Inbreng verslag Cynthia Ortega inz. wijziging onderwijswet ivm o.a. financiering basisonderwijs.

maandag 16 januari 2012 00:00

Inbreng verslag (wetsvoorstel) van ChristenUnie Tweede Kamerlid Cynthia Ortega-Martijn inzake wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (passend onderwijs).

Onderwerp:   Wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (passend onderwijs)

Kamerstuk:   33 106

Datum:            16 januari 2012

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben met gemengde gevoelens kennisgenomen van de wijziging van enkele onderwijswetten in verband met de invoering van passend onderwijs. De leden zien voorliggende wetswijziging als een grote stelselwijziging, die grote gevolgen heeft voor scholen in het regulier en het speciaal onderwijs, maar ook voor leraren, leerlingen en ouders. De leden van de fractie van de ChristenUnie steunen het uitgangspunt van het toewerken naar inclusief onderwijs, maar hebben grote zorgen over de invoering van deze wetgeving. Genoemde leden vinden dat de omvang en inhoud van voorliggende stelselwijziging te snel wordt doorgevoerd. Daarnaast moet ook het wetsvoorstel over de kwaliteit van het (voortgezet) speciaal onderwijs binnenkort door het onderwijsveld worden doorgevoerd, wat een dubbele belasting voor scholen en docenten oplevert. Bovendien zijn de leden van mening dat de bezuiniging van 300 miljoen te groot is om een dergelijke stelselherziening tot een succes te maken. Zo zal een toestroom van leerlingen richting het regulier onderwijs gepaard moeten gaan met een investering in kennis van docenten en in begeleiding in de klas. Alleen op die manier kan worden toegewerkt naar een meer inclusieve samenleving, waarbij zorgleerlingen mee kunnen draaien in het regulier onderwijs, waarbij talent ten volle worden benut en waarbij zij een volwaardige plaats in de samenleving kunnen innemen.

Aanleiding en probleemstelling

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen in hoeverre de genoemde onderzoeken op p. 6 van de MvT betrekking hebben op de vier clusters. Genoemde voorbeelden van forse toename in het gebruik van speciale voorzieningen lijken vooral betrekking te hebben op cluster 4. Bovendien vlakt de groei in het aantal leerlingen met leerlinggebonden financiering al enige jaren af. De leden van de fractie van de ChristenUnie wijzen bovendien op het gegeven dat het aantal leerlingen met zware zorg wel is gestegen, maar het aantal leerlingen met lichte zorg tussen 2003 en 2009 is gedaald. Geldt de cijfermatige onderbouwing van het wetsvoorstel alleen voor vormen van zware zorg? Het speciaal onderwijs kent slechts lichte groei (Antwoord op Kamervragen van het lid Voordewind, 17 juni 2011), maar wordt wel geschaard onder de term ‘sterke groei’ of zelfs explosieve groei. Is het niet nodig een eerlijker beeld te schetsen van cijfermatige ontwikkelingen per cluster en onderwijsvorm? Is de onderbouwing van ‘sterke groei in het speciaal onderwijs’ niet te ongenuanceerd?

De leden van de fractie van de ChristenUnie zijn zeer kritisch op de cijfermatige onderbouwing van het wetsvoorstel en de bezuiniging van 300 miljoen. Zo wordt cluster 2 met 20% gekort, terwijl er onafhankelijke indicatiestelling plaatsvindt en er geen grote wijzigingen in aantallen leerlingen met zorgbehoefte waarneembaar zijn. Wel neemt door de bezuiniging de kwaliteit van onderwijs af en komt er minder begeleiding per leerling. Welke aanleiding en argumentatie kan het kabinet geven om de kwaliteit van het speciaal onderwijs te verlagen, door middel van het verdwijnen van expertise en het vergroten van klassen? Op welke manier wordt het verlies aan kwaliteit en expertise voor de afzonderlijke clusters gecompenseerd? Erkent het kabinet dat door ontslagen in ambulante begeleiding meer werk op de schouders van minder mensen terecht zal komen?

Invoeringstermijn

De leden van de fractie van de ChristenUnie zijn van mening dat voorliggende stelselwijziging te snel moet worden doorgevoerd, waardoor een verantwoorde en breed gedragen invoering onder grote druk staat. Dit wordt door het onderwijsveld, maar ook door ECPO onderschreven. Kan het kabinet nader toelichten welke noodzaak er bestaat om de stelselwijziging op korte termijn door te voeren?

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen nadere toelichting op de te verwachten effecten van zowel de stelselwijziging, alsook de bezuiniging van 300 miljoen. Hoe wordt in kaart gebracht welke effecten optreden voor scholen, docenten, ouders en de klas, in het bijzonder zorgleerlingen? Acht het kabinet het verantwoord om de stelselwijziging in één keer voor heel Nederland door te voeren, zonder kennis te hebben van praktijkervaring met nieuwe regels en financiering? Kan het kabinet toelichten waarom niet eerst wordt gekozen voor enkele jaren van ontwikkeling?

Zorgplicht, samenwerkingsverbanden, financiering

De leden van de fractie van de ChristenUnie wijzen op het korten van scholen bij overschrijding van het aan het samenwerkingsverband toegekende bedrag. Het is onduidelijk welke gevolgen kunnen optreden voor het bevoegd gezag van scholen. Het is denkbaar dat er scholen zijn die, bijvoorbeeld vanwege hun kleinschaligheid, verhoudingsgewijs aantrekkelijker zal zijn voor zorgleerlingen. Het schoolbestuur heeft vanwege de wettelijk opgedragen zorgplicht tot taak om voor voldoende ondersteuning te zorgen. Het schoolbestuur is daarbij afhankelijk van de toegekende middelen binnen een samenwerkingsverband. Hoe ziet het kabinet de oprichting van samenwerkingsverbanden in verhouding tot Artikel 23 van de Grondwet? Hoe wordt wettelijk gegarandeerd dat de positie van scholen wordt gerespecteerd en dat scholen zelf zeggenschap houden over inrichting en richting van het onderwijs, maar ook over gewenste schoolgrootte?

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben vragen bij de verhouding tussen het samenwerkingsverband en schoolbesturen. Het kabinet erkent dat de bevoegdheid van het vaststellen van het schoolondersteuningsprofiel is neergelegd bij het bevoegd gezag van de school. Anderzijds dient het samenwerkingsverband zorg te dragen voor een dekkend aanbod van ondersteuning. Een samenwerkingsverband heeft de zeggenschap over het geld en heeft daarom een belangrijke invloed op keuzes in ondersteuning. Wordt hiermee de zeggenschap van scholen niet teveel ingeperkt? Scholen kunnen immers opgelegd krijgen welk ondersteuningsaanbod zij zouden moeten aanbieden. Hoe wordt ook de positie van kleine schoolbesturen voldoende gewaarborgd binnen het samenwerkingsverband? Op welke manier kan een klein schoolbestuur zorgdragen voor een goed niveau van zorgaanbod, bijvoorbeeld om de keuze voor een specifieke denominatie in te kunnen willigen?

De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren dat de nieuw op te richten samenwerkingsverbanden veel bestaande zorgverbanden en ook bestuurlijke verbanden doorkruisen. Zij vragen op welke manier het kabinet succesvolle vormen van samenwerking in stand houdt. Hoe worden bovendien scholen in het speciaal onderwijs met een specifieke denominatie in stand gehouden? Het gaat immers om scholen die regio-overstijgend in een behoefte voorzien. Kunnen ouders met een specifieke voorkeur voor de denominatieve grondslag van een school ook regio-overstijgend hun kind aanmelden? Is het mogelijk voor schoolbesturen om het vervullen van de zorgplicht regio-overstijgend in te vullen, wanneer zij zelf niet aan de zorgplicht kunnen voldoen binnen een bepaalde regio? Dit is bijvoorbeeld denkbaar bij regio-overstijgende schoolbesturen, die op dit moment al een zorgverband vormen en binnen de te vormen ‘kamers’ doorgang zullen vinden. 

De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren dat het kabinet beoogt de omvang van zware zorg in te perken, maar dat er één budget voor zowel lichte als zware zorg komt. Op dit moment zetten veel samenwerkingsverbanden in op preventie. De druk op lichte zorg zal echter toenemen, wanneer het speciaal onderwijs met tekorten te maken zal krijgen. Hoe wil het kabinet voorkomen dat de bezuinigingen zowel lichte als zware zorg raken? Zal de druk op lichte zorgbudgetten niet juist toenemen?

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen naar de mogelijkheid om voor lichte zorg het geld direct naar schoolbesturen te laten gaan. Op dit moment zijn scholen prima in staat om hun verantwoordelijkheid te nemen om leerlingen goed te begeleiden. Het past ook bij de in de wet belegde zorgplicht voor schoolbesturen om het geld rechtstreeks naar schoolbesturen te laten gaan. De leden wijzen op de criteria voor toelaatbaarheid die in het zorgplan komen te staan, op basis waarvan een beslissing wordt genomen over toelaatbaarheid tot het speciaal onderwijs. Met de introductie van budgetfinanciering en de criteria voor toelaatbaarheid wordt voorkomen dat misbruik van geld wordt gemaakt. Kan het kabinet toelichten waarom niet wordt gekozen voor het direct toekennen van budget aan schoolbesturen voor lichte zorg?

Cluster 2

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen naar de noodzaak van een bestuurlijke fusie in cluster 2. Waarom wordt niet gekozen voor een samenwerkingsmodel? Welke kosten zijn verbonden aan deze bestuurlijke fusie? Staan de kosten voor deze fusie in verhouding tot de baten van een fusie? Genoemde leden vragen bovendien naar de gewenste grootte van de te vormen instellingen en een nadere onderbouwing hiervan.

Docenten

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen of scholen en docenten binnen de voorgestelde invoeringstermijn in staat zijn om de expertise op te bouwen die nodig is om zorgleerlingen binnen reguliere klassen te begeleiden. Het vraagt van docenten immers meer kennis van pedagogie dan zij op dit moment beheersen. Veel docenten hebben bijvoorbeeld moeite om het onderwijs af te stemmen op verschillen tussen leerlingen. Kan het kabinet onderbouwen op welke manier docenten voldoende toegerust zijn om alle leerlingen in de klas goed te kunnen begeleiden? Kan het kabinet toelichten op welke manier docenten in het primair en het voortgezet onderwijs specialistische begeleiding kunnen benutten? Hoe staat het wegvloeien van de bestaande expertise in verhouding tot de druk die nu op docente wordt gelegd?

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen welke aanpassingen in het curriculum van PABO-studenten worden gedaan, om de opleiding aan te laten sluiten op de grote onderwijsvernieuwing die met deze wet wordt doorgevoerd. Hoe wordt bewerkstelligd dat beginnend docenten, die binnenkort afstuderen, klaar zijn om met passend onderwijs om te kunnen gaan?

Ontwikkelingsperspectief

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen naar de verhouding tussen de lijn die het kabinet kiest om scholen meer af te rekenen op resultaten en anderzijds het opstellen van een ontwikkelingsperspectief op individueel niveau. Hoe wordt rekening gehouden met een mogelijk verkeerde inschatting van de ontwikkeling van een kind bij controle vanuit de Inspectie? Op welke manier worden andere factoren, zoals omgevingsfactoren en klassengrootte, meegenomen in het ontwikkelingsperspectief en de beoordeling daarvan? Is er onderzoek beschikbaar dat inzicht geeft in factoren die van invloed zijn op de ontwikkeling van zorgleerlingen en bijvoorbeeld klassengrootte en expertise van docenten? Zo ja, kan hier uit worden afgeleid welke omstandigheden voor specifieke ontwikkelproblemen positieve of negatieve gevolgen hebben? Kan voor specifieke zorgbehoefte worden afgeleid welke vorm van begeleiding en klassengrootte vereist is?

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen naar het ontwikkelingsperspectief van leerlingen met een meervoudige handicap, die een plek hebben in het speciaal onderwijs en behoefte hebben aan één-op-één-begeleiding. Als voorbeeld kunnen leerlingen uit cluster 1, 2 en 3 worden genoemd, waartoe leerlingen met autisme, Down Syndroom en leerlingen met een ernstige ontwikkelachterstand toe kunnen behoren. Kan het kabinet garanderen dat kinderen die nu naar school gaan en ontwikkelingsperspectief hebben, ook met de nieuwe financieringsystematiek en de komende bezuiniging een ontwikkelingsperspectief behouden en niet naar dagbesteding moeten worden overgeplaatst? Kan het kabinet aantonen dat voor deze leerlingen de financiering op peil blijft om een ontwikkelingsperspectief en daadwerkelijk onderwijs te behouden?

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen of het kabinet inzichtelijk kan maken dat grotere klassen in het speciaal onderwijs niet leiden tot vermindering van één-op-één contact en een afname in het daadwerkelijk geven van onderwijs. De leden maken zich ernstige zorgen over behoud van het onderwijsniveau en voldoende mate van interactie tussen docent en leerlingen voor deze leerlingen in het speciaal onderwijs. Zij roepen het kabinet nogmaals op om vergroting van klassen in het speciaal onderwijs te schrappen.

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen welke specifieke groepen het kabinet in beeld heeft, die in ieder geval in aanmerking komen voor zware zorg, zoals ernstig meervoudig gehandicapte kinderen. Ligt het niet in de rede om deze doelgroepen op dezelfde wijze te financieren als cluster 1 en 2? Kan het kabinet nader onderbouwen waarom cluster 3 geen landelijke budgetsystematiek heeft toebedeeld gekregen?

De leden van de fractie van de ChristenUnie zien in het uitgangspunt van het kabinet om budgetten voor zware zorg in te krimpen het risico dat kinderen met behoefte aan zware zorg de dupe worden. Hoe wordt voorkomen dat bij autonome groei in behoefte aan zware zorg niet kan worden voldaan aan de gewenste zorgbehoefte? Hoe wordt gegarandeerd dat bij budgetoverschrijding wordt voldaan aan de grondwettelijke eis van gelijke behandeling van leerlingen? Houdt het kabinet behoefte aan zware zorg in het oog en worden budgetten daadwerkelijk aangepast aan deze cijfers, in het bijzonder voor zware ondersteuningsbehoefte en residentiële voorzieningen?

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen in hoeverre de 60 maatwerkuren binnen de 1040 uur onderwijstijd voor het voortgezet onderwijs voldoende zijn om met de diversiteit in zorgvraag van leerlingen om te kunnen gaan. Kan het kabinet nader onderbouwen op welke manier iedere leerling voldoende maatwerk geboden kan worden?

Bureaucratie

De leden van de fractie van de ChristenUnie wijzen op de in 2010 aangenomen motie Voordewind c.s. (32500 VIII, nr. 34), die vraagt om bezuinigingen hoofdzakelijk te zoeken in het tegengaan van bureaucratie en niet in de klas. De leden vragen het kabinet in hoeverre voorliggend wetsvoorstel slaagt in het terugdringen van bureaucratie, mede in verhouding tot het ontstaan van nieuwe bureaucratie. Is er voldoende zicht op het ontstaan van nieuwe bureaucratie op scholen en binnen samenwerkingsverbanden? Kan het kabinet dit inzichtelijk maken? Verwacht het kabinet grote verschillen in bureaucratie tussen samenwerkingsverbanden?

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen nadere toelichting op het verdwijnen van de permanente commissie leerlingenzorg (pcl) en de oprichting van een commissie van begeleiding. Welk effect wil het kabinet hiermee bereiken? Kan worden onderbouwd dat er daadwerkelijk minder overhead zal zijn door deze wijziging? De leden van de fractie van de ChristenUnie zien hiermee een nieuwe vorm van indicatiestelling ontstaan, waarmee indicatiestelling niet verdwijnt. Welke voordelen biedt het nieuwe voorstel ten opzichte van het oude systeem? Vindt niet slechts verschuiving van bureaucratie plaats? Wordt hiermee niet juist meer onduidelijkheid veroorzaakt, bijvoorbeeld over de rechtsgeldigheid van een uitspraak van genoemde deskundigen?

(Mvt p. 27)

Landelijk referentiekader

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen hoe het landelijk referentiekader zich verhoudt tot het toezichtkader van de Inspectie.

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen of de huidige invulling van het begrip ‘basiszorg’ voldoende duidelijkheid biedt aan scholen, leraren, lerarenopleidingen, ouders en leerlingen. Is voldoende duidelijk wat er verwacht mag worden aan basiszorg, aangezien dit per samenwerkingsverband en per school kan verschillen?

Positie van ouders en leerlingen

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen op welke manier wordt voorkomen dat leerlingen thuis komen te zitten, bijvoorbeeld wanneer geen budget meer aanwezig is of wanneer geen passende plaats kan worden geboden. Zij vragen in hoeverre het nieuwe stelsel bijdraagt aan het terugdringen van wachtlijsten en thuiszitters. De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen bovendien naar de status van tijdelijke plaatsing van leerlingen, waarvoor geen passende plaats kan worden gevonden. Op welke manier kunnen ouders een ontwikkelingsperspectief eisen, indien bovenstaande problemen zich voordoen?

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen waarom wordt gekozen voor tijdelijke plaatsing van een kind op een school, wanneer het bevoegd gezag niet op tijd een beslissing neemt. Wanneer de beslissing negatief uitvalt, moet een kind naar een andere school, terwijl hij of zij het schooljaar wel gestart is. Dit is niet in het belang van het kind. Hoe wordt voorkomen dat enkele weken of maanden na aanvang van het schooljaar nog overplaatsing van kinderen plaats moet vinden?

De leden van de fractie van de ChristenUnie vinden het van groot belang dat ouders bewust kunnen kiezen voor de school van hun voorkeur, bijvoorbeeld vanwege een bepaalde richting. De zorgplicht staat echter toe dat het schoolbestuur verplicht is door te verwijzen naar een andere school, indien een school niet in staat is de benodigde ondersteuning te bieden. Is het voor scholen van een specifieke denominatie mogelijk om regio-overstijgend samen te werken en door te verwijzen? Deze samenwerking bestaat onder het huidige stelsel en functioneert immers goed. Genoemde leden vragen bovendien of het wetsvoorstel toelaat dat er vormen van centrale aanmelding door het samenwerkingsverband worden georganiseerd. Zo ja, hoe staat dit in verhouding tot de vrije schoolkeuze van ouders?

MvT, p.18

De leden van de fractie van de ChristenUnie hechten grote waarde aan de positie van ouders en leerlingen, bijvoorbeeld in de vorm van inspraak over de geboden ondersteuning. Wanneer een school niet voldoende ondersteuning biedt, bijvoorbeeld door gebrek aan geld vanuit het samenwerkingsverband, ontstaat een ongewenste situatie. Kunnen ouders bezwaar maken bij zowel het schoolbestuur als het samenwerkingsverband? Kan het kabinet nader onderbouwen waarom geboden mogelijkheden voor klachten of het maken van bezwaar laagdrempelig genoeg zijn? Waarom wordt niet gekozen voor een geschillencommissie?

De leden van de fractie van de ChristenUnie lezen dat de Commissie Gelijke Behandeling kan worden gevraagd om een oordeel te geven over de toelatingsbeslissing. Hoe staat het recht van scholen om leerlingen niet toe te laten vanwege gebrek aan voldoende ondersteuning op tegen het verbod op onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte in de Wet gelijke behandeling?

MvT, p.22

Zorgverbanden naar denominatie

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen toelichting op de eis voor landelijke samenwerkingsverbanden naar richting dat zij (v)so cluster 3 en 4 horen aan te bieden. Kan het kabinet nader onderbouwen waarom deze eis wordt gesteld, aangezien huidige samenwerkingsverbanden naar richting prima slagen in het geven van ondersteuning aan zorgleerlingen of het doorverwijzen? De leden wijzen bovendien op het gegeven dat diverse nieuwe regionale samenwerkingsverbanden ook geen (v)so cluster 3 en 4 aanbieden. Waarom is het niet mogelijk voor samenwerkingsverbanden naar richting om op dezelfde manier te werk te gaan?

Huisvesting

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen naar de omvang van mogelijke aanpassingen in huisvesting. In hoeverre komen deze kosten voor rekening van gemeenten?

Leerlingenvervoer

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen naar de gevolgen van wijzigingen in aanspraak op leerlingenvervoer voor leerlingen die afhankelijk zijn van landelijk (voortgezet) speciaal onderwijs. Blijft het leerlingenvervoer in stand voor deze leerlingen?

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen hoe wordt gegarandeerd dat leerlingen die als gevolg van de zorgplicht van schoolbesturen elders naar school moeten, van leerlingenvervoer gebruik kunnen maken. De VNG meldt dat het recht op leerlingenvervoer lastig te beoordelen is. De keuze voor leerlingenvervoer bij de gemeente staat los van de keuze voor een passende plek van een leerling. Komt leerlingenvervoer onder druk te staan, ook door bezuinigingen bij gemeenten? Acht het kabinet de kans groot dat leerlingen thuis komen te zitten, vanwege het ontbreken van leerlingenvervoer? Wat is de verantwoordelijkheid van gemeenten, wanneer leerlingen buiten de regio naar school gaan? Welke rechtspositie hebben ouders ten opzichte van gemeenten met betrekking tot leerlingenvervoer?

Dyslexie

P7 (wet), toelating

Art. 18a, ond. T, lid 3

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen of ondersteuning voor leerlingen met dyslexie en dyscalculie onder de term ‘extra ondersteuning’ valt, aangezien in artikel 18a, onderdeel T, lid 3 wordt opgemerkt dat ondersteuning ter bevordering van beheersing van de Nederlandse taal niet valt onder ‘extra ondersteuning’. De leden vragen welke positie en welke rechten deze groep leerlingen heeft binnen het passend onderwijs.

Voor meer informatie zie ook www.tweedekamer.nl.

 

 

 

 


« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari