Bijdrage Cynthia Ortega aan plenair debat inz. Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW

woensdag 27 juni 2012 00:00

Bijdrage van ChristenUnie Tweede Kamerlid Cynthia Ortega-Martijn aan plenair debat met minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Onderwerp:   Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving

Kamerstuk:   33 207

Datum:            27 juni 2012

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):
Voorzitter. In onze sociale zekerheid staat solidariteit centraal. Met elkaar zorgen wij ervoor dat er een vangnet is voor de mensen die dat nodig hebben. Helaas zijn er mensen die deze solidariteit gewoon ondermijnen door te frauderen met uitkeringen. De fractie van de ChristenUnie vindt dat daartegen heel hard moet worden opgetreden. Er vindt nog te veel fraude plaats met uitkeringen. Ook komt het te vaak voor dat mensen in herhaling vallen. Het doel van de minister om ervoor te zorgen dat fraude niet loont, steunen wij dan ook van harte.

Toch zit er een aantal aspecten aan het wetsvoorstel waarbij ik nog de nodige vragen heb. Zo ontneemt het wetsvoorstel gemeenten beleidsvrijheid. Het kabinet had hierop juist sterk ingezet in diverse andere voorstellen. Gemeenten hebben het beste zicht op de individuele omstandigheden. Zo kunnen zij met een integrale aanpak komen en maatwerk leveren. De minister schuift dit aan de kant met de opmerking dat rechtsgelijkheid bij de aanpak van uitkeringsfraude belangrijk is. Dit is natuurlijk ook zo, maar waaruit blijkt eigenlijk concreet dat er sprake is van een onaanvaardbare rechtsongelijkheid tussen gemeenten? Graag krijg ik hierop een reactie.

Ook krijg ik graag een reactie op de brief waarin de gemeenten hebben geschreven dat zij fraude met voldoende beleidsvrijheid doeltreffend kunnen aanpakken en dat het voorliggende wetsvoorstel hiervan eigenlijk een bedreiging is. Ook trekt de minister te gemakkelijk de conclusie dat de gemeentelijke invorderingspraktijk beter kan. De minister gaat ervan uit dat de opbrengsten groter zullen dan de kosten voor de uitvoering. Ik ben erg benieuwd waarop de minister dit baseert. Hoe kan de minister dit hard maken als hij niet eens de huidige uitvoeringskosten van gemeenten voor fraudebestrijding weet? Graag krijg ik hierop een klip-en-klaar antwoord.

Het is goed dat de minister het effect van de fraudebestrijding gaat monitoren. De indicatoren zijn de vastgestelde schade en het aantal fraudegevallen. De uitvoeringskosten en de hoogte van de gelukte invorderingen zijn echter ook belangrijk voor het beoordelen van het succes van de fraudebestrijding. Is de minister bereid deze factoren mee te nemen in de jaarlijkse rapportage via de begroting? Graag krijg ik een toezegging hierop. In dit kader heb ik een amendement van de heer Klaver meeondertekend om een evaluatiebepaling over de effecten op te nemen in de wet.

Naast de effectiviteit moet ook de juridische houdbaarheid van de voorstellen in de gaten worden gehouden. Vast staat dat wij fraude met uitkeringen moeten bestrijden. De voorgestelde strenge sancties kunnen hieraan bijdragen, maar het uitgangspunt van de proportionaliteit moet overeind blijven. Ik kan mij bijvoorbeeld goed voorstellen dat negen van de tien Nederlanders vinden dat meervoudig frauderen met een uitkering niet onbestraft mag blijven en dat als het aan hen ligt de uitkering tijdelijk wordt stopgezet of dat zeven van de tien vinden dat het ontnemen van de uitkering een passende straf is. Inderdaad, wie niet horen wil, moet maar voelen. Het gaat hierbij wel om belastinggeld van hardwerkende mensen. De verplichting tot het buiten werking stellen van de beslagvrije voet in de WWB gaat mijn fractie echter te ver. Mensen houden dan geen geld over voor de meest noodzakelijke zaken zoals eten. Zelfs in het laagste sociale vangnet van de bijstand vervalt de beslagvrije voet voor drie maanden. Wij kunnen wel zeggen "eigen schuld dikke bult", maar dit kan tot grotere problemen leiden die als een boemerang bij de gemeente terugkomen met nog meer maatschappelijke kosten tot gevolg. Ik kan mij niet voorstellen dat de staatssecretaris dit wil. Hoe ziet hij dit voor zich? Zelfs mensen die voor een erge misdaad in de gevangenis zitten, krijgen te eten. Ik heb daarom een amendement van mevrouw Sterk meeondertekend, want een dergelijke straf vraagt om maatwerk. Dit wordt mogelijk door het opnemen van bijvoorbeeld een discretionaire bevoegdheid voor het college van B en W en de Sociale Verzekeringsbank. Graag krijg ik een reactie hierop.

De hardere sancties, hoe goed het doel ook, kunnen ook kinderen raken. De ChristenUnie wil niet dat kinderen de dupe worden als hun ouders sancties opgelegd krijgen wegens fraude. Dit is ook in strijd met het ILO-verdrag 121. Kan de minister garanderen dat gemeenten genoeg beleidsvrijheid overhouden om te voorkomen dat kinderen getroffen worden? Graag krijg ik een reactie hierop.

Bij de proportionaliteit van de sancties moeten wij ook kijken naar de effecten op bedrijven. Het kan niet zo zijn dat hele bedrijfssectoren in de problemen komen. De dagbladsector is in het verleden al geconfronteerd met moeilijk op te brengen boetes. Ik heb er al eerder Kamervragen over gesteld. Het probleem lijkt echter nog steeds niet opgelost te zijn. Sterker nog, op de vraag van uitgevers welke aanvullende maatregelen zij moeten nemen om niet langer verwijtbaar te zijn, kan zowel de Inspectie SZW als het ministerie van SZW geen antwoord geven. De regel dat wie geen schuld treft ook niet beboet kan worden, is in dit geval dus een wassen neus. Het wordt ook moeilijk om goede informatie te verstrekken aan werkgevers. Graag hoor ik van de minister wat werkgevers concreet eraan kunnen doen om te bewijzen dat er geen sprake is van verwijtbaar gedrag. Met dit wetsvoorstel worden de boetes fors hoger, terwijl krantenuitgevers in de praktijk weinig invloed kunnen uitoefenen op de inzet van de krantenbezorgers. Is de minister bereid om met alle betrokkenen aan tafel te gaan zitten om de problematiek te bespreken en te zoeken naar een oplossing? Graag krijg ik een toezegging hierop.

Ook mijn fractie heeft wat problemen met het begrip "verwijtbaar gedrag". Dat hadden wij sowieso bij het vorige wetsvoorstel over de huisbezoeken. Graag hoor ik van de minister wat wij moeten verstaan onder verwijtbaar gedrag. Het komt voor dat de mensen buiten de mogelijkheden om in de problemen komen, gewoon omdat zij het niet wisten. Willen wij het doel realiseren dat wij beogen met de straffen die wij neerleggen in de wetgeving, dan moeten ze wel heel goed van toepassing zijn op die zaken waarin sprake is van echt verwijtbaar gedrag, dus als mensen moedwillig frauderen.

Dat neemt niet weg dat mijn fractie zegt dat op het moment dat sprake is van niet-verwijtbaar gedrag en van ten onrechte verstrekte uitkeringen, die uitkeringen moeten worden ingevorderd. Op dit moment gaat het echter om de straffen.

Voor meer informatie: www.tweedekamer.nl.


« Terug

Nieuwsarchief > 2012

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari