Inbreng Cynthia Ortega inzake Wetsvoorstel centrale eindtoets en leerling- en onderwijsvolgsysteem.

dinsdag 13 maart 2012 00:00

Inbreng verslag (wetsvoorstel) van ChristenUnie Tweede Kamerlid Cynthia Ortega-Martijn inzake Wetsvoorstel inzake centrale eindtoets en leerling- en onderwijsvolgsysteem primair onderwijs.

Onderwerp:   Wetsvoorstel inzake centrale eindtoets en leerling- en onderwijsvolgsysteem primair onderwijs

Kamerstuk:   33 157

Datum:            13 maart 2012

De leden van de fractie van de ChristenUnie hebben met onvrede kennisgenomen van het wetsvoorstel inzake centrale eindtoets en leerling- en onderwijsvolgsysteem primair onderwijs. Ten eerste vinden deze leden dat het onderwijs de vrijheid heeft om zelf de ontwikkeling van leerlingen te meten en dat het onderwijs deze taak prima vervult. Ten tweede is de Cito-toets een te beperkte methode om de ontwikkeling van kinderen en de kwaliteit van het onderwijs te meten, het dient hooguit als hulpmiddel. Ten derde werkt een te grote nadruk op toetsing perverse effecten in de hand, zoals het trainen voor toetsmomenten in plaats van het vergaren van kennis en het bevorderen van een afrekencultuur in het onderwijs, zeker wanneer de Inspectie de gegevens uit de centrale toetsing en het leerlingvolgsysteem als maatgevend beschouwt. Bovendien leidt wettelijke verankering van centrale toetsing tot een nog groter belang van de Cito-toets als selectie-instrument voor het voortgezet onderwijs, terwijl het juist belangrijk is om een totaalbeeld van een leerling te vormen.

De leden van de fractie van de ChristenUnie constateren dat 85% van de basisscholen de Cito-toets hanteert in groep 8. De overige 15% van de basisscholen heeft een andere eindtoets naar eigen keuze. Is de regering van mening dat deze 15% van de basisscholen niet goed functioneert?

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen waarom voorliggende wetgeving wordt voorgesteld, terwijl het juist nodig is om meer vrijheid aan het onderwijs te geven en te zorgen voor minder regeldruk. Past het niet juist bij de vrijheid van onderwijs om het aan professionals in het onderwijsveld over te laten op welke manier ontwikkeling van leerlingen wordt getoetst en op welk moment? Waarom kiest de regering voor de introductie van meer regels in het onderwijs? Hoe past deze wet in de doelstelling om de regeldruk in het onderwijs te verminderen, terwijl er tien pagina’s nieuwe regels worden geïntroduceerd?

De leden van de fractie van de ChristenUnie begrijpen de overwegingen om toetsmomenten te verschuiven naar een later moment in het schooljaar, maar vragen waarom deze overweging niet aan scholen zelf wordt overgelaten. Is hier niet meer flexibiliteit nodig voor scholen? Is het voor de doorstroom van leerlingen nodig om voor 1 mei de toetsresultaten te hebben, aangezien anders problemen kunnen ontstaan voor de toelatingsprocedure van het voortgezet onderwijs?

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen de regering of door middel van deze wet niet een te eenzijdige focus ontstaat op toetsresultaten. Genoemde leden constateren nu al dat de Inspectie een grote nadruk legt op cijfers en resultaten, wat strategisch gedrag van scholen tot gevolg heeft. Leidt een te grote nadruk op eindtoetsen en resultaten niet tot verschraling van het onderwijsaanbod, omdat scholen vooral aandacht besteden aan bepaalde hoofdvakken en zelfs andere vakken uit het onderwijsaanbod schrappen? Biedt een eindtoets niet een te beperkt beeld van de ontwikkeling van een leerling en de kwaliteit van een school en is het niet slechts een hulpmiddel? Hoe wil de regering voorkomen dat leerlingen in groep 7 en 8 vooral bezig zijn met toetsgericht werken? Wat vindt de regering van de tendens dat steeds vaker ‘Cito-trainers’ worden ingehuurd om kinderen klaar te stomen voor toetsen?

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen naar de betrouwbaarheid en wenselijkheid van begintoetsen bij jonge kinderen. Leidt het toetsen van jonge kinderen tot een betrouwbaar beeld van de ontwikkeling? Leidt het meten van de voortgang tussen begin- en eindtoets altijd tot een betrouwbaar resultaat? Richt de regering zich met het volgen van de voortgang vooral op het individu of ook op de toegevoegde waarde van de school?

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen naar de noodzaak van verplichtstelling van een leerlingvolgsysteem. Vrijwel alle scholen hanteren een leerlingvolgsysteem en hebben een eigen werkwijze ontwikkeld. Vindt de regering ook dat het aan scholen zelf is op welke manier het leerlingvolgsysteem wordt ingezet? Is de regering het met genoemde leden eens dat toetsing en het leerlingvolgsysteem ten dienste staat van de ontwikkeling van de leerling en niet ten dienste staat van schoolresultaten en controle door de Inspectie?

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen of toelating van een leerling naar verwachting meer wordt bepaald door de centrale eindtoets of het leerlingvolgsysteem. Genoemde leden zijn van mening dat het leerlingvolgsysteem een completer en betrouwbaarder beeld geeft van de ontwikkeling van de leerling dan de momentopname door een toets. Wordt op dit moment niet juist teveel waarde gehecht aan de Cito-score als toelatingscriterium voor het voortgezet onderwijs? Hoe wil de regering bovendien voorkomen dat scholen door de Inspectie en door vergelijkingen van eindcijfers op websites worden afgerekend op toetsresultaten?

De leden van de fractie van de ChristenUnie wijzen op de grote nadruk op toetsing door deze wet en vragen of de regering hiermee niet in de hand werkt dat de Cito-toets als het belangrijkste selectie-instrument wordt gehanteerd. Wat zijn de gevolgen voor kinderen die niet goed in taal of rekenen zijn, maar wel goed met hun handen kunnen werken? Geeft een toetsuitslag een eerlijk beeld over een leerling, terwijl slechts op een beperkt aantal vakken wordt getoetst? Wordt er niet teveel waarde gehecht aan de score op een beperkt aantal theoretische vakken?

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen naar de invloed van het toetsen op een beperkt aantal vakken voor de doorstroom naar het vakonderwijs. Geeft deze centrale toets niet een te beperkt beeld over de diversiteit in vaardigheden van leerlingen? Leidt een dergelijke toets niet tot een grotere tweedeling onder leerlingen, tussen theoretisch gerichte en praktijkgerichte leerlingen?

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen of is meegewogen dat scholen die geïnvesteerd hebben in een eigen (gezamenlijk) toetsinstrument deze toetsen niet meer kunnen gebruiken. Heeft de regering de investering van deze scholen meegewogen? Is het invoeringstraject van deze wetgeving niet te kort om scholen zich te laten voorbereiden?

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen nadere toelichting op de opmerking dat het wetsvoorstel niet zal leiden tot een verhoging van de administratieve lasten. Juist de scholen die op eigen initiatief al succesvol werken met eigen toets- en volgsystemen, zullen een forse omslag moeten maken. Zij vragen voor deze groep scholen in kaart te brengen met welke administratieve lasten zij te maken krijgen.

De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen naar de administratieve belasting van scholen om toetsgegevens handmatig te melden aan BRON.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

 

 


« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari