Vragen over Afspraken Nederland-Congo terugkeer uitgeprocedeerde asielzoekers

vrijdag 11 februari 2005 12:59

Vragen van de leden De Wit (SP), Klaas de Vries (PvdA), Lambrechts (D66), Vos (GroenLinks) en Huizinga-Heringa (Christenunie) aan de minister voor Vreemdelingen-zaken en Integratie over de afspraken tussen Nederland en Congo over de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers. (Ingezonden 11 februari 2005)
  1. Hebt u kennisgenomen van de uitzending van het programma Netwerk over de afspraken tussen Nederland en Congo over de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers?1
  2. Is het waar dat Congo, voordat dit land instemt met de terugkeer van een in Nederland uitge-procedeerde asielzoeker, meer informatie wenst dan alleen persoonsgegevens en inzage eist in (een deel van) het asieldossier?
  3. Is het waar dat uit het Terugkeerdocument Congo, dat onlangs in het kader van de Wet Openbaarheid Bestuur door de stichting Inlia is opgeëist, blijkt dat Nederland en Congo afspraken hebben gemaakt over de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers, en dat Nederland in het kader van die afspraken aan de Congolese autoriteiten het rapport van het nader gehoor van ex-asielzoekers verstrekt?
  4. Is het waar dat eveneens uit dit Terugkeerdocument blijkt, dat het «vooronderzoek» voor uitzetting (soms) door de IND en de Congelese DGM wordt verricht in asielzoekerscentra?
  5. Is het waar dat het nader gehoor vertrouwelijk is, en dat deze vertrouwelijkheid vóór aanvang van ieder nader gehoor door de IND-medewerker die het gehoor afneemt, aan de betreffende asielzoeker wordt toegezegd?
  6. Herinnert u zich, dat u op 23 november 2004, in de beantwoording van Kamervragen over de uitzetting van een ex-asielzoeker naar Congo hebt gesteld «dat nimmer aan de Congolese immigratieautoriteiten gemeld wordt dat het om ex-asielzoekers gaat»?2
  7. Deelt u de mening dat u met bovenstaande uitspraak de Kamer verkeerd hebt ingelicht? Zo neen, hoe verklaart u dan de discrepantie tussen deze uitspraak en de afspraken met Congo die blijken uit het Terugkeerdocument?
  8. Kunt u verklaren, hoe het mogelijk is dat Nederland, ondanks de toezegging van vertrouwe-lijkheid van het nader gehoor aan de asielzoeker en ondanks uw toezegging dat aan de Con-golese autoriteiten zelfs niet wordt gemeld dat de uitgezette persoon ooit in Nederland asiel heeft aangevraagd, aan de Congolese autoriteiten inzage geeft in het rapport van het nader ge-hoor, waarin een asielzoeker zijn volledige asielrelaas uiteenzet, inclusief de redenen om te vluchten en de namen van personen die hem of haar daarbij behulpzaam zijn geweest?
  9. Bent u zich ervan bewust dat deze handelswijze niet alleen onwettelijk is, omdat het de ver-trouwelijkheid van het nader gehoor schendt, maar ook grote gevaren met zich meebrengt voor door Nederland uitgezette Congolese ex-asielzoekers? Realiseert u zich dat u, door deze gegevens aan Congo te verstrekken, mogelijk met de levens van Congolese ex-asielzoekers speelt?
  10. Wilt u deze vragen binnen één week beantwoorden, zodat de Kamer direct na het Krokusreces over de antwoorden een debat kan voeren? Wilt u tegelijk met de antwoorden de documenten naar de Kamer sturen die inzicht geven in de afspraken die gemaakt zijn tussen Nederland en Congo aangaande het terugnemen van eigen onderdanen, al of niet ex-asielzoekers, door Congo?
  11. Wilt u toezeggen dat, totdat dit debat is gevoerd, alle uitzettingen naar Congo worden opgeschort?
1 Netwerk, 10 februari 2005, 20.30–21.00.
2 Aanhangsel-Handelingen, nr. 462, vergaderjaar 2004–2005.
 
Antwoord van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie).
(Ontvangen 14 februari 2005)
  1. Ja.
  2. en 3 en 5 t/m9 Het is niet juist dat Congo meer informatie wenst dan alleen persoonsgegevens en inzage eist in (een deel van) het asieldossier. Aan de Congolese autoriteiten wordt enkel informatie ver-strekt ten behoeve van identiteiten nationaliteitsvaststelling. Het is juist dat de inhoud van het nader gehoor vertrouwelijk is en dat deze vertrouwelijkheid voor aanvang van ieder nader gehoor aan de asielzoeker wordt meegedeeld. Aan de Congolese autoriteiten wordt dan ook geen inzage gegeven in het rapport van nader gehoor, noch wordt aan de Congolese autori-teiten informatie uit het rapport van nader gehoor verstrekt. Ik herinner mij de beantwoording van de Kamervragen over de uitzetting van een ex-asielzoeker naar Congo (Aanhangsel Han-delingen nr. 462, vergaderjaar 2004–2005). Er bestaat geen discrepantie tussen deze uit-spraak en de inhoud van het Terugkeerdocument. Het overzicht waaraan wordt gerefereerd maakt onderdeel uit van de zogenaamde Landen Verwijsindex (VW) Dit document is bijge-voegd1. Het betreft een overzicht van aanvraagprocedures van verwijderingen per land van bestemming. Het overzicht bevat feitelijke informatie voor onze nationale uitvoerders van het terugkeerbeleid, onder andere over de wijze waaropvervangende reisdocumenten kunnen wor-den aangevraagd voor de gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar hun land van her-komst. Dit overzicht wordt door de IND ter beschikking gesteld aan de Vreemdelingenpolitie en de Koninklijke Marechaussee (KMar). De instructies in het overzicht zijn derhalve gericht aan de Vreemdelingenpolitie en de KMar. De stukken die in paragraaf 1.b. van het overzicht van de DRC worden genoemd, dienen door de Vreemdelingenpolitie en de KMar te worden verstrekt aan de IND. Voor de volledigheid van de genoemde aanvraag en om de procedure te bespoedigen bij de IND wordt daarbij een papieren versie van het rapport van gehoor van de vreemdeling gevoegd. Het betreft hier uitdrukkelijk niet een opsomming van de stukken die door de IND aan de Congolese autoriteiten worden overhandigd bij de aanvraag van een reis-document. Bij de schriftelijke aanvraag die vervolgens bij de Congolese autoriteiten wordt ingediend worden slechts de volgende stukken gevoegd: het formulier «Déclaration concernant la nationalité» (bijgevoegd)2, vier pasfoto’s, (kopie-) vingerafdrukken en indien aanwezig kopieën van documenten ter zake van de identiteit en nationaliteit. Er is derhalve geen sprake van een onwettige handelwijze.

 

  1. Vooronderzoeken vinden in zijn algemeenheid plaats voordat de desbetreffende vreemdeling zonodig in persoon wordt gepresenteerd bij de diplomatieke vertegenwoordiging. Dit vooronderzoek staat in het teken van een interview waarbij aanwezig zijn:
    • de vreemdeling;
    • een medewerker(s) IND/unit FT;
    • een tolk;
    • en (soms) de vreemdelingenpolitie.
    Kern van het interview is het verkrijgen van voldoende aanknopingspunten ter vaststelling van identiteit en nationaliteit. Hierbij wordt onder meer als leidraad het aanvraagformulier voor de laissez-passer gebruikt. Een vooronderzoek is een strikt interne aangelegenheid van de IND. De diplomatieke vertegenwoordiging is dus niet bij het vooronderzoek aanwezig. Het vorenstaande geldt ook voor de DRC. Veelal vindt ter verkrijging van een vervangend reis-document een zogenaamde presentatie plaats bij de vertegenwoordiging van het land van her-komst. Voor de DRC geldt dat er geen presentaties in persoon plaatsvinden, maar dat een schriftelijk verzoek wordt gedaan ter bevestiging van de Congolese nationaliteit. De Congolese autoriteiten laten vervolgens schriftelijke dan wel mondeling weten of de betreffende vreemdeling de Congolese nationaliteit bezit.
    Tevens worden immigratiedeskundigen uit de DRC incidenteel uitgenodigd om naar Neder-land te komen. Deze uitnodiging is gebaseerd opde met de DRC gesloten MoU ter voorbe-reiding van een overheidsvlucht, waarbij een grotere groepCongolezen kan terugkeren naar de DRC. Congolezen die terug dienen te keren naar de DRC kunnen worden geïnterviewd door deze immigratiedeskundigen. Hierbij is ook een IND-medewerker aan-wezig. Deze interviews vinden nooit plaats op een asielzoekerscentrum. Tijdens het interview wordt gesproken met de vreemdeling om zijn nationaliteit te kunnen vaststellen. Bij het interview kunnen de eer-dergenoemde stukken, zoals het formulier «Déclaration concernant la nationalité», pasfoto’s en indien aanwezig kopieën van documenten ter zake van de identiteit en nationaliteit (zoals ID-bewijzen en paspoorten) worden gebruikt. Ook bij dit gesprek worden geen rapporten van gehoor overgelegd aan de immigratiedeskundigen en wordt er geen informatie verstrekt over eventuele asielaanvragen. De immigratiedeskundigen laten vervolgens, schriftelijk dan wel mondeling, weten of een vreemdeling de Congolese nationaliteit bezit.
    Er dient dan ook een duidelijk onderscheid te worden gemaakt tussen het vooronderzoek, dat wordt gedaan door de IND, en de interviews door de immigratiedeskundigen van de DRC. Deze immigratiedeskundigen zijn nooit bij het vooronderzoek betrokken.

 

  1. Ja. Tussen de IND en de Direction Générale de Migration Congolaise (DGM) zijn in oktober 2002 bilaterale werkafspraken gemaakt ten aanzien van de terugkeer van vreemdelingen van Congolese afkomst. Het Memorandum of Understanding (MoU) waarin de afspraken zijn vastgelegd verstrek ik u hierbij ter vertrouwelijke inzage. Momenteel worden met de Congolese Tweede Kamer, vergaderjaar 2004–2005, Aanhangsel 1926 autoriteiten nieuwe werkafspraken voorbereid.
  2. Gezien bovenstaande antwoorden bestaat er geen aanleiding om de uitzettingen naar Congo op te schorten.
1 Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal t/m 14 juni 2005. Na deze datum is de bijlage opverzoek van de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie geretourneerd aan het ministerie van Justitie.
2 Ter vertrouwelijke inzage gelegd, alléén voor de leden, bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal t/m 14 juni 2005. Na deze datum is de bijlage opverzoek van de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie geretourneerd aan het ministerie van Justitie.

« Terug

Reacties op 'Vragen over Afspraken Nederland-Congo terugkeer uitgeprocedeerde asielzoekers'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2005

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari