenUnie): Voorzitter. Na het overleg van vorige week dien ik mede namens een aantal collega's een viertal moties in, in lijn met de inbreng die ik heb geleverd. Tijdens het overleg heb ik onder andere benadrukt dat er een ketenbrede regeling voor coëxistentie moet komen. Zolang die er niet is, moeten wij onzes inziens niet overgaan tot de introductie van ggo-teelt op het vrije veld. Daarom dien ik de volgende motie in.
 
Motie
 
De Kamer,
 
gehoord de beraadslaging,
 
overwegende dat vanwege het onomkeerbare karakter van de introductie van ggo-teelten in een open landbouwsysteem een dergelijke beslissing vanuit het voorzorgprincipe dient te worden beoordeeld;
 
overwegende dat het voorzorgprincipe ook recht doet aan het respecteren van de keuzevrijheid van zowel producenten als consumenten om blijvend een fundamentele keuze voor ggo-vrije teelten en producten te kunnen maken;
 
overwegende dat de afweging om daadwerkelijk tot introductie van ggo-teelten over te gaan pas verantwoord kan worden gemaakt wanneer binnen de gehele productie- en verwerkings-keten duidelijk is of en hoe de scheiding van ggo-vrije en ggo-houdende producten blijvend kan worden gegarandeerd;
 
verzoekt de regering, zolang niet duidelijk is of en hoe binnen de gehele productie- en ver-werkingsketen de scheiding van ggo-vrije en ggo-houdende producten blijvend kan worden gegarandeerd, geen medewerking te verlenen aan de introductie van ggo-teelten op het vrije veld,
 
en gaat over tot de orde van de dag.
 
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Rouvoet, Duyvendak en Van Velzen. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 11 (29404).
 
De heer Rouvoet (ChristenUnie): Tijdens het overleg heb ik ook gesteld dat de keuzevrijheid voor boer en consument behouden moet blijven en gewaarborgd moet worden. Daartoe dien ik volgende drie moties in.
 
 
 
Motie
 
De Kamer,
 
gehoord de beraadslaging,
 
overwegende dat voor producten die een bepaald percentage ggo's bevatten Europese regels gelden ten aanzien van tracering en etikettering;
 
overwegende dat deze regels niet gelden voor producten afkomstig van dieren die zijn gevoerd met ggo-veevoer dat zelf wel onder de tracerings- en etiketteringspicht valt;
 
verzoekt de regering, voorstellen te ontwikkelen en binnen de Europese Unie aan de orde te stellen op grond waarvan ook de producten, afkomstig van dieren die gevoerd zijn met veevoer dat als zodanig aan de Europese tracerings- en etiketteringseisen moet voldoen, aan deze Europese tracerings- en etiketteringseisen moeten voldoen,
 
en gaat over tot de orde van de dag.
 
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Rouvoet, Duyvendak en Van Velzen. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 12 (29404).
 
Motie
 
De Kamer,
 
gehoord de beraadslaging,
 
overwegende dat voor producten die een bepaald percentage ggo's bevatten Europese regels gelden ten aanzien van tracering en etikettering;
 
overwegende dat de huidige Europese regelgeving onvoldoende waarborgt dat ggo-veevoer en ggo-vrij veevoer gescheiden in de Europese havens worden aangevoerd;
 
overwegende dat door deze handelwijze de keuzevrijheid van boeren die over ggo-vrij veevoer willen kunnen blijven beschikken ernstig wordt ondermijnd;
 
verzoekt de regering, voorstellen te ontwikkelen op grond waarvan de aanvoer en verwerking van veevoer zowel van buiten als vanuit de Europese Unie strikt kan worden (blijven) ge-scheiden in een ggo-vrije en een ggo-houdende stroom, en daarbij een zodanige kostentoede-ling te hanteren dat het aantrekkelijk blijft een GGO-vrije veevoerstroom in stand te houden,
 
en gaat over tot de orde van de dag.
 
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Rouvoet, Duyvendak, Waalkens en Van Velzen. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 13 (29404).
 
 
 
 
Motie
 
De Kamer,
 
gehoord de beraadslaging,
 
overwegende dat vanwege onzekerheid omtrent het antwoord op de vraag of binnen open landbouwsystemen de keuzevrijheid van zowel producenten als consumenten op den duur nog is te waarborgen, in veel Europese landen grote regio's of bijna het gehele landoppervlak tot GGO-vrije regio is aangemerkt;
 
overwegende dat vanwege allerlei praktische problemen de Commissie-Terlouw in het recente verleden heeft geconstateerd dat Nederland in wezen te klein is voor GGO-teelten;
 
verzoekt de regering, de mogelijkheden te onderzoeken op grond waarvan het gehele grond-gebied van Nederland dan wel grote delen daarvan voorlopig kunnen worden aangemerkt als GGO-vrije regio en daarover in overleg te treden met de Duitse en Belgische regering,
 
en gaat over tot de orde van de dag.
 
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Rouvoet, Duyvendak en Van Velzen. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 14 (29404).

« Terug

Reacties op 'Bijdrage debat Coëxistentie ggo-landbouw en ggo-vrije landbouw'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2005

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari