Wij solidair? Dan de overheid ook

zaterdag 25 maart 2006 09:45

,,Wie heeft er nog tijd om de buurvrouw naar het ziekenhuis rijden, als het kabinet wil dat man en vrouw allebei werken?’’
,,Zorg ervoor dat werkgevers echt bereid zijn om oudere mensen aan te nemen. Dat is pas echt een stuk solidariteit’’

Nieuwe solidariteit is het buzzword van het huidige kabinet. Het is niet meer de overheid die voor je natje en je droogje zorgt. Met nieuwe wetgeving als de WMO en de WIA is de samenleving aan zet. Maar volgens Tineke Huizinga – Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie – spreekt de overheid zichzelf tegen. Want met het huidige beleid is daadwerkelijk solidair zijn wel érg lastig.

Bas Popkema

Ze moet bijna lachen als ze termen voorbij hoort komen. Solidariteit, participatie, decentralisatie, arbeidsgéschikt – het zijn de toverwoorden van het kabinet-Balkenende II. Maar wat betekenen ze eigenlijk? Het is helder dat de burger – veel meer dan vroeger – inzet zal moeten tonen voor de maatschappij. ‘Meedoen’ noemt premier Balkenende het, en Tineke Huizinga ziet goede kanten aan deze visie. “Ik hoor mensen zeggen: ‘Dat is toch ook onze plicht, we moeten elkaar toch helpen, als christenen willen we dat ook, zorg voor elkaar?’ En dat is ook zo. Als daar meer ruimte voor komt en als Balkenende daar meer nadruk op legt, dan is dat positief.” Tegelijkertijd heeft ze grote vragen. De theorie mag mooi klinken, de praktijk is volgens Huizinga weerbarstiger.

De visie van Balkenende voor een nieuwe solidariteit klinkt volop christelijk-sociaal. Is dit ook wat de ChristenUnie onder die term verstaat?
“Wat opvalt, is dat Balkenende wel heel veel spreekt over eigen verantwoordelijkheid. Wij willen het liever hebben over verantwoordelijkheid voor de ander. Dat is een duidelijk accentverschil. En het blijft zo dat het in deze maatschappij lang niet altijd lukt om die verantwoordelijkheid voor elkaar te nemen. Dan mag het niet zo zijn dat de verantwoordelijkheid van de overheid verdwenen is en dat je het zelf maar moet oplossen.”

Is de keuze voor dit beleid volgens u uiteindelijk ideologisch bepaald of vooral financieel? De verzorgingsstaat was niet meer te betalen.
“Het gaat hier natuurlijk om pure bezuinigingsmaatregelen. Dat de rijksoverheid verantwoordelijkheden overdraagt aan de lokale overheid is allemaal heel mooi, en er worden etiketjes als ‘decentralisatie’ en meer van dergelijke schitterende woorden opgeplakt. Maar het is ook een bezuinigingsmaatregel. Wat ik ook merkwaardig vind aan die nieuwe solidariteit: de zorg voor elkaar en dat elkaar bijstaan is heel mooi, maar tegelijkertijd heeft het kabinet als adagium dat man en vrouw beide een betaalde baan moeten hebben. Als je dat ook wilt stimuleren, dan wordt het wel heel moeilijk om die zorg vorm te geven. Want wie moet de buurvrouw dan naar het ziekenhuis rijden? Wie heeft ruimte om dit nog naast zijn werk te doen? Die zaken spreken elkaar tegen, en dat vind ik moeilijk te begrijpen.”

Straf
Een deel van dit beleid is inmiddels praktijk: de nieuwe Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA, de opvolger van de WAO) en de Wet Werk en Bijstand zijn in werking getreden. Hoe krijgt de solidariteit vorm in deze wetgeving?
“Minister De Geus zegt: ‘We moeten niet kijken naar wat mensen niet kunnen, we moeten kijken naar wat mensen wel kunnen.’ Dat is een mooie en een christelijke gedachte: laat iedereen tot zijn recht komen en zorg dat er voor iedereen een plek is waar hij kan werken, waar hij zijn eigen brood kan verdienen. Maar tegelijkertijd is de vormgeving van de WIA zodanig dat je maar een heel minimale uitkering krijgt, als je er op een of andere manier niet in slaagt om weer aan het werk te komen. Dat voelt al snel als een straf met de boodschap: ‘Dan moet je er zelf maar voor zorgen dat je werk krijgt’. Dat is in mijn ogen meer liberaal dan christelijk-sociaal. Wij hebben – om deze en andere redenen – dan ook tegen deze wet gestemd.”

Het is gemakkelijk om te zeggen hoe het niét moet. Hebt u concrete ideeën hoe de overheid verantwoordelijkheid voor jezelf en voor de ander wél kan stimuleren?
“De aandacht die er met de nieuwe Wet Werk en Bijstand is om mensen weer aan het werk te krijgen, is positief. Maar er valt nog veel aan reïntegratie te doen. Effectieve projecten zijn er maar weinig. Wij hebben steeds gepleit voor duurzame integratie. Stop mensen niet in de eerste de beste baan, zodat ze maar aan het werk zijn, maar kijk welke baan echt bij iemand past. Investeer iets meer dan het minimum, zodat iemand op een plek komt waar hij écht thuishoort. Maar de gemeenten, die deze reïntegratie nu moeten regelen, hebben niet zelden een te beperkt budget om die duurzame integratie te garanderen.

Bij de bespreking van de WIA hebben we voorstellen gedaan voor pilots rond de vraag hoe je oudere mensen aan het werk kunt krijgen. Want dat is ook zo’n vreemde tegenstelling in het huidige beleid: we móeten op z’n minst doorwerken tot ons 65ste, en tegelijkertijd weet iedereen dat het boven je veertigste al moeilijker wordt om een baan te vinden. Ik heb zoveel mensen gesproken die zeiden: ‘Ik solliciteer me wezenloos, maar ik vind gewoon geen baan, want ik ben te oud.’ Wij hebben ideeën neergelegd om prikkels in te bouwen om werkgevers te motiveren oudere werknemers aan te nemen. Sommige daarvan zijn overgenomen, maar wat ons betreft zou daar nog meer op ingezet kunnen worden. Dat is voor ons pas echt een stuk solidariteit: zorg ervoor dat werkgevers bereid zijn, stimuleer ze, om die oudere mensen aan te nemen.”

Voedselbanken
Volgens Tineke Huizinga mag het niet zo zijn dat de burger uiteindelijk helemaal zelf verantwoordelijk wordt gesteld voor zijn (over)leven. Ook de overheid moet solidair zijn. Maar ze ziet dat tot haar schrik nu wel gebeuren: in het hele land schieten voedselbanken als paddestoelen uit de grond, omdat steeds meer mensen aan de grond raken. “Ik vind dat heel schrijnend. Het is belangrijk dat je als overheid een vangnet blijft en niet alles uit handen geeft. Er zijn altijd mensen die het uiteindelijk niet zelf redden en voor die mensen moet je er zijn als dat ‘schild voor de zwakken’. Maar het vangnet heeft momenteel zulke grote gaten dat er mensen doorheen vallen. Er zijn steeds meer mensen die blijkbaar niet eens voldoende geld hebben om eten te kopen.”

Sommige kerken zijn juist blij dat ze er nu eindelijk weer voor die naaste kunnen zijn. Moet de samenleving niet accepteren dat zij nu verantwoordelijk is voor de zwakken?
“Het is natuurlijk mooi dat er een gemeenschap is die deze zaken oppakt en dat er nog iemand omkijkt naar de mensen die buiten de boot vallen. Maar dat is niet de samenleving zoals wij die willen. Dan schiet de overheid echt tekort in haar rol als schild voor de zwakken.”

Vraagt solidariteit niet eenvoudigweg meer rigoureuze keuzes van de burger: bijvoorbeeld om dan maar wat werktijd en salaris in te leveren om zo ruimte te krijgen voor de zorg voor elkaar?
“Ja, maar dat staat nu juist weer haaks op het kabinetsbeleid. Ikzelf zou toe willen naar een maatschappij waarin man en vrouw de keus hebben – en de keus gelaten wordt – om al dan niet een baan te hebben. Geen druk vanuit de samenleving om beide fulltime te werken, maar ook geen keurslijf voor de vrouw om huisvrouw te worden. Maar wel een samenleving waarin het werk dat je voor een ander doet, de zorg die je aan een ander besteedt, gewaardeerd wordt – of dat nu betaald wordt of niet.

Waar ik mij mateloos aan erger, is als er gesproken wordt over vrouwen die ‘thuis zitten’. Ik heb zelf voor mijn kinderen gezorgd, maar ik heb niet veel ‘gezeten’ in die tijd, ik heb alleen maar gewerkt en het is zwaar werk. Dat wordt zó onderschat en er is ook geen waardering voor.

Wij hebben de afgelopen tijd samen met andere partijen gewerkt aan een mantelzorgforfait: de mantelzorg die je verleent, wordt dan voor de helft meegerekend als arbeidsverleden. En dan telt het dus mee voor je WW-opbouw. Dát is de richting die wij op willen: laten we met z’n allen veel meer de zorg gaan waarderen die mensen verlenen en laten we dat benóemen als werk. Vrijwilligerswerk naast betaald werk is nuttig en belangrijk. Ik denk dat de samenleving die richting op moet. Nu denken mensen dat ze eigenlijk maar half meetellen als ze geen betaalde baan hebben. Dat wordt ons ook door dit kabinet aangepraat. Een hele slechte zaak.”

Economische waarde
We zouden op een andere manier naar werk moeten kijken?
“Je zou moeten kijken naar werk in termen van ‘wat doe je daarmee voor de maatschappij, wat draag je daaraan bij?’ Vrouwen of mannen die voor hun kinderen zorgen, leveren geen economisch product, zij tellen totaal niet mee. Wij rekenen vaak alleen maar met de economische waarde van werk. Daar zouden we vanaf moeten stappen. Wij zouden moeten rekenen met de maatschappelijke waarde van werk: wat betékent het wat jij doet. Ik kom echt steeds weer uit op waardering: er moet waardering komen voor werk dat niet betaald wordt, voor werk dat economisch niet meetelt, maar dat voor onze maatschappij ongelofelijk belangrijk is. Op het moment dat het klimaat zo wordt dat dit werk gewaardeerd wordt, dan zullen mensen eerder denken: laat ik ook meedoen, laat ik ook mijn steentje bijdragen.

Bron: Pleidooi, magazine van het christennetwerk GMV

« Terug

Reacties op 'Wij solidair? Dan de overheid ook'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2006

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari