Vragen over homoseksuele asielzoekers uit Iran

vrijdag 03 maart 2006 09:43

Vragen van de leden Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Rouvoet (ChristenUnie) en Lambrechts (D66) aan de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie over homoseksuele asielzoekers uit Iran.

Met antwoord.

Vragen van de leden Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Rouvoet (ChristenUnie) en Lambrechts (D66) aan de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie over homoseksuele asielzoekers uit Iran. (Ingezonden 3 maart 2006)

  1. Waarom hebt u meegedeeld dat ten aanzien van het beleid inzake homoseksuele asielzoekers geen onomkeerbare stappen worden gezet, totdat met de Kamer is overlegd over het nieuwe ambtsbericht inzake Iran van 9 februari 2006, terwijl u kennelijk van deze toezegging hebt afgezien als het gaat om het beleid inzake christen-asielzoekers, waaronder tot het christendom bekeerde voormalige Iraanse moslims?1
  2. Bent u bereid alsnog de toezegging te doen dat ten aanzien van deze groepen evenmin onomkeerbare stappen worden gezet, totdat het bedoelde overleg met de Kamer over het ambtsbericht heeft plaatsgevonden? 
  3. Wilt u deze vragen binnen 48 uur beantwoorden, gelet op het spoedeisende karakter daarvan?

1 Bij brief van 28 februari 2006 heeft u de Kamer geïnformeerd over de opheffing van het besluit- en vertrekmoratorium voor homoseksuele asielzoekers dat op 28 september 2005 was ingesteld, alsmede over het besluit geen besluit- en vertrekmoratorium in te stellen naar aanleiding van de motie Huizinga cs. (19 637, 1010) van 14 februari 2006 inzake christenasielzoekers waaronder tot het christendom bekeerde voormalige Iraanse moslims.

Antwoord
Antwoord van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie). (Ontvangen 7 maart 2006)

  1. In de brief van 4 november 1998 aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, vergaderjaar 1998–1999, 19 637, nr. 389) is toegezegd dat, teneinde onomkeerbare stappen te voorkomen, bij belangrijke beleidswijzigingen de uitzettingen als gevolg van dit beleid zullen worden opgeschort tot na het overleg met de Tweede Kamer. Ten aanzien van homoseksuele asielzoekers uit Iran is sprake van een beleidswijziging (beëindiging van het besluit- en vertrekmoratorium). Ten aanzien van christen-asielzoekers, waaronder tot het christendom bekeerde voormalige Iraanse moslims, is geen sprake van een beleidswijziging.
  2. Gelet op het antwoord op vraag 1 is daarvoor geen aanleiding. Overigens is, zoals ik heb vermeld in mijn brief van 28 februari 2006, de positie van christenen en bekeerde moslims zoals beschreven in het nieuwe ambtsbericht van februari 2006 niet anders dan die zoals beschreven in het vorige ambtsbericht van februari 2005.
  3. Bij dezen.

« Terug

Reacties op 'Vragen over homoseksuele asielzoekers uit Iran'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2006

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari