Bijdrage Cynthia Ortega aan het algemeen overleg BES aangelegenheden met de minister van BZK en KR.

maandag 06 februari 2012 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Cynthia Ortega-Martijn als lid van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties met de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in een algemeen overleg met minister Spies van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Onderwerp:   BES aangelegenheden met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Kamerstuk:   33 000 – IV

Datum:           6 februari 2012

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie): Voorzitter. Ik begin met de motie van de fractieleden. We hebben een brief gekregen waarin min of meer staat dat die motie wordt uitgevoerd. Ik ga ervan uit dat het gaat om een eenmalig iets. Wat mijn fractie betreft blijft de toezegging van de voormalige minister overeind, namelijk die dat de Kamer periodiek op de hoogte zal worden gehouden van de voortgang van de transities op de verschillende beleidsterreinen.

Met betrekking tot artikel 209 van de WolBES over de consultatie ten aanzien van de voorbereiding van nieuwe wetgeving, vraag ik de minister op welke manier wij daaraan invulling gaan geven en welke afspraken wij daarover zullen maken. Ik stel een vraag over het extra bedrag van 3 mln. voor versterking van de bestuurlijke en de financiële administratie en het deel dat verstrekt is voor het wegwerken van achterstallig onderhoud. De plannen zouden op 15 december gereed zijn. Zijn die plannen er al? Zo ja, hoe zien die plannen eruit?

Er komt een haalbaarheidsonderzoek naar de Huisvestingswet BES. Wat zal dat onderzoek precies inhouden?

In de brief over de bejegening van frontoffice medewerkers staat dat dit inderdaad een aandachtspunt is. Ik breng in dit kader naar voren dat er een motie van mij is aangenomen over de taal, met name door de frontoffice medewerkers. Die motie heeft betrekking op een soort inburgering, op het feit dat mensen de taal moeten spreken om op een juiste manier met de bevolking om te kunnen gaan. Hoe staat het met de uitvoering van die motie?

Ik heb een aantal keren gevraagd om een tussenevaluatie van de nieuwe staatkundige structuur en dat doe ik nogmaals. Wat gebeurt er na vijf jaar? Mensen zeggen dat bepaalde regels en wetten niet bij de cultuur passen. Graag wil ik dat er een inventarisatie wordt gemaakt en dat er ruimte wordt gegeven, zodat mensen kunnen bijkomen van al die nieuwe wetten voordat er weer andere komen.

De vorige keer heb ik gevraagd naar de representativiteit en de validiteit van het belevingsonderzoek Caraïbisch Nederland. Ik heb iedereen op de eilanden gevraagd of hij geïnterviewd is en het blijkt dat er alleen bij mensen van de Rijksdienst Caraïbisch Nederland (RCN) een interview is afgenomen. Als dat het geval is, dan is het voor mij geen representatief onderzoek.

Mijn laatste punt is de benoeming van de griffier. Graag hoor ik van de minister hoe het is gesteld met de bekwaamheid van de toekomstige griffier.

Voor meer informatie zie ook www.tweedekamer.nl.

« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari