Bijdrage Cynthia Ortega aan het plenaire debat inzake de Wet financiering politieke partijen.

woensdag 25 januari 2012 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Cynthia Ortega-Martijn in een plenair debat met minister Spies van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Onderwerp:   Wet financiering politieke partijen (32752) + Wijziging van de Wet subsidiëring politieke partijen met het oog op verlaging van de subsidies (31906)

Kamerstuk:   32 752 en 31 906

Datum:            25 januari 2012

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Voorzitter. We spreken vandaag over een wetsvoorstel waarmee wordt beoogd een aantal hiaten in de financiering van de politieke partijen te repareren. Hiermee gaat een langgekoesterde wens van de ChristenUnie-fractie in vervulling.

De Raad van Europa heeft in een scherp rapport aangegeven dat de Nederlandse regels voor de financiering van politieke partijen te summier en onduidelijk zijn. Hierdoor is de huidige wetgeving kwetsbaar voor misbruik. De schijn van mogelijke beïnvloeding van het democratisch proces door derden wordt met dit wetsvoorstel grotendeels weggehaald. Integriteit van politieke partijen en daarmee volksvertegenwoordigers dient boven elke twijfel verheven te zijn. We kunnen niet geloofwaardig onze verontwaardiging uitspreken over -- ik noem maar een zijstraat -- het overschrijden van de Ruttenorm door een willekeurige topambtenaar of een gouden handdruk voor een bankdirecteur als we zelf onze zaakjes niet goed op orde hebben. Het wetsvoorstel dat we vandaag bespreken, is een belangrijke stap in de goede richting. Ik spreek dan ook de hoop uit dat de verbeteringen die dit wetsvoorstel met zich brengen, bij zullen dragen aan het vergroten van de geloofwaardigheid en integriteit van politieke partijen en hun vertegenwoordigers.

Deze positieve grondhouding laat onverlet dat de ChristenUnie-fractie een paar kanttekeningen plaatst bij het wetsvoorstel, te beginnen met de reikwijdte van dit wetsvoorstel. Het voorliggende wetsvoorstel heeft alleen betrekking op politieke ambtsdragers op landelijk niveau en niet op lokaal niveau. In de memorie van toelichting staat dat de minister eerst de evaluatie van de wet wil afwachten en vervolgens zal bezien of het wenselijk is de werking te verbreden naar lokaal niveau. De fractie van de ChristenUnie vindt dat met deze beperkte reikwijdte volledige transparantie niet is gegarandeerd. De minister heeft het over bijkomende uitvoeringslasten, die verbreding met zich zullen brengen. Graag hoor ik hoeveel uitvoeringslasten het betreft. Ook wil ik dat de minister toezegt dat zij niet vijf jaar gaat wachten, maar dat zij na maximaal 2,5 jaar komt met een wetsvoorstel voor verbreding. Graag een reactie hierop.

Met het kabinet onderkent mijn fractie de noodzaak van politieke partijen die onafhankelijk opereren ten opzichte van de overheid. Zij deelt echter niet de keuze die dit kabinet maakt door de verantwoordelijkheid voor de naleving van de financieringsvoorschriften door politieke partijen bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties neer te leggen. De reden die het kabinet aandraagt om deze niet bij de Kiesraad neer te leggen, namelijk dat deze keuze de schijn van partijdigheid zou oproepen, is weinig overtuigend. In mijn optiek heeft deze suggestie met een magere onderbouwing de Kiesraad onterecht in een negatief daglicht gesteld, temeer omdat de keuze voor de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties helemaal de schijn van partijdigheid kan opwekken. Wanneer de minister namelijk de verantwoordelijkheid zou dragen voor de naleving en sanctionering, is het een gemakkelijke stap om te verwijzen naar haar politieke kleur. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat de minister zich moet buigen over een overtreding die is begaan door haar eigen politieke partij. Hoe integer het handelen van deze minister dan ook mag zijn -- daar heb ik geen enkele twijfel over -- de theoretische mogelijkheid hiervan is gewoonweg onwenselijk.

Mijn fractie zit niet te wachten op toekomstige debatten die iedere schijn van partijdigheid in dezen de kop in moeten drukken. De minister doet er goed aan het wetsvoorstel op dit punt aan te passen. Daarom heb ik een amendement hierover ingediend. Daar wil ik graag een reactie op.

De heer Koopmans (CDA):

Mevrouw Ortega maakt terecht het punt dat de schijn van partijdigheid bij de controle van de bepalingen van dit wetsvoorstel, als die controle in handen van de minister komt, aan de orde zou kunnen zijn. Maar deelt mevrouw Ortega mijn opvatting dat die schijn van partijdigheid mogelijkerwijs bij de Kiesraad aan de orde kan zijn, als wij dit naar de Kiesraad brengen, en dat dat nog veel erger is dan wanneer het bij de minister aan de orde zou zijn?

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Als ik met een amendement kom, betekent dat al dat ik vind dat die partijdigheid erger is als het blijft liggen bij de minister van Binnenlandse Zaken. Ik weet niet of ik kan instemmen met wat de heer Koopmans zegt, want de suggestie die de minister aandraagt over de Kieswet, vind ik niet houdbaar. En waar komt de gedachte uit voort dat er bij de Kieswet sprake zou zijn van partijdigheid? De Kiesraad draagt er zorg voor dat er, als er verkiezingen zijn, geloofwaardige uitslagen komen en noem maar op. In die zin leg ik de schijn van partijdigheid niet neer bij de Kiesraad.

De heer Koopmans (CDA):

Juist vanwege dat laatste geef ik mevrouw Ortega in overweging om dat amendement in te trekken. Besluiten van de Kiesraad op dit punt zullen immers altijd leiden tot discussie. De onafhankelijkheid van de Kiesraad moet boven elke twijfel verheven zijn. De Kiesraad kan dus alleen belast worden met het handhaven van gesloten normen, zoals: er moeten vijf handtekeningen staan. Dat is helder. Vijf kun je tellen, handtekeningen… Dat is allemaal herkenbaar, maar dit wetsvoorstel neerleggen bij de Kiesraad maakt van het belangrijkste, onafhankelijke orgaan dat toezicht houdt op onze verkiezingen, een orgaan dat mogelijkerwijs de schijn van belangenverstrengeling en politieke kleur met zich brengt. Daarom vraag ik mevrouw Ortega haar amendement op dit punt nog eens goed te heroverwegen.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Ik ben een andere mening toegedaan dan de heer Koopmans, maar ik wil best met hem meedenken. Het moet echter niet komen te liggen bij de minister van Binnenlandse Zaken.

De heer Koopmans (CDA):

Daartoe zal ik een amendement indienen?

De voorzitter:

Mijnheer Van Raak, hebt u een vraag op ditzelfde punt?

De heer Van Raak (SP):

Ja.

Ik zie uit naar dat amendement, want ik maak mij hier ook zorgen over. De Kiesraad mag nooit onderwerp zijn van politieke controverse. Dat is het allerbelangrijkst. Stel dat de Kiesraad boetes gaat uitdelen aan politieke partijen, dan durf ik te voorspellen dat de Kiesraad onderwerp wordt van politiek debat. Ik heb daar ook over zitten dubben. Misschien komt de heer Koopmans met een onafhankelijk instituut. Dat kan ook. Maar ik dacht dat het misschien wel goed was om het bij de minister te leggen, want de minister moet verantwoording afleggen hier in de Tweede Kamer. Dan wordt het onderwerp van politiek debat en dat is helemaal niet erg, want de controle op politieke partijen moet gebeuren in onderling debat. Daarom willen wij sponsoring transparant maken. Is de ChristenUnie-fractie het met mij eens dat het juist goed is om dit bij de minister te leggen, aangezien de Tweede Kamer de minister ter verantwoording kan roepen?

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Nee, dat ben ik niet eens met de heer Van Raak. De SP is er altijd heel erg op gespitst om ministers en staatssecretarissen iedere keer weer naar de Kamer te halen. Ik kan er gif op innemen dat, als wij dit doen, de minister iedere keer dat zij een beslissing neemt, weer naar de Kamer wordt gehaald, omdat de Kamer vindt dat er sprake is van schijn van belangenverstrengeling. Daar beginnen wij dus niet aan.

De heer Van Raak (SP):

Ik vrees dat dit altijd zal gebeuren. Ik heb dan liever dat we die discussie voeren met de minister in deze Kamer dan dat we die discussie voeren met de Kiesraad, buiten deze Kamer. Ik ben bang dat de Kiesraad daardoor onnodig kwetsbaar wordt, terwijl de minister het wel gewend is.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Wat betreft de Kiesraad en mogelijke schijn daaromtrent, in de Kamer wordt dat ook allemaal besproken. Door het betoog van de heer Koopmans wil ik best kijken of er een andere uitweg is, maar op dit moment houd ik toch vast aan mijn amendement. Ik ben in afwachting van wat het amendement van de heer Koopmans zal inhouden.

Voorzitter. Het kabinet liet al weten dat het wetsvoorstel Wet financiering politieke partijen niet waterdicht zal zijn en dat er altijd een risico blijft bestaan dat de regels worden overtreden of omzeild. Mijn fractie kan dat beamen, maar vraagt zich wel af waarom het kabinet geen vaart maakt met AMvB's voor de meest voor de hand liggende bijdragen in natura. Het is onwenselijk dat er onduidelijkheid blijft bestaan over de invulling. Hoe langer het duurt voordat de AMvB's zijn gepubliceerd, hoe kwetsbaarder dit onderdeel van het wetsvoorstel wordt. Wil de minister toezeggen dat zij zo spoedig mogelijk AMvB's gaat opstellen? Daarnaast ben ik zeer benieuwd naar de inhoud van een dergelijke AMvB. Wil de minister al een tipje van de sluier oplichten? Graag een reactie.

Wat betreft de openbaringsplicht bij bedragen tot €1000 erkent het kabinet samen met GRECO, Group of States against corruption, al bij voorbaat een maas in de toekomstige wet. Dit onderdeel kan namelijk gemakkelijk omzeild worden door een bedrag groter dan €1000 op te splitsen in kleinere bedragen. Waarom wordt niet gewoon een maximum van €1000 per donateur of organisatie per kalenderjaar ingesteld? De administratieve lasten blijven beperkt en de grens van €1000 is geen wassen neus. Ook hierover heb ik een amendement ingediend. Graag een reactie.

Tot slot kom ik te spreken over het tweede wetsvoorstel dat vandaag aan de orde is. De fractie van de ChristenUnie heeft er begrip voor dat in tijden van zware bezuinigingen ook politieke partijen daar niet van worden uitgesloten. Naar aanleiding van opmerkingen van de Raad van State heeft het kabinet besloten, de bezuinigingen met terugwerkende kracht tot 2008 te schrappen. De minister zegt dat politieke partijen tijdig zijn geïnformeerd over de plannen hierover en dat ze hiervoor geld hadden kunnen reserveren. Is de minister het met mij eens dat maatregelen die werken met terugwerkende kracht, echt tot een uitzondering moeten behoren? Welke criteria hanteert het kabinet überhaupt hiervoor? In de optiek van mijn fractie moet worden voorkomen dat de schijn van willekeurigheid ontstaat. Graag een reactie.

Waarom heeft de minister niet overwogen, de subsidieregeling ook van toepassing te laten zijn op lokale partijen? Graag een reactie op de brief van onder andere de VNG dat hierdoor sprake zou zijn van ongelijke behandeling.

Voor meer informatie zie ook www.tweedekamer.nl.

 


« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari