Bijdrage Arie Slob aan plenair debat over informatievoorziening aan Kamer over de Olympische Spelen

dinsdag 27 maart 2012 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Fractievoorzitter Arie Slob in een plenair debat met minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Onderwerp:   Debat over de informatievoorziening aan de Kamer over de Olympische Spelen

Kamerstuk:   30 234

Datum:            27 maart 2012

De heer Slob (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik vervang onze normale woordvoerder sport, mevrouw Wiegman, die een ander overleg in de Kamer heeft, waar ze bij moet zijn. Ik ben zo sportief geweest om in te vallen bij -- dat moet gezegd -- een bijzonder onderwerp.

Zowel in de brief van 10 november vorig jaar als in de brief van 23 maart presenteert de minister zich als een warm pleitbezorgster voor een gezonde leefstijl en een sportieve samenleving. Dat zijn zaken die ook de ChristenUnie aanspreken, dus wij vinden elkaar daar. Het is een goede inzet, maar als je dit soort begrippen gebruikt, komt het natuurlijk uiteindelijk aan op de concrete invulling ervan.

Over die concrete invulling is vaker debat gevoerd. Hierbij speelt de vraag of die inzet voor een gezonde leefstijl en een sportieve samenleving moet worden verbonden aan een poging om de Olympische Spelen van 2028 hiernaartoe te halen, of daarnaar toe te werken. Mijn fractie is daar al open over geweest en heeft dit ook al bij de begrotingsbehandeling gezegd: wij vinden dat die zaken niet direct hoeven samen te gaan, dat je op een bepaald moment prioriteiten moet stellen. Dat was voor ons ook de reden om bij de begrotingsbehandeling een amendement in te dienen om het bedrag dat daarvoor in de begroting was gereserveerd, beschikbaar te stellen voor andere, in onze ogen belangrijkere prioriteiten. Dat amendement heeft het niet gehaald.

In de loop van de maanden is de situatie op economisch terrein verder verslechterd. Wij hebben kennisgenomen van de wijze waarop een land als Italië hierop heeft gereageerd: dat werd nog meer gedwongen om prioriteiten te stellen. Met voortschrijdend inzicht en de kennis van de situatie van nu zou ook Nederland dat moeten doen. Dat zou betekenen dat we stoppen met nog meer geld beschikbaar te stellen om de Olympische Spelen naar Nederland te halen, althans uit de begroting van de rijksoverheid. In de discussie over het bidboek voor het WK hebben we geleerd dat het ontzettend nauw luistert; de heer Van Dekken refereerde daar ook aan. We zijn erg geneigd om ons snel rijk te rekenen, en het is ongelooflijk belangrijk dat er heel eenduidig en helder wordt gecommuniceerd over bepaalde aannames, verwachtingen en onzekerheden. Daar moet over gesproken worden.

Toen de minister nog maar net minister was, zei zij in reactie op het evaluatierapport dat ook zij openheid van zaken ontzettend belangrijk vindt en dat, als bepaalde zaken op een bepaald moment niet zijn gemeld, deze zo snel mogelijk naar de Kamer moeten worden gestuurd zodat de Kamer er kennis van kan nemen. Dat is een goede houding, maar ik vraag de minister hoe die uitspraak zich verhoudt met de heel schimmige gang van zaken rond de communicatie over de 8 mld., met als hoogtepunt -- of liever: dieptepunt -- dat Financiën heel nadrukkelijk zei dat dit moest worden gecommuniceerd, terwijl ergens in VWS -- en niet zomaar ergens, want het was de hoogste ambtenaar -- werd gezegd dat we dat beter niet konden doen, omdat daarmee het draagvlak voor het binnenhalen van de Olympische Spelen in gevaar zou komen.

Dit is een ernstige zaak. Wij bieden de minister uiteraard de gelegenheid om zich hierover te verantwoorden in de Kamer. Ik kan vertellen dat we haar antwoord hard nodig zullen hebben om in tweede termijn tot een afweging te kunnen komen.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.


« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari