Inbreng verslag Cynthia Ortega inzake Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving

donderdag 07 juni 2012 00:00

Inbreng verslag (wetsvoorstel) van ChristenUnie Tweede Kamerlid Cynthia Ortega-Martijn inzake de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving

Onderwerp:   Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving

Kamerstuk:   33 207

Datum:            7 juni 2012

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennis genomen van het voorliggende wetsvoorstel aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving. Deze leden willen graag de volgende vragen stellen aan de regering.

Sociale zekerheid

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen waarom de regering van mening is dat het maximaal 3 maanden buitenwerking stellen van de beslagvrije voet binnen de WWB bijdraagt aan het oplossen van incassoproblemen bij hoge boetes, aangezien de aflossingscapaciteit hierdoor maar beperkt toeneemt. Waarom hecht de regering geen zwaarder belang aan de acute financiële problemen die het buitenwerking stellen van de beslagvrije voet veroorzaakt voor uitkeringsgerechtigden en de familie, zo willen deze leden weten. Deze leden vragen om een onderbouwing over hoe de kindrechten gewaarborgd blijven.

Genoemde leden willen weten op basis van welke redenen de regering het maatschappelijk acceptabel vindt om de beslagvrije voet binnen uitkeringen die er voor zorgt dat de debiteur aanspraak houdt op tenminste 90% van de noodzakelijke middelen om te voorzien in de kosten van het bestaan los te laten voor een periode van maximaal 5 jaar en bij de WWB voor 3 maanden. Waarom wordt volgens de regering nu wel voldaan aan de waarborgen van artikel 6 Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM) en zou de sanctie nu wel proportioneel zijn in verhouding tot het beoogde doel, zo vragen deze leden. Deze leden willen weten hoe het buiten werking stellen van de beslagvrije voet in de WWB zich verhoudt met artikel 11 van de Wet werk en bijstand, waarin staat dat iedere in Nederland woonachtige Nederlander die hier te lande in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te geraken dat hij niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien recht heeft op bijstand van overheidswege. Deze leden willen weten of de regering het wetsvoorstel in de huidige vorm (met de nihil-uitkering voor 3 maanden) heeft voorgelegd aan de Raad voor Rechtspraak? Zo ja, wat is haar oordeel? Zo nee, waarom niet?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoe wordt voorkomen dat de strengere wetgeving zich gaat richten op symptoombestrijding terwijl de achterliggende maatschappelijke problemen er alleen maar groter door worden. Op welke wijze wordt rekening gehouden met de negatieve gevolgen voor mensen met problematische schulden, zo vragen deze leden.

Deze leden vragen of het wetsvoorstel niet een perverse prikkel bevat, omdat de leenbijstand in tegenstelling tot de fraudevordering niet volledig terug hoeft te worden betaald. Hoe wordt voorkomen dat mensen de leenbijstand gaan gebruiken als uitweg om de fraudevordering te betalen, maar vervolgens de leenbijstand niet meer terugbetalen.

Arbeidswetten

De leden van de ChristenUnie-fractie stellen vast dat de regering de boetes binnen de Wav verhoogt. Deze leden vragen waarom de regering van mening is dat deze verhoging proportioneel is. Zijn de gevolgen van de ketenaansprakelijkheid in kwetsbare sectoren zoals de dagbladsector niet te groot, zo willen deze leden weten. De dagbladuitgevers staan immers op grote afstand van de bezorgers omdat er zowel distributiebedrijven als depothouders tussen zitten. Waarom worden de depothouders als onderdeel van de keten niet tevens verantwoordelijk gesteld, zo vragen deze leden. Deze leden vragen of de regering bereid is om meer duidelijkheid te verschaffen over de criteria voor de verwijtbaarheid door deze criteria op te nemen in het wetsvoorstel of nadere regelgeving. Zo nee, waarom niet?

De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat de zowel de algemene maatregelen van bestuur die betrekking hebben op de sociale zekerheid als de Arbeidswetten worden niet voorgehangen bij de Kamer. Wordt de Kamer nog geïnformeerd over de inhoud van de algemene maatregelen van bestuur uit het wetsvoorstel, zo vragen deze leden. Zo ja, bij welke gelegenheid?

Ontvangen commentaren en adviezen

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen om een nadere toelichting over de redenen waarom het kabinet van mening is dat strenger straffen ook binnen de sociale zekerheid effectief is en tot minder fraude leidt. Hoe beoordeelt de regering de handhaafbaarheid van de voorstellen uit de wetswijziging, zo willen deze leden weten.

Genoemde leden willen weten wanneer de in overleg met gemeenten, UWV, SVB en de Inspectie SZW op te stellen kengetallen en indicatoren die inzicht moeten geven in de effectiviteit van het fraudebeleid zullen worden opgeleverd. Bij welke gelegenheid zal de Kamer over deze indicatoren en kengetallen worden geïnformeerd, zo vragen deze leden. Deze leden vragen of de indicatoren en kengetallen die inzicht moeten geven in de effectiviteit van het fraudebeleid nog voorzien worden van streefcijfers. Zo ja, bij welke streefcijfers acht de regering het fraudebeleid effectief?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de regering het wetsvoorstel gaat evalueren. Met welke periodiciteit zal de Kamer worden geïnformeerd of de uitvoering van het wetsvoorstel op koers ligt, zo willen deze leden weten. Deze leden vragen welke indicatoren hierbij dan zullen worden gehanteerd.

Financiën

De leden van de ChristenUnie-fractie willen weten of de regering kan aangeven welke ervaringsgevens, uitgangspunten en veronderstellingen zijn gehanteerd bij het opstellen van de ramingen, die tot een besparing van 180 miljoen euro leiden. Kan hierbij een onderscheid gemaakt worden tussen de besparingen sociale zekerheid, arbeidsregelingen en kinderopvangtoeslag, zo vragen deze leden. Genoemde leden vragen of de besparingen daar waar het gaat om de te verwachten extra fraudeopbrengsten kunnen worden afgezet tegen de fraudeopbrengsten zoals die tot en met 2011 zijn geïnd. Kan hierbij een onderscheid worden gemaakt tussen de besparingen sociale zekerheid, arbeidsregelingen en kinderopvangtoeslag?

Deze leden constateren dat de regering aangeeft dat zowel de incidentele kosten als de structurele kosten worden gedekt binnen de SZW-begroting. Worden tegenvallers in de uitvoering ook gedekt binnen de SZW-begroting of komt dit dan voor de rekening van de verschillende uitvoerders, zo vragen willen deze leden weten.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen waarop de inperking van de gemeentelijke beleidsvrijheid is gebaseerd, als uit onderzoek in opdracht van het ministerie SZW (Tot de laatste cent?, Regioplan 2009) blijkt dat er geen aanwijzingen zijn dat de gemeentelijke uitvoeringspraktijk het beginsel dat fraude niet mag lonen ondermijnt. Waarom kiest de regering er dan toch voor om de handhaving te centraliseren, zo vragen deze leden. Deze leden willen weten waarom de regering het gezien de uitkomsten van het genoemde onderzoek reëel vindt dat gemeenten het invorderingsbeleid wel kunnen verbeteren.

De regering geeft aan dat de berekeningen die aan de raming ten grondslag liggen uitvoerig zijn bediscussieerd met en op plausibiliteit getoetst door het Centraal Planbureau (CPB). De leden van de ChristenUnie-fractie vragen tot welke aanpassingen van de raming dit eventueel heeft geleid. Zo nee, waarom heeft de regering de raming dan niet aangepast?

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.


« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari