Bijdrage Esmé Wiegman aan het verzamel algemeen overleg Energie.

donderdag 09 februari 2012 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink in een algemeen overleg met viceminister-president, minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Onderwerp:   Verzamel algemeen overleg Energie

Kamerstuk:   32 849

Datum:            9 februari 2012

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Voorzitter. Ik wil beginnen met stil te staan bij de vergunning voor de nieuwe kerncentrale. De ChristenUnie is blij dat Delta en RWE tot uitstel hebben besloten. Een van de redenen is een stijgend aanbod van energie in Nederland. Die trend constateren wij al langere tijd. Dat is voor de ChristenUnie een van de redenen geweest om niet in te stemmen met een nieuwe kerncentrale en vooral in te willen zetten op hernieuwbare energie. Kortom, een focus op omvorming van energieproductie in plaats van op productietoename. Delta constateert overigens ook dat er onvoldoende zekerheid is over de ontwikkeling van de CO2-prijzen. Met andere woorden, het emissiehandelssysteem ontmoedigt opwekking van kolenstroom blijkbaar niet genoeg. Wanneer gaat dat emissiehandelssysteem als instrument ook echt werken? Ik maak mij echter ook zorgen, want als het emissiehandelssysteem echt gaat werken, komen heel veel rechten vrij, wat de kosten voor duurzame energie vrij hoog kan houden. Ik hoor hier graag meer over van de minister.

De vraag is of het kabinet nu nog tijd en moeite moet steken in een energiemix inclusief kernenergie, terwijl investeerders dit niet zien zitten. Wat de ChristenUnie betreft niet. De ruim 40 mln. die in de begroting is gereserveerd, kan beter gestoken worden in een thuismarkt voor duurzame energie. Dat levert hernieuwbare energie en werkgelegenheid voor met name het mkb op. Dat lijkt me mooier dan dat we allerlei mensen nog steeds aan het werk houden met kernenergie. De minister zet de lijn van kernenergie door, terwijl de ChristenUnie liever kiest voor een heel andere energiemix: duurzame energie, decentraal en wind op zee, met gas als back-up. Maar als we daarop inzetten, vraagt dat ook om een goede voorbereiding van een flexibel energienet dat inspeelt op schommelingen in windenergie en stroom uit gascentrales, want dat is nogal heftig.

Het aandeel hernieuwbare energie is afgenomen van 4,1% naar 3,7%. Dit wordt mede veroorzaakt door toegenomen groei van productie. Dat is echter niet relevant. Sterker nog, als de economie weer aantrekt, zou de groei van hernieuwbare energie nog sterker moeten worden. We moeten immers in 2020 op 14% zitten. De ChristenUnie vraagt zich bezorgd af hoe we de 14% wél gaan halen.

Dan de uitvoering van de motie-Van der Werf/Wiegman over decentrale energie, vandaag al vele malen genoemd. Goed dat de minister ermee aan de slag gaat en inventariseert hoe saldering en SDE uitwerken en wat wordt gemist. Mijn vraag is wel of de focus van deze inventarisatie ligt op duurzaam decentraal. Het woord "duurzaam" las ik namelijk niet in het korte briefje van de minister terug. Ik verwijs in het bijzonder naar de recente voorzet voor terms of reference rondom zelflevering van vele deelnemers, zoals Natuur en Milieu, LTO en FME. Mij lijkt dit document een goede voorzet voor een gesprek. Ik hoop dat de minister dit ook zo ziet en dat het document voor de minister niet iets is om maar wat lukraak in te grasduinen.

Eerder heeft de ChristenUnie in een notitie over lokale energie gepleit voor ruimere salderingsmogelijkheden, bijvoorbeeld te beginnen met het uitzonderen van zelfopgewekte en gebruikte energie van energiebelasting. De ChristenUnie vindt met name van belang dat alle inverdieneffecten worden meegewogen. Bij saldering gaat het niet alleen om misgelopen energiebelasting, maar ook om toenemende btw-inkomsten en extra werkgelegenheid. Ik krijg graag een toezegging van de minister.

Daarnaast vraag ik de minister naar de link tussen topsectorenbeleid, SDE-plus en leveranciersverplichting. Zitten mkb-bedrijven in decentrale energie voldoende ingebed in de topsector energie? Is de minister het met mij eens dat maatschappelijk draagvlak voor de topsector energie juist te bereiken is via participatie van burgers in zelfopwekking, die mooie combinatie van burgerschap en bedrijvigheid? Dat lijkt mij ook in het belang van de thuismarkt. Ik zie voor het creëren van draagvlak ook een belangrijke taak voor energiebedrijven. Wil de minister in gesprek gaan met energiebedrijven om, bijvoorbeeld in navolging van Greenchoice en E.ON, het potentieel voor zelfopwekking onder klanten te onderzoeken?

Tot slot heb ik nog een vraag over de aanpassing van de basisbedragen van de vergisters. In december heb ik net zoals CDA en SGP gevraagd naar de warmtevergoeding voor MEP-vergisters. Het overleg met onder meer LTO, KEMA en ECN heeft plaatsgevonden en het basisbedrag is aangepast, maar er is ook bijstelling van het aantal vollasturen van 7000 naar 4000. Per kilowattuur wordt 1,5 cent gegeven in plaats van de 2,5 cent tot 3 cent die nodig lijkt te zijn voor een sluitende exploitatie. Waar komt die verschuiving in vollasturen vandaan? Mag worden verwacht van ondernemers dat zij met dit basisbedrag daadwerkelijk rendabel een vergistingsinstallatie kunnen bouwen? Gaat er daadwerkelijk gebouwd worden? Ik ben heel benieuwd naar het antwoord. Ik ben bang dat er een situatie ontstaat zoals onlangs met staatssecretaris Bleker, die blij aan boeren meldde dat vervroegd mest uitgereden kon worden, een mededeling die kwam op de dag dat de vorst inzette en er dus niets uitgereden kon worden. Met zo'n worst die voorgehouden wordt, hebben we niet zo veel. Wij willen daadwerkelijk actie op dit terrein.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.


« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari