Wanneer gaat de Verlichting uit?

zaterdag 10 december 2005 17:57

Een interview met prof.dr.ir. E. Schuurman, ChristenUnie-senator en bijzonder hoogleraar reformatorische wijsbegeerte

In de voorgaande pagina’s van deze Denkwijzer hebben wij u een indruk gegeven van het debat in de Tweede Kamer over Intelligent Design (ID), Schepping en evolutie. Voor een nadere duiding van dit debat en vooral van wat daar allemaal achter zit sprak ik met prof.dr.ir. E. Schuurman, ChristenUnie-senator en bijzonder hoogleraar reformatorische wijsbegeerte.

 
Was het nu verstandig van minister V.d. Hoeven om een debat te willen stimuleren over ID? En hoort dat wel bij haar rol als minister?
 
De minister heeft steeds een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de politiek en het wetenschappelijk onderwijs. Ze wilde geen politiek debat, maar een wetenschappelijk debat.
Zij zei: ‘Als politiek subsidiëren wij het onderwijs in al z'n vormen. Nu is er wereldwijd een nieuwe ontwikkeling. Ik wil me ervoor inzetten dat de onderwijswereld daarover in debat gaat.’
D66-ers, GroenLinksers en VVD-ers als Van Aartsen halen elke keer de scheiding van kerk en staat erbij, als je vanuit je geloof spreekt. Ze hebben niet in de gaten dat zij zelf ook een geloof aanhangen, het Verlichtingsgeloof en daarmee verbonden het evolutiegeloof. Door die bril kijken zij. Dat is best te respecteren. Het probleem is alleen dat zij het zelf niet door hebben en erkennen.
Zij denken onbevooroordeeld te zijn. Als je nu maar voldoende redelijk bent, dan ziet iedereen de redelijkheid er wel van in. Men heeft niet in de gaten dat het een geloof, een visie, zelfs een hele diepe religieuze overtuiging is. Daarom kunnen ze er zo slecht tegen als mensen zich verzetten tegen de rede als ultieme maatstaf. Dan zie je ook hoe diep het zit. Dat zie je ook in het verzet in filosofische kringen tegen de leerstoelen reformatorische wijsbegeerte. Dan zie je weer dat religieuze overtuigingen en tegenstellingen het diepst gaan, zelfs al zijn mensen het niet van zichzelf bewust. Daar leven ze uit, daar staan ze voor.
 
In de debatten wordt de scheiding tussen kerk en staat steeds weer opgevoerd als argument. Wat gaat daar nu fout?
 
Wij zouden in de politiek nog duidelijker moeten maken wat voor ons de scheiding van kerk en staat betekent. In de kerk wordt Gods Woord gebracht, daar wordt gebeden in gemeenschap, daar zijn sacramenten en ambtsdragers, daar is kerkelijke tucht e.d. Dat willen wij echt niet allemaal overplaatsen naar de staat! De kerk heeft z'n eigen gezag, bevoegdheden e.d. binnen de structuur van de kerk. En de staat evenzeer. Dat is de scheiding van kerk en staat. Dat moeten we meer en beter uitleggen. Anderen denken vaak dat scheiding van kerk en staat hetzelfde is als een scheiding tussen geloof en politiek. Maar dat is onmogelijk.
Ook wij willen niet terug naar een situatie waarin kerk en staat vermengd zijn, maar je kunt van geen enkel mens vragen zijn of haar overtuiging thuis te laten als hij of zij het publieke domein betreedt, zeker niet als je ervan overtuigd bent dat je op het publieke terrein gerechtigheid moet najagen en voor die overtuiging oorsprongen, zelfs goddelijke oorsprongen aanwijst.
Wees blij dát mensen overtuigingen hebben, anders had je alleen maar willekeur.
 
Zou er maar een minimum van verstaan zijn hierover, dan zouden we politiek beter met elkaar uit de voeten kunnen.
Alsof alleen christenen en moslims een geloof hebben en libertijnen daar helemaal vrij van zijn. Zouden ze dát nu maar eens inzien.
Karl Popper, die toch een echte Verlichtingsdenker was, moest toen het vuur hem na aan de schenen werd gelegd, erkennen: uiteindelijk geloof ik in de rede.
Je kunt niet redelijk (met de rede) aantonen waarom de rede het hoogste is. Ik kan niet redelijk aantonen dat God het hoogste gezag heeft. Zij en ik mogen onze rede gebruiken, maar dat wat een mens uiteindelijk vastigheid en fundering geeft, kun je niet redelijk bevestigen.
 
Voor ‘rede-gelovigen’ is het niet te begrijpen dat er voor andere mensen een hogere macht en een absolute waarheid is, waar je je aan onderwerpt …
 
De hele werkelijkheid schreeuwt het ons toch toe? De metafysische leegte grijnst ons toch aan? Zij hebben daar toch ook last van? Zij zijn toch ook bang voor de terroristen? Zij zijn toch ook bang voor het kwaad, dat niet binnen de perken te houden is? Wat is dat dan? Maar daar hebben we in Nederland geen fundamentele discussies over. In al die jaren in de Eerste Kamer is het zelden gelukt om op dat niveau te komen.
 
Waar baseren zij hun keuzes dan op?
 
Als je vraagt waar de libertijnen hun bronnen van recht hebben en hoe zij bepalen wat recht is, zeggen ze al heel gauw: dat moeten we democratisch vaststellen.
Onze democratie heeft altijd een gemeenschappelijke basis gehad. We wisten samen wat rechtvaardigheid was. Maar dat weten we niet meer. Dat is het probleem. Dan keren ze het om en gaan ze op een redelijke, democratische wijze gezamenlijk vaststellen wat recht is.
Zij denken dat de problemen in onze cultuur nu nog democratisch opgelost kunnen worden, terwijl de democratie ontworteld is! Zij denken dat je met democratie de democratie weer inhoud kunt geven. Dat wordt een grote teleurstelling en een verergering van de chaos die we nu al hebben. Als je die chaos democratisch wilt oplossen zonder te erkennen dat er een recht en gerechtigheid is die boven ons mensen uitgaat, dan zoeken we het zomaar bij een sterke man of vrouw en eindigen we bij dictatuur. Ik heb dat indertijd in voorzichtige bewoordingen bij het euthanasiedebat gezegd. Ze vielen van alle kanten over me heen. Ze waren woedend.
 
U refereerde toen aan nazi-Duitsland.
 
Dat werd uitgelokt in een discussie. Zij wilden mij daar brengen. Ik deed dat zeer genuanceerd. Ik zei nog: er is niemand hier die dat wil, maar uiteindelijk zijn de nazi’s wel democratisch aan de macht gekomen. Er moet dus een grond zijn waarop we democratie beoordelen. En is dat dan de redelijkheid?
 
Hoe komen we hier nu uit?
 
De mensen die consequent het Verlichtingsdenken volgen zitten er eigenlijk mee in hun maag. Ze zoeken uitvluchten om de problemen van de Verlichting te boven te komen, maar ze doen dat binnen het kader van de Verlichting. Je ziet dat het niet lukt. De Verlichting verandert in haar tegendeel. Horkheimer en Adorno zeiden dat al. De dialectiek van de Verlichting. De Verlichting wordt duisternis. Vrijheid verandert in onvrijheid. Zonder grenzen aan vrijheid wordt redelijkheid onredelijkheid. Het zijn Verlichtingsdenkers zelf die dat inzien. Al twintig jaar geleden schreef één van hen “Wanneer gaat de Verlichting uit?”
 
Ik denk wel eens dat er rampen nodig zijn voordat we met z’n allen tot bezinning komen. We gaan niet gemakkelijk een nieuwe koers in, niet zonder pijn. Neem het terrorisme. Zij bedreigen het publieke terrein en daar moeten we ons tegen verzetten en beschermen. Toch zou het goed zijn als ook de vraag in politieke discussies zou doorklinken: ‘Why do they hate us?’ Die vraag is in verschillende publicaties aan de orde geweest. Het meest diepgravend in het boek van Ian Buruma “Occidentalisme – Het Westen in de ogen van zijn vijanden”.In de politiek hoor ik hier te weinig over. We moeten ons niet in zelfgenoegzaamheid afkeren van de kritiek die op de Westerse cultuur mogelijk is. Zeker niet omdat in het genoemde boek wordt gezegd dat de oorsprongen van het terrorisme in onze cultuur zelf te vinden zijn. Inderdaad zie je bij de terroristen een diep verzet tegen de hele Westerse wereld. Zij verzetten zich tegen de overmoed en hoogmoed in onze cultuur.
 
Neem het milieuprobleem. Moet het nog erger worden? Moeten er nog meer orkanen komen voordat Bush het Kyotoprotocol ondertekent? Voordat we anders met technologie omgaan?
In de top van Shell zeggen ze dat er een technologische doorbraak moet komen, anders lopen we binnen afzienbare tijd vast met de energiebronnen. Zij geloven vast dat die doorbraak er komt. Zo vertrouwen zij op de techniek. Maar als die doorbraak nu een keer niet komt?
 
Bijzonder onderwijs
 
De libertijnen lijken het steeds meer op het bijzonder onderwijs gemunt te hebben. Wat moet het bijzonder onderwijs doen om overeind te blijven?
 
Zij moeten de wettelijke mogelijkheid voor bijzonder onderwijs niet alleen gebruiken om bepaalde privileges te krijgen. Dat is te lang gebeurd en het ergert mij soms gruwelijk. Zo schijnheilig. Dat doorzien de tegenstanders toch? Terecht zeggen ze dan: waarom zouden we dat nog langer betalen? We hebben geen behoefte aan bijzonder onderwijs dat alleen maar een beetje fatsoenlijker is dan de rest. Waaruit blijkt je doelstelling? Het komt aan op waarachtigheid.
Het diepste probleem is natuurlijk dat wij rondom de crisis in onze cultuur ook te maken hebben met een crisis in het christendom.
 
Waar denkt u dat het heengaat met het bijzonder onderwijs en de godsdienstvrijheid?
 
Als die vrijheden onder druk komen te staan zullen de problemen in onze cultuur alleen nog maar groter worden. De libertijnen willen een weg op waarvan wij zeggen dat dat uiteindelijk alleen maar onrecht brengt. Dat is hun bedoeling niet, maar het is wel het gevolg.
Zij kunnen niet aan anderen allerlei beperkingen van vrijheidsrechten opleggen en intussen de eigen vrijheid ongehinderd willen uitleven. Zij moeten inzien dat ook hun eigen waarachtigheid in het geding is.
 
Bij het bijzonder onderwijs had u het alleen over christelijk onderwijs. Hoe zit het dan met het islamitisch onderwijs?
 
Het is het grondwettelijk recht van de moslims om hier eigen scholen te hebben, maar wij hebben wel één ding nagelaten: door dat recht onverkort op hen toe te passen, hebben wij geen recht gedaan aan onze eigen strijd voor de gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs. Wij hebben zonder nadenken de pacificatie ook toegepast op het islamitische onderwijs. Dan zijn we er toch ingelopen met elkaar. Net zo goed als we met elkaar in de valkuil van de multiculturele samenleving zijn gestapt. Nu zitten we met een cultuur zonder ziel, zonder een ankerpunt.
 
De strijd voor het bijzonder onderwijs was dus eigenlijk alleen een strijd voor bijzonder christelijk onderwijs? En dat had te maken met de ziel van onze natie?
 
Ja, met de ziel van onze eeuwenlange cultuur. In onze ongelooflijke naïviteit hebben we gedacht dat we die grote groepen moslims allemaal wel aan konden. Ik heb me er enorm aan geërgerd, dat partijen als D66 zich lange tijd verzetten tegen het christendom, maar de allochtonen omarmden en knuffelden.
Ik heb wel gezegd: jullie weten niet wat je binnen haalt. En nu hebben we er een miljoen ... Ik heb niets tegen die mensen. Ook zij zijn geschapen naar het beeld van God. Er is maar één benadering mogelijk en dat is die van de liefde.
Maar we moeten wel in rekening brengen dat hun geschiedenis een hele andere is dan de geschiedenis waarbinnen wij tot pacificatie zijn gekomen. Dat hebben we nagelaten. Dat hebben ook de christelijke partijen nagelaten, want die dachten: dat is ons recht, dus ook hun recht.
 
In de boezem van onze eigen Nederlandse cultuur woedt nu een strijd om religieuze overtuigingen, die mensen veel eerder hadden moeten onderkennen. Dit betekent niet dat ik vandaag ook nog nee zeg tegen het islamitisch onderwijs. Zij hebben tientallen jaren van die rechten gebruik kunnen maken. Dat kun je ze niet weer afnemen. Overigens, met de plannen van de VVD en nu ook Peter R de Vries om helemaal geen subsidies meer te geven voor religieus onderwijs haal je een streep door de hele pacificatie.
We hadden moeten zeggen: de pacificatie was tussen staatsonderwijs en christelijk onderwijs, verklaarbaar vanuit onze geschiedenis. We hadden veel gereserveerder tegenover moslimscholen moeten staan. Nu we ze hebben kun je het niet meer terugdraaien, maar deze constatering heeft wel consequenties voor onze politieke standpunten.
 
Plichten
 
En nu?

De ChristenUnie-fracties in Eerste en Tweede Kamer hebben er meer dan eens op aangedrongen om te komen tot een handvest van burgerplichten dat in onze door en door individualistische maatschappij weer enigszins sociale samenhang en evenwicht terug zou kunnen brengen en een bijdrage zou kunnen leveren aan herstel van de publieke moraal.
 
Ik zie geen andere mogelijkheid meer om in vrede samen te leven, dan door naast rechten ook plichten te gaan vastleggen.
 
Ik denk dat er een minimumniveau aan plichten moet worden vastgelegd om tot een pacificatie in onze samenleving te komen tussen de verschillende religieuze stromingen (inclusief de humanistische libertijnen). Het begint bij acceptatie van onze vrijheids- en grondrechten, maar we moeten ook komen tot maatschappelijke plichten die in het publieke domein door iedereen worden gehonoreerd.
Ik denk dat we moeten beginnen bij de plicht van elke burger om zich te onthouden van het gebruik van geweld in de publieke ruimte. Vervolgens bijvoorbeeld de plicht om bij de vrijheid van meningsuiting ook regels van fatsoen toe te passen. En de plicht om de natuur te beschermen.
Voorheen hielden wij ons vanzelfsprekend aan die plichten, maar nu we in zo'n ingewikkelde situatie terecht zijn gekomen, moet je het op papier zetten. Het is echt het minimum en het is armoe. Het maakt duidelijk dat onze cultuur innerlijk verscheurd is, dat we het niet meer vanzelfsprekend vinden dat rechten en plichten onlosmakelijk bij elkaar horen.
 
Is de insteek van de plichten nu dé ChristenUnie-insteek in het waarden- en normendebat?

Premier Balkenende krijgt brede steun, zelfs wereldwijd, voor het aankaarten van waarden en normen. Maar wat is nu de politieke uitwerking ervan? Ik heb nog niks gezien! Wat hij nu doet is dat hij van de ChristenUnie overneemt om ook over plichten te spreken, maar ook dat wordt weer niet politiek vertaald. In dit kabinet met VVD en D66 krijgt hij de kans niet. Laat hem dat nu eens gewoon toegeven. “Ik ben het met u eens, maar het lukt me niet”.
Ik heb wel eens de suggestie gedaan om een staatscommissie in het leven te roepen met vertegenwoordigers van verschillende levensovertuigingen die met elkaar eens nagaan op welke manier we elkaar maatschappelijk nog vast kunnen houden. Over welke maatschappelijke plichten zouden humanisten, christenen, joden, moslims en anderen het met elkaar eens kunnen worden? En kunnen we dat vastleggen? Historisch was het nodig om de rechten te veroveren op grond van onrecht. Nu is het nodig om met elkaar te werken aan burgerplichten, omdat je ziet dat met gebruikmaking van al die vrijheidsrechten de maatschappij op weg is naar ontbinding. Met een beroep op rechten en vrijheden is onze maatschappij meer en meer een ‘permissive society’ geworden, een maatschappij waarin alles toelaatbaar is. De sociale samenhang is weg, het publieke domein is verwarring. Daar moeten we wat aan doen.
 
Zou dat ook implicaties hebben voor de media?
 
Onze media zijn natuurlijk het toonbeeld van de ontsporing van onze cultuur. Ik griezel daarvan. Er wordt zo geweldig geappelleerd aan driften en lusten, alsof er niks anders bestaat, alsof het leven opgaat in seksualiteit.
Wij werden vroeger beschermd. Ons werd nog goed en kwaad voorgehouden. Tegenwoordig wordt het kwade als goed voorgehouden. Dat is een groot verschil. En wie blijft dan staande? Daar maak ik me grote zorgen over. Er zou weer een appel moeten uitgaan tegen deze seksualisering van de samenleving, anders gaan hele generaties eraan.
 
Bent u nu pessimistisch?
 
Nee, ik dien de Heer met vreugde. Ik sta niet bekend als een somber iemand. Ik somber niet omdat Christus regeert! Maar wel als ik de zwakheid van mijzelf zie en van andere mensen die in de ban zijn gekomen van het materialisme en hedonisme.
Ik put hoop uit radicale jonge mensen. Daar lijkt wel een nieuwe Reformatie gaande te zijn. Daar regeert Christus. Jeugdkerken en jongerenorganisaties als Time to Turn. Ik hoop alleen dat het niet oppervlakkig en van voorbijgaande aard is, want dan ziet het er somber uit.
 
De laatste vraag: wat is de taak van de ChristenUnie?
 
Ik houd er niet van om af te geven op het CDA, maar het CDA heeft kernbeginselen – gespreide verantwoordelijkheid, gerechtigheid, solidariteit en rentmeesterschap. Dat zijn mooie bloemen, maar als je ze van de wortel los snijdt, verdorren ze na een poosje of ze gaan een eigen leven leiden als droogboeket, maar je hebt er weinig aan. Wij van de ChristenUnie moeten hoorders van het Woord blijven. En vervolgens moeten we ook daders van het Woord zijn, ook in politieke zin. Dat betekent dat we goed moeten weten welke diagnose we stellen van onze cultuur in het licht van het Woord en welke theologie we daarbij hanteren.
Dat bijbelstudieboek ‘Hart en handen’ was erg goed. Dat zouden we ook meer met specifieke thema’s kunnen doen. Aan een aantal mensen vragen wat de Bijbel daar volgens hen over zegt. Neem bijvoorbeeld het samen leven met verschillende religies in één staatverband.
Dat Woord is een levend Woord, dat je niet kunt opbergen in een paar beginselen. De ChristenUnie heeft wel een kernprogramma, maar we moeten ook elke keer weer terug gaan naar het horen van dat Woord en dat vervolgens vertalen in politieke daden. Zo moeten we ook het verkiezingsprogramma elke keer weer actualiseren. Op die manier zeggen we ook niet alleen maar ‘nee’ tegen allerlei ontwikkeling, maar zoeken we ook naar de positieve antwoorden. Dan is het altijd weer nieuw. We mogen nooit verstarren.

Door Erik van Dijk

Gepubliceerd in DenkWijzer 2006, 1.

« Terug

Reacties op 'Wanneer gaat de Verlichting uit?'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2005

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari