Algemeen Overleg Verdieping Westerschelde

dinsdag 20 december 2005 11:30

Arie Slob heeft begrepen dat Vlaanderen en Nederland morgen de Ontwikkelingsschets 2010 voor het Schelde-estuarium ondertekenen. Hij heeft de indruk dat de provinciale staten van Zeeland allerlei scenario’s hebben geaccepteerd omdat zij ervan uitgaan dat de derde verdieping van de Westerschelde onvermijdelijk is. De Kamer moet echter nog instemmen met de beleidsplannen en de verdieping. De heer Slob gaat er nog steeds van uit dat het oordeel van de Kamer bepalend zal zijn voor de voortgang in dezen.
 
De heer Slob vindt het goed om de positie van de Kamer nadrukkelijk te markeren. De verdieping van de Westerschelde is vooral in het belang van België. Voor Nederland is de verdieping, die wordt gebaseerd op het scheidingsverdrag van 1839, niet noodzakelijk en in de ogen van de heer Slob ook niet gewenst. Het is niet vruchtbaar om dit verdrag telkens boven tafel te halen om een bepaald belang veilig te stellen. In 1998 heeft de Kamer bovendien bij motie-Van den Berg (25 187, nr. 15) uitgesproken dat ontpolderen geen instrument kan zijn bij een langetermijnvisie op de Westerschelde.
 
De staten van Zeeland, die indertijd dezelfde mening hadden, lijken dit standpunt nu voor een groot deel te hebben verlaten omdat zij ervan uitgaan dat het toch allemaal doorgaat. De fractie van de ChristenUnie voelt zich nog steeds gebonden aan deze motie en vindt ontpolderen geen optie. Het is de heer Slob bekend dat Zeeland aan het ondertekenen van de Ontwikkelingsschets de voorwaarde heeft verbonden dat de estuariene natuur vrijwillig wordt gecreëerd, maar als het erop aan komt, kunnen gebieden ingevolge de Rijksprojectenprocedure worden onteigend.
 
Overigens heeft hij ook begrepen dat over de «vrijwilligheid» onderhandelingen zijn gevoerd op basis van flankerend beleid, en dat terwijl de Kamer het cruciale besluit nog moet nemen. Dat is een verkeerde volgorde. Uit het Memorandum van Overeenstemming tussen Vlaanderen en Nederland blijkt dat Nederland een forse financiële bijdrage levert aan de studiekosten, geulwandverdedigingen, wrakkenruiming en monitoring.
 
Daar heeft de heer Slob moeite mee. Nederland zit immers niet verlegen om de derde verdieping en de unieke natuur in het Schelde-estuarium wordt ook nog eens aangetast. Wellicht kan de minister exact aangeven welk bedrag hiermee is gemoeid en uitleggen waarom Nederland aan elke verdieping moet bijdragen. Als de derde verdieping doorgaat, zullen de vissers ook gecompenseerd moeten worden. Kan de minister in elk geval duidelijk uitspreken dat in de toekomst geen vierde verdieping zal plaatsvinden?
 
Het Westerscheldegebied is het tweede risicogebied van Nederland. De veiligheid van dit gebied moet daarom bij de ministeries meer prioriteit krijgen. Het verbaast de heer Slob dat het eindrapport Rampenbestrijding Westerschelde, dat al in mei is verschenen, zo lang op de plank blijft liggen. Is dit rapport al door een minister in ontvangst genomen en op welke wijze zal worden omgegaan met de indringende aanbevelingen die daarin worden gedaan? In het rapport wordt onder andere geconstateerd dat er bij brand aan boord van een schip met gevaarlijke stoffen geen overheidsinstantie is die vanaf het water kan blussen. In de Nieuwsbrief Crisisbeheersing van november 2005 wordt de mogelijkheid geopperd varend materieel van rijkswaterstaat multifunctioneel in te richten. Wordt hiermee gedoeld op de blusboten van rijkswaterstaat en wanneer worden afspraken gemaakt over het stationeren van blusboten? Het ministerie van Binnenlandse Zaken onderzoekt of de financiering van de brandweer en geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen gekoppeld moet worden aan de risico’s in de regio. Kan Zeeland vruchten plukken van deze exercitie?
 
De suggestie om in het Nauw van Bath eenrichtingsverkeer te introduceren wijst de minister op basis van een aantal argumenten af. Nemen de risico’s niet drastisch toe door de schaalvergroting in de zeescheepvaart? Het lijkt de heer Slob niet vreemd om eenrichtingsverkeer te introduceren. Ontmoetingen van grotere schepen in de Pas van Borssele en bovenstrooms vanaf Hansweert zijn immers ook niet toegestaan.
 
De heer Slob vindt het van belang dat de minister nu klip en klaar heeft uitgesproken dat er geen vierde verdieping zal komen. Voor hem is het nog steeds niet helder of de ontpoldering absoluut noodzakelijk is. Bovendien is het dan nog de vraag waar die zou moeten plaatsvinden. Hij heeft er daarom behoefte aan op korte termijn overleg te voeren met de minister van LNV. Ook is nog niet duidelijk of de onderdelen van het pakket inderdaad allemaal onafwendbaar zijn. Dat de basis wegvalt als onderdelen uit het pakket worden gehaald, zijn de woorden van de minister. De fractie van de ChristenUnie wil zich daardoor niet onder druk laten zetten. De ondertekening van de Ontwikkelingsschets morgen is de verantwoordelijkheid van de regering. Straks zal de Kamer de inhoud moeten beoordelen.
 
De antwoorden op de vragen over de veiligheid vindt de heer Slob onvoldoende. Het is bekend dat er onvoldoende mogelijkheden zijn om wolken giftige stoffen tegen te houden. Om deze wolken te voorkomen zijn blusboten nodig. Die zijn al beschikbaar. Daarover moeten snel afspraken worden gemaakt. Hij vindt het onvoorstelbaar dat het rapport Rampenbestrijding Westerschelde pas morgen door de regering in ontvangst wordt genomen. Wanneer kan de Kamer een reactie hierop van het kabinet verwachten?

« Terug

Reacties op 'Algemeen Overleg Verdieping Westerschelde'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2005

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari