Hoe rust verdween uit Utrecht?

zaterdag 11 juni 2005 08:49

De discussie over winkelopenstelling op zondag steekt op dit moment in veel steden de kop op. De Utrechtse burger mocht zich op 1 juni voor of tegen uitbreiding van het aantal koopzondagen uitspreken (gelukkig bleek de Utrechtse bevolking in meerderheid tegen te zijn).
Ook in andere steden, waaronder Rotterdam, “verveelt men zich mateloos” op zondag en wil men leven in de brouwerij. Winkeliers zeggen omzet te verliezen aan steden waar men wel mag “shoppen” op de dag des Heeren. Grote vraag voor de ChristenUnie; reageren we defensief en hameren we op het christelijke gebod van de zondagsrust en de traditie of benadrukken we het welzijn van de burger (gebrek aan rust, teveel aan prikkelingen, afbraak onderlinge ontmoeting, enzovoort).

Als de kiezer het in Utrecht het laat afweten door onder de opkomstdrempel van 30 procent te blijven, dan valt de beslissing in de raadzaal. Volgens de ChristenUnie fractie in Utrecht zou in dat geval de “bypassoperatie”, zoals ons raadslid Wim Rietkerk dit referendum noemt, mislukken. Immers, waarschijnlijk is een meerderheid van de Utrechtse raad tegen forse uitbreiding van het aantal koopzondagen. Het referendum zou gebruikt worden door de VVD om toch de eigen punten te halen nu dat binnen de coalitie niet lukt. “Als het juiste orgaan niet meer werkt, dan worden er noodsprongen gemaakt”, aldus Rietkerk.

Ontwikkelingen en cijfers rondom zondagse winkelopenstelling
Het toestaan van de zondagsopening van winkels verschilt sterk van gemeente tot gemeente. Uit recent onderzoek blijkt dat het aantal koopzondagen bepaald wordt door de religieuze samenstelling van de bevolking, de politieke samenstelling van het college, de ligging nabij België in de grensprovincies, het aantal tweeverdieners, het aantal winkels, het aantal werknemers per winkel en de grootte van de gemeente. De stelling dat een zondagsopening in een buurgemeente aanzet tot opening in de eigen gemeente, is niet houdbaar, zo blijkt uit dit onderzoek. In 32% van de gemeenten zijn de winkels iedere zondag dicht, terwijl er bij nog eens 30% slechts zeer beperkt van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt. Het maximum aantal zondagen (12) wordt door 24% van de gemeenten benut.
 
Een aantal grote steden heeft inmiddels aangegeven meer zondagen open te (willen) zijn. Rotterdam bijvoorbeeld heeft zelf contact met het Ministerie van Economische Zaken opgenomen om dit te regelen. Dit gebeurt vooruitlopend op de aangekondigde wijziging van de Winkeltijdenwet. Die wijziging komt na de door Minister Brinkhorst aangekondigde evaluatie van de Winkeltijdenwet. De toezegging hiervoor is door de Minister gedaan in het najaar van 2004. Het zal nog geruime tijd duren voordat de resultaten van de evaluatie bekend zijn en nieuwe wetgeving in gang wordt gezet. Referenda zoals in Utrecht getuigen alleen al daarom van een drammerigheid, door zo op deze zaken vooruit te lopen.
 
Visie op zondagsrust
In het Kernprogramma van de ChristenUnie staat dat “de zondag een rustmoment is voor mens en samenleving en als zodanig beschermd en gerespecteerd dient te worden”. Daar zijn meerdere redenen voor. Het is goed voor de samenleving om een collectief rustmoment te hebben, om ruimte te geven voor kerkgang, geloofsbeleving, ontspanning en bezinning. Het sluiten van winkels op zondag is bovendien ook economisch gezien voor kleine winkeliers van belang. Zij worden gedwongen zeven dagen per week hun winkels te openen, terwijl zij niet over (voldoende) personeel beschikken om nog vrij tijd te hebben. Verschraling van het winkelaanbod is het gevolg. Daarnaast is de extra belasting van de binnenstad, zeer onwenselijk voor de bewoners.

De ChristenUnie in Utrecht heeft daarom de verschillende partijen die tegen de uitbreiding van een koopzondag zijn samengebracht in een actiecomité en wil op deze manier als een spreekbuis van de Utrechtse bevolking dienen. Hierin was ruimte voor de middenstanders, milieuorganisaties, binnenstadbewoners, studentenorganisaties, kerken en andere politieke partijen. De fractie noemt ook nog andere redenen tegen de zondagse winkelopenstellingen. Werknemers hebben grote kans benadeeld te worden als ze aangeven op zondag niet te willen werken. Ook op zondagen zullen er auto's staan te ronken op overvolle kruispunten met alle gevolgen van dien voor het milieu. Daarnaast heeft zo'n koopzondag ook een grote uitstraling naar alle bedrijvigheid rond de winkels heen. Leveranciers zullen op zondagen langs moeten en bussen zullen vaker moeten gaan rijden. “Voor het plezier van enkelen zullen zeer velen hun vrije dag op moeten geven”.

Houding kerken
Voor de ChristenUniefractie was het dan ook een tegenvaller dat de Utrechtse Raad van Kerken stelde niet tegen de uitbreiding van koopzondagen te zijn. De raad vindt het niet langer terecht dat christenen anderen opleggen hoe de zondag door te brengen. “De tijd dat de priester of dominee de gelovigen voorhoudt wat wel en niet mag, ligt ver achter ons”, aldus de USRK secretaris, de heer Noordermeer. (De USRK vertegenwoordigt vijftien kerkgenootschappen in Utrecht, waaronder de rooms-katholieken, de Protestante Gemeente Utrecht, Leger des Heils, Evangelisch-luthersen, doopsgezinden, baptisten, vrij-evangelischen en zevendedagsadventisten. Zeker niet alle gemeenten(leden) zijn het met de USRK eens.)
De mening van de USRK geeft te denken. Dat een politieke partij kan schromen om het argument van het christelijke vierde gebod in deze discussie te gebruiken is nog te begrijpen. Ook de ChristenUnie bevindt zich in een spanningsveld ten aanzien van deze zaken. Immers, als partij pleiten we voor godsdienstvrijheid en deze gunt ook een plek aan andere religies. Het gevolg hiervan zou kunnen zijn dat elke religie zijn vrije dag zou mogen houden en christenen “hun” dag niet mogen opdringen aan een niet-christelijke meerderheid. Maar dat een kérk schroomt om te pleiten voor winkelsluiting op zondag, getuigt van een onbegrepen taakopvatting. De scheiding tussen kerk en staat geeft kerken de vrijheid haar geloof te beleven en haar missionaire taak gestalte te geven. Maar als die kerken zich niet meer willen of durven in te zetten om het nut van Gods geboden voor de samenleving handen en voeten te geven, dan is de angst voor moraalridder gezien te worden naar mijn mening doorgeslagen.
De USRK wil de kerken openstellen op koopzondagen en een oase zijn voor het winkelpubliek. Een mooi streven dat op de al bestaande koopzondagen zeker gerealiseerd zou moeten worden. Maar om niet tegen uitbreiding te zijn teneinde nog meer “oase” te kunnen zijn, lijkt een omkering van doelstellingen.

Als het gaat om godsdienstvrijheid en zondagsrust dan kunnen ChristenUnie-fracties overigens verwijzen naar artikel 6 van de Wet op de Winkeltijden. Daar staat dat indien eigenaars of beheerders van winkels die vanuit hun godsdienst of levensovertuiging de rustdag op een andere dag vieren, ontheffing ontvangen van de zondagssluiting. Men dient dan wel op die andere dag gesloten te zijn.
 
Aansluiting zoeken bij andere partijen
Het is moedgevend te zien dat ook niet-christelijke partijen in Utrecht tegen de uitbreiding zijn. Naast het CDA zijn Groenlinks, SP, en leden van de leefbaren tegen. Blijkbaar ervaren ook zij dat het voor het welzijn van mensen goed is om een dag rust te hebben. Door samen met deze mensen de bedoeling van het gebod praktisch te verwoorden, sta je een stuk sterker. Van de creatieve invalshoeken van sommigen onder hen kan de ChristenUnie zeker gebruik maken. Zo stelde de fractie van Leefbaar Utrecht: “Is de openstelling van de winkels op zondagmiddag in de binnenstad een toeristische attractie? Waar koop je daar dan de kaartjes voor? Het toerisme-argument is er alleen met de oren bijgesleept omdat het bij de huidige landelijke wetgeving de enige manier is om tot zondagopenstelling te komen.” (artikel 3 Winkeltijdenwet)
 
Verdedigen van idealen
Het is goed als de ChristenUnie, ook bij het optrekken met andere partijen in deze kwestie, het geloof en daarmee onze inspiratie niet verstopt. Een duidelijke opstelling over winkelsluiting op zondag moet gepaard gaan met passie voor de idealen voor de samenleving die God bedoelt in zijn geboden. Dat mag in de discussie genoemd worden. Aantasting van zondagsrust geeft een leven vol stress, en daarvan zijn de druiven zuur. Dat betekent dat men niet hamert op het behoudt van verworven rechten als christen, maar dat men strijd voor het welzijn van de inwoners. De fractie in de Domstad heeft voor deze insteek gekozen. Laten we hopen dat de “bypassoperatie” gaat mislukken!

Door Corine Dijkstra, adviseur raads- en statenleden

Gepubliceerd in DenkWijzer 2005, 3
 


Bijbehorende artikelen

ChristenUnie: Referendum is handig voor partijen met weinig ruggengraat

Utrecht - De raad heeft ingestemd met het houden van een referendum over de uitbreiding van koopzondagen. In de ogen van de ChristenUnie vertonen sommige partijen hiermee een gebrek aan ruggengraat. Beloftes gedaan in verkiezingsprogramma's worden zo niet nagekomen.

De Utrechtse burger mag zich op 1 juni a.s. voor of tegen uitbreiding van het aantal koopzondagen uitspreken. Kiezen voor een vermindering is niet mogelijk. Zo werd afgesproken tijdens de raadsvergadering van 14 april. De Utrechtse burger is aan zet. Dat wil zeggen, de Utrechtse burger is alweer aan zet, terwijl ze eigenlijk al heeft gezegd wat ze wil. Want een meerderheid van de inwoners had in 2000 al gekozen voor partijen die tegen koopzondagen zijn.

Neem bijvoorbeeld Leefbaar Utrecht dat in haar verkiezingsprogramma pleit voor behoud van diversiteit van het winkelaanbod en het behoud van de middenstand in de binnenstad. Nu lijkt het dat Leefbaar Utrecht zich niet meer gebonden acht aan de belofte aan haar eigen achterban, aangezien de 14 raadsleden hebben gezegd de uitslag van het referendum te volgen. Niet alleen voor Leefbaar Utrecht maar ook voor andere partijen in de raad is het eenvoudig om voorbij te gaan aan eerder gedane beloften. Het referendum  is al snel  een excuus om een meningsverandering te onderbouwen. 'Dat is niet de reden waarom je een keer in de 4 jaar op een partij stemt,' zo zegt Wim Rietkerk (raadslid ChristenUnie), 'van de partij waarop je stemt verwacht je dat ze garant staat voor de punten in haar programma.'

De ChristenUnie heeft altijd aangeven de rust van de zondag hoog te hebben. Economisch gezien is het ook voor kleine winkeliers van belang dat er zo'n collectief rustmoment is. De partij brengt de komende weken de verschillende partijen die tegen de uitbreiding van een koopzondag zijn samen in een actiecomité. Hierin is ruimte voor de middenstanders, milieu-organisaties, binnenstadbewoners en kerken.


Brede inhoudelijke argumentatie

Economie:
  • We willen geen 7 dagen / 24 uureconomie
  • Het gaat ten koste van kleine zelfstandige ondernemers
  • Stop de commercialisering van de Binnenstad
  • Geen versterking van economie; euro kan maar één keer uitgegeven worden
  • 3 à 4% omzetverhoging weegt niet op tegen de lasten in brede zin
  • valse concurrentie naar buurtwinkelcentra en regio
  • verschraling winkelaanbod; gaat ten koste van diversiteit
  • alleen detailhandel profiteert licht (grote ketens)
  • het is zeer de vraag of de werkgelegenheid erbij gebaat is (jeugdig contractpersoneel); kwaliteit van de service in winkels wordt (nog) minder.
Sociaal:
  • De Zondag blijft rustdag!!!
  • Er zijn grenzen aan de groei!!!
  • Consuminderen en onthaasting  
  • Het gaat ten koste van sociale contacten, familiebanden, sportverenigingen en vrijwilligerswerk
  • Het kan meer uitsluiting betekenen voor minder draagkrachtigen
  • Het bevordert de tweedeling in de samenleving                   
Wonen:
  • Houd de historische Binnenstad bewoonbaar!!! (te hoge druk)
  • Behoedt de monumentale Binnenstad voor nog een dag Winkelpubliek!
  • Binnenstad: WEL DE LASTEN, NIET DE LUSTEN !!! 
  • Meer bewoners in Binnenstad is goed voor de veiligheid
Cultuur:     
  • Utrecht Cultuurstad, Utrecht Festivalstad, Utrecht Sportstad, Utrecht Evenementenstad, Utrecht Toeristenstad of wordt het Utrecht Winkelstad?????
  • Gaat ten koste dus van culturele evenementen, museumbezoek, theater, concerten etc.
Milieu:
  • Nog hogere milieubelasting door meer verkeer, extra luchtverontreiniging, aanzuigende werking op regio, geluidshinder, vervuiling Binnenstad
  • Hoge extra kosten voor Reinigingsdienst (RHD), beveiliging, Stadstoezicht en politie

Actiecomité tegen uitbreiding van de koopzondagen

Alle zondagen moeten koopzondagen worden. Tenminste,  als het aan het college ligt. Als spreekbuis van de Utrechtse bevolking wil de ChristenUnie alle krachten bundelen en laten zien dat een groot deel van de Utrechters niet op deze uitbreiding zit te wachten. Ze richt een actiecomité op van middenstanders, kerken, studentenorganisaties en andere politieke partijen die de rust in de binnenstad wil beschermen. Door middel van dit actiecomité kunnen zoveel mogelijk partijen zich laten horen in de debatten die in de aanloop naar het referendum toe gehouden zullen worden.

Van verschillende kanten zijn al protesten te horen geweest tegen de plannen van het college. De kerken staan hier namelijk niet alleen in. Kleine middenstanders zullen op hun enige vrije dag open moeten om niet weggeconcurreerd te worden door de grote bedrijven. Binnenstadbewoners vrezen nu zeven dagen per week in de drukte te leven en er wordt gevreesd voor een nog sterker groeiende milieudruk.

De ChristenUnie wil helpen voorkomen dat ook Utrecht en haar bewoners geen enkel moment van rust meer zullen hebben. De praktische voordelen kunnen niet opwegen tegen de nadelen. Werknemers hebben grote kans benadeeld te worden als ze aangeven op zondag niet te willen werken. Ook op zondagen zullen er auto's staan te ronken op overvolle kruispunten met alle gevolgen van dien voor het milieu. Daarnaast heeft zo'n koopzondag ook een grote uitstraling naar alle bedrijvigheid rond de winkels heen. Leveranciers zullen ook op zondagen langs moeten en GVUbussen zullen vaker moeten gaan rijden. Voor het plezier van enkelen zullen zeer velen hun vrije dag op moeten gaan geven.

Zondag als rustdag is voor de ChristenUnie geen moeten zonder reden, maar een willen uit wijsheid. In deze tijd waarin het woord 'sabbatical'  steeds vaker wordt gebruikt, moet het toch duidelijk zijn dat de mens op regelmatige basis de tijd moet hebben om te kunnen besteden aan bezinning en relaties. We willen een stad die het belang van de economie in de juiste proporties ziet en de geestelijke welstand van haar bevolking beschermt tegen een voortjagend materialisme.

Maar we dit alles willen we niet alleen doen. Er zijn al brieven met bijgaand formulier uitgegaan naar kerken, middenstandsorganisaties en andere partijen. Mocht u ook mee willen werken in dit actiecomité of meer willen weten over dit initiatief, mail dan naar christenunie@utrecht.nl of bel ons op 030-2861186. Alleen samen kunnen we laten zien dat u hier niet op zit te wachten!


Kerken en het Utrechtse referendum koopzondagen

Op 1 juni 2005 kunnen Utrechtenaren zich uitspreken over de uitbreiding van het aantal koopzondagen. Nu zijn er achttien koopzondagen en het gaat erom of op alle zon- en feestdagen de winkels open mogen.
De Utrechtse Stedelijke Raad van Kerken verklaart zich niet tegen de voorgestelde uitbreiding. Ze wenst niet de rol te spelen van priester of dominee, die de stad voorhoudt wat wel of niet mag. Een dergelijke keuze verdient naast respect enige kritische beschouwing. Verder roept deze Raad de kerken op om tijdens de koopzondagen hun diensten over de gehele zondag te spreiden. Dus, kerk, doe je voordeel met deze nieuwe ontwikkeling.

Zondag, privilege van de kerk?

De argumenten van de Raad zijn helder: christenen met hun zondagen vormen een minderheid. Joden hebben de sabbat, evenals adventisten, moslims de vrijdag, dus gezien het gelijkheidsbeginsel kunnen kerken niet langer (verouderde) privileges laten gelden. Eén daarvan is de zondag als rustdag in het publieke domein.
Een eerste opmerking is dat kerken heel goed kunnen leven en groeien zonder de traditie van de westerse zondagstraditie. U kunt op reis gaan naar China en daar groeiende en bloeiende kerken aantreffen. De kerken zijn daar hun westerse privileges verloren. Echter, in de discussie over de koopzondagen gaat het niet enkel over het belang van de kerken, maar ook over dat van de samenleving en de gezondheid van onze cultuur.
Daarom een tweede opmerking: moeten er vanuit de tendensen in de ontwikkeling van onze samenleving en cultuur geen kritische vragen worden gemaakt naar aanleiding van en rond het voorstel om alle dagen van ons leven tot koopdagen te maken? Mijns inziens zijn er doorslaggevende redenen om op dit punt tot een brede en diepgaande bezinning te komen. 
Een zondagstraditie met allerlei (negatieve) gevoelens kan als uitgewerkt worden beschouwd. Die zondagsviering is maatschappelijk voorbij! Wat stellen we daarvoor in de plaats? Wat drijft ons?
Is er geen sprake van een drijvende, bijna anonieme, macht, die het menselijk bestaan versmalt tot consumeren? Gaat individuele vrijheid niet steeds meer betekenen: ruimte voor onze begeerte en de instant bevrediging ervan? Juist rond dit referendum is het de taak van de kerken om te spreken over het wel en wee van de ontwikkeling van onze stad. Het zou wel eens kunnen zijn dat de zondag meer een privilege van onze cultuur en samenleving is dan van de kerk. Samenlevingen hebben heilige tijden nodig: momenten apart. Er is een sterk pleidooi mogelijk om iets van die zondagstraditie te behouden in het domein van onze stad, losgemaakt van oude dictaten van een benauwde christelijke traditie.

We worden opgejaagd


Het lijkt erop dat de Raad in zijn opstelling wordt meegenomen door de achterhaalde waarden van het eindeloos relativeren en alles overlaten aan individuele inzichten. Zeker, de vrije keuze van het individu staat niet ter discussie. De vraag is echter urgent hoe vrij we als individuen (nog) zijn. We leven in een cultuur, waarin de vrije markt bepalend is. Het tempo van consumptie en productie dient te worden versneld. Minder consumeren leidt tot minder produceren, dus tot minder verdienen en tot minder arbeidsplaatsen. Dat knellende patroon bepaalt het tempo van de veranderingen in onze samenleving.
Waarom moeten de zon- en feestdagen koopdagen worden? Het patroon antwoordt: mensen moeten meer gaan consumeren, meer uitgeven. Dat versterkt onze economie: het welzijn van onze samenleving.
In feite worden we opgejaagd en gedicteerd door een levenspatroon, dat verengend en voor velen destructief werkt. Dit levenspatroon maakt zich in versneld tempo meester van onze cultuur en samenleving met een beroep op het “vrije” individu, die zijn waarde ontleent aan de beschikbare hoeveelheid koopkracht. We laten het met elkaar toe dat ons leven wordt geperst in een harnas van consumeren en produceren. Gelukkig zijn er vele tegenbewegingen, die onderkennen dat dit patroon het leven van zijn diepgang en rijkdom berooft en onze cultuur ondermijnt.

Alternatieven?


Nu de Raad van Kerken niet met een discussienota kwam en deze destructie en ondermijning van onze cultuur verwelkomt, is het de tijd voor deze tegenbewegingen. Jammer dat er geen alternatieven op tafel liggen. Bijvoorbeeld: we houden het bij die achttien koopzondagen, we breiden de culturele zondagen uit tot achttien en we voeren twintig autoloze zondagen in onder het motto: stad met toekomst als speelplaats voor kinderen,  ruimte voor jeugd en droom voor ouderen.
Het is nog niet te laat om tot dit soort alternatieven te komen. Laten er groepen zijn, kerken, die neen zeggen tegen de koopzondagen, omdat dit een kans is de versterking van consumentisme en materialisme af te wijzen. Het gaat dus niet alleen om die koopzondagen, maar om de trend, die ons en de stad meeneemt.
De vragen naar andere alternatieven zijn daarom belangrijk. We zien om ons heen de steeds groter wordende groep mensen in onze stad, die minder koopkracht krijgen. Het zijn met name de jongeren, die werkloos zijn en velen van hen zijn immigranten. Moeten we onze koopmogelijkheden uitbreiden, juist nu een deel van de stadsbevolking steeds sterker oploopt tegen de financiële beperkingen, vaak zelfs achteruitgang? Houden we geen rekening met de sociale jaloezie, die ontstaat met (mogelijke) kwalijke gevolgen?
Het gaat dus niet enkel en alleen om de koopzondagen, maar om de drijvende krachten erachter, die onder andere leiden tot het buitensluiten van groepen van onze bevolking en tot verarming van onze cultuur. De Utrechtse Raad van Kerken zou er goed aan gedaan hebben om dit referendum aan te grijpen als start voor een bezinning op de zo noodzakelijke vernieuwing en versterking van onze cultuur. In oecumenische kring zijn er de acties van consuminderen en van de 24 uurs economie. Dat is te weinig. Grijp dit referendum aan om de kern van kerkelijke betrokkenheid bij de stad aan de orde te stellen: haar vrede en welzijn. Er moeten immers alternatieven komen, die veel verder gaan dan de genoemde ludieke invullingen van autoloze en speelzondagen.
Vanuit verschillende kringen en gedurende reeds tientallen jaren wordt het onbehagen over de actuele ontwikkeling van onze samenleving en haar cultuur onder woorden gebracht. Het behoeft nauwelijks te worden onderstreept hoe kritisch de situatie is, waarin we zijn beland. Uitbreiding van de koopzondagen betekent een signaal afgeven, dat we ons blijvend openstellen voor het gevaar van de totaaleconomische exploitatie, die hoe langer hoe meer al onze levensgebieden in zijn greep neemt. De klaagzangen worden veelvuldig en sterker dat deze ontwikkeling en het ongebreidelde consumentisme het menselijk leven beschadigen en een gezonde samenleving ondermijnen.

Een uitputtingsslag

De macht van de vrije markt verbonden met het principe van het vrije individu met ongebreidelde begeerten leidt tot een cultuur van consumptiedwang: het dicteert onze behoeften, dromen en verlangens. Dit heeft tot gevolg onverzadigbaarheid en onrust. Velen zullen zich tekort gedaan voelen en de wereld beoordelen vanuit dit tekort. Dat doen we in toenemende mate en beperkt zich niet tot moslims, zoals sommigen wel beweren. Niet: wat draag ik bij aan deze wereld, maar wat levert de wereld mij op aan genot, wordt het motto van onze cultuur. Dit staat in elk geval haaks op wat de islam leert.
Deze cultuur leidt tot verslaving: het vrije individu wordt een moderne slaaf. De begeerte dicteert hem, hij wordt afhankelijk van een kracht, die zijn leven overstijgt. Het kopen en consumeren gaat onze tijden beheersen. Mensen laten zich opzwepen, tenzij er een innerlijke weerbaarheid is of wordt opgebouwd. Juist die ontbreekt en het falen van de godsdienstige en andere levensbeschouwelijke groepen is daar in hoge mate debet aan.
De macht van het levenspatroon van produceren en consumeren brengt grote onrust. Dat geldt niet alleen de burger als consument, maar ook als werker. Alles moet efficiënter dan voorheen, dit heeft grote reorganisaties ten gevolge. De meeste daarvan blijken te mislukken. Medewerkers voelen zich gemanipuleerd in processen, die voor hen niet doorzichtig is. Alles draait om ‘bezuiniging’, efficiëntie, zegt men aan de top. We vertrouwen dit allang niet meer me elkaar, want de top valt niet onder de wet.
Moet een Raad van Kerken niet spreken over een samenleving, die wordt opgejaagd en afgemat, uitgeput en afhankelijk gemaakt? Over een samenleving, die steeds meer wordt gefragmentariseerd door de cyclus van productie en consumentisme. Iedereen gebruikt en misbruikt alles en dus ook elkaar (en zichzelf). Naar eigen zin (sommigen noemen dat vrijheid) is de eerste en laatste matstaf. Mensen zijn immers niet veel meer dan ‘gebruiksgoederen’, beperkt houdbaar. Zo worden we behandeld en zo behandelen we anderen.
Er heerst een meedogenloze concurrentieslag. Mensen worden tegen elkaar opgezet. De markt en de succesvolle managers zijn blij, waar zij in staat zijn in te spelen op de eindeloze en niet te verzadigen begeerte van de massa. Wie die kunst machtig is mag en moet ongehoord veel verdienen. Anders bederf je de markt. Ook dat vormt een uitputtingsslag.
Mensen worden uitgeput: nu niet langer de armen en zwakken ook de rijken, waartoe de meesten van ons behoren gezin de verhoudingen in de wereld. Allen komen we onder steeds grotere druk te staan. De achtergrond ervan ligt in de anonieme krachten, die onze samenleving versmallen tot een wereld van productie en consumptie. Onze cultuur wordt hierdoor uitgehold, tenzij tegenkrachten de kans krijgen. Tot de wal het schip keert, omdat onze levensbronnen uitput raken en de rest van de wereld niet langer toestaat op deze wijze de ontwikkeling te bepalen.

Tijd apart

Het is ons gegeven dit tij te keren, maar dat vraagt van ons de bereidheid tot diepgaande innerlijke veranderingen. Dus ligt het begin in de herontdekking van het ‘innerlijke’ leven. Vanuit het innerlijk wordt bezieling geboren: wordt de ander herkent en krijgt hij ruimte. Er is tijd nodig om dat innerlijk aan bod te laten komen. Dat geldt niet alleen het individu, maar ook het collectief; dat heeft zijn aparte tijden nodig, zon- en feestdagen om intensief rust als ruimte voor bezinning en spel te creëren.
Op geen enkele wijze moet de indruk worden gewekt dat de kerken de zondag als hun privilege op willen leggen aan de mensen. Wat de kerken zouden moeten willen is dat mensen een plek en een moment vinden, waar ze hun lasten even naast zich neer kunnen zetten om uit te rusten. Dat hebben mensen nodig en die luxe mogen we genieten: het rad van kopen en verkopen, van produceren en consumeren wordt even (slechts één dag per week, heel efficiënt) in de laagste versnelling gezet. Andere dimensies van het leven: samenhang, verbondenheid, gedachtenis, samenspel, kortom leven met en voor de ander wordt tijd en ruimte gegeven.

Voor wie weet dat de Ander zich verbindt met mensen en hen rust gunt, is het vieren van de zondag (of sabbat, of het vrijdaggebed) een kwestie van innerlijke vrijheid. Het leven vindt zijn begin en kracht in rust, niet in concurrentie. Daarom is er het gebod voor jood en christen om één dag apart te zetten en zo het unieke van onze levenstijd te beleven. Dat gebod wordt op verschillend wijzen door groepen in de stad gehoorzaamd. Niet altijd slaafs. Zeker niet, waar mensen iets hebben opgevangen van het geheim van de vrijheid, eraan geroken hebben in de overgave aan het leven en de Levende: de zondag tijd en plek om lasten opzij te zetten. Dat willen we anderen niet opleggen, er wel toe uitnodigen.

De Utrechtse Raad van Kerken zou rond het referendum over de koopzondagen de politiek en de burgers kunnen uitdagen op de volgende punten:
  • de belofte van rust voor onze samenleving: waar vinden we de plekken en de tijden om onze lasten neer te leggen? Hoe komen de verschillende gemeenschappen tot rust gezien alle lasten en conflicten? Zijn er mogelijkheden dat er collectief iets wordt gecreëerd aan bevrijdingsbeleving?
  • moeten er toch niet wat ludieke alternatieven worden gelanceerd vanuit tegenbewegingen, die de ernst van de huidige ontwikkelingsrichting onderkennen als een voortgaande beschadiging van cultuur en samenleving en uitputting van de aarde? Of zijn de tegenbewegingen niet vitaal en hebben we ons overgegeven aan de verenging van het materialisme?
  • moeten de kerken hun rol verlaten, waarin de culturele ontwikkelingen worden gevolgd en er hoogstens eens wordt gekeken naar wat nieuwe kansjes op een koopzondag en komen tot een tegenbeweging? Het zal zaak zijn om in die tegenbeweging de aardse gerechtigheid en het ondoorgrondelijke geheim van gerechtigheid van boven, van God en mensen met elkaar te verbinden. Er is een mogelijkheid en noodzaak tot verandering voortkomend uit geestelijk, innerlijk leven, dat ons allen los van godsdienst of etniciteit is gegeven.
Door Jaspert Slob, em. Predikant PKN

« Terug

Reacties op 'Hoe rust verdween uit Utrecht?'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2005

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari