Inbreng Cynthia Ortega inzake Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters

donderdag 14 juni 2012 00:00

Inbreng verslag (wetsvoorstel) van ChristenUnie Tweede Kamerlid Cynthia Ortega-Martijn tbv Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters

Onderwerp:   Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters

Kamerstuk:   33 241

Datum:            14 juni 2012

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennis genomen van het wetsvoorstel beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters. Deze leden willen graag de onderstaande vragen stellen aan de regering.

Algemeen

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen om een nadere toelichting van de regering op de conclusie dat eerdere maatregelen geen effecten hebben gehad op het terugdringen van het ziekteverzuim en de instroom vanuit de ZW in de WIA voor tijdelijke arbeidscontracten. Hoe verhouden zich de effecten op het terugdringen van het ziekteverzuim en de instroom in de WIA voor vaste en tijdelijke arbeidscontracten tot elkaar als er wel rekening wordt gehouden met de sterke stijging van de omvang van flexwerk, zo willen deze leden weten.

Deze leden vragen waarom de regering van mening is dat het genoemde succes van de WVP, VLZ en WIA inhoudt dat de elementen uit deze wetten ook succesvol zullen zijn voor vangnetters. Hoe heeft de regering hierbij rekening gehouden met het verschil dat vangnetters geen directe mogelijkheden voor werkhervatting bij de eigen (voormalige) werkgever hebben, zo willen deze leden weten. Waarom verwacht de regering dat het voorgestelde pakket van generieke maatregelen effectief zal zijn voor de gedifferentieerde groep die vangnetters vormen, zo vragen deze leden.

De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat er met het wetsvoorstel binnen de ZW een strenger regime ontstaat voor mensen met tijdelijke arbeidscontracten dan voor mensen met vaste arbeidscontracten. Zo gaat voor de vangnetter reeds in het tweede ziektejaar het WIA-criterium gelden en heeft de introductie van de arbeidsverledeneis in de ZW voor deze groep een lager inkomen tot gevolg. Kan de regering beargumenteren welke gevolgen de tweedeling die zo binnen de ZW tussen mensen met tijdelijke arbeidscontracten en mensen met vaste arbeidscontracten ontstaat heeft voor het gelijkheidsbeginsel. Wordt het gelijkheidsbeginsel zoals dat aan de huidige ZW ten grondslag ligt met de genoemde maatregelen losgelaten, zo vragen deze leden. Waarom is niet overwogen om de arbeidsverledeneis ook op te nemen voor vaste krachten, zo vragen deze leden.

Welke gevolgen hebben de voorgestelde maatregelen voor de arbeidsmarktpositie van mensen met tijdelijke contracten, zo willen de leden van de ChristenUnie-fractie weten. Deze leden vragen in hoeverre de voorgestelde maatregelen daarnaast de mobiliteit beperken van vaste krachten die ziek en/of arbeidsongeschikt raken, omdat zij door het verschil in inkomensbescherming niet meer durven te kiezen voor een nieuwe baan die vaak eerst een tijdelijk contract kent. Deze leden vragen of zo de verschillen tussen insiders en outsiders alleen maar groter worden. Zo nee, waarom deelt de regering deze verwachting niet?

Deze leden vragen in hoeverre het is onderzocht of deze maatregelen er toe leiden dat werkgevers er voor kiezen om werknemers alleen via het uitzendbureau in te huren. Deze leden vragen welke gevolgen deze ontwikkeling dan voor de besparingen zal hebben.

Genoemde leden vragen waarom bijzondere groepen vangnetters zoals uitgevallen Wajongers of mensen die wegens zwangerschap of orgaantransplantatie in de ZW terecht komen ook onder het aangescherpte regime voor vangnetters worden gebracht. Wat zijn hiervan de mogelijke negatieve gedragseffecten, zo willen deze leden weten.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoe er voor zorg wordt gedragen dat vangnetters de benodigde ondersteuning van het UWV voor de re-integratie ook daadwerkelijk ontvangen. Wat zijn de consequenties als de ondersteuning vanuit het UWV voor de re-integratie te kort schiet, zo vragen deze leden. Deze leden willen weten waarom in deze situatie het gevolg van een lagere uitkering na de loongerelateerde periode geheel voor de rekening van de vangnetter komt. Welke rechten heeft de vangnetter als de ondersteuning vanuit het UWV voor de re-integratie gebrekkig is, zo vragen deze leden. Deze leden vragen waarom de loongerelateerde uitkering niet wordt verlengd voor de periode waarin geen sprake is van het uitvoeren van de processtappen in het kader van de re-integratie door het UWV.

Genoemde leden vragen om welke redenen de regering geen keuze maakt voor een sterker activerend stelstel dat het eigen initiatief van mensen meer centraal zet. Zou het sterker inzetten op het eigen initiatief niet kunnen bijdragen aan een succesvollere re-integratie, zo vragen deze leden. Deze leden vragen waarom bijvoorbeeld niet wordt ingezet op het versterken van de positie van vangnetters in de begeleiding, het geven van mogelijkheden om onafhankelijk advies in te winnen over de vormgeving van hun traject en verstrekken van IRO’s met daarin ook de mogelijkheid om herstel en re-integratie te combineren.

Deze leden stellen vast dat er momenteel al een prikkel voor vangnetters om te werken aanwezig is door het moeten accepteren van passende arbeid. Graag ontvangen deze leden een toelichting op welke manier het wetsvoorstel extra prikkels voor vangnetters toevoegt om te gaan werken.

De leden van de ChristenUnie-fractie stellen vast dat grote bedrijven die al eigen risicodragers WGA zijn, per 1 januari 2016 niet alleen te maken krijgen met WGA-lasten voor nieuw aangenomen flexwerkers maar ook met de bestaande WGA-lasten voor flexwerkers. Waarom geeft de regering werkgevers geen keuzevrijheid om eigen risicodrager te blijven voor alleen het reguliere WGA-risico en een afzonderlijke beslissing te kunnen nemen over het dragen van het eigen risico met betrekking tot de WGA-lasten voor flexwerkers, zo vragen deze leden. Deze leden willen weten of de regering een overgangsregeling heeft overwogen omdat werkgevers toen zij de keuze maakten om eigen risico drager te zijn deze extra lasten niet konden voorzien. Waarom heeft de regering hiervan dan afgezien, zo vragen deze leden.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen in welke mate de oorzaken van de stijging van de WIA-instroom zoals de ingroeieffecten, demografie en conjunctuur volgens de regering te beïnvloeden zijn door werkgevers en werknemers. Waarom vindt de regering de inzet van premiedifferentiatie rechtvaardig als de voormalige werkgever onvoldoende mogelijkheden heeft om het integratietraject te beïnvloeden, zo vragen deze leden. Is het denkbaar dat werkgevers hierom in beroep gaan tegen beslissingen rond de premieheffing omdat zij te weinig invloed kunnen uitoefenen op de arbeidsongeschiktheid en werkloosheid, zo willen deze leden weten. Deze leden vragen om een toelichting waarom de regering de voorgenomen maatregel juridisch houdbaar acht.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen om een toelichting waarom de regering er voor kiest om de definitie van kleine bedrijven in lagere regelgeving vast te leggen en niet in de wet zelf. Deze leden willen weten waarom voor de definitie niet wordt uitgegaan van de definitie zoals die nu al binnen de premiestelling van de regeling WGA bestaat. Hoe beoordeelt de regering het risico dat kleine werkgevers te weinig re-integratie inspanningen zullen verrichten omdat de kosten worden afgewenteld op de sector, zo vragen deze leden. Deze leden vragen waarom gezien de keuze voor premiedifferentiatie, dit dan ook niet wordt ingezet voor kleinere werkgevers waarbij de premiedifferentiatie zou kunnen afnemen naarmate de omvang van de werkgever kleiner wordt.

Financiën

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen waarom de uitvoeringstoets premiedifferentiatie nog niet is uitgevoerd en of de regering kan aangeven wanneer de uitvoeringstoets premiedifferentiatie zal worden uitgebracht. Hoe groot bedragen de uitvoeringskosten voor de premiedifferentiatie, zo vragen deze leden.

Deze leden willen weten hoe het mogelijk is dat er in 2013 al wel een besparing van acht miljoen euro op de uitkeringslasten ZW als gevolg van de premiedifferentiatie voor werkgevers is ingeboekt, terwijl bij de uitvoeringstoets UWV wordt opgemerkt dat de beoogde invoeringsdatum van 1 januari 2014 voor de financiële prikkels voor werkgevers in principe haalbaar is.

Genoemde leden vragen hoe groot de extra administratieve lasten voor werkgevers als gevolg van het wetsvoorstel zijn.

Ontvangen adviezen

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen om een toelichting waarin de regering en de Stichting van de Arbeid concreet van mening verschillen over de in het wetsvoorstel opgenomen financiële- en arbeidsmarkteffecten en de daarbij behorende onderbouwing. Deze leden vragen wat de huidige werkhervattingkans van vangnetters is. Wat zou de werkhervattingkans moeten worden om de in het wetsvoorstel opgenomen financiële- en arbeidsmarkteffecten te realiseren, zo willen deze leden weten.

Evaluatie

De leden van de ChristenUnie-fractie willen weten of de regering de effecten van het wetsvoorstel gaat evalueren of monitoren. Zo ja, bij wanneer en bij welke gelegenheden zal de Kamer hierover worden geïnformeerd? Zo nee, waarom niet? Deze leden vragen welke concrete doelstellingen, indicatoren en kengetallen voor de evaluatie of monitoring worden gehanteerd. Op welke wijze wordt de Kamer tevens geïnformeerd over de voortgang en resultaten van het convenant UWV/uitzendsector en de pilot UWV/Stichting arbo flexbranche, zo willen deze leden weten.

Artikelsgewijs

Artikel 19ab

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de regering kan aangeven bij welke omstandigheden er gebruik zal worden gemaakt van de in artikel 19ab opgenomen mogelijkheid om per algemene maatregel van bestuur voorwaarden te stellen aan het afzien van het arbeidskundig onderzoek. Hoe wordt de Kamer hierover geïnformeerd, zo willen deze leden weten.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.

 

 


« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari