Inbreng Cynthia Ortega mbt wijziging Grondwet tbv constitutionele basis openbare lichamen BES.

donderdag 08 maart 2012 00:00

Inbreng verslag (wetsvoorstel) van ChristenUnie Tweede Kamerlid Cynthia Ortega Martijn inzake Verklaringwet tot wijziging van de Grondwet ten behoeve van de constitutionele basis van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Onderwerp:   Verklaringwet tot wijziging van de Grondwet ten behoeve van de constitutionele basis van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Kamerstuk:   33 131

Datum:            8 maart 2012

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben met verbazing kennisgenomen van het onderhavig voorstel tot wijziging van de grondwet. Deze leden hebben hierover een aantal vragen.

De leden van de fractie van de ChristenUnie verzoeken de regering uiteen te zetten of haar inhoudelijke argumenten, die ten grondslag lagen aan de overtuiging dat er geen directe noodzaak was tot het wijzigen van de grondwet, teniet zijn gedaan door de aangenomen motie van de Tweede Kamer 1). Deze leden vragen de regering voorts duidelijk te maken of er inhoudelijke afwegingen zijn, anders dan de bovengenoemde aangenomen motie, om het onderhavig wetsvoorstel voor te leggen aan de Tweede Kamer.

De leden van de fractie van de ChristenUnie-fractie vragen de regering duidelijkheid te verschaffen over de vraag die leeft bij veel inwoners van Bonaire, Saba en Sint Eustatius of zij, na de voorgestelde grondwettelijke inbedding, nog vrij zijn om zelf de staatkundige positie te bepalen. Deze leden vragen zich onder andere af of dit mogelijk is zonder grondwetswijziging. Deze leden vragen zich voorts af of de voorgestelde wijziging tot grondwet daarmee niet vooruit loopt op de nog te houden evaluatie.

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen de regering aan te geven of, en zo ja, hoe, de keuze om openbare lichamen in vergaande mate gelijk te stellen aan gemeenten indruist tegen de afspraken gemaakt in de slotverklaring 2) daar dit vooruitloopt op een nog te kiezen eindmodel. In dit verband vragen deze leden de regering ook duidelijk te maken in hoeverre dit vooruit loopt op de nog te houden evaluatie. Deze leden vragen de regering helder uiteen te zetten of de keuze om Bonaire, Sint Eustatius en Saba aan te merken als openbaar lichaam conform Artikel 134 Grondwet juridisch onzorgvuldig is daar dit artikel niet is geschreven met het oog op territoriale openbare lichamen met een algemene bestuursopdracht.

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen zich af waarom het onderhavig voorstel tot wijziging van de grondwet geen melding maakt van de WOLBES gezien de unieke status van de eilanden in vergelijking tot het Europees deel van Nederland.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering waarom zij, in afwijking van de Raad van State, toch de bevoegdheid om te differentiëren afhankelijk maakt van de staatkundige status van de eilanden. Deze leden vragen zich in het bijzonder af of hiermee niet vooruit wordt gelopen op de nog te houden evaluatie.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering een nadere motivering voor het besluit om een permanente differentiatieclausule in de Grondwet op te nemen en niet te volstaan met een summiere mededeling dat Bonaire, Sint Eustatius en Bonaire wezenlijk verschillen van het Europees deel van Nederland. Voorts vragen deze leden de regering helder uit een te zetten volgens welk toetsingskader men tot afwijkende regels kan komen. Deze leden vragen de regering bovendien hoe dit toetsingskader zich verhoudt tot Artikel 1 Grondwet en het EVRM.

In het kader van het belang van een vertrouwensband tussen de BES-eilanden en het Europees deel van Nederland, vragen de leden van de ChristenUnie-fractie de regering inzichtelijk te maken waarom zij ervoor kiest om geen verwijzing op te nemen naar de culturele omstandigheden als mogelijke differentiatiegrond. Deze leden vragen voorts de regering kenbaar te maken of zij met de Raad van State vinden dat culturele omstandigheden een belangrijke grond vormen voor differentiatie.

De leden van de ChristenUnie-fractie verzoeken de regering tevens een nadere onderbouwing te geven waarom zij niet wil aangeven in de beoogde evaluatie de wetgeving te willen toetsen aan het gelijkheidsbeginsel. Deze leden vragen de regering in deze nadere onderbouwing ook in te gaan op de mogelijke versterking van de vertrouwensband tussen het Europees deel van Nederland en de openbare lichamen.

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen de regering een onderbouwing te geven op de principiële bezwaren van de Raad van State met betrekking tot de ongelijke behandeling die voortvloeit uit de stellingname dat niet-Nederlanders niet mogen deelnemen aan de verkiezingen van de eilandraden en daarmee geen actief kiesrecht kunnen uitoefenen. Deze leden vragen de regering in haar beantwoording ook in te gaan op de vraag hoe deze rechtsongelijkheid zich verhoudt tot artikel 1 Grondwet, artikel 14 EVRM, artikel 1, eerste lid, van het Twaalfde Protocol bij het EVRM, artikel 26 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, en het kiesrecht, neergelegd in artikel 3 van het Eerste Protocol bij het EVRM.  Voorts vragen deze leden of er serieuze alternatieven zijn onderzocht waarin er gekozen wordt voor een alternatief kiesstelsel van de Eerste Kamer en, indien dat het geval is, aan te geven welke alternatieven dit zijn.

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen de regering een onderbouwing te geven op de principiële bezwaren van de Raad van State met betrekking tot de ongelijke behandeling die voortvloeit uit de stellingname dat niet-Nederlanders niet mogen deelnemen aan de verkiezingen van de eilandraden en daarmee geen passief kiesrecht kunnen uitoefenen. Deze leden vragen de regering in haar beantwoording ook in te gaan op de vraag hoe deze rechtsongelijkheid zich verhoudt tot artikel 1 Grondwet, artikel 14 EVRM, artikel 1, eerste lid, van het Twaalfde Protocol bij het EVRM, artikel 26 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, en het kiesrecht, neergelegd in artikel 3 van het Eerste Protocol bij het EVRM.  Voorts vragen deze leden of er serieuze alternatieven zijn onderzocht waarin er gekozen wordt voor een alternatief kiesstelsel van de Eerste Kamer en, indien dat het geval is, aan te geven welke alternatieven dit zijn.

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen de regering tevens nader in te gaan op het consultatieproces en daarmee de inhoud van het commentaar van de eilandsbesturen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba daar de regering hier verder niet over uitwijdt. Voorts vragen deze leden de regering inzichtelijk te maken of deze consultatie voldoet aan de norm van Artikel 209 WOLBES.

De leden van de fractie van de ChristenUnie verzoeken de regering helder uit een te zetten waarom het meer in de rede ligt bepalingen over het gebruik van de taal in een ander wetsvoorstel te willen regelen terwijl de mogelijkheid bestond om dit op te nemen in het onderhavige wetsvoorstel.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.


1) Kamerstukken II 2009/10, 32 123 IV, nr. 12 (motie Remkes c.s., aangenomen op 8 december 2009).

2) Slotverklaring van de Miniconferentie over de toekomstige staatkundige positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 10 en 11 oktober 2006, Den Haag.


« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari