Bijdrage debat vervanging bij zwangerschapsverlof

woensdag 15 maart 2006 18:07

Arie Slob:

Voorzitter. Het wetsvoorstel dat wij vandaag met elkaar bespreken, kent een redelijk turbulente voorgeschiedenis. Ik ben er eens ingedoken, maar ik geloof dat wij er met onderbrekingen al zo'n dertien jaar over praten. Het grootste deel daarvan is opgesoupeerd aan het spreken over de wijziging van de Grondwet, wat in eerste instantie niet is gelukt, en uiteindelijk in de herkansing een paar jaar geleden wel. Mijn fractie heeft er altijd wat dubbel ingezeten, waarbij ik mij beperk tot de laatste discussie over de Grondwetsherziening, die wel door deze Kamer is gekomen. Bij eerste lezing in 2002 hebben wij tegen de wijziging van de Grondwet gestemd, omdat wij wel het grote belang inzagen van het regelen van een onderbreking vanwege zwangerschap. De uitbreiding met ziekte, die er in eerste instantie niet bij was gevoegd, vonden wij dermate open en ruim dat wij ook vreesden voor een al te gemakkelijk gebruik ervan.

Bij tweede lezing, in 2004, hebben wij uiteindelijk wel voorgestemd. Wij stonden toen wel voor een heel lastige afweging; mevrouw Bussemaker sprak terecht van een gewetensvraag. Wij wisten dat als wij tegen zouden stemmen, de mogelijkheid voor onderbreking wegens zwangerschap teniet zou worden gedaan, zodat wij weer jaren weg zouden zijn. Op dat moment lag er een proeve van een regeling voor, die al enigszins inzage gaf in hoe de regeling voor ziektevervanging zou worden geregeld, die ons uiteindelijk over de streep heeft getrokken. Wij hadden de overtuiging dat, als het wetsvoorstel er zou komen te liggen, er ook een duidelijke afbakening zou gaan plaatsvinden als iemand zou worden vervangen wegens ziekte. In die verwachting zijn wij absoluut niet beschaamd. Sterker nog, er is als ik kijk naar het huidige wetsvoorstel en de afbakeningen daarin, met name als het om ziekte gaat, in grote lijnen tegemoet gekomen aan de bezwaren die wij toen al als een soort schot voor de boeg noemden. Zo is de mogelijkheid van de voorzitter van een vertegenwoordigend orgaan om wegens zwaarwegende motieven van de medische verklaring af te wijken geschrapt, en hetzelfde geldt voor de beroepsmogelijkheid.

Dat vinden wij terecht, want het gaat ten slotte om een verzoek tot vervanging. De beslissing op een verzoek voor vervanging kan alleen op basis van en in overeenstemming met een medisch advies in de vorm van een verklaring van een arts of verloskundige worden afgegeven. Uit de verklaring van de arts moet aannemelijk worden dat de uitoefening van het lidmaatschap niet binnen acht weken kan worden hervat. Daarmee wordt een medisch objectieve maatstaf beoogd. Dat vinden wij uitermate zorgvuldig en dat is eenduidig en transparant. Met zo'n uitwerking kunnen wij heel goed leven.

Er is daarnaast, daar hebben wij wel een vraag over, een cumulatie van de vervangingsperiode mogelijk gemaakt tot maximaal drie maal een periode van zestien weken. Deze verlenging van de vervangingsperiode lijkt in eerste instantie een verbetering ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel van uitsluitend zestien weken. Daar hebben wij destijds steeds over gesproken. Die termijn was gerelateerd aan de gebruikelijke termijn van zwangerschapsverlof, maar die was arbitrair voor vervanging in geval van ziekte. Daar hebben wij destijds ook op gewezen. Nu is er dus gekozen voor een periode van drie maal zestien weken. Wij zouden daar graag een nadere onderbouwing van hebben, want dat is wel een erg lange periode. Het had ons niet vreemd overgekomen als was gekozen voor een periode van twee maal zestien weken. De mogelijkheid van cumulatie van de vervangingsperiode tot een dergelijke termijn, dus drie maal zestien weken, zou wat de fractie van de ChristenUnie betreft niet een vertragend effect mogen hebben op de totstandkoming van een besluit van een volksvertegenwoordiger om zijn functie neer te leggen. Als de periode heel lang wordt gemaakt, zou iemand die keuze wat verder voor zich uit kunnen schuiven. Ik vraag dus een onderbouwing voor die drie maal zestien weken. Dat is namelijk een punt waar wij nog even over na willen denken als het gaat om ons uiteindelijk oordeel over het totaal van de voorstellen, waarvan ik net heb aangegeven dat wij die zeer eenduidig en transparant vinden.

Mevrouw De Pater-van der Meer (CDA):
Ik hoor u spreken over die lange periode van drie maal zestien weken, maar de regeling zegt dat je die zestien weken steeds opnieuw moet aanvragen.

Arie Slob:
Het is inderdaad een cumulatie.

Mevrouw De Pater-van der Meer (CDA):
Je vraagt een vervanging dus niet voor drie keer zestien weken aan, maar steeds voor zestien weken.

Arie Slob:
Het zou voor de persoon in kwestie echter wel een mogelijkheid kunnen zijn om het besluit om te kijken of hij vanwege zijn lichamelijke gezondheid nog wel langer aan kan blijven als volksvertegenwoordiger, verder voor zich uit te schuiven. Dat is niet de bedoeling van het creëren van deze ruimte. Dat is namelijk bedoeld om iemand de rust en de ruimte te geven om weer gezond te worden en terug te keren op de plek waar hij in eerste instantie ook voor gekozen was.

Wat betreft de nevenfuncties hebben wij gevraagd hoe dat zou gaan uitwerken. Daar was onduidelijkheid over in de proeve zoals die er destijds lag en die nog niet daadwerkelijk onderdeel was van de bespreking, maar wel al een beetje liet zien hoe de uitwerking zou zijn. Wij hebben de indruk dat dat punt nu ook volledig helder is afgebakend. Wij hebben daar dan ook geen problemen meer mee.

Er blijft dan nog één punt staan en dat betreft de reikwijdte van het wetsvoorstel. Uit de schriftelijke inbreng blijkt dat verschillende fracties hebben gezegd: wij kiezen nu wel voor deze twee mogelijkheden, vervanging bij zwangerschap en bij ziekte, maar zouden er niet meer mogelijkheden zijn? Dat is behoorlijk uitgebreid besproken bij de grondwetsherziening. Ouderschapsverlof had er bijvoorbeeld ook nog bij kunnen horen. Adoptie is ook nadrukkelijk genoemd en staat nu ook weer in het verslag. De keuze is echter gemaakt. Als wij dat nu weer aanhangig zouden maken, zou dat in principe weer een nieuwe grondwetsherziening vergen en dat overstijgt de competenties van dit wetsvoorstel, want dat is niet meer en niet minder dan een uitwerking van de herziening die heeft plaatsgevonden. Dat is wat ons betreft dan ook geen onderwerp meer. Punt is wel dat iedere keuze die je maakt op een bepaald moment arbitrair is, maar je moet het een keer afbakenen.

Mijn laatste punt betreft het Europees Parlement. Wij hebben daar in het verleden ook uitvoerig over gesproken. De voorganger van deze minister heeft de Kamer in 2004 beloofd dat hij dat punt in Europa op zal gaan pakken en zal gaan zorgen dat er een regeling zou komen. Er is hem toen ook gevraagd om daar bijvoorbeeld het voorzitterschap van Nederland van de Europese Commissie voor te gebruiken. Ik ben benieuwd wat dat heeft opgeleverd. Misschien kan de minister daar nog wat over zeggen. Uiteraard hoor ik ook graag zijn oordeel over het amendement dat er ligt. Als dat meegenomen kan worden, moeten wij dat niet laten liggen. Dat kan dan in één keer gebeuren.

« Terug

Reacties op 'Bijdrage debat vervanging bij zwangerschapsverlof'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2006

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari