Bijdrage Cynthia Ortega aan het algemeen overleg UWV-onderwerpen.

woensdag 08 februari 2012 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Cynthia Ortega-Martijn als lid van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een algemeen overleg met minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Onderwerp:   UWV-onderwerpen

Kamerstuk:   26 448

Datum:            8 februari 2012

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie): Voorzitter. Na het drama met de startersregeling, dat zich in de afgelopen jaren heeft voltrokken, kunnen we nu de toekomst van die regeling weer bezien. De manier waarop UWV is omgegaan met de bezwaren van de tot fraudeur bestempelde mensen, heeft een smet geworpen op zowel UWV als de overheid. Volgens mijn fractie heeft het beeld van een betrouwbare overheid schade opgelopen door deze kwestie.

Onder grote druk van de Kamer en externe partijen kwamen UWV en de ambtsvoorganger van de minister in beweging. Zo stelde UWV de commissie-Vreeman in. Bijna de helft van de mensen die met hun klachten bij deze commissie aanklopten, kreeg geheel of gedeeltelijk gelijk. Dit was een eerste stap op de goede weg. Het was echter nog niet genoeg. Er was nog een motie van de Kamer nodig om de minister zo ver te krijgen dat afgewezen zaken nader werden bekeken. Dat leidde tot de instelling van de commissie-Asscher-Vonk. Meer dan de helft van de mensen kreeg alsnog gelijk via deze commissie. Een groot deel van de mensen was dus onterecht als fraudeur bestempeld. Hoe is over dit groot onrecht achteraf met deze mensen gecommuniceerd? Wat is trouwens de stand van zaken van de lopende strafzaken waarbij is gebleken dat er geen sprake was van fraude? Is bij de overgebleven zaken zonder enige twijfel sprake van fraude? Graag krijg ik daarop een reactie. Welke schade hebben de getroffen mensen ondertussen opgelopen, zowel in emotioneel als in financieel opzicht? Heeft de minister er zicht op hoeveel schade mensen hebben opgelopen doordat zij werden geconfronteerd met terugvorderingen? Ik wil graag dat de minister toezegt dat hij dit in beeld brengt. Zijn er in dit verband überhaupt schadeclaims ingediend?

De minister concludeert dat UWV heeft getoond in uitzonderlijke situaties te kunnen optreden bij onvolkomenheden. Deze conclusie is volgens mij misplaatst. De stappen werden pas gezet onder grote externe en politieke druk. Kan de minister garanderen dat UWV in de toekomst zelf genoeg initiatief neemt om fouten te herstellen?

In dit verband is van belang dat ook in het rapport van de Nationale ombudsman harde noten worden gekraakt over de houding van UWV. Ik verzoek de minister met klem om de motie-Klaver uit te voeren. De Nationale ombudsman merkt ook op dat persoonlijk contact de beste manier is om nauwgezet met de belangen van burgers om te gaan. De minister wil nu juist fors bezuinigen op het persoonlijk contact. Hoe blijft de kwaliteit van de dienstverlening voor de klanten dan gewaarborgd? Graag krijg ik hierop een reactie.

Goede persoonlijke contacten tussen jobcoaches en werkzoekenden zijn van groot belang om snel tot ander werk te komen. De minister herkent het beeld niet dat de jobcoaches slecht functioneren. Hij heeft daarin wel gelijk, want niet alle jobcoaches functioneren niet goed. Natuurlijk zijn er jobcoaches die zich met hart en ziel inzetten, maar wij ontvangen ook negatieve signalen over het functioneren van jobcoaches. Er zijn bijvoorbeeld coaches die zo weinig mogelijk tijd steken in hun werk. Tijdens werkbezoeken ben ik werkgevers tegengekomen die zeggen dat jobcoaches niet eens weten wat er precies op de werkvloer gebeurt, maar dat zij zich wel aan hun taakstelling moeten houden. Met de kwaliteit van de jobcoaches is het dus niet altijd even goed gesteld. Uiteraard geldt dit niet voor de meerderheid, maar er zijn jobcoaches die niet goed functioneren. Is de minister bereid om met UWV maatregelen te nemen om de kwaliteit van de jobcoaches beter te waarborgen? Wat is overigens de stand van zaken bij de pilot rond interne jobcoaches?

De nieuwe forfaitaire startersregeling oogt sympathiek. Ik heb echter mijn bedenkingen. De minister stelt dat de uitkeringsgerechtigde voor de WW een keuze kan maken. Hij kan ervoor kiezen om gebruik te maken van de startersregeling, maar hij kan ook kiezen voor de gebruikelijke urenverrekeningssystematiek. Volgens de minister hoort bij ondernemerschap ook het nagaan welke inkomsten men uit de onderneming verwacht en welke regeling hierbij het beste past. Dat ben ik met hem eens. Als je een bedrijf begint, moet er sprake zijn van ondernemerschap. Toch wordt op deze manier van mensen gevraagd om als het ware in een glazen bol te kijken. Volgens mijn fractie kan een inzet op een uitgestelde definitieve keuze ertoe leiden dat men een verantwoorde keuze kan maken. Dat uitstel zou bijvoorbeeld twee maanden kunnen belopen. Dit zou betekenen dat de WW-uitkeringsgerechtigde in totaal acht maanden vanuit een uitkeringssituatie bezig is met zijn bedrijf. Wij stellen dus voor om mensen twee maanden de tijd te geven voordat zij een definitieve keuze moeten maken. Ik hoor graag een reactie van de minister op dit voorstel.

Eigenlijk hebben mensen minstens twaalf maanden nodig om een reëel beeld te vormen van de levensvatbaarheid van een bedrijf. Uit de antwoorden van de minister blijkt dat hij het daarmee niet eens is. Willen mensen een goede inschatting kunnen maken, dan moet er sprake zijn van een soort haalbaarheidsonderzoek. Is de minister bereid om deze mensen te steunen bij het doen van dat onderzoek?

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.


« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari