Bijdrage Esmé Wiegman aan het algemeen overleg Rapport "Beperkt weerbaar".

woensdag 08 februari 2012 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink in een algemeen overleg met staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Onderwerp:   Rapport “Beperkt weerbaar”

Kamerstuk:   24 170

Datum:            8 februari 2012

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Voorzitter. De feiten uit het onderzoek Beperkt weerbaar zijn schokkend. Mensen met een verstandelijke beperking zijn vaker slachtoffer van seksueel geweld dan mensen zonder een beperking. Het geweld is ernstiger en de daders zijn meestal bekenden van het slachtoffer. Toen ik mij op dit algemeen overleg voorbereidde, staarde ik naar tabellen en drong het goed tot mij door dat achter elk getal een pijnlijk verhaal schuilgaat. 61% van de vrouwen en 23 % van de mannen met een verstandelijke beperking heeft een vorm van seksueel geweld meegemaakt, variërend van op een kwetsende manier aangeraakt worden tot verkrachting. Opvallend is dat de omgeving van mensen met een verstandelijke beperking een veel lagere prevalentie rapporteert dan de betrokkenen zelf. Dit zegt veel over het gebrek aan zichtbaarheid en het gebrek aan communicatie. De ChristenUnie vindt de aanbevelingen uit het rapport zeer bruikbaar. De brief die we gisteren nog hebben ontvangen, heeft veel vragen al weggenomen. Toch wil ik nog een aantal dingen aan de orde stellen. De onderzoekers zeggen niet zomaar dat preventie moet worden verbeterd door het geven van voorlichting op jonge leeftijd. De onderzoeken geven duidelijke handvatten: waar zou de informatie specifiek over moeten gaan, door wie kan de voorlichting het beste gegeven worden en hoe?

Ik ben blij dat de staatssecretaris deskundigheidsbevordering toezegt. Is er ook voldoende inzicht in het huidige kennisniveau? Wat doet de staatssecretaris bijvoorbeeld met de suggestie om het bespreken van seksualiteit en seksueel geweld een vast onderdeel te laten zijn van een zorgplan? Ik ben blij dat VGN en gehandicapteninstellingen actief beleid voeren op het onderwerp seksueel misbruik. Vaak worden al praktische handvatten geboden voor het omgaan met seksualiteit en voor het voorkomen van seksueel misbruik. Ik heb hier een mooi boekje van de organisatie Philadelphia over seksueel misbruik. In heel eenvoudig taalgebruik staat er: als iemand jou aanraakt en je wilt het niet, dan mag het niet. Niemand mag zomaar je borsten of billen aanraken of met een hand tussen je benen. Als iemand dat wel doet, moet je het vertellen.

Uit het onderzoek kun je niet afleiden wat het effect is van de inmiddels gevoerde acties en van een brochure als deze is. Daarom vraag ik om vervolgonderzoek, zodat we door verschillende onderzoeksresultaten kunnen zien of inspanningen effect hebben of niet. We moeten dus niet onderzoeken om het onderzoeken, maar willen wel vergelijkingsmateriaal verkrijgen. We moeten zien of de inspanningen ergens toe leiden.

Defence for Children meldt dat het opvallend is dat instellingen in de gehandicaptenzorg relatief weinig melding doen van seksueel misbruik. Uit het rapport blijkt echter dat het juist in deze instellingen relatief veel voorkomt. De ChristenUnie vindt het belangrijk dat de meldcode ook geldt voor de gehandicaptenzorg. Wel vragen wij ons af hoe ervoor gezorgd gaat worden dat er ook daadwerkelijk meldingen komen.

De staatssecretaris verwijst naar de brede aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. In de brief van 14 december mis ik echter een specifieke aanpak voor mensen met een beperking, terwijl het rapport waarover we het vandaag hebben juist een bewijs is voor de noodzaak van aparte aandacht voor verstandelijk gehandicapten.

Mevrouw Dille (PVV): Ik heb een vraag over de meldcode. Het is een gegeven dat er ontzettend weinig gemeld wordt, schrikbarend weinig. Is mevrouw Wiegman het niet met mij eens dat wij met een meldplicht in ieder geval de weging weghalen bij de professionals? Zakelijke aspecten zijn dan nooit meer van invloed op de overweging om wel of niet te melden.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Ik ben groot voorstander van een meldcode. Daarmee moeten wij aan de slag. De discussie over een meldplicht/meldcode is verschillende keren aan de orde geweest in de Kamer. De fractie van de ChristenUnie gaat voor een meldcode en wil alles op alles zetten zodat er ook echt gemeld wordt. Met een meldplicht is het niet automatisch geregeld. Met een meldcode kan in instellingen een cultuur ontstaan voor veilig melden door zorgverleners, zorgontvangers en familieleden. Op die manier moet het gaan functioneren.

Ik bespreek nog even de focus op mensen met een beperking in afhankelijkheidsrelaties. Er wordt gezegd dat die focus wordt meegenomen, maar is het ook mogelijk om gehandicapten alsnog expliciet bij de brede aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties te betrekken? Is het mogelijk dat een deskundige op het gebied van preventie en signalering van misbruik van kinderen en de hulpverlening daarbij, plaatsneemt in de door de minister van Veiligheid en Justitie en de staatssecretaris van VWS aangekondigde taskforce voor kindermishandeling? Graag hoor ik daarop een reactie.

Voor meer informatie zie ook www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari