Algemene Politieke Beschouwingen: Groeien in vertrouwen

woensdag 21 september 2005 14:04

De heer Rouvoet (ChristenUnie): Voorzitter. Ik mag graag naar een voetbalwedstrijd kijken. Een spannend moment vind ik altijd als de spelers na de rust weer het veld opkomen om aan de tweede helft te beginnen, zeker als zij op verlies staan. Je vraagt je dan af wat er in de kleedkamer is besproken. Heeft de coach de ploeg een duidelijke en nieuwe opdracht meegegeven? Gáán ze er echt voor of vinden ze het wel best en zijn ze al blij als ze de wedstrijd zonder verdere blessures kunnen uitspelen?
 
Dit kabinet is ook halverwege. We weten niet wat er ‘in de rust’ binnenskamers pre-cies is besproken. We kennen wel de commentaren van de pers en het publiek op de tribune. Dat voorrecht delen voetbal en politiek: iedereen heeft er verstand van en weet precies wat eraan scheelt… Die commentaren zijn intussen niet mals: de tevredenheid over de prestaties in de eerste helft en het vertrouwen dat het in de tweede helft beter wordt, zijn zorgwekkend klein. En dat terwijl de problemen van onze samenleving zorgwekkend groot zijn…
 
Wat is de missie van dit kabinet voor de tweede helft? Welke uitdagingen ziet de ploeg voor zichzelf? Wat zíjn eigenlijk de problemen van nu en sluit de agenda van het kabinet daar wel op aan? Is er wel een echte agenda of is de strategie erop gericht om zonder verdere schade het eindsignaal in 2007 te halen?
 
Laat ik eerst zeggen dat er in de eerste helft het nodige is gebeurd. Geconfronteerd met wat Lans Bovenberg heeft genoemd de kater van het paarse feestje, heeft het kabinet sterk ingezet op grootscheepse hervormingen. Hoewel de ChristenUnie de noodzaak daarvan steeds heeft onderschreven, waren we – zacht gezegd – niet altijd blij met de uitwerking; zo hebben we met overtuiging tegen de Wet werk en bijstand en de nieuwe WAO gestemd en zijn we met de vormgeving van de Zorgverzekeringswet in meer dan één opzicht nog steeds ongelukkig.
 
Een ander prominent agendapunt uit de eerste helft was het veiligheidsbeleid. Daarvoor geldt eigenlijk hetzelfde: een stevig pakket maatregelen was beslist noodzakelijk. Bescherming van de burgers tegen terrorisme en criminaliteit heeft ook voor de ChristenUnie hoge prioriteit en daarom hebben we het kabinet in dit opzicht veelal gesteund, op een enkele overbodige maatregel, zoals de uitgebreide identificatieplicht, na. Dat blijkt ook echt een buitenproportionele maatregel te zijn, die ons land er niet veiliger op maakt, maar wel veel ergernis oproept.
 
Op andere terreinen is echt te weinig gebeurd. Ik denk aan een voor ons belangrijk thema als de bescherming van het leven. Zeker, de beloofde evaluaties zijn in gang gezet, maar laat ik het zo zeggen: als het tempo maatgevend is voor de ambitie en de prioriteit, dan is het niet best. Of neem het milieubeleid; het is typerend dat, toen onlangs van de zijde van de milieubeweging aan het ministerie van VROM werd gevraagd wat de belangrijkste milieuprestaties van de afgelopen twee jaar zijn geweest, daar geen antwoord op kon worden gegeven. Het was nota bene de fractie van D66 die in het duurzaamheidsdebat vaststelde dat dit land in milieuopzicht “kapot wordt gemaakt” door de reservecoalitie van VVD, CDA en LPF! En is het niet het kabinet dat de kilometerheffing op de lange baan schuift, dan zijn het wel de coalitiefracties die tegen windmolens vechten…
 
Wordt de tweede helft beter? Het kabinet denkt van wel, in elk geval financieel-economisch; 2005 is nog een slecht jaar, maar vanaf 2006 komt er beweging in de economie. Dit wordt geclaimd als vrucht van het herstelbeleid. Dit gebeurt ten onrechte, aldus het Centraal Planbureau. Niet de hervormingen van het kabinet, maar, zo staat er op pagina 82, distributie en transport als gevolg van de aantrekkende wereldhandel zijn bepalend voor het herstel van de economie. Garanties zijn er intussen niet; het is veelzeggend dat de troonrede niets zegt over koopkrachtverbetering. Geen feestbegroting, zei minister Zalm. En inderdaad: dit is vooral een begroting van goede bedoelingen en weinig zekerheid. Het Nibud zegt: eerst zien, dan geloven. Dit zal voor de meeste mensen ook gelden.
 
Begrijp me niet verkeerd: er staan goede voorstellen in de “prinsjesdagstukken”, zoals herstel van de koppeling, lastenverlichting voor gezinnen, investeringen in onderwijs, zorg, veiligheid en werkgelegenheid. Die zullen we als ChristenUnie zeker steunen. In onze tegen-begroting doen we er, waar dat nodig is, de nodige scheppen bovenop. Maar de grote vraag is of dit kabinet wel diep genoeg steekt en een antwoord geeft op het fundamentele probleem van het brede onbehagen in de samenleving en de vertrouwenskloof tussen de politiek en de gewonemensenwereld.
 
Het NOS-journaal van gisteravond vatte prinsjesdag 2005 kernachtig samen als "een optimistische regering van een wantrouwende bevolking". Het wantrouwen blijkt uit alle onderzoeken, uit de achterblijvende bestedingen en pijnlijk uit het referendum over de Europese grondwet.
 
Tot mijn verbijstering lees ik dan in de stukken van prinsjesdag dat er niet een lagere afdracht, waarvoor wij ons sterk zouden maken, aan de Europese Unie komt, maar dat er zelfs een gigantische naheffing komt uit Brussel? Hoe zit dat met andere landen? Waarom de terugwerkende kracht tot 2001? Als wij spreken over herstel van vertrouwen, heeft het kabinet hier wat uit te leggen.
 
Herstel van vertrouwen is de grote opgave waar wij voor staan, het vertrouwen van de burger in de politiek, het vertrouwen van de consument in de economie, kortom het vertrou-wen van gewone mensen dat het in het land weer beter kan gaan. Let wel, dat is niet alleen een probleem van het kabinet, al zijn de waarderingscijfers voor deze ploeg en zijn beleid ont-hutsend laag. Het is ook het probleem van dé politiek, van ons, van kabinet en Kamer, van coalitie en oppositie. Eén ding weet ik zeker. Als de politieke agenda vooral bepaald wordt door de peilingen, de gemeenteraadsverkiezingen of de behoefte om ook eens goed nieuws te brengen, wordt de kloof niet kleiner maar groter. Wie denkt dat een burgerpanel of een serie referenda het antwoord vormen, zal van een koude bestuurlijke vernieuwingskermis thuisko-men. Wie de desastreuze vertrouwenscijfers laconiek afdoet met de constatering dat zijn buur-man hem gelukkig nog wel vertrouwt, mijnheer Verhagen, onderschat de ernst van het pro-bleem. Inmiddels is dat vertrouwen overigens nog maar bij een op de vijf mensen aanwezig.
 
In het licht van het herstel van vertrouwen schiet ook de Miljoenennota hopeloos te-kort. Alle uitleg over de noodzaak van economisch herstelbeleid ten spijt pikken de mensen het niet dat de politiek vooral bezig lijkt te zijn met allerlei stelsels en grote projecten, uitda-gingen van de globalisering en de economische toestand in 2040, maar dat wij hier in Den Haag geen idee hebben hoe hun dagelijks leven er uitziet. Vorige week zei iemand letterlijk tegen mij: als een politicus de Tweede Kamer binnenstapt, stapt hij de echte werkelijkheid uit. Dat is het gevoelen van de mensen. Dat is de wortel van veel scepsis, distantie en wantrou-wen. "Ach, ze doen maar". Wat moeten oma Jonker en bijstandsmoeder Goossen uit Netwerk van gisteravond met een langetermijnherstelbeleid, als zij jaar na jaar erop achteruitgaan? Wat moet een chronisch zieke van 70 jaar die de ene na de andere klap in de zorg te verstouwen heeft gekregen en nu met angst en beven de maand januari en de nieuwe zorgpremie tegemoet ziet met een verhaal over de Lissabonstrategie? Vertrouwen win je niet door het ene jaar te dreigen met doemscenario's over vergrijzing en werkloosheid en alle voorstellen van de oppositie voor een eerlijke lastenverdeling als onverantwoord van tafel te vegen en één jaar later opgewekt mede te delen dat het langetermijnbeleid zijn vruchten heeft afgeworpen en dat er nu ruimte is voor koopkrachtverbetering. Dat is fijn voor de mensen die wat extra's krijgen. Wij gunnen ze dat, maar het maakt wel wantrouwig. Heeft het kabinet de zaken het vorig jaar niet veel te zwaar aangezet? Of doet het nu te laconiek, met het oog op het komende verkiezingsjaar? In beide gevallen wordt eerder het wantrouwen dan het vertrouwen gevoed.
 
Vertrouwen win je ook niet door voortdurend verantwoordelijkheden over de schutting te gooien, met een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van burgers. Echt vertrouwen win je met een aansprekend verhaal, een inspirerende visie, met krachtig leiderschap en door vertrouwenwekkende maatregelen, waardoor mensen worden gestimuleerd en toegerust voor het dragen van verantwoordelijkheden. Dat vraagt om meer dan: na het zuur nu wat zoet, met een schuin oog naar twee verkiezingen. Zeker, na alle ingrepen van de afgelopen jaren is het hoog tijd voor gerichte lastenverlichting, voor de bedrijven, voor de middeninkomens, maar eerst en vooral voor de lage inkomens, de gezinnen, de alleenstaanden met kinderen, de chro-nisch zieken en gehandicapten en de ouderen, die de afgelopen jaren heel wat te incasseren hebben gekregen. In onze tegenbegroting doen wij daar aanvullende voorstellen voor.
 
Belangrijker nog is dat achter alle maatregelen een verhaal zit, dat mensen inspireert en meeneemt, zo nodig door moeilijke tijden heen. Daar zit bij het kabinet het probleem. Er wordt wel voortdurend gesproken over integrale visie en toekomstgericht beleid, maar het visioen ontbreekt. Heeft het kabinet er nu zicht op wat de mensen in het land werkelijk bezighoudt?
 
Het SCP-rapport "In het zicht van de toekomst", van vorig jaar, toonde aan dat Nederlanders door de bank genomen tevreden zijn met hun eigen leventje maar -- dat was het verontrustende -- tegelijkertijd zeer bezorgd zijn over de samenleving en voor de toekomst hopen op meer solidariteit en gemeenschapszin, veiligheid, herstel van normen en waarden en behoud van de verzorgingsstaat. Die bevindingen, waar de koningin in de troonrede naar verwees, hebben iets heel tegenstrijdigs en ik heb mij meer dan eens afgevraagd of er niet een sterke samenhang is met de conclusies uit dat andere SCP-rapport dat in dezelfde periode verscheen, over de voortgaande secularisatie en ontkerkelijking. Velen verheugen zich erover dat religie en geloof aan publieke betekenis hebben verloren, maar ik vraag mij af of wij daarmee niet ook een onmisbare pijler voor een gezonde publieke moraal, voor sociale samenhang en voor maatschappelijke deugden zijn kwijtgeraakt.
 
Onlangs werd aan de achterban van het Christelijk-Sociaal Congres de vraag voorgelegd wat de belangrijkste thema’s van vandaag zijn ofwel -- met een verwijzing naar de beroemde rede van Abraham Kuyper bij het eerste Christelijk-Sociaal Congres -- wat "de sociale kwestie" van 2005 is. Daar kwam de volgende top vijf uit naar voren:
1. afnemende gemeenschapszin en toename van egoïsme;
2. spanningen tussen wereldgodsdiensten;
3. ongelijke verdeling van welvaart tussen Noord en Zuid;
4. verlies van sociale verbanden;
5. afbraak -- de term is van het Christelijk-Sociaal Congres -- van sociale zekerheid en gezondheidszorg.
 
Dat is nogal wat! Mijn concrete vraag aan de minister-president is of zijn kabinet deze "sociale kwesties" boven aan de agenda zet voor de tweede helft en ervoor gaat zorgen dat het beleid echt bijdraagt aan de oplossing ervan. Welke concrete maatregelen kunnen wij daartoe verwachten? Niet de mensen door een stapeling van bezuinigingen de mogelijkheden ont-nemen om verantwoordelijkheid te dragen, maar hen juist toerusten tot verantwoordelijkheid. Niet mensen ontmoedigen om zich in te zetten als mantelzorger of als vrijwilliger in een asielzoekerscentrum, maar hen helpen en faciliteren om maatschappelijk nuttige en gewenste werkzaamheden op te pakken. Niet alleen mooie woorden spreken over solidariteit, rentmeesterschap en internationale gerechtigheid, maar ook de politieke moed hebben om daar de daden bij te voegen.
 
Een geweldige uitdaging ligt er in de spanningen tussen godsdiensten en bevolkings-groepen, spanningen die zich ook in ons land nadrukkelijk manifesteren. Hoe komen wij van polarisatie en vervreemding tot tolerantie en vreedzaam samenleven? In de "Kroonbedebijeenkomst" van vorige week werd terecht opgemerkt dat tolerantie vaak niet meer is dan een elegante manier van langs elkaar heen leven. Hoe buigen wij dat om naar een echte samenleving, waarin wezenlijke verschillen in geloof en levensbeschouwing niet in de weg staan aan werkelijke betrokkenheid op elkaar?
 
Laten wij overigens niet de vergissing begaan om hier uitsluitend naar één groep te kijken, bijvoorbeeld de nieuwe Nederlanders met een islamitische achtergrond. Ook in ver-lichte humanistische kring ontbreekt het maar al te vaak aan verdraagzaamheid en respect voor andermans overtuigingen, zo bleek het afgelopen jaar uit de heftige debatten over gods-dienstvrijheid, het verbod op smalende godslastering, het scheppingsgeloof en de islam. Het waren vaak uitgerekend ministers en Kamerleden die met hun uitspraken de zaken nodeloos op scherp zetten en tegenstellingen aanwakkerden. De troonrede bevatte een mooie passage over tolerantie en respect in een samenleving die zich kenmerkt door verscheidenheid. Maar wat gaat het kabinet nu doen om daar handen en voeten aan te geven? Graag verkrijg ik hierop een reactie van de minister-president.
 
Dit raakt allemaal aan het cruciale proces van herstel van vertrouwen. Nederland heeft niet alleen een groei van de economie nodig, minstens zo vitaal is het dat wij groeien in vertrouwen. Dat is dan ook de titel waaronder de fractie van de ChristenUnie vandaag haar christelijk-sociale alternatief voor de kabinetsplannen presenteert. Vorig jaar hebben wij met ons inkomensplan bewezen dat het mogelijk is om binnen dezelfde randvoorwaarden als de regering hanteert, betere resultaten en rechtvaardiger inkomenseffecten te realiseren. Dit jaar hebben wij onze inspanningen verbreed tot een heuse tegenbegroting, waarin ook thema’s als de kwaliteit van de samenleving, werkgelegenheid, het milieubeleid en de ontwikkelings-samenwerking zijn meegenomen. Onze voorstellen zijn gericht op het groeien van vertrouwen -- vertrouwen in de samenleving, in elkaar, in de economie en in de politiek.
 
Daartoe hebben wij een zestal beleidspakketten ontwikkeld met als kernpunten:
- het stimuleren tot het invullen van de eigen verantwoordelijkheden door het bevorderen van het verrichten van gemeenschapstaken;
- het tegengaan van de verschraling van de publieke sector, onder meer door extra geld vrij te maken voor de verpleeghuizen, maar ook door het scheppen van extra banen in de sectoren onderwijs, zorg en veiligheid;
- het verlichten van de lasten voor de lage en middeninkomens via de zorgtoeslag, de halvering eigen bijdrage thuiszorg, de huurtoeslag, de introductie van de aftrek onderhoud eigen woning en via een eerlijke lastenverdeling;
- het bieden van meer steun dan het kabinet doet aan gezinnen, waaronder alleenstaanden met kinderen, het verhogen van de kinderbijslag en het meer rechtvaardig verdelen van de kinderopvanggelden via het kindgebonden budget;
- het geven van gerichte werkgelegenheidsstimulansen voor ouderen en jongeren, ook via lastenverlichting voor ondernemers;
- het verduurzamen van de economie en het vergroenen van het belastingstelsel en
- het opstellen van een pakket aan maatregelen voor het nemen van onze internationale verantwoordelijkheden.
 
Wat het laatste punt betreft: het kabinet is gelukkig teruggekomen op zijn voornemen om ons aandeel in de schuldkwijtschelding na de G8-top van 30 mln. uit het ODA-budget te halen, maar gelet op de immense problematiek willen wij "meer dan het gewone doen" en 100 mln. extra vrijmaken.
 
Voorzitter. Op al deze terreinen kan beslist meer gebeuren. Het kabinet wil dat ouderen langer doorwerken; prima, maar waarom komt er dan geen positieve prikkel voor de werkgevers in de vorm van een specifieke ouderenkorting? Staatssecretaris Wijn heeft mij vorig jaar beloofd daarop terug te komen bij de behandeling van het Belastingplan, maar ik heb zijn opmerkingen daarover gemist. Waarom is hiervoor geen voorstel gedaan?
 
Het kabinet wil een evenwichtige lastenverdeling. Da's mooi, maar waarom komt er geen correctie op de zorgmaatregelen van de afgelopen jaren? Het kabinet wil iets doen aan vergroening van het beleid; dat werd tijd, maar waarom worden huishoudens niet gestimuleerd om aan energiebesparing te doen?
 
Ons pakket trekt de lijnen door. Dat leidt volgens het Centraal Planbureau tot een beter koopkrachtbeeld over de hele linie en voegt iets toe aan de koopkracht die het kabinet reali-seert. Daarnaast wordt op deze manier met name iets gedaan voor de lage en middeninko-mens. De werkgelegenheidsgroei doet zich dan specifiek voor bij moeilijke groepen: de jon-geren en de oudere werknemers. Verder schept ons voorstel structureel condities voor groei van de economie en de werkgelegenheid. Bovendien legt het verantwoordelijkheden echt waar ze horen, stelt het mensen in staat om te investeren in maatschappelijk nuttige zaken en zorgt het ervoor dat de sterkste schouders ook echt de zwaarste lasten dragen. Vanzelfspre-kend hebben ook wij ervoor gezorgd dat het financieringstekort net als in de kabinetsvoor-stellen in 2006 de 1,8 -- in CPB-termen: 1,7 -- niet overschrijdt.
 
Voorzitter. Onze tegenbegroting is meer dan een aanvulling op de kabinetsplannen. Door de onderliggende visie op overheid en samenleving betekent zij ook een koerswijziging. Wij moeten van sanering in de platte betekenis van bezuinigen naar sanering in de zin van gezondmaking van sociale verhoudingen. Wij moeten van een ethiek van de individualiteit naar een ethiek van de gemeenschap. Van "ik" naar "wij". Van een afgeplatte eigen verantwoordelijkheid naar echte solidariteit. Van marktwerking en vraagsturing als maat naar wederzijdse betrokkenheid en menselijkheid als maat. Kortom: van een overwegend neoliberale politiek naar een overtuigend christelijk-sociale politiek. Onze voorstellen zijn erop gericht om die omslag mogelijk te maken. Laat ik er maar meteen bij zeggen dat de minister-president wat mij betreft mag shoppen in onze tegenbegroting. Ik zou zeggen: pik de krenten er maar uit, er zitten er genoeg in!
 
Voorzitter. Ik rond af. Mijn fractie is zich er terdege van bewust dat dit kabinet geen gemakkelijke taak heeft. Wij onderschatten niet de omvang en de complexiteit van de proble-men waar de minister-president en zijn ploeg zich mee geconfronteerd zien. Wij miskennen niet dat het op orde brengen van het nationale huishoudboekje een grote verantwoordelijk-heid is. Ik houd echter staande dat de eerste opgave van een regering niet is de economie te stimuleren, maar om recht en vrede te dienen. Niet de groei van de economie, maar de groei van mensen dankzij de economie dient centraal te staan. Onmisbaar daarvoor is herstel van vertrouwen van de samenleving in de politiek, zodat voorkomen wordt dat de wereld van Den Haag en die van de rest van Nederland verder uit elkaar groeien. Dat gaat niet vanzelf. Dat be-gint met een wenkend perspectief, een inspirerend visioen, een relevante agenda en vertrou-wenwekkende en rechtvaardige maatregelen. Ik ben begonnen met de vraag wat de missie van het kabinet voor de tweede helft is. Namens mijn fractie heb ik getracht aan de formulering daarvan een bijdrage te leveren. Het is aan het kabinet om de uitdagingen aan te gaan. Ik wens alle bewindslieden daarbij van harte Gods zegen toe.

« Terug

Reacties op 'Algemene Politieke Beschouwingen: Groeien in vertrouwen'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2005

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari