Bijdrage Cynthia Ortega aan dertigledendebat over vonnis Rechtbank Den Haag inzake stages illegalen

donderdag 14 juni 2012 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Cynthia Ortega-Martijn aan een plenair dertigledendebat met minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Onderwerp:   Dertigledendebat over het vonnis van de Rechtbank ‘s- Gravenhage inzake stages voor illegalen

Kamerstuk:   32 144

Datum:            14 juni 2012

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):
Voorzitter. Onderwijs staat aan de basis van de ontwikkeling van jongeren. Het schept kansen voor de toekomst en het biedt zicht op een betere positie op de arbeidsmarkt. Dat geldt voor jongeren met of zonder een geldige verblijfsvergunning. De stage in de beroepsopleiding vormt gewoon een wezenlijk onderdeel van de opleiding. Dat is een geheel en kan absoluut niet los van elkaar gezien worden. De ChristenUnie wil dan ook dat onderwijsinstellingen en werkgevers geen boetes krijgen als ze deze jongeren een stage en dus een kans aanbieden. Een kans op een betere toekomst, of het nu hier is of in het land van herkomst.

Het is nog maar kort geleden dat de minister met grote woorden aan de gemeente Amsterdam heeft laten weten dat die gemeente de wet overtreedt met het aanbieden van stages aan jongeren zonder een verblijfsstatus. Zelfs het mogelijke gevolg van het stilleggen van de rechtspersoon haalde de minister aan. Grote woorden, maar de minister is in ieder geval wel consequent. Eerder weigerde hij namelijk de breed gedragen motie uit te voeren om stages voor jongeren zonder verblijfsstatus mogelijk te maken. Ondanks de principiële opstelling van de minister hoop ik dat hij bereid is om zijn mening bij te stellen. In een andere zaak aangaande de Universiteit van Nijmegen, heeft de Raad van State nu de conclusie getrokken dat een stage voor een opleiding wel degelijk onderdeel is van de studie. Dat moet toch ook zwaar wegen voor deze minister? Toch is hij nog niet om. Dat kan mijn fractie echt niet begrijpen. De minister wil de uitspraak nog verder bestuderen. Ik wil de minister best nog wel even de tijd geven om dat te doen. Zorgvuldigheid en een goede onderbouwing zijn natuurlijk ook belangrijk. Natuurlijk blijft staan dat het mooiste vooruitzicht is dat de minister dan alsnog tot inkeer komt.

Mijn fractie wil graag het volgende weten. De minister schrijft in zijn brief dat hij een aantal weken nodig heeft. Wat betekent "een aantal weken"? Is dat drie weken, of vier? Wat moet dan allemaal nog onderzocht worden, wil de minister tot inkeer komen? Graag hoor ik daarop een reactie. Het standpunt van de ChristenUnie is duidelijk. Het moet mogelijk worden voor jongeren zonder verblijfsstatus om ook de stage die bij de opleiding hoort te volgen. Graag hoor ik of de minister ervoor open staat om van mening te veranderen en de stages toch toe te staan. Of gaat de minister net zo lang op zoek tot hij dat ene puntje vindt op basis waarvan hij toch bij zijn huidige mening kan blijven hangen?

En als de minister zijn puntje zou vinden, wil ik hem vragen om de wet gewoon aan te gaan passen. Wil de minister dit toezeggen? Het zal wel niet, maar ik vraag het wel. De minister doet dan recht aan de eerder uitgesproken wens van de Kamer om de stage mogelijk te gaan maken. Ik doe echt een dringend appel op deze minister. Laat deze jongeren alsjeblieft niet in de steek. Al moeten zij straks worden uitgezet, dan hebben zij tenminste een diploma op zak en kunnen zij aan de slag gaan in het land van herkomst.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.


« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari