Bijdrage Esmé Wiegman aan het algemeen overleg Zorglandschap.

woensdag 15 februari 2012 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink als lid van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan een algemeen overleg met minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Onderwerp:   Zorglandschap

Kamerstuk:   32 620

Datum:            15 februari 2012

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Voorzitter. Bij het woord "landschap" komen bij mij associaties naar boven die ook met mijn natuurportefeuille te maken hebben, met een mooi Nederland. Wat valt er zo te waarderen aan het Hollandse landschap? Ik denk dat veel mensen zullen antwoorden: dat heeft te maken met de openheid, de toegankelijkheid en de diversiteit van het landschap. Voor de ChristenUnie zijn deze waarden ook van belang voor ons zorglandschap.

Ik heb allerlei brieven van de minister gelezen ter voorbereiding op dit AO. In veel opzichten is de ChristenUnie het eens met de regering. Het landschap dat wordt geschetst, staat de ChristenUnie wel aan. Denk bijvoorbeeld aan het verhaal over zorg in de buurt, een goed verhaal. Maar bij dat verhaal passen ook realistische budgetten. Tariefkortingen op de eerstelijnszorg, zoals voor huisartsen en verloskundigen, staan daar echt haaks op. Verder heb ik bij veel mooie verhalen, het geschetste landschap, steeds de vraag wie nu precies waarvoor verantwoordelijk is en welke verantwoordelijkheid de minister op zich neemt.

Bij een mooi zorglandschap hoort ook een centrale plek voor preventie en het behalen van gezondheidswinst. Net als in het natuurlijk landschap zullen barrières uit de weg moeten worden geruimd. Weg met de schotten tussen de stelsels. We hebben veel input gekregen, evenals een goede brief ter voorbereiding op dit AO. Een citaat dat mij in het bijzonder aansprak, is het volgende: het is van groot belang om de gezondheidszorg als geheel in beschouwing te nemen: ingrijpen in de eerste lijn heeft immers consequenties voor de zorg die elders wordt geleverd en vice versa. Daarom moet er een gelijk speelveld komen voor de bekostiging van de eerste en de tweede lijn. De ChristenUnie wil echt dit jaar die substitutie-effecten zichtbaar krijgen. Dubbel gedeclareerde ketenzorgverrichtingen moeten zo snel mogelijk passé zijn. Wat is de inzet van de minister hierop?

Er zijn allerlei goede rapporten verschenen met waardevolle adviezen. Die bieden veel stof tot nadenken. Maar de ChristenUnie wil op korte termijn geen compleet nieuw financieringssysteem. Als we bijvoorbeeld het advies "zorg dichtbij als het kan en verder weg als het moet" nemen, zeg ik: terecht is er aandacht voor de vorming van stads- en regiomaatschappen en voor het streven om de medisch specialistische zorg onderdeel van de integrale bekostiging te laten zijn. Vanaf 2015 zijn niet alleen productie en personeel, maar ook kapitaallasten en honoraria van medisch specialisten onderdeel van de prijs van de zorg. Ik constateer dat dit al grote spanningen op de interne verhoudingen zet. Hoe voorkomt de minister perverse prikkels als het om deze ontwikkeling gaat?

De verschillende rapporten geven naast een toekomstvisie ook een goed overzicht van allerlei maatregelen die nu al in gang zijn gezet. Dat zijn er nogal wat. Wat de ChristenUnie echter regelmatig mist in de brieven en de rapporten, is de rol voor de patiëntenorganisaties. Juist die betrokkenheid zien we als belangrijke voorwaarde voor het vormgeven van een regionaal zorglandschap. Simpelweg zou dit ook kunnen door het transparanter worden van informatievoorzieningen. Wat ons betreft, zou het DBC-informatiesysteem bijvoorbeeld ook benut kunnen worden door en transparant gemaakt kunnen worden voor patiënten.

Mijn fractie is blij dat het advies van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg om de spoedeisende hulpfunctie van ziekenhuizen onder de werking van de Wet op bijzondere medische verrichtingen te brengen, niet wordt overgenomen.

Maar dan de concentratie en spreiding. De ChristenUnie vraagt een sterkere regierol van de minister. Ik was blij verrast toen in de vorige periode minister Klink het begrip "systeemziekenhuis" introduceerde naar aanleiding van het debat over de ziekenhuizen in Lelystad. Als ik de brief lees over de invulling van de basiszorg, heb ik het idee dat de minister ook goed weet waarover zij het heeft. Maar laat de minister vandaag maar eens uitleggen waarom zich toch steeds weer conflicten voordoen. Vandaag komt heel concreet aan de orde de situatie in De Sionsberg maar ook die van het ziekenhuis in Meppel. Ik ben zelf afgelopen vrijdag in Meppel geweest. Daar constateerde ik dat met het vertrek van de verloskunde ook de kinderafdeling dreigt te worden meegezogen. Je kunt je afvragen wat dat voor de toekomst van dit ziekenhuis gaat betekenen. Natuurlijk kan ik mij van alles voorstellen bij de afwegingen die een ziekenhuisbestuur maakt, bijvoorbeeld als het gaat om de simpele vraag "hoe krijgen we voldoende gynaecologen op deze locatie?". Maar dat weegt toch niet op tegen de grote vraag wat dit betekent voor het behoud van verloskundige zorg en de benodigde ambulancecapaciteit, waarbij je jezelf ook nog kunt afvragen of met een extra ambulancepost vrouwen uit de wijde omgeving snel genoeg in het ziekenhuis kunnen zijn om te bevallen. De ChristenUnie pleit er daarom voor om spoedzorg in de regio zelf in te vullen. Dan kunnen ziekenhuizen zelfstandig functioneren in een samenwerkingsverband, maar blijven cultuur en identiteit behouden. Voor mijn fractie staat voorop dat we moeten zoeken naar een juiste balans en een menselijke maat als het gaat om concentratie en spreiding.

We zijn allemaal heel enthousiast over de gerichte inzet van wijkverpleegkundigen. Maar ook daar weer de vraag: wie voert de regie over de zorg in de buurt? Hoe voorkomen we dat een doktersassistent het werk van de buurtzorgverpleegkundige over gaat doen? Welke oplossingen worden er gezocht voor de knelpunten op het gebied van financiering?

De ChristenUnie is niet enthousiast over winstuitkeringen in de ziekenhuiszorg. Laten we eerst maar eens de vraag beantwoorden "van wie is het ziekenhuis?", voordat we het financiële lot van ziekenhuizen gaan leggen in handen van allerlei kapitaalverschaffers.

Tot slot een onderwerp dat mij enorm bezighoudt. Hoe zorgen we er met elkaar voor dat we de juiste prioriteiten stellen in de zorg, dat we oog houden voor kleine groepen kwetsbare mensen en dat we ons vooral richten op medisch zinvolle zorg? Dat illustreer ik aan de hand van een voorbeeld. Toen ik op een congres van de BOSK was, met ouders van kinderen met een open ruggetje, schrok ik van de berichten dat het aantal spina bifidateams werd teruggebracht omdat er steeds minder kinderen met een open ruggetje worden geboren, als gevolg ook van de introductie van de 20 wekenecho. Wat zie je vervolgens? Voor ziekenhuizen is het niet interessant meer om te investeren in onderzoek en behandeling om de kwaliteit van leven te verbeteren voor een slinkende doelgroep van mensen met spina bifida. Wie gaat hier de bakens verzetten? Wie gaat er opkomen voor deze mensen, zodat het toch interessant wordt om in deze mensen te investeren? Hoe zorgen we er ook voor dat we veel eerder in beeld hebben wat de implicaties zijn van besluiten die we nemen en dat we daar ook op reflecteren en goed evalueren wat er is gebeurd? En hoe kunnen we het veranderen in plaats van dat we het allemaal maar laten gebeuren?

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

 


« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari