Algemeen Overleg Nieuwe subsidieregeling PGO-organisaties

woensdag 08 februari 2006 10:33

André Rouvoet is het op zichzelf van harte eens met het uitgangspunt van de minister om het subsidiebeleid meer te richten op het bevorderen van eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid, waarbij mensen en organisaties worden uitgenodigd en in staat gesteld om deel te blijven nemen in de maatschappij. In de ogen van zijn fractie voldoet de regeling echter niet aan dit uitgangspunt en is ze net als de aanvankelijk voorgestelde WMO te veel ingegeven door bezuinigingsmotieven. De Kamer heeft er veel energie in moeten steken om bij die wet een aanvaardbaar resultaat te verkrijgen; wellicht is dit ook bij deze regeling nodig.

Vele organisaties hebben bezwaar gemaakt tegen de nieuwe subsidiesystematiek. Dit is voor de heer Rouvoet op zichzelf niet maatgevend, maar hij vindt dat een aantal bezwaren zeker hout snijden. De Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) stelt dat de regeling zonder overleg met de PGO-organisaties tot stand gekomen is, terwijl in de stukken van de minister een andere indruk wordt gewekt. Kan de minister dit ophelderen?

De minister wil met de nieuwe regeling de positie van patiënten versterken en versnippering tegengaan door functiefinanciering centraal te stellen in plaats van instellingsfinanciering. Maar de manier waarop dit is uitgewerkt, levert wel enkele problemen op. Zo komen krachtens onderdeel d van het tweede lid van artikel 3, waarbij het gaat om organisaties die personen met een bepaalde ziekte vertegenwoordigen, ook levensbeschouwelijke organisaties niet meer vanzelfsprekend in aanmerking voor subsidie. Dergelijke organisaties dienen een koepel te vormen om subsidie te kunnen verkrijgen, die het geld vervolgens moet herverdelen. De heer Rouvoet acht dit in strijd met het uitgangspunt van bottomupfinanciering dat de minister hanteert. En wat betekent de geleidelijke afbouw van de financiering van koepelorganisaties voor bijvoorbeeld de samenwerkende ouderenorganisaties, het CSO? De heer Rouvoet sluit zich ook aan bij de reeds gemaakte opmerkingen over organisaties waarvan de leden niet zelf te maken hebben met een ziekte of handicap, zoals de Nederlandse Federatie van Ouders van Dove Kinderen (FODOK). Hij vindt de argumentatie die de minister voor het hanteren van dit criterium gebruikt, niet sterk. Ook het maximumbedrag voor subsidies is volgens hem niet bevorderlijk voor het versterken van de positie van de doelgroepen waarom het hierbij gaat, het accent lijkt op het bezuinigingseffect te worden gelegd.

Ook de heer Rouvoet vraagt aandacht voor de beperking van de subsidieregeling tot zorg en maatschappelijke ondersteuning. Via een motie van mevrouw Van Miltenburg heeft de Kamer er steeds de nadruk op gelegd dat de activiteiten van de PGO-organisaties gericht moeten zijn op alle aspecten van het maatschappelijk bestaan. Hij pleit dan ook voor medefinanciering van het Fonds PGO door andere departementen.

De heer Rouvoet sluit zich aan bij de opmerkingen van de heer Van der Vlies over de overgangsregeling en diens vraag over de organisaties die geen subsidiegarantie krijgen. En ten slotte geeft hij aan dat de voorgestelde regeling in de huidige vorm voor zijn fractie niet acceptabel is.

« Terug

Reacties op 'Algemeen Overleg Nieuwe subsidieregeling PGO-organisaties'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2006

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari