“Een veel duidelijker christelijk geluid dan het CDA”

zaterdag 11 juni 2005 09:42

Op 9 april j.l. werd hij gekozen tot nieuwe voorzitter van het Landelijk Bestuur van de ChristenUnie. Peter Blokhuis is opleidingsmanager Communicatie en Journalistiek aan de Christelijke Hogeschool Ede. Hij is 57 jaar, gehuwd en lid van de Protestantse Kerk Nederland. Tot zijn nevenfuncties behoren het voorzitterschap van de Stichting Reformatorische Wijsbegeerte en het vice-presidentschap van ‘The International association for the promotion of Christian higher education’. Voor het Wetenschappelijk Instituut is Peter Blokhuis geen onbekende, want hij was van 2001 t/m 2003 voorzitter van het curatorium (bestuur). We waren benieuwd naar zijn visie op de samenleving, op christelijke politiek en op de ChristenUnie in het bijzonder.


 
Hoe staat de ChristenUnie er anno 2005 voor?
 
De mensen vinden de ChristenUnie een duidelijke, betrouwbare partij. We zien dan ook een groeiend aantal zetels in de peilingen. Dat zegt op zich nog niet zo veel, maar het blijkt in ieder geval dat het optreden van ChristenUnie-politici, ook in raden en staten, mensen het idee geeft dat ze wel op de ChristenUnie zouden kunnen stemmen. Het probleem is natuurlijk altijd dat tijdens de verkiezingscampagnes de partijen proberen te scoren met oneliners, korte-termijn-issues en dat mensen dan gaan stemmen op de blikvangers.
De ChristenUnie is een partij met een duidelijke missie, een duidelijk profiel en juist niet een partij van oneliners en korte-termijn-perspectieven.
Men vindt dat wel sympathiek, maar het bepaalt toch maar in beperkte mate het stemgedrag. Verkiezingscampagnes zijn daarom voor ons heel lastig. Mensen hebben een korte termijn geheugen. Een week of drie, is mij wel gezegd. Zij moeten ook in het stemhokje nog weten dat zij op André Rouvoet moeten stemmen.
De cultuur is zo dat mensen zich gemakkelijk laten meeslepen. Het karakter van onze partij past heel goed bij de aard van de politiek, maar past niet zo goed bij het culturele klimaat.
 
Hoe zou u dat klimaat willen omschrijven?
 
Heel dynamisch. Situaties veranderen heel snel en mensen ook. Doortrekken van lijnen, vasthouden aan profielen, lange-termijn-denken doen het niet. Christelijke politiek doet dat nu juist wel. Die gaat uit van principes. Wij willen ook niet dat mensen alleen maar stemmen op basis van één standpunt dat de fractie heeft ingenomen in een bepaalde kwestie, maar dat ze stemmen vanwege de onderliggende lijn. Dat doet het traditionele stemmerspubliek van onze partij wel, maar jongeren niet, ook christen-jongeren niet.
Dus je zult toch mensen moet pakken daar waar ze zitten. Ik heb zelf altijd het gevoel dat wij onszelf in verkiezingscampagnes een beetje geweld moeten aandoen. Dan draait het om de glimlach en het pak dat André Rouvoet draagt, de manier waarop hij bij Barend en Van Dorp zit en wat voor standpunt we nu weer hebben ingenomen bij de laatste actuele kwestie.
Eigenlijk willen wij gewoon dat alle orthodoxe christenen in Nederland - en dat zijn er een heleboel - om de ChristenUnie heen staan. Maar in politiek opzicht is die gemeenschap er nauwelijks.
 
In hoeverre is dat culturele klimaat ook doorgedrongen in die achterban?
 
Ik denk dat de ChristenUnie daar veel meer last van heeft dan de SGP. De SGP heeft te maken met mensen die nog in stabiele, traditionele patronen leven. Daar is op zich niks mis mee.
De verscheidenheid en vluchtigheid zijn bij de ChristenUnie veel sterker. Niet dat men de ene dag wel gelooft en de ander dag niet, maar wel hoe men vanuit het christelijk geloof tegen allerlei kwesties aankijkt.
De achterban van de ChristenUnie is aanspreekbaar op hun geloof en dat moeten wij ook blijven doen. Wij zijn alleen geen kerk. Wij willen de mensen uiteindelijk politiek aanspreken. Vooral evangelische christenen zijn wat vluchtig in hun politieke keuzes. Soms stemmen ze gewoon niet, of ze stemmen GroenLinks of CDA. Dat is heel kwestie- en persoonsbepaald. Zij kijken niet naar de politieke lijn die er onder ligt.
 
Ligt daar onze roeping, om dat besef te vergroten, om bij elke kwestie de onderliggende lijn te laten zien? Moeten onze kiezers bij elke kwestie weer opnieuw overtuigd worden?
 
Wij moeten de eerste dingen ook steeds eerst noemen. Daar zijn wij op aanspreekbaar. Daarom zullen wij een veel duidelijker christelijk geluid laten horen dan het CDA. Het CDA wil alleen maar op de politieke overtuiging aangesproken worden. Wij willen dat ook, maar wij willen daarbij een voluit christelijke partij zijn. Daarom gaan wij van de politieke overtuiging terug naar de Bijbel en omgekeerd. Wij moeten de Bijbel steeds noemen, want daaraan zijn wij voor christenen meer herkenbaar dan aan onze politieke overtuiging. Tegelijkertijd vind ik dat een beetje oneigenlijk, want wij zijn een politieke partij en willen door onze politieke lijn gekend worden. We gaan toch niet zeggen: 'omdat André Rouvoet een goed christen is, moet je op hem stemmen.'? Nee, hij doet het goed in de Tweede Kamer en heeft goede politieke standpunten. Dáárom moet je op hem stemmen.
 
Bij de Wet op de orgaandonatie is de ChristenUnie na lang wikken en wegen van standpunt verschoven. Dan zijn er mensen die daar blij mee zijn en die nog steeds vertrouwen in de ChristenUnie hebben omdat zij erop vertrouwen dat we als christenen op een integere manier die afweging hebben gemaakt. Er zijn ook anderen die zeggen: 'zie je wel, de ChristenUnie is niet meer wat we gewend waren'.
 
Dit vind ik een mooi voorbeeld. Het gaat er nu even niet om wat ik van orgaandonatie vind; men moet zien dat dit voor christenen een lastige kwestie is. En dan gaat het ook nog om de politieke vertaling ervan, om een politiek besluit over de beste manier van registratie. Tineke Huizinga heeft duidelijk een lijn getrokken: als men daar overheen gaat, doe ik niet mee. Christenen zouden moeten zien dat hier met de Bijbel in de hand heel integer wordt gedacht. Dat die politicus dan ergens uitkomt waar jij niet uit zou komen, is dan eigenlijk niet zo belangrijk. Zo gaat dat in de politiek. Je moet kunnen zeggen: ik zou zelf dit politieke standpunt van de ChristenUnie niet delen, maar ik zie dat dit een te waarderen christelijke overweging is geweest. En daarom stem ik ChristenUnie. En niet meteen: nu stem ik niet meer op ze.
 
Dit betekent heel veel voor de communicatie van de ChristenUnie.
 
Inderdaad is het een grote kunst om al die lagen die hier meespelen voor het voetlicht te krijgen. Niet alleen maar de principes. Je moet de diepere lijn laten zien én inspelen op de actualiteit. Weet waar mensen naar kijken.
 
Wat is de rol van discussie in de partij. Bij diezelfde orgaandonatie is wel gezegd: als we dat nu eerder binnen de partij in discussie hadden gebracht, dan hadden mensen de uiteindelijke standpuntbepaling ook beter kunnen meemaken. Ook bij de presentatie van de nee-campagne voor de Europese Grondwet kwam vergelijkbare kritiek. Opeens lag daar een boekje en folder en ‘ons is niks gevraagd’. Moeten we dit anders gaan doen in de ChristenUnie?
 
Die Europese Grondwet is natuurlijk een vrij complex document. Je kunt moeilijk zeggen: dames en heren, hier is de tekst van de Grondwet. Leest u die eens goed door en vertelt u ons wat u er van vindt. Dan overvraag je de mensen. Ik vind het juist een heel goed idee om zo'n Kort Commentaar te schrijven met conclusies aan het eind van de hoofdstukken. Op basis van zo'n boekje en wat andere stukken zou je een interne partijdiscussie kunnen voeren. Je moet alleen eerst wel handzame documenten hebben, anders gaat de discussie nergens over.
 
We hebben nu twee ledencongressen gehad. Er zijn natuurlijk ook andere manieren om met elkaar de discussie aan te gaan en met elkaar tot politieke meningsvorming te komen. Hoe kijkt u daar tegen aan?
 
Ik vind ledencongressen zonder meer heel goed. Het is belangrijk dat die goed worden voorbereid, zodat onderwerpen zo voor het voetlicht komen dat mensen zich herinneren dat we het over die kwestie gehad hebben. Niet alleen maar meningen peilen, maar met elkaar de diepte van het onderwerp peilen. Het gevaar van dit soort discussies is altijd dat de gemoederen wel verhit raken, maar dat je achteraf toch met een kater blijft zitten omdat je de kwestie onvoldoende hebt uitgediept. Bestuurders moeten er wel iets mee kunnen.
Je moet dit vanuit het bureau zo kanaliseren dat mensen in staat worden gesteld om zich een goed oordeel te vormen, zonder een dik boek te hoeven lezen. De moderne mens wil graag meepraten, maar is tegelijk zo druk dat je hapklare brokken moet aanreiken om hem in staat te stellen een eigen mening te vormen. Dan kom ik bij de rol van het WI. In het verleden hebben wij nogal wat grondige publicaties het licht doen zien. Die worden onvoldoende gelezen. Misschien wel op het moment van verschijnen. Maar ze hebben een inhoud die er voor jaren mag zijn. Ze lenen zich alleen niet voor interne partijdiscussie.
 
Bij het schrijven van de publicaties betrekken we er altijd wel veel deskundige mensen bij om tot een goede meningsvorming te komen.
 
Dat is ook heel belangrijk. En op basis daarvan kan dan de discussie in de partij plaats vinden. Kiezers bepalen hun mening op basis van heel weinig kennis. Dan komt het er op aan dat de kennis die ze hebben de goede is.
 
Moet het WI dan nog wel dikkere publicaties maken of moeten we meer naar de hapklare brokken toe?
 
Ik herinner me nog de dikke publicatie over genetische manipulatie, 'Toetsen en begrenzen'. Dat was een noodzakelijke voorstudie, maar kan zelf niet het materiaal zijn voor een partijdiscussie. Soms moet je heel diep gaan om er uit te komen. Dat kan een fase zijn. Als je maar niet denkt, dat je er daarmee bent. Dan begint pas de partijdiscussie.
Dus na 'Toetsen en begrenzen' kwam er een Kort Commentaar over genetisch gemanipuleerd voedsel. En na de dikkere publicatie over Europa ('Richting Europa') is er nu zo'n Kort Commentaar over de Europese Grondwet. Dat zijn toch mooie voorbeelden. Die kortere boekjes lees je in twee uurtjes door. Heldere conclusies en adviezen aan het eind. Zo moet het.
 
Hoe staat de ChristenUnie in de Nederlandse democratie?
 
De ChristenUnie wegzetten als een getuigenispartij die verder geen invloed heeft, vind ik echter een volstrekt verkeerde benadering van democratie. Het gaat in een democratie niet om macht. Alsof de helft plus één de doorslag geeft. Want wie zo denkt, denkt niet democratisch. Democratie wil zeggen: iedereen kan spreken en naar iedereen wordt geluisterd. Daarvoor moet iedereen wel een stem hebben. Die stem heb je in NL als je minstens één zetel hebt. Daarvoor moet je mensen verenigen van een bepaalde overtuiging die hun leven structureert en hun een bepaalde visie op de politiek en het publieke terrein geeft. Zo zie ik ook met welgevallen de SGP maar ook een eventuele moslimpartij. Dat zijn partijen die een stem geven aan een duidelijke groep met een eigen visie op het leven. Het is voor alle partijen van belang dat waar er verschillen zijn in de samenleving, die ook worden gehoord. Het is van fundamenteel belang in een democratie dat mensen die een bestuurderspositie hebben ook iets doen met de geluiden van anderen. Als in een democratie een meerderheid geen rekening houdt met een minderheid, dan is dat geen democratie, maar een tirannie van de meerderheid.
 
Veel mensen in de achterban zouden bang zijn voor een moslimpartij …
 
Laten we nu eerst een accepteren: er zijn moslims. Vervolgens is het belangrijk dat die mensen aangeven wat zij willen. Er is niets beter dan dat zij dan ook een stem hebben op plaatsen waar die gehoord wordt, op het forum van het publieke terrein. Het is heel rampzalig als de grote groep moslims in ons land niet vertegenwoordigd is in het parlement. Er moeten mensen zijn die weten en begrijpen wat de moslims willen. De organisatie van moslims is wezenlijk voor onze samenleving. Daarom vind ik veel bezwaren tegen moslimscholen ook onzin. Ik zal niet zeggen dat het goede scholen zijn, maar als zij eigen scholen willen moeten we dat niet tegenhouden. Dit is zo wezenlijk voor een democratie. Natuurlijk mogen we wel eisen stellen aan het onderwijs dat daar gegeven wordt.
Het lijkt er op dat veel mensen de moslims hun bestaan hier niet gunnen. Ze moeten zo snel mogelijk integreren en emanciperen. Begin nou eerst maar eens met die mensen te accepteren.
 
Een christenpoliticus staat dan toch wel in een spanningsveld tussen de benadering vanuit zijn geloof en de benadering als politicus?
 
Dat denk ik eigenlijk niet. We mogen best zeggen dat we geestelijk gezien zouden wensen dat alle moslims christen worden, maar het begint bij accepteren. Dat ze merken dat ze er mogen zijn. Ze moeten wel eerst een positief beeld van ons krijgen, anders willen ze nooit christen worden.
 
Maar een christenpoliticus zal toch met overtuiging (vanuit het principe van godsdienstvrijheid) maar tegelijk ook met pijn in het hart stemmen voor de komst van een moskee …
 
In onze traditie bestaat al lang het inzicht dat de overheid niet voor alles verantwoordelijk is. De overheid wijst de bestemming van grond aan en als een burger of een groep burgers vraagt om die grond te mogen gebruiken, dan zeggen we op basis van het bestemmingsplan ja of nee. De overheid is er niet verantwoordelijk voor dát er een moskee komt. Dan zou je in een spagaat komen.
 
De SGP staat hier toch heel anders in …
 
Ook hier geldt: er zijn in Nederland mensen die een bepaalde visie hebben op de man-vrouw-verhouding, de zondagsrust e.d. Laten we toch vooral blij zijn dat die mensen ook een stem in het parlement hebben. En dat zij in staat zijn hun overtuiging heel goed te verwoorden. Dat geeft ons namelijk de gelegenheid om met hen rekening te houden. Sommigen bekijken hen alleen maar in termen van: hoe eerder ze emanciperen en integreren, hoe beter. Sinds wanneer is dat de verantwoordelijkheid van de politiek?
Alsof de regering zou weten wat het goede leven voor een vrouw is. Dat is een mateloze zelfoverschatting. Accepteer nou eerst eens dat er andersdenkende groepen zijn. Dat is democratie.
 
Tot slot graag uw inschatting van relatiepolitiek
 
Ik heb het Appél gelezen en het interview met Michael Schluter in het vorige nummer van DenkWijzer. Het valt mij op dat het meer een maatschappijanalyse is dan een politieke analyse. Maar ik vind het helemaal aansluiten bij wat de ChristenUnie doet en wat er in de samenleving leeft. Wij kunnen positief aankijken tegen het relatiedenken, want dat gaat niet alleen om relaties tussen mensen, maar juist ook om gemeenschappen. Relaties en gemeenschappen zien wij als heel positief. Zij maken deel uit van onze maatschappijvisie en van daaruit hebben wij ook een visie op politieke verantwoordelijkheid, namelijk dat die beperkt is. Scholen, gezinnen, kerken hebben een eigen verantwoordelijkheid. Daarin zit onze maatschappijvisie op één lijn met het relatiedenken.
Of je nu de woorden 'relatie' en 'politiek' aan moet verbinden, is voor mij nog wel even de vraag. Het CDA heeft in het verleden ook wel een poos de nadruk gelegd op 'samen'. In die zin is het niet zo heel nieuw. Ik denk dat wij het gedachtegoed van Michael Schluter zonder meer kunnen overnemen. De vraag is alleen of je er genoeg aan hebt voor ons politiek program. Voor ons is heel wezenlijk de eigen verantwoordelijkheid van de overheid. De overheid is dienares van God. Deze notie vind je niet in het relatiedenken. Ook het milieu pak je niet met relatiedenken. Wat dat betreft is het een wat smalle term.
Voor ons is heel wezenlijk dat wij niet alles herleiden tot de politiek. De samenleving, daar begint het mee. Politiek is niet alles, maar het is wel heel belangrijk. Politiek is toch meer dan alleen belangen- en issuepolitiek? De politiek wordt volslagen irrelevant waar men alleen maar op issues afgaat.
 
De ChristenUnie heeft dus in het huidige politieke klimaat een belangrijke, eigen bijdrage?
 
Ja, dat vind ik wel. Zo lang onze stem de stem is van een duidelijke groep in de samenleving, een christelijke groep. Die moet je zien te verenigen, o.a. door een permanente campagne. Die permanente campagne is er niet om stemmen te verzamelen, maar om de groep bewust te maken en de groep bij elkaar te brengen, zodat wij als partij duidelijk weten wat die christenen willen, waar ze voor staan en dat wij die stem goed kunnen vertolken in het parlement. Zo voorkom je ook dat je een kloof krijgt tussen de fractie en de achterban. Dat is de waarde van de permanente campagne.
 
Door Erik van Dijk

Gepubliceerd in DenkWijzer 2005, 3
 

« Terug

Reacties op '“Een veel duidelijker christelijk geluid dan het CDA”'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2005

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari